Posts tonen met het label Santa Maria del Mar. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Santa Maria del Mar. Alle posts tonen

04-02-2016

Carnaval in Barcelona - feest met een visluchtje

Carnaval in Barcelona, 7 februari 1932. Foto: Josep M. de Sagarra
Vette Donderdag (Dijous Gras) vandaag. Met botifarras en vleestortillas vieren de Barcelonezen  de aankomst van de Rei Carnestoltes in de wijk La Ribera.
La Ribera en dan vooral El Born (de buurt van de Santa Maria del Mar) is de laatste jaren het bruisend centrum  van het carnaval, net zoals in de Middeleeuwen. In latere tijden kon het er ook elders vurig aan toegaan, soms zelfs letterlijk , zoals tijdens het carnaval van 1861.

Sardine
Het 19de eeuwse carnaval werd, net als nu, afgesloten met het begraven van de sardine (Enterrament de la Sardina), op Aswoensdag. Favoriete plek was de berg Montjuïc, een voorkeur die bleef totdat Franco aan het carnavalsfeest een (voorlopig) einde maakte.

Touwtje springen bij Les Tres Pins. Foto: Pérez de Rozas, AFB


Op Aswoensdag kon je carnavalsverenigingen de Montjuïc zien opgaan, gewapend met stokken waaraan de beeltenis van een kat bungelde, in plaats van die van een heilige. Kinderen droegen vanaf Poble-Sec kleurig aangeklede 'sardines' naar boven. 



'Uitzicht op een deel van Barcelona vanaf de Bron van de Drie Pijnbomen'


Bron van de Drie Pijnbomen
Favoriete begraafplaats van de nepvis was de Bron van de Drie Pijnbomen (Fonts del Tres Pins), genaamd naar drie pijnbomen die de bron omringden, vlakbij de plek waar nu het Miró-museum staat. Dat ging er soms verbazingwekkend realistisch aan toe, compleet met lijkkist en huilende weduwe. Maar na gedane zaken was het picknicken en lachen geblazen. Het mocht dan wel Aswoensdag zijn, maar overdrijven is ook een vak.

De sardine-traditie is op meerdere plaatsen in de stad weer in ere hersteld, compleet met weduwvrouw. De belangrijkste begraaflocatie is tegenwoordig vlakbij waar de koning vandaag welkom werd geheten, het Parc de la Ciutadella. De Montjuïc moet toekijken.



Het begraven van de sardine, 1936. Foto: Pérez de Rozas, AFB.

Geen vlees maar vis
Carneval, de naam zegt het al, is het feest van het vlees en de bijbehorende lusten. Waarom begraven de Spanjaarden dan geen vlees (
carne in het Spaans, carn in het Catalaans) op Aswoensdag, maar vis?

Al in 1848 kwam Pascual Madoz in zijn 'Geografisch, statistisch en historisch woordenboek van Spanje' met de volgende verklaring:  in  oude tijden begroef men het kadaver van een geslacht varken, dat de naam 'sardina' kreeg. En zo sloeg op een gegeven moment de verwarring haar slag. Aldus Madoz.

Sinds 1848 zijn voor zover ik weet geen mensen opgestaan met een utileg die meer hout snijdt.  Verder onderzoek is dus nodig,  zoals wel vaker bij het onderwerp 'Spanje en eetbare objecten'.

Programma Barcelona Carnaval 2016

 Barcelona Revisited - bijzondere fiets- en wandeltours

BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

25-03-2015

Trouwen in de Santa María del Mar? Even geduld s.v.p.

De Santa María del Mar: grootse soberheid, waar ook Antoni Gaudí zich door liet inspireren.

Op 25 maart 1328, vandaaag 685 jaar geleden, begon de bouw van de Barcelona´s mooiste kerk, de Santa María del Mar. Het enorme gebouw was in 1384 al klaar, dankzij de gezamenlijke inspanningen van de bewoners van de La Ribera-buurt: de rijke handelaren en stadsedelen gaven het geld; de vele ambachtlieden die er woonden hun vakkennis en bouwkrachten; de havensjouwers ten slotte haalden de bouwstenen van de Montjuïc, waar koning Pere de Plechtige zijn steengroeve gratis en voor niks had opengesteld.

Het licht van de Middellandse Zee
Gebouwd door het volk was de Santa María ook een godshuis voor het volk: groots, maar niet praalzuchtig.  'Het zal één gemeenschappelijke ruimte zijn voor alle gelovigen, zonder onderscheid, en de enige versiering zal het licht zijn, het licht van de Middellandse Zee’, laat Ildefonso Falcones bouwmeester Berenguer de Montagut zeggen in zijn roman De kathedraal van de zee, waarin de Santa María del Mar het geografisch middelpunt is.

Elf dagen brandde de kerk. Wat niet van steen was ging verloren

Decoraties van latere datum, waaronder een barokaltaar, zijn inmiddels verdwenen. Dat is vooral te danken aan de anarchisten die in 1936, aan het begin van de Spaanse Burgeroorlog, de kerk in de fik staken. Elf dagen lang brandde de kerk. Wat niet van steen was ging verloren.


Spanjaarden hebben niet zoveel meer georganiseerde religie (iets van 15 % ziet regelmatig een kerk van binnen), maar de daaraan verbonden tradities houden velen wel in stand. De  grootste soberheid van de kerk maakt dat ook half- en ongelovigen graag trouwen in de Santa María. Trouwlustigen moeten dan ook minimaal twee jaar geduld hebben.


Veel meer over de wereld van De kathedraal van de zee vind je in de stadsgids Barcelona voor gevorderden. Compleet met wandeling!

Vanaf nu kun je ook de Nederlandstalige wandeltour 'Barcelona en de Spaanse Burgeroorlog' met mij doen. Meer info binnen enkele dagen op mijn toursite Barcelona Revisited.


BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

18-10-2014

Een Baskische ode op de Fossar de les Moreres


Een paar dagen geleden blies de Catalaanse president Artur Mas het referendum van 9 November definitief af.  Als er nog iets van stemmen komt die dag - Mas noemt het een alternatief referendum) dan heeft dat hooguit symbolische waarde.



Het kan natuurlijk toeval zijn, maar sinds een paar dagen brandt ook de eeuwige vlam op de Fossar de les Moreres niet. Deze Begraafplaats van`de Moerbeibomen, pal naast de Santa Maria del Mar, is volgende de traditie de plek waar veel van de slachtoffers van 11 september 1714 liggen begraven. “We hebben die dag weliswaar verloren”, zegt de vlam, “maar onze spirit, onze geestkracht, is toch maar mooi ongebroken gebleven.”



Een voor het Catalaanse nationalisme bijna heilige plaats, waar regelmatig ook nationalistische Barça-aanhangers naar toe trekken. Zoals deze supportersclub op de foto hierboven uit de wijk Les Corts. De damen ene heren kwamen een ode brengen aan hun ‘gevallen kameraden’ van driehonderd jaar terug.



Catalaans bier
Vandaag echter was het Catalaanse monument het domein van andere blaugranas. De supporters van Eibar brachten er goedgeluimd een ode aan het Catalaanse bier.
Eibar ligt in Baskische provincie Gipuzkoa. Een plaatsje van 28.000 inwoners. De plaatselijke voetbalclub heeft een piepklein stadion met een nog kleiner veld. Bij een corner moet de tribune bijkans naar achteren worden geschoven om iets van een aanloop mogelijk te maken. Zo klein dus. Maar wel mooi in de Spaanse Primera División spelen, dit jaar voor het eerst.

 Vandaag was het Catalaanse monument het domein van andere blaugranas


En vanavond dus tegen Barça. Over de uitslag maakten de Eibar-supporters zich weinig illusies. Drie-één voor Barça. Eén tegendoelpunt van hun club, dat zou al heel mooi zijn. Daarmee zou de eer van de club zijn gered.
Waarmee ze onbewust een ode brachten aan de vlam die dus niet brandt.

De Eibar-fans die ik later op de Ramblas tegenkwam waren overigens nóg optimistischer: drie-één, inderdaad.  Maar wel mooi voor Eibar:



BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

09-10-2014

Student Gaudí gaat op kamers

'Door het raam zag Gaudí de Santa Maria del Mar'

Je zou het bijna vergeten, maar ook Gaudí, ontwerper van de mooiste stadspaleizen, woonde ergens. Zijn laatste levensmaanden sleet hij in de Sagrada Família. Daarvoor huisde hij twintig jaar in Park  Güell– niet in een ‘eigen’ woning, maar in een villa ontworpen door zijn medewerker Francesc Berenguer.
Carrer d’Espaseria 10

De grote architect leefde echter niet altijd zo monumentaal. Als armlastige student arriveerde hij in 1868 in Barcelona. Hij ging wonen in El Born, toen vooral een arbeidersbuurt. Door het raam van zijn eenvoudige huuretage aan de Carrer d’Espaseria 10 zag de jonge Antoni een inspiratiebron voor zijn Sagrada, de Santa Maria del Mar.

 Als armlastige student arriveerde Gaudí in 1868 in Barcelona


Eerder nog huurde Gaudí een kamer boven een slagerswinkel aan het Plaça de Montcada 12, aan de andere kant van de Santa Maria del Mar Drommen onwetende toeristen lopen het pand dagelijks voorbij. Een paar stappen verder, in de Carrer de Montcada, wacht het museum van een andere kunstgrootheid, Pablo Picasso.
Plaça de Montcada 12




BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

21-02-2013

Het fotoalbum van Carlos Ruiz Zafón (24)


'Barceló was niet bepaald George Bernard Shaw en hoewel hij zijn pupil niet de welbespraaktheid en esprit van een grande dame had kunnen bijbrengen, hadden zijn inspanningen Bernarda uiteindelijk zo verfijnd dat ze de manieren en spraak van een juffrouw uit de provincie beheerste. Ze was achtentwintig, maar ik vond altijd dat ze tien jaar extra meetorste, al was het maar door de blik in haar ogen. Ze woonde vlijtig missen bij en was de Maagd van Lourdes op het delirische af toegewijd. Iedere ochtend ging ze naar de mis van acht uur in de kerk van Santa Maria del Mar en ze biechtte driemaal per week, minstens.'
De schaduw van de wind, pagina 51.



 

Al de bijzondere plekken uit het boek van Ruiz Zafón in het echt zien? Ga mee met onze  De schaduw van de wind wandeltour!

08-02-2013

De vlag van onze vrijheden


De reuzin Laia (2, 70 meter) werd geboren in 1998. Huidig gewicht: 16 kilo.
Bent u dinsdag 12 februari op het Plaça de Sant Jaume in Barcelona, kijk dan vooral even naar boven, naar het balkon van het stadhuis. Daar hangt, voor één dag, de vlag van stadsheilige Eulàlia, een goedgebekt christenwicht uit het naburige Sarrià, dat het waagde om bij de Romeinse gouverneur te klagen over diens vervolging van haar geloofsgenoten.

Kritiek op zijn beleid, daar zat de Romein niet op te wachten. En dus werd de welbespraakte maagd op 12 februari 303 gekruisigd, na twaalf eerdere martelingen overleefd te hebben.
 

Teenincident 
Waar die kruisiging plaatsvond, daarover verschillen de legendes. Sommige laten Eulàlia sterven op het Plaça de l’Ángel, ´toevallig´ ook plek waarop de heilige (sinds 633) veel later tijdelijk een teen zou verliezen. Dat gebeurde toen de resten van Eulàlia werden overbracht van de Santa Maria de les Arenes (later de Santal Maria del Mar) naar de kathedraal aan het Plaça Nova, op een schone julidag in 1339.

Een datzelfde jaar in het Latijn geschreven verslag van de verhuizing wijdt geen woord aan het teenincident. Wel bevat het document een gedetailleerde beschrijving van Eulàlia's vlag, die in de processie werd meegevoerd door bisschop van Barcelona, Guillen de Torellas. De anonieme auteur heeft over een vlag´ met een wit kruis op een rood vlak, dat het wapen is van genoemde bisschop, en een afbeelding van Santa Eulàlia, in haar linkerhand een kruis en in haar rechterhand een palmtak.´

Verschillende ontwerpen voor de vlag van Eulàlia.
Na die tijd is er nog flink gesleuteld aan de vlag, die in ieder geval vanaf 1588 (mogelijk eerder) de officiële vlag van de stad Barcelona was. Het kleinood moet twee uitvoeringen hebben gehad, menen vlaggenkundigen. De standaardversie deed dienst in vredestijd, vooral tijdens de religieuze processies,  met die van het Corpus Christi feest als belangrijkste. En dan was er het ´modelletje oorlog´, een handzame banier waarmee de host (militie) van de stad ten strijde trok.
Verbranding van Eulàlia´s vlag. Duitse gravure, wrsch. 18e eeuw.

De laatste keer gebeurde dat in 1714, tegen de troepen van Filips V. Met fatale afloop. De stad werd ingenomen, Eulàlia´s vlag verdween op de brandstapel en haar feest werd verboden.


Sprinkhanenplaag 
Nu stelde dat feest toch al niet zoveel meer voor, sinds Eulàlia in 1687 het patronaat over Barcelona was ontnomen ten gunste van collega-maagd Mercè, die de stad dat jaar had verlost van een sprinkhanenplaag. 

In 1868 mocht Eulàlia van de paus toch weer de stad beschermen, maar wel samen met Mercè. Die laatste had zich in de tussenliggende jaren van een onaantastbare positie verzekerd.

En zo is het tot op heden: het grote feest van de stad (eind september) is dat van Mercè. Uit protest laat Eulàlia - voor altijd een dertienjarige puber en dus opstandig - het af en toe regenen op 24 september, de naamdag van haar concurrente.
In 1924 was Eulàlia´s protest echter niet van water, maar uit steen gehouwen: haar beeld in de kathedraal sprong van z´n sokkel en ging in het stadhuis klagen bij de burgemeester – zonder succes.


Deze week werd bekend wat een gemiddeld gemeenteraadslid van Barcelona als bruto jaarsalaris (incl. onkostenvergoedingen) opstrijkt: 93.837 euro.
Een béétje veel in crisistijd, vinden gewone Barcelonezen. 
De vlag van Eulàlia nu.

Op 12 februari staan diezelfde grootverdieners op het stadhuisbalkon en zwaaien met Eulàlia´s vlag, in Catalonië - oh ironie! - de ´vlag van onze vrijheden´ genoemd.  Wie weet verschijnt ook de heilige zelf ten tonele. Dit keer niet uit eigenbelang, maar om op te komen voor de burgers van de stad. Was dat niet de taak van een stadsheilige? Zet ´m op, Laia! 


Gefeest wordt er gelukkig ook nog tijdens La Laia 2013. Klik hier  voor een pdf van het volledige programma.




BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona, Catalonië en soms zelfs Spanje op onze Facebook pagina!

20-12-2012

Kerstgroeten uit Barcelona



Een kerstgroet uit Barcelona? Tegenwoordig een fluitje van een cent. Een keer drukken op het toetsenbord en het thuisfront heeft ´m.
In oude tijden ging dat even anders. Wilde je een brief van A naar B krijgen, dan moest je een contract afsluiten met een correo, een koerier (correr = rennen). Vaak reisden die koeriers te voet, al waren er ook bofkonten die een paard bezaten. Weer anderen kozen liever of noodgedwongen het ruime sop.
 

Langzamerhand ontwikkelden de koeriers vaste routes en werd het postverkeer georganiseerd door een meester-koerier, de maestro de correos. Diens taak was het in het ‘posthuis’ koeriers die van ver kwamen van eten plus onderdak te voorzien en potentiële klanten te koppelen aan de meest geschikte boodschapper.






Het allereerste posthuis van Barcelona stond in een straatje net binnen de oude Romeinse stadsmuren - nu, heel logisch, Carrer del Correu Vell genaamd, Straat van het Oude Postkantoor.
 Waren daar alle formaliteiten geregeld, dan kon de koerier vertrekken. De eerste stop was echter al na een paar honderd meter, vóór de 12e eeuwse kapel van de Virgen de la Guía o de Marcús in de wijk La Ribera. Daar kreeg de koerier de zegen van de priester, die hem ook een behouden reis toewenste.

 

 

 

De voorzijde van de kapel, aan de C. dels Carders.
De maagd zelve.

De kapel behoorde tot een  herberg annex ziekenhuis voor armen dat was gewijd aan diezelfde Maagd ´van de Gids´.  Het complex werd gebouwd in opdracht van de bankier/handelaar, Bernat Marcús. Marcús was een van de zeldzame burgerraadsheren van graaf Ramón Berenguer IV  en bovendien een van de rijkste  mannen van het 12e eeuwse Barcelona, met een uitgebreid grondbezit  in en om de stad.
  
De grond waarop hij zijn opvangcentrum liet bouwen, lag even buiten de stadsmuren, op het kruispunt van de noordelijke kustweg en de Via Franca, de oude Romeinse heerweg naar Frankrijk en eeuwenlang de belangrijkste verbindingsschakel tussen het Iberisch schiereiland en de rest van West-Europa.
 

De situering aan wat nu de Carrer dels Carders is, maakte van Marcús´ project ook een logische vestigingsplek voor de Confraría dels Correus a Cavall i a Peu. Deze Broederschap voor Koeriers te Paard en te Voet is mogelijk de eerste postdienst in Europa die ook buiten de eigen landgrenzen actief was. De traditie wil dat Bernat Marcús de dienst oprichtte, maar dat is op zijn minst onwaarschijnlijk. De man overleed namelijk een paar maanden nadat in 1166 was begonnen met de bouw van zijn opvangcentrum.

Wantrouwige rijkaard

Placeta d´En Marcús
Of toen al de bijbehorende begraafplaats (nu het Placeta d´En Marcús) gereed was, en of Marcús de eer had deze plek in te wijden? We weten het niet. Mogelijk vormde zijn plotselinge dood stof voor de volgende legende, een van die vele die over de ondernemende bankier de ronde doen:

Tot het vele grondbezit van Bernat Marcús behoorde ook een perceel pal naast de Santa Maria dels Arenys - de ´voorloper´ van de Santa Maria del Mar. Op een goede dag vroeg de parochiepriester aan Marcús of hij de grond niet in bruikleen wilde geven als begraafplaats. De bankier dacht even na en kwam toen met een vermetel voorstel. De parochie zou eigenaar van de grond worden, op voorwaarde dat er binnen twee maanden iemand zou worden begraven. Op deze manier wilde de wantrouwige rijkaard voorkomen dat de parochie de grond een andere bestemming zou geven.

God straft niet altijd onmiddellijk, soms pas na twee maanden. Want wat bleek? Geen enkel lid van de Santa Maria dels Arenys parochie stierf in die periode. In z´n nopjes met dit gelukkige toeval haastte Marcús zich richting kerk. Op het moment dat hij daar op hoge toon zijn bezit opeiste, stortte hij levenloos ter aarde. En zo werd Bernat Marcús, als eerste Barcelonees, begraven op de Fossar de les Morreres.

 De carrer dels Assaonadors (leerlooiers) achter de Marcus-kapel. Johannes de Doper is de beschermheilige van de leerlooiers.

BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona, Catalonië en soms zelfs Spanje op onze Facebook pagina!

11-11-2012

De geheimen van de Santa María del Mar (2)


Niet alleen Maria, ook de stenen van haar kathedraal hebben hun geheimen. Soms moet je heel goed kijken, pas dan vertellen ze hun verhaal. Vlakbij het Plaça de Santa María, aan de kant van de Carrer del Sombreres, ontdek je dan in de kathedraalmuur op ongeveer één meter hoogte een paar stenen met de vage contouren van wapenschilden. Ooit waren dat ´Gereserveerd´ bordjes; voor de paarden van de edelen die in de kathedraal ter kerke gingen.


Eenmaal binnen moeten de edele blikken tijdens saaie en grijze missen regelmatig omhoog zijn gedwaald, naar de zo veel kleuriger gebrandschilderde ramen. Dat waren meestal andere vensters dan nu, als gevolg van grote en kleine rampen die de Santa María in de loop van de tijd troffen. Zo sneuvelden de ramen van de rechtervleugel door de grote brand van 1936, aan het begin van de Spaanse Burgeroorlog.

 

 

FC Barcelona

De huidige ramen van de kathedraal zijn een bont allegaartje van religieuze en niet zo religieuze snit. Zelfs het wapen van de FC Barcelona ontbreekt niet - al is de club voor de gemiddelde culé (Barça-supporter) natuurlijk heiliger dan María of welke santa dan ook.


Nee, écht heiligschennis is, vinden de Catalanen, de aanwezigheid van Filips V in de kerk. De Frans-Spaanse koning die op 11 september 1714 de stad innam en daarbij duizenden Catalanen doodde. Wat het nog erger maakt, is de locatie van het raam waarop Filips prijkt. Dat bevindt zich in de rechtervleugel, en wel pal tegenover de Fossar de Les Moreres. De plek dus, waar ooit veel van de `martelaren van 1714´ begraven lagen en tegenwoordig hét monument voor La Diada, zoals 11 september in Catalonië wordt genoemd.



Lesje geschiedenis

De zeer Catalaanse krant Avui onderzocht in 2009 de macabere aanwezigheid van Filips in de Santa María del Mar, na een tip van een verbaasde bezoeker van de kathedraal. 

De speurtocht leverde alleen vragen op. Is het raam uit de jaren zestig en daarmee een lesje geschiedenis van het Franco-regime? Of dateert het pas, zoals sommige deskundigen menen, uit 1990, toen de Santa María de tot nu toe laatste grote restauratie onderging? En vóór de burgeroorlog? Was de kop van die vermaledijde Filips toen ook al in ´onze´ kathedraal te zien?


De vorst zelf doet er het zwijgen toe. Naast hem buigt echtgenote Maria Louise bevallig heur hoofdje. Haar man kijkt wat wazig voor zich uit, de rug stug gekeerd naar de Fossar de les Moreres.

.

12-10-2012

De geheimen van de Santa Maria del Mar (1)


Arme Maagd Maria. Ze staat er, in al haar onschuld, wat eenzaam bij, daar boven de absisdeur van de Santa Maria del Mar. De meeste toeristen lopen haar na een bezoek aan de Kathedraal van de Zee straal voorbij, in gedachten al bij de carrer de Montcada. Eenmaal in het befaamde straatje schuiven ze aan bij de meestal lange rij wachtenden voor het Picasso-museum.

Maria buigt haar linkerheup bevallig, haar blik gaat richting carrer de Montcada. Het is alsof ze maar wat graag ook eens een kijkje zou willen nemen in het straatje. Niet vanwege Pablo P. en zijn moderne kunsten, maar om historische redenen. In de carrer de Montcada woonden in Middeleeuwen immers de allerrijksten van Barcelona. Het was vooral dankzij hun geld dat in de 14de eeuw Maria´s kathedraal kon worden gebouwd.


Op sterven na dood 
Er is nóg een verklaring voor Maria´s lichaamshouding. Een geschiedenis die zich afspeelt in een niet nader te duiden jaar:

Het liep tegen het einde van de dag. De avondklok had nog niet geklonken toen vlakbij de Santa Maria del Mar, in de carrer de Flassaders (de straat van de dekenmakers), twee dieven het huis van een oude vrek binnendrongen. Gealarmeerd door het geschreeuw van de grijsaard nam een jonge dekenmaker poolshoogte. In het huis trof hij de oude man op de vloer, badend in het bloed en op sterven na dood.

In paniek rende de jongeling naar zijn eigen huis verderop in de straat en dook daar onder de eigenhandig gemaakte dekens. Wel liet hij het licht branden.
Dat laatste zou hem noodlottig worden.

Kort nadat de dekenmaker het hazenpad had gekozen, arriveerde de nachtwacht bij het huis van de nu morsdode vrek. In de bloedplas rond het lijk vond de nachtwacht een paar draden wol. Eenmaal weer buiten op straat zag hij in slechts één huis nog licht. De wakkere Sherlock wist genoeg…


Onschuldig 
De gevangenis stond vlakbij het Plaça de l´Àngel, de galg op het Pla del Palau. De hele weg naar de executieplaats schreeuwde de jongen dekenmaker zijn onschuld uit. In de carrer de Montcada was er eindelijk één iemand die naar hem luisterde: Maria. Vanaf haar hoge standplaats draaide ze zich richting carrer Montcada en keek indringend maar vooral liefdevol op de veroordeelde neer.
Voor het verzamelde volk was er geen twijfel: de jongen was onschuldig. En dus werd hij vrijgelaten.

Iets te gemakkelijk om waar te zijn, deze ingreep van Maria? Er bestaat ook nog een tikkeltje andere versie van het verhaal. Die zegt dat op het moment dat Maria haar verlossende blik wierp de boeien van de jongen braken.

Maria zelf kan geen uitsluitsel geven over wat er nu werkelijk is voorgevallen. In 1936 sneuvelde ze tijdens de Spaanse Burgeroorlog, precies 230 jaar oud. Op haar plaats staat sinds 1939 een dubbelgangster, gemaakt door de beeldhouwer Frederic Ma
rès. En deze dame weet natuurlijk van niets. De onschuld zelve.


De kopie van het Mariabeeld, gemaakt door Frederic Marès in 1939. De Duitse beeldhouwer Conrad Rudolf maakte in 1706 het origineel. Het beeld stond oorspronkelijk op een obelisk aan de Passeig del Born. De obelisk werd vernietigd bij de inname van Barcelona in 1714 door Filips V, waarna het beeld verhuisde naar de absisdeur van de Santa Maria del Mar. In 1936, aan het begin van de Spaanse Burgeroorlog, werd het door anarchisten vernietigd.




11-03-2012

Plaça de l´Àngel, het oude centrum van Barcelona



De merksteen op de Plaça del Blat moet er volgens deze vroeg-20ste eeuwse reproductie zo hebben uitgezien.



´Dat is de plaça del Blat´, had zijn vader gezegd, ´het centrum van Barcelona, zie je die steen in het midden van het plein?´ en Arnau keek naar de plek die zijn vader hem aanwees. ´Nou, die steen betekent dat de stad vanaf dat punt in vieren is verdeeld: het kwartier van de Zee, van de Framenors, van Pi en van de Salada of Sant Pere.´

Bovenstaand citaat is afkomstig uit De Kathedraal van de Zee (La Catedral del Mar), de bestseller van Ildefonso Falcones, waarvan het verhaal zich afspeelt tegen de achtergrond van de bouw van Santa Maria del Mar in de 14e  eeuw. Een spannend en meeslepend boek en ook nog eens heel informatief. Dat komt omdat Falcones – kind van Barcelona, en behalve schrijver ook advocaat - behoorlijk goed de historische feiten volgt. Spelenderwijs kom je zo van alles te weten over het leven in het Barcelona van de 14e eeuw en over hoe de stad er toen uitzag.

Plaça del Blat, zo genaamd vanwege de tarwe (blat) die er werd verhandeld, bestaat dan ook echt, al luidt de tegenwoordige naam Plaça d´Àngel, Plein van de Engel.
Die naam dankt het aan een wonder dat er in juli 1339 zou hebben plaatsgevonden. Op de eerste zondag van die maand werden de resten van Barcelona´s patroonheilige Eulàlia overgebracht van de in aanbouw zijnde Santa Maria del Mar naar de kathedraal van de stad. Toen de stoet monniken onder leiding van koning Pere III op het Plaça del Blat aankwam, gebeurde er iets vreemds: van het ene op het andere moment was Eulàlia's kist letterlijk niet te tillen. 


Donder en bliksem
Wat te doen? Gelukkig, een paar tellen later verscheen een engel, onder het geraas van de nodige donder en bliksem. De engel zelf gaf geen kik, maar wees slechts beschuldigend naar een van de monniken die de kist droegen, om vervolgens weer net zo snel te verdwijnen als hij of zij was gekomen.

Als je door engel wordt beschuldigd dan rest je slechts één ding: bekennen. Beschaamd vertelde de monnik zich een teen van Eulàlia te hebben toegeëigend.



Een kleine replica uit 1966 van het originele engelbeeld,
boven het balkon van het gebouw aan het Plaça de l´Àngel 2.
De engel gaf geen kik, maar wees slechts beschuldigend naar een van de monniken 
Of de dief in de stadsgevangenis is beland – die toen aan jet Plaça del Blat stond -, dat vertelt het verhaal niet. Evenmin hoe de Eulàlia´s teen weer werd bevestigd aan haar maagdelijke voetje. Wel dat dat haar kist vanaf dat moment licht als een veertje was en de processie zonder verdere problemen de kathedraal bereikte. 



Het  Plaça de l´Àngel rond 1930, met midden op het plein de toen kersverse ingang (Jaume I) van de metro. Het beeld van de engel was al halverwege de 19de eeuw verwijderd. ´Te groot voor zo´n klein plein´, luidde het oordeel van de autoriteiten. Te zien is het echter nog altijd: in het Museu d´Història de Barcelona aan het Plaça del Rei.
Eerst zien, dan geloven
Hetzelfde jaar al werd besloten om het plein te verrijken met een afbeelding van Eulàlia. Een plan dat vreemd genoeg pas halverwege de 15de eeuw werd uitgevoerd. Toen kreeg de boog die als ingang diende van de Baixada de la Presó (nu de Baixada de la Llibreteria) een beeldje van de heilige. Weer veel later, in 1618, kreeg de engel een beeld op het plein. Vanaf dat moment ook noemden de inwoners van de stad het plein Plaça de l´Àngel – een naam die 1865 ´officieel´ werd. Kennelijk gold voor de Barcelonezen: eerst zien, dan pas geloven.

Zoals gezegd, ook Barcelonees Ildefonso Falcones houdt zich liever aan de historisch wat hardere feiten, wanneer het gaat om de setting van zijn  verhaal. De markeersteen uit het citaat hierboven heeft dan ook echt bestaan - de eerste bronvermelding dateert uit 1316. En in De Kathedraal van de Zee wijdt de schrijver meerdere pagina´s aan de overbrenging van Eulàlia´s resten. Aan het wonder van de engel? Geen woord.

Ildefonso Falcones – de Kathedraal van de Zee. Uitgeverij Sijthoff, 2007. 671 pagina’s.

 


Wil je langs deze en andere plaatsen die een belangrijke rol spelen in het meeslepende boek van Ildefons Falcones? Ga mee met onze Kathedraal van de Zee-wandeltour! Meer info vind je hier.

01-12-2011

Gaudí met LED


Koud brandt de kerstverlichting (zie het You Tube filmpje hierboven) of burgermeester Trias wil méér licht in Barcelona. Bericht in La Vanguardia  deze week:  het gemeentebestuur ziet nieuwe straatverlichting als een ´prioriteit´.

Eerste vraag in tijden van crisis: Wat kost het?

Valt mee en toch tegen. Eerst de energie- en dus kostenbesparende toverwoorden: ´LED´, ´intelligent´ en ´telecontrol´. Voluit:  Een systeem dat -  en vanaf hier citeer ik de TU Delft –  ´bestaat uit lantaarnpalen met LED-verlichting, omgevingssensoren en draadloze communicatie. De lantaarnpalen kunnen hiermee de lichten dimmen als er geen auto’s, fietsers of voetgangers in de buurt zijn. Ook kunnen ze draadloos met elkaar en met een centrale communiceren.´

Goed voor zo´n 80 procent minder energiegebruik, zegt Delft, dat zelf aan zo´n wonderlichtsysteem werkt. (Al op de hoogte van de plannen van Barcelona, dames en heren in Delft? U wordt niet genoemd door La Vanguardia.) En ook de onderhoudskosten van het systeem zijn minder hoog.

Dat is natuurlijk prachtig. Wat blijft - de tegenvaller - zijn de hoge omschakelkosten. Voor een stad als Barcelona (114.000 straatlantaarns met één of meer lampen)  zo´n 100 miljoen euro.
Toch gaat het plan hoogstwaarschijnlijk door. De eerste proeven (zonder de TU dus) zijn hoopgevend. En, nog belangrijker, de Partido Popular (PP) is vóór; zonder deze rechtse zeer Spaanse partij is het anno 2011 zelfs in Barcelona moeilijk besturen. Alberto Fernández Díaz, de locale PP-voorman, ziet het lichtplan als de kans voor Barcelona om zich te ontdoen van ´haar complexen als trieste en donkere stad´.

Barcelona met gaslicht: ook mooi!
Señor Fernández Díaz overdrijft natuurlijk. We leven niet meer in 1842, toen de eerste twee gaslantaarns in de stad verschenen, voor de Santa Maria del Mar in El Born. En ook 1882 is ver verleden tijd. Dat jaar kreeg de Passeig de Colom als eerste straat in Barcelona elektrisch licht. De twee beroemdste lantaarnpalen van de stad, die van Gaudí op de Plaça Reial, moesten overigens nog wachten tot 1890. Dat zal dit keer, met de LED-lampen, ongetwijfeld sneller gaan.

Gaudí met LED. Klinkt goed.