21-12-2018

Iedereen zijn Lluís Companys


Vandaag besloot de Spaanse ministerraad om het doodvonnis van Lluís Companys wettelijk nietig te verklaren. De ministerraad was bijeen in Barcelona, precies één jaar na de door de vorige Spaanse regering opgelegde Catalaanse parlementsverkiezingen. Opnieuw werd Lluís Companys, de 'Martelaar -President' ingezet voor politieke doeleinden.


"Als Carles Puigdemont dinsdag de Catalaanse onafhankelijkheid uitroept, dan kan hij eindigen zoals Lluís Companys 83 jaar geleden."
Aldus woordvoerder Pablo Casado (nu partijleider) van de toen nog regerende Partido Popular  tijdens een persconferentie  eind vorig jaar.

Joan Tardà, woordvoerder in het Spaanse parlement van Esquerra Republicana Catalunya (ERC; in de jaren dertig mede-opgericht door Companys) reageerde op Twitter:
“Ja, Pablo Casado, we weten hoe het afliep met onze President Companys, gefusilleerd door het leger. Maakt het je gelukkig om onze weerloze volk daaraan te herinneren?”

Casado had het over de gevangenisstraf die Companys in 1934 kreeg na het eenzijdig uitroepen van een Catalaanse staat; Tardà over het fusilleren van de Catalaanse president door het Franco-regime in 1940.
De figuur Lluís Companys (1882 -1940) is sinds diens dood vaker ingezet voor eigen politieke doeleinden, zo leert de geschiedenis



Lluís Companys, de 'Catalaanse heethoofd'.
Voor Catalonië!
Op 26 januari 1939 nemen Franco´s troepen Barcelona in. Drie dagen eerder heeft Catalaanse president Lluís Companys met zijn regering de stad verlaten. Begin februari vlucht hij naar Frankrijk.  Op 13 augustus 1940 leest Companys in Vies des Saints (Heiligenlevens) in zijn woning in het Bretonse Baule-les – Pins, die hij deelt met zijn vrouw, Carme Ballester.

Dan gaat de bel. De Gestapo. Companys wordt uitgeleverd aan het Franco-regime en belandt na vijf weken in geïsoleerde gevangenschap in Madrid uiteindelijk in zijn kasteel op de Montjuïc in Barcelona. Het proces daar op 14 oktober duurt 45 minuten. Companys wordt ter dood veroordeeld voor ‘militaire rebellie' en de volgende ochtend gefusilleerd. 'Per Catalunya!' (Voor Catalonië!), roept hij terwijl de geweren knallen. Benjamín Benet, Catalaan en lid van Franco´s Policía Armada (de beruchte ‘grijzen’), geeft hem het genadeschot. 


Lluís Companys op de binnenplaats van het Montjuíc-kasteel, kort voor zijn executie.

In Catalonië kwam de mythe van de Catalan hothead moeizaam tot leven

Dat betekent het einde van het leven van de Catalaanse president, maar ook van diens politieke biografie. Zo werden - onder veel meer - Companys onbesuisde uitroepen van de Catalaanse Staat (1934, de reden van zijn gevangenisstraf), zijn discutabele rol in de sociale revolutie van 1936, en het mislukken daarvan in 1937 irrelevant. Voortaan was Lluís Companys Martelaar-President.


Ruimhartige geste
‘God en de geschiedenis zullen oordelen over zijn daden. Wij Catalanen zullen zijn dood nooit vergeten’, schreef de naar Frankrijk uitgeweken Joan Antoni Güell, in zijn Journal d'un expatrié catalan 1936-45. (1946). 

Een ruimhartige geste van Güell, lid van de befaamde dynastie. De man was immers in 1931 namens de conservatieve Lliga Regionalista burgemeester van Barcelona. Totdat op 14 april 1931 Lluís Companys de Republiek uitriep, nog voor dat dit later die dag in Madrid gebeurde. Plaats van handeling was het balkon van het stadhuis aan het Plaça de Sant Jaume. Binnenin het stadhuis hadden partijgenoten van de ERC Companys even eerder de burgemeesterstaf in handen gedrukt, onder de voorzichtige protesten van Antoni Martínez i Domingo, die de honneurs waarnam voor de afwezige Guëll.

Dodenmis
In Catalonië zelf kwam de mythe van de Catalan hothead (Time, 1936) moeizaam tot leven. In de jaren 40 en 50 herdachten slechts Companys oude ERC-makkers op 15 oktober jaarlijks diens dood, uiteraard clandestien. Pas in de jaren zestig won met de opkomst van de brede verzetsbeweging tegen Franco ook Companys en vooral diens sterven aan belang. In 1965 werd zijn 25ste sterfdag uiteraard nog steeds clandestien maar groots en vooral breed herdacht. Illegale kranten kwamen die dag met artikelen over Companys’ leven en sterven. In de straten van Barcelona verschenen posters met zijn beeltenis. Aan de Diagonal organiseerden de Kapucijnen van het Pompeia-convent een dodenmis.


 Met de komst in 1980 van een eigen parlement hadden de meeste Catalaanse politieke partijen geen behoefte meer aan een eigen nationale martelaar



Een jaar later verscheen de eerste Companys-biografie, geschreven door linkse Catalanist Manuel Viusà. Een Companys-herdenking door linkse Catalinisten en Communisten in Lleida, hoofdstad van Companys thuisprovincie, werd in 1970 door het Franco-regime verijdeld. In de jaren daarna groeide Companys faam als symbool van verzet alleen nog maar. Het was de tijd waarin de roep om de her instelling van het Catalaanse Autonomiestatuut steeds sterker werd, dankzij de impuls van de invloedrijke verzetsbeweging Assemblea de Catalunya.

Grote hoogten
Dat Autonomiestatuut kwam er uiteindelijk in 1980, vijf jaar na de dood van Franco. In
de tussenliggende tijd was Companys ster gestegen tot grote hoogten gestegen. Heel politiek Catalonië, links en rechts, deed mee aan de verering, inclusief de Christen-Democraten van Unió Democràtica de Catalunya (UDC) en Convergència Democràtica de Catalunya (CDC)  liberale partij van Jordi Pujol, de latere president van Catalonië, die later samen als Convergencià i Unió (CIU) zouden optrekken. 


Gedeelte van de Fossar de La Pedrera op de Montjuïc.

Beide partijen waren in 1976 zelfs medeorganisatoren van de Companys-herdenking op de Fossar de La Pedrera, het massagraf op de Montjuïc-heuvel in Barcelona waar het lijk van Companys zou worden gedumpt - samen met de stoffelijke resten van 1700 anderen door het Franco-regime geëxecuteerden. Companys zuster Ramona slaagde er echter in - mogelijk door omkoping- om het lichaam van haar broer geplaatst te krijgen in een nis (nummer 7128) op de reguliere begraafplaatsen. In 1978, bezocht de teruggekeerde president in ballingschap Josep Tarradellas (hoofd op dat moment van een ‘voorlopige’ Generaliat) op 15 oktober het graf van de man waaronder hij minister was.

Ritueel
Het was het begin van een jaarlijks terugkerend ritueel. Niettemin verloor Companys in de jaren daarna veel van zijn politieke belang. De figuur Companys herinnerden de Catalanen aan de wonden die de Spaanse staat hun land had aangedaan. Toen in 1980 Catalonië ook weer een eigen parlement kreeg, hadden de meeste politieke partijen echter geen behoefte meer aan een eigen nationale martelaar. Bovendien waren de verkiezingen gewonnen door Jordi Pujols CIU, een partij die net als eerder de Lliga Regionalista zich vooral sterk maakte voor een sterk Catalonië binnen Spanje. 

Het mausoleum van Lluìs Companys op de Fossar de La Pedrera.

 In 1991 wist slechts 34 procent van de Catalanen wie Companys was

Companys' eigen ERC speelde jarenlang geen politieke rol van betekenis. Herhaaldelijk pogingen van de partij voor een monument voor de Martelaar-President werden genegeerd, zowel door de CIU-regering als door de socialistische gemeenteraad van Barcelona. In 1991, een jaar na een tamelijk grootscheepse herdenking (tentoonstelling, concerten etc.) van Companys’ 50ste sterfdag wist slechts 34 procent van de Catalaanse bevolking wie hij was, zo bleek uit een onderzoek van de het Catalaanse instituut Fundació Acta.


Precedent
Wel werd tussen 1984 en 1990, zoals eerder beloofd door de Catalaanse autoriteiten, de Fossar de Pedrera herschapen in een monument voor de slachtoffers van het Franco-regime. Companys resten werden hier in 1985 in een mausoleum geplaatst.


 Pogingen van ERC om het doodvonnis van Companys nietig te laten verklaren stuitten echter op indirect verzet van het Pujol-bewind. In maart 1985 nam het Catalaanse parlement een ontwerpresolutie aan, alhoewel ‘Madrid’ de uiteindelijke bevoegdheid tot nietigverklaring zou hebben. In oktober datzelfde jaar kwam de regering-Pujol echter met eigen resolutie, die de onwettigheid van Companys' doodvonnis weliswaar bevestigde, maar tegelijk stelde dat 'de rechten van alle onschuldige slachtoffers van de burgeroorlog – gesymboliseerd door het offers van degene die hun president was geweest – al waren hersteld in het licht van rechtvaardigheid en gelijkheid'.

 Pogingen van ERC om Companys' doodvonnis nietig te laten verklaren stuitten op indirect verzet van het Pujol-bewind


Waarmee een conflict met de centrale regering in Madrid werd voorkomen. Legale nietigverklaring van Companys doodvonnis zou immers een precedent scheppen, met niet te overziene gevolgen voor het Spaanse juridische systeem.


Wet op de Historische Herinnering
De Catalaanse verkiezingen van 2003 maakte een eind aan 23 jaar onafgebroken CIU-hegemonie. In de jaren ernaar deed ERC nieuwe pogingen tot nietigverklaring van Companys doodvonnis, gesteund door de belofte van de socialistische Spaanse premier Rodríguez Zapatero  - wiens grootvader tijdens de burgeroorlog werd gefusilleerd door soldaten van Franco. De premier beloofde te zorgen voor eerherstel voor en steun aan de slachtoffers van het Franco-regime. Zapatero en zijn vice-president Lopéz de Vega kwamen in 2004 zelfs opdraven bij de jaarlijkse Companys-herdenking op de Montjuïc.


De Wet op de Historische Herinnering werd uiteindelijk in december 2007 door het Spaanse parlement geloodst in een sterk verwaterde versie, waarin bijvoorbeeld de financiering van de ontruiming van de talloze massagraven niet was vastgelegd. De ERC-fractie in het parlement stemde tegen, de CIU was voor.
Lluís Companys achter de tralies na de gebeurtenissen van 1934.

Twee jaar later werd de zaak-Companys wat betreft de Zapatero-regering definitief gesloten. Companys werd persoonlijk gerehabiliteerd, maar elke mogelijkheid tot nietigverklaring van het vonnis in de toekomst uitgesloten.

De ERC, op dat moment samen met de IVC en de PSC aan de macht in Catalonië, legde zich hier niet bij neer. in 2013 onderzocht een Argentijnse rechter de Franco-misdaden. Een onderzoek zonder gevolgen tot nu toe. Naar aanleiding van het Argentijnse onderzoek vroeg Interpol de Spaanse regering om uitlevering van voormalige Franco-ministers. De PP-regering legde het verzoek naast zich neer.

Hot hot hot
Driekwart eeuw na zijn dood was de Catalaanse heethoofd plotseling weer hot hot hot, binnen de al oververhitte Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging. Companys grootste bewonderaar kwam in 2015 zelfs uit CDC-kringen:  Artur Mas, op dat moment president van Catalonië. 'Slechts vijf presidenten scheiden mij van Lluís Companys', schreef Mas dat jaar in een artikel getiteld Hommage aan een verdediger van de Catalaanse instituties in de Franse krant Libération van 12 augustus, de datum waarop veertig jaar eerder de arrestatie van Companys plaatsvond. 'Companys’ mandaat was niet gemakkelijk'  stelde Mas. 'President Companys moest niet alleen vechten tegen de fascistische rebellie van Generaal Franco, maar ook tegen een Spaanse regering die weinig respectvol stond tegenover de identiteit van Catalonië en de Catalaanse instituties.'


Misleiding
Op 12 september vorig jaar (één dag na ‘La Diada’,  Catalonië’s nationale herdenkingsdag) verklaarde het Spaanse parlement Lluís Companys doodvonnis eindelijk nietig. De Partido Popular, voortkomend uit het Franco-regime, stemde tegen. Companys’ 'eigen' ERC ook, omdat de nietigverklaring geen juridische gevolgen heeft. Daarvoor is een aanpassing van de Wet op de Historische Herinnering nodig. "Een misleiding", noemde Joan Tardà de nietigverklaring. 


 Het is nog maar de vraag of die wettelijke aanpassing er vandaag werkelijk  komt. Een dergelijke aanpassing moet worden goedgekeurd door de Spaanse Eerste Kamer, de Senaat. En daarin heeft de Partido Popular de absolute meerderheid



'Madrilenen! Catalonië houdt van jullie.' Propagandaposter van de Catalaanse regering tijdens de Spaanse Burgeroorlog.



Ja Sóc Aquí!

El Prat, het vliegveld van Barcelona, heet voortaan  'Aeropuerto Josep Tarradellas'. Zo besloot de Spaanse regering vandaag (en bijna ter plekke). Tot ergernis van de Catalaanse regering, die van niets wist. 

Toen de 'president in ballingschap' op 23 oktober 1977 op El Prat arriveerde, wisten veel Catalanen ook van niets. Sterker, ze hadden tot voor kort nog nooit van de man gehoord.  Het enthousiasme was er niet minder om.

 

Een passage in Homage to Barcelona, van de Ierse schrijver Colm Tóibín. We gaan met hem terug naar 23 oktober 1977, naar de Plaça de Sant Jaume in Barcelona:  

He went to the balcony of the Generalitat building in the square and began to address the crowd. He had had forty years to write the speech, a long time in politics, perhaps too long, and his rhetoric came across as bloated and vague. Ja sóc aqui he told us at the beginning of each sentence, as though he were Martin Luther King saying ´I have a dream´. But Ja sóc aqui simply means ´I am here now´ and nobody was impressed. 

That Sunday afternoon, less than two years after Franco´s death, the old man droned on from the balcony and the specially invited audience in the square began to laugh at their new President. Each time he said Ja sóc aqui further mirth broke out and in the weeks afterwards Ja soc aqui became a joke, something you said as you arrived in a bar.


Historisch
Tot zover Colm Tóibín, in 1977 bewoner van Barcelona en die dag in oktober ooggetuige, zoals hij zelf nadrukkelijk stelt: I was there the day Tarradellas came back to Barcelona. I stood in the Plaça de Sant Jaume and watched his car weave through the cheering crowd. It was to be a day of great emotion for Catalans.

Waarna de hierboven weergegeven beschrijving volgt van een gebeurtenis die in Catalonië altijd wordt gekoppeld aan woorden als beroemd´, mythisch, historisch. En niet alleen om het Ja sóc aqui. Het ging immers om de terugkeer van hun president. (Dat veel Catalanen een jaar eerder nog nooit van Tarradellas hadden gehoord, doet daar niets aan af.)

Colm Tóibín ziet het niet meer zo helder.
Kippenvel
Dat maakt nieuwsgierig naar de tv-beelden van bijna 35 jaar geleden. Gelukkig zijn die er. Op de site van de Spaanse televisie staat sinds 2009 in twee delen het complete verslag van de gebeurtenissen van de dag, die begon met de aankomst van Tarradellas op het vliegveld El Prat. De beelden worden op de site ingeleid met onder meer de volgende woorden:
Op 23 oktober 1977 vibreerde Catalonië, door de komst van haar president Josep Tarradellas. Het volk liet hem niet aan het woord; de burgers waren geëmotioneerd, opgetogen, gelukkig, vol vertrouwen en enthousiast. Ze wilden het Statuut. 

Toen Josep Tarradellas eindelijk kon spreken, waren zijn eerste woorden: 'Burgers van Catalonië:  ‘Ik ben hier’, een uitdrukking die je nog steeds, tot op de dag van vandaag, kippenvel bezorgen en tranen in je ogen. Plaats van handeling was de Plaça de Sant Jaume van Barcelona, waar een grote menigte zich had verzameld. Tarradellas kwam uit zijn ballingschap vol van energie en klaar om recht te doen aan Catalonië.

Wel wat anders dan het gelach en de spottende vrolijkheid van Tóibín.

Maar wie heeft er nu gelijk? Het tweede deel van de tv-beelden begint met de balkonscène. Oordeelt u vooral zelf, maar ik hoor en zie geen spottend lachende menigte, wel één die enthousiast reageert op de woorden van Tarradellas (vanaf 03.33).





Jolig
Het waarom van Colm Tóibíns woorden is mij een raadsel kortom. Stonden de gebeurtenissen de schrijver niet helder meer voor de geest  - Homage to Barcelona verscheen in 1990 - en liet zijn geheugen hem bij het schrijven in de steek? Of is het meer een kwestie van perceptie? Waren Tóibín en zijn vrienden uit het Barcelonese nachtleven op het moment zélf misschien niet zo helder? Beneveld door de nodige spiritualia en daardoor in een jolige stemming?

 De president zwalkt door het Catalaanse volkslied als een zwaar aangeschoten Maaier


Ja, nu, zoveel jaren later, kun je óók lachen om de tv-beelden, al gaat daarbij om ‘randverschijnselen´. De lipsyncende presidentsvrouw bijvoorbeeld. Wat meteen duidelijk maakt dat de toespraak van haar man in huize Tarradellas langdurig was gerepeteerd. (Géén veertig jaar, Tóibín, Tarradellas was pas in 1954 benoemd.)  


Zelfs zo langdurig dat het oefenen van Els Segadors  (De Maaiers) er kennelijk bij was ingeschoten: de president zwalkt door het Catalaanse volkslied als een zwaar aangeschoten maaier (vanaf 07.15) . 

Aandoenlijk, maar zeker ook grappig, doordat het prompt begint te plenzen. En wat zegt men in Spanje wanneer iemand slecht of vals zingt? Para, que va a llover! Stop, want anders gaat het regenen!


PS. Dat zingen is puur mijn mening. Mijn vrouw bijvoorbeeld, vindt dat Tarradellas prachtig zingt, 'met veel emotie'. Zo werkt de menselijke perceptie nu eenmaal.

26-03-2018

Barceloneta - een kazernewijk voor vissers


Oude luchtfoto van Barceloneta. Centraal boven  de stierenarena El Torín (afgebroken in 1944), rechtsboven machinefabriek La Maquinista.
 
In Barcelona´s handels- en zeewijk La Ribera gingen tussen 1715 en 1718 zo`n duizend huizen tegen vlakte. Op hun plek bouwde de Vlaming Joris Prosperus van Verboom namens Filips V van Bourbon de ‘Ciutadella’. Een gigantisch stervormig fort, van waaruit voortaan 8000 soldaten de stad onder de Bourbon-duim hielden. Zo werden de Barcelonezen voor hun ontrouw gestraft. In de strijd om de Spaanse koningskroon hadden ze immers meegevochten aan de zijde van de Habsburgers en hun bondgenoten.


Barcelona tussen de muren 1716-1854, rechtsonder het Ciutadella-fort. Links El Raval.

Vervangende woonruimte
Filips wilde wel zorgen voor vervangende woonruimte. Citadelbouwer Verboom kreeg de opdracht voor het ontwerp van een nieuwe woonwijk, die buiten de stadsmuren moest verrijzen. 


Het plan werd om onduidelijke redenen niet uitgevoerd. De dakloze Ribera-bewoners kwamen terecht in El Raval - toen nog schaars bewoond - of in leegstaande huizen. Hele families waren immers gesneuveld tijdens het beleg van Barcelona door de troepen van Filips. Ook bouwden sommigen barakken op de plek waar de nieuwbouwwijk had moeten komen, de ziltige zandvlakte tussen de zee en wat tot circa 1480 het Illa de Maians was, een eilandje in zee net buiten het middeleeuwse Barcelona, (ongeveer waar nu het Estación de Francia staat).



Het Maians-eiland en  het opschuivende  strand van Barcelona en, vanaf 1853, Barceloneta.


Knellende stadsmuren 
Pas in 1749 werd het oude plan voor Barceloneta weer tevoorschijn gehaald. Om een late goedmaker ging het niet. Het was bittere noodzaak. Het industriële tijdperk was begonnen, de bevolking groeide sterk en de stadsmuren knelden. En zo werd Barceloneta (‘Klein Barcelona’) alsnog gebouwd. Door een rasechte Spanjaard, Juan Martín Cermeño, die zich overigens wel liet leiden door de plannen van zijn illustere Vlaamse voorganger.


De eerste steen werd gelegd op 3 februari 1753. Een paar jaar verder telde Barceloneta al 300 huizen en 1570 bewoners – het merendeel ambachtslieden, vissers en havenarbeiders. Slechts 19 families waren afkomstig uit La Ribera.

Kazerne
Barceloneta stond onder rechtstreeks militair gezag en had de uitstraling van een kazerne: lange rechte huizenblokken met identieke woningen van elk ruim 64 m2 per verdieping. De straten links en rechts dienden als tuin annex binnenplaats. Elke woning had dan ook twee buitendeuren, hoekhuizen zelfs drie. Hoger bouwen dan twee woonlagen mocht niet; de kanonnen van de Ciutadella stonden weliswaar op de stad gericht, in noodgevallen moesten ze wel de zee kunnen bereiken. 



De eerste steen werd gelegd op 3 februari 1753. Een paar jaar verder telde Barceloneta al 300 huizen en 1570 bewoners 

De vraag naar woonruimte bleef groeien en veel huiseigenaren roken geld. Op elke verdieping kwam een familie (lees: pa, ma, rits kinderen, opa, oma et cetera). De volgende stap: een tussenmuur en dus ruimte voor vier huishoudens. Nu ja, ‘ruimte’: iedere familie huisde op 35 m2. Barcelona was voortaan de wijk van de cuartos de casa, de kwart-huizen.

Fabrieken
Het toestaan van een tweede verdieping in 1839 en zelfs een derde in 1868, een jaar voordat de Ciutadella werd afgebroken, bracht geen soelaas. Want inmiddels hadden de industriëlen Barceloneta ontdekt. Hun fabrieken zorgden voor nieuwe stromen bewoners. Boegbeelden van de wijk werden de gasfabriek Catalana de Gas (later Catalana de Gas y Electricidad) en de machinefabriek La Maquinista, waar maar liefst 1200 mensen werkten.



Catalana de Gas y Electricidad in de jaren zestig van de vorige eeuw.

Barceloneta werd hoger en hoger. In 1930 werd er zelfs al zeven woonlagen hoog gebouwd - al kwam de officiële toestemming daarvoor pas in 1958. Wie op een van de onderste verdiepingen leefde, zat de hele dag in het donker.

La Maquinista

De zware industrie is al vele jaren weg uit Barceloneta. Van Catalana de Gas staat de watertoren nog overeind en de metalen ring van de gashouder, van La Maquinista rest de toegangspoort. Wil je echter verder terug, naar het allereerste begin, dan kan dat. In de Carrer Sant Carles vind je het Casa de Barceloneta uit 1761 (nu ja, een paar stenen), het enige huis op de kop van een woonblok dat maar twee woonlagen heeft.

Casa de Barceloneta 1761


Voor de leukste Barcelona fiets en wandeltours: Barcelona Revisited

BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

20-03-2018

Columbus, Picasso en Bono in één straatje


Het is ogenschijnlijk een straatje van niks, maar de Carrer de la Plata, gelegen pal achter de oude haven van Barcelona, staat voor Geschiedenis met een grote G. De Carrer de la Plata komt uit op de Passeig de Colom en met die naam begint het al. 

Columbus
Want de befaamde ontdekkingsreiziger heette volgens Catalaanse historici dus mooi Colom. Jazeker, beweren zij, Columbus was een rasechte Catalaan, evenals de meesten van zijn bemanningsleden. Een van hen, Galvany, was zelfs de allereerste Europeaan die voet op de Bahama´s zette, de eerste ontdekking van zijn baas in 1492. Buiten werktijd moet matroos Galvany een huis bewoond hebben ‘ergens’ in de Carrer de la Plata.

Picasso
Ergens ook in dezelfde straat, op nummer 4 of 5, huurde pa Picasso in 1896 voor zijn veertienjarige zoontje Pablo diens allereerste atelier. De eigenaren van de voormalige tapasbar op nummer 3 dachten er - ongetwijfeld om commerciële redenen - anders over. Op hun gevel prijkt een levensgrote reproductie van een van Picasso´s bekendste schilderijen.





Picasso schilderde het niet in de Carrer de la Plata - in 1899 verkaste hij al naar een nieuw atelier- maar in een Frans Pyreneeëndorpje, tussen 1906 en 1907. Toen kunstcriticus André Salmon het schilderij in 1916 voor het eerst tentoonstelde, doopte hij het werk Les Demoiselles d’Avignon - in dit filmpje een uitgebreide analyse van het werk  - om een schandaal te voorkomen. 

Catalaanse hoertjes
Want de Franse juffertjes uit Avignon waren in werkelijkheid Catalaanse hoertjes uit een bordeel vlakbij de Carrer de la Plata, aan de Carrer d’Avinyó nummer 44. Picasso ging, jong als hij was, weleens ‘buurten’ bij de roze dames. Bordeelbezoek door late pubers was een maatschappelijk geaccepteerd verschijnsel in het Barcelona van eind negentiende, begin twintigste eeuw

Picasso was niet blij met de fatsoensactie van Salmon. Zijn leven lang noemde hij het schilderij steevast El burdel


De Franse juffertjes uit Avignon waren in werkelijkheid Catalaanse hoertjes

Bono

Haven betekent nu eenmaal Hoeren. Dat weet Pepe als weinig anderen. Al vijf decennia staat hij achter de bar La Plata, op de hoek met de Carrer de La Mercè. Ook het pand zelf is Geschiedenis. Boven de deur prijkt de op één na oudste bouwjaarvermelding van een civiel gebou in Barcelona: ANY MDCXLVIII. 1648.


De kroeg zelf dateert van 1945. Vooral ’s ochtends aan de bar of aan een van de zes tafeltjes vind je nog steeds voormalige dokwerkers en vissers uit de tijd, een paar decennia geleden, dat een een paar meter verder de industriële haven van de stad lag.


 De heren genieten van hun wijntjes en van de vier befaamde tapas van La Plata – probeer de gefrituurde sardientjes, 'pescadito frito'!  En wie weet kom je Bono tegen. De zanger van de Ierse rockband U2 komt als hij in de stad is altijd even langs.








26-02-2018

Het trage gif dat koffie heet


.
"Koffie zal een vergif zijn, maar zo langzaam dat ik het meer dan 80 jaar gebruik, vele malen per dag, en ik heb geen enkele stoornis in mijn lichaam opgelopen."
Bernard le Bovier de Fontenelle

Koffie is café, en die drank drinken Spanjaarden bij voorkeur in een café(taria), een bedenksel van de Turken. In 1475 ging in Constantinopel het eerste café open. De uitsluitend mannelijke clientèle genoot van het opwekkende brouwsel, dat niet alleen het lichaam, maar ook de geest verkwikt. Geen wonder dat de Arabieren koffie beschouwden als een gevaarlijke drug. In 1511 sloten op gezag van de Imans alle koffiehuizen van Mekka en later, in 1532, ook die van Caïro.


Heidens drankje
De Italianen brachten rond 1600 de koffie naar Europa, waar paus Clementius VIII het heidense goedje proefde en terstond goedkeurde voor christelijke consumptie. Een eeuw later telde bijvoorbeeld Engeland al 2000 cafés.

Spanje liet weer eens achter. Pas in 1764 opende in Madrid het eerste cafetaria. Barcelona volgde in 1781, met de zaak van de Italiaan F. Martinelli.



Wereldtentoonstelling
Weer veel later,  vanaf begin 20ste eeuw, zochten de Zuid-Amerikaanse koffietelers nieuwe afzetgebieden. In 1929  kreeg de Spanjaard Germán de Erausquin - op de terugweg van een zakenreis naar Uruguay - opdracht van de Braziliaanse regering  de nationale koffie te promoten op de Wereldtentoonstelling in Barcelona. Meer dan een miljoen kopjes koffie gingen gratis over de tentoonstellingstoonbanken; koffie die afkomstig was uit de gloednieuwe Bracafé-branderij aan de carrer Conte d’Urgell. 



Jaren twintig sfeer
Het Spaanse succes van de Bracafé zorgden voor gelijknamige cafetaria´s in grote steden als Bilbao, Madrid en uiteraard Barcelona. Die op de hoek van carrer Casp en de Passeig de Gràcia ademt nog de sfeer van jaren twintig. Aan de muren uitspraken van 'Vips' over koffie, zoals het citaat boven dit stukje, afkomstig van de Franse filosoof en smulpaap
Bernard le Bovier de Fontenelle

Oorspronkelijk waren deze wijsheden in het Spaans gesteld, maar tegenwoordig is die taal ingeruild voor het Catalaans, een vorm van geschiedvervalsing die je wel meer ziet in het Catalonië van nu.



Meer dan een miljoen kopjes koffie gingen gratis over de tentoonstellingstoonbanken
Bernard le Bovier le Fontanelle stierf in 1857, een maand voor zijn honderste (!) verjaardag, dus hij had vast gelijk met zijn these over koffie als uiterst langzaamwerkend gif. En wie weet waren de talloze aardbeien die Fontenelle naar verluidt verslond gedurende zijn lange leven het ideale tegengif.
 Bracafé, Carrer Casp 2

 
Cortado, café solo, carajillo....

Wegwijzers in de Spaanse koffie-jungle:

Get Your Coffee Right

Get Your Coffee Right 2





BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

04-02-2018

Gaudí en de geest uit de fles




Geboortegevel (detail)

Aardig artikel over de aanstaande schoonmaak van de geboortegevel van Gaudí Sagrada Família in de Catalaanse krant La Vanguardia vandaag. Ter voorbereiding van de opknapbeurt – aanvangsdatum nog onbekend- is de afgelopen tijd een gedetailleerd 3D-model gemaakt van de gevel, gebouwd tussen 1892 en 1930 en in de loop der tijd bedekt onder een grauwe laag ‘tand des tijds’. 

Regenpijpen
Tijden het onderzoek kwamen leuke details boven water. Sommige hebben zelfs met water te maken. Zo blijken de twee zuilen tussen de drie portieken van de gevel niet slechts zuilen maar ook regenpijpen. Het regenwater vloeide ooit uit de bekken van de schildpadden aan de basis van de zuilen. Tot bij latere werkzaamheden de zuilen - stom, stom, stom! - aan de bovenkant werden bedekt.


 Alcohol

Behalve water lijkt er ook alcohol in het spel te zijn. Het groene glas op de vier façade-torens is soms van prestigieuze Orsoni-makelij, maar ook afkomstig van ondermeer cava-flessen - de eerste cava dateert van 1872


Waarmee Gaudí’s uitspraak dat de ‘spirit’ het materiaal moet overwinnen toch een licht-alcoholische draai krijgt.


Zijaanzicht van de geboortegevel in 1930, het jaar van de voltooiing.
 


Echte mensen
En nu de geest toch uit de fles is: een nog jonge Gaudí schreef in zijn dagboek dat het dwaas is om te proberen een fictief object af te beelden. Een regel die hij zijn hele leven trouw bleef. Dus ging hij voor de heiligen, goeierds en slechteriken die de geboortegevel moesten sieren op zoek naar ‘echte mensen’.


 Een alcoholische begrafenisondernemer poseerde als de discipel Judas



Delirum Tremens

Daarbij kwam nogal wat alcohol te pas. In die zin dat voor verrader Judas ene Josep poseerde. Dat klinkt verwarrend, maar deze Josep was geen timmerman, maar een alcoholische begrafenisondernemer die later overleed aan een delirium tremens. En een reus met 6 tanden - ‘6, dat is 666, het getal van de duivel’, juichte Gaudí van binnen, 'ideaal als onschuldigen afslachtende Centurion!' - werd gevonden in een bar.
'De reus met de 6 tanden'

 


 

Cava
Het is maar een fantasie, maar mogelijk kwamen dergelijke drankzuchtigen voor hun poseersessie naar Gaudí’s atelier met een fles goede cava in de hand. Model staan maakt tenslotte dorstig.

 “Laat die lege fles – of flessen - maar hier”, zal Gaudí, die zelf geen druppel dronk, dan uren later gezegd hebben. “Daar kan ik wel iets mee.”










 


BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

22-11-2016

Zingend naar het einde - de dood van anarchist Santiago Salvador



Als gevolg van de verschrikkelijk leef- en werkomstandigheden, had Barcelona eind 19e eeuw  een van de meest militante arbeidersbewegingen van Europa. Dominant waren de ideeën van het anarchisme, in 1869 in Barcelona geïntroduceerd door de Italiaan Giuseppe Fanelli, aanhanger van de Russische anarchist Bakoenin.
Uitzicht op Barcelona vanaf de Montjuïc-heuvel, rond 1900 (foto: Lluís Girau Iglesias/AFCEC).
In de decennia daarna onderdrukten de autoriteiten de anarchisten steeds meer. Hierdoor gefrustreerd en door het uitblijven van de beloofde revolutie gingen individuele anarchisten over tot terreuraanslagen, gericht op de militairen, de kerk en bourgeois-Barcelona. Twee van de bekendste aanvallen van deze “eenzame tijgers” vonden plaats in het najaar van 1893. 


De eerste aanslag is op 24 september, tijdens een militair defilé aan de Gran Via. Anarchist Paulino Pallàs gooit die dag twee bommen naar het rijtuig van de kapitein-generaal van Catalonië, Arsenio Martínez-Campos. Campos raakt slechts gewond bij de aanslag. Pallàs eindigt voor het vuurpeloton in het kasteel op de Montjuïc. Luttele momenten voor zijn executie waarschuwt Pallàs zijn beulen voor represailles. "De wraak zal gruwelijk zijn."

Willem Tell
Nog geen maand later is het al zover. Plaats van handeling is het Liceu-theater aan de Ramblas, favoriete ontmoetingsplek van bourgeois-Barcelona. Tijdens de tweede akte van Rossini´s opera Willem Tell gooit anarchist (en handelaar in gesmokkelde drank) Santigo Salvador Franch vanaf het balkon twee Orsini-bommen in het publiek. Slechts één van de bommen ontploft. Genoeg voor een slachtpartij (21 doden). De aanslag is internationaal groot nieuws. ‘Dynamiet in Spanje’, kopt de Parijse krant Le Petit Journal op zijn voorpagina.

Wurgpaal
Santiago Salvador ontsnapt, maar wordt vijf maanden later in Zaragoza alsnog opgepakt. Op 21 november 1894, om zes minuten over acht 's morgens sterft hij, 32 jaar oud, aan de wurgpaal voor de Reina Amalia gevangenenis in Barcelona. Kort voor de terechtstelling interviewt advocaat en journalist Tomás Caballé i Clos Salvador in diens cel. Hoe het met zijn geweten is gesteld, vraagt Caballé aan de anarchist.

"We zijn martelaren van de vooruitgang"

“Het achtervolgt me niet”, antwoordt Salvador. “Degenen die in het theater zijn overleden en ik, die zal sterven in de handen van de beul, we zijn martelaren van de Vooruitgang, gedwongen of vrijwillige martelaren van deze nieuwe sociale organisatie die het goede voor allen moet brengen… Ik ging rustig naar huis, ging naar bed en sliep tot de volgende dag. Zelfs mijn vrouw – die van niets wist, de arme – kon  niet enige bezorgdheid aan mijn zien."
Salvador's vrouw wist waarschijnlijk wél dat hij naar het Liceu ging: van haar had hij het geld voor het toegangskaartje (1 peseta) geleend.

Long live Anarchy!
De dag na de aanslag bekijkt de dader vanaf de top van het Columbus-standbeeld de rouwprocessie die over de Rambla trekt. Op zijn hoge standplaats fantaseert Salvador over het gooien van bommen op de rouwenden, zo vertelt hij later na zijn arrestatie.

Santigo Salvador Franch


Schuldbesef of angst is er ook niet bij zijn gerechtstelling. Uit de New York Times van 22 november:

"Franch cried 'Long live Anarchy!' as he was being led to the place of his execution, and scoffed at religion to ths last. A few minutes before he was put to death he began singing, and he continued his song until he was not able to utter a sound.
His body was exposed in its place, in the death chair, until sundown. Great crowds of people gazed upon the distorted features of the dead man, and gloated over his execution, making all sorts of remarks of a character showing their detestation of the man."











BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

19-07-2016

De coup van 1936 in Barcelona - verslag van ooggetuige Albert Helman (2)

De Surinaamse schrijver Albert Helman woonde in Barcelona tijdens de gebeurtenissen van juli 1936. Helman schreef over de Spaanse Burgeroorlog  reportages voor meerdere Nederlandse kranten en tijdschriften. Een aantal werd in 1937 gebundeld en uitgebracht onder de titel De Sfinx van Spanje.  Vandaag deel 2 van zijn ooggetuigeverslag: de gevechten  van 19 en 20 juli.

De  volgende morgen in alle vroegte werd ik gewekt door schoten. Geïsoleerde
knallen en het doffe dreunen van kanonnen in de verte. Daartussen gaapte een doodse
stilte. Geen tram ging voorbij, geen auto. Ik wist uit ervaring wat deze stilte betekende:
Algemene staking. Juanito had dus toch gelijk gehad... Ik snelde de straat op.
Het werd een gedenkwaardige Zondag, een van de drie, vier dagen die een mens
nooit meer vergeet.
Het Plaça de Catalunya, 20 juli 1936.

Daar wij aan de rand van de stad woonden, waren wij volkomen afgesneden. Geen
nieuws drong tot ons door, er viel niet aan concrete berichten te komen. Maar het
dreunen van de kanonnen zei genoeg.
Het werd een gedenkwaardige Zondag, een van de drie, vier dagen die een mens nooit meer vergeet

Alvorens de stad in te gaan, klommen wij op een van de heuvels die naar de
Tibidabo omhoogleiden, en van daar uit konden wij geheel de uitgestrekte stad
overzien. Verscheidene vliegtuigen cirkelden onheilspellend boven de centrale wijken
en rondom het fort Montjuich dat de haven beheerst. Dikke rookpluimen stegen van
verschillende punten op. Brandende kerken! Brandende kloosters! Dikwijls waren
gehele stadswijken door de rook verhuld.
Het Capucijner-convent in het district Sarrià, 19 juli 1936.


Bijwijlen werd zo intensief geschoten, dat er geen twijfel aan kon bestaan of er
werden echte veldslagen geleverd. Het was aangrijpend in de starre, blauwe, van
brandlucht bezwangerde zondagmorgen. De straten beneden ons waren uitgestorven.
Slechts op de heuvel zaten hier en daar nog andere mensen met angstige gezichten
omlaag te staren naar de dreunende stad.


Straatbeeld  in het district Sant Andreu, 19 juli 1936.

Toen wij de heuvel weer afklommen, wisten wij één ding met zekerheid: een tocht
door de stad zou levensgevaarlijk zijn. Maar de onwetendheid, het isolement was
ondraaglijk. Waar was Juanito? Wat deden de overige vrienden en kameraden? Wij
besloten een voorzichtige verkenningstocht te beginnen; hoe hadden wij zo dom
kunnen zijn die nacht naar huis te gaan. Allen hadden het geweten, waren er bijtijds
bij geweest...

Slechts zeer weinig mensen kwamen wij tegen op straat. Haastig en schuw, met
sombere gezichten. Op de kleine Plaza, een kwartier van onze woning verwijderd,
vonden wij enige mannen bijeen op het terras van een klein café, dat maar half
geopend was. De meeste ijzeren rolluiken waren nog neergelaten. Met hun gedempte
stemmen zaten de mannen druk te redeneren. Wij zetten ons in hun buurt om enig
nieuws te kunnen opvangen, doch nadat zij ons wantrouwig van terzijde hadden
aangezien, vervolgden zij met nòg zachtere stem hun gesprek.

De kellner die ons bediende, was hermetisch en afgetrokken. ‘Ik weet van niets.’
zei hij. ‘Er wordt geschoten. Waarschijnlijk een militaire opstand... Iedereen had het
wel kunnen voorspellen dat...’
Hij voltooide zijn zin niet. Er was een plotseling tumult, een auto suisde over het
pleintje en verdween in een andere straat. Op de rugzijde stond met grote ruwe
krijtletters: ‘C.N.T.’ geschreven.
Wat betekende dat? Vlucht? Occupatie?



Een tweede auto kwam aangesuisd. Hij hield midden op het plein stil. Aan alle
kanten loerden geweerlopen naar buiten. Aan alle kanten was het opschrift ‘C.N.T.’
aangebracht. Uit de auto kwamen een man en een vrouw; de overigen bleven zitten,
en spiedden onophoudelijk om zich heen. De man richtte een revolver op onze kleine
groep en riep kort en scherp: ‘Manos arriba!’ (handen omhoog!). De vrouw trad op
ons toe. Zij zwaaide in haar rechterhand een grote hamer. Nooit zal ik het gezicht
van deze jonge arbeidster vergeten. Het was als droeg ze slechts bij toeval haar ruw
zwart kleed. Haar gezicht had een harde, vastberaden uitdrukking. Zij richtte een
vraag die ik niet verstaan kon aan de mannen die met opgeheven handen naar haar toe liepen. 


Thans scheen ook de Sagrada Familia rook uit te slaan, deze vreselijke stenen sigarenkoker van Gaudí

Dan een korte woordenwisseling tussen haar en de inzittenden van de auto, die met dreigende gezichten naar ons keken. En terwijl wij langzaam de handen lieten zakken, zette zich de auto met de revolutionairen weer in beweging. Hij maakte voorzichtig een toer rondom het gehele plein, en verdween dan even plots als hij gekomen was.
Gewapende arbeiders... dat was dus de Revolutie...

Wij stonden op met kloppende harten, konden niet meer drinken van de emotie.
En wij hadden ook geen lust een tweede maal in deze pijnlijke situatie te geraken,
voor het proletariaat waartoe wij zelf behoorden ‘handen omhoog’ te moeten staan.
Als stonden wij aan de andere zijde...
Barricades in Gràca.

Tegelijk met ons verlieten ook de andere lieden het café, en de bezitter liet nu het
laatste rolluik naar beneden ratelen. Het schieten was weer luider geworden, de straten
waren volkomen leeg. Van welke hoek zouden de verdwaalde kogels komen? In
welke straat zou ons plotseling de eerste charge verrassen?

Onze woning lag nog als een veilige burcht tegen zijn heuvelflank. Maar het was
een onrustige nacht die wij er doorbrachten, want er werd nu schier ononderbroken
geschoten, ofschoon het niet zo luid aandeed als overdag. 

20 juli
Maandagochtend was despanning niet meer uit te houden. Het schieten in de nabije verte duurde voort, envan onze heuvel uit zagen wij steeds meer gebouwen in brand. Thans scheen ook deSagrada Familia rook uit te slaan, deze vreselijke stenen sigarenkoker van Gaudí, waarop de Catalanen zo trots zijn, en die eeuwig een moderne ruïne zal blijven,
omdat de ondernemers geen geld meer hebben en wachten moeten totdat de armen
genoeg geschonken hebben om weer verder aan dit monument van wansmaak te
kunnen bouwen.
De Sagrada Família, 20 juli 1936.

 Een steeds dikkere rook steeg op van de voet der torens; het brandde
al urenlang, en een rooknevel hing over de gehele wijk, een uitgesproken
arbeiderswijk. De kerk van Bonanova, vlak bij ons, brandde reeds sinds gisteren; een arbeider op de heuvel enkele huizen daar vandaan woonde, vertelde ons, dat men er wapens en munitie had gevonden.
Alles had ik eerder verwacht, dan dat de kerken tot arsenalen, forten en kazernes zouden dienen, en de kloosters, - zelfs vrouwenkloosters, - tot hoofdkwartieren van de militairen. Toch bleek de waarheid hiervan al aanstonds bij het bezoeken van die
wijken, waaruit de gevechten reeds waren weggeluwd om op andere punten te worden voortgezet. Daar stonden de ooggetuigen en de bezoekers in kleine groepjes bijeen,
en de eersten wezen precies aan, hoe de machinegeweren op de torens en de daken van de kerken opgesteld waren. Zij wezen ons de gaten in de tegenoverliggende muren, die alleen van die punten uit hadden kunnen ontstaan.
De Rambla, 19 juli 1936.

Op de Rambla, een der drukste handelsstraten van de stad, werden de civiele voorbijgangers regelrecht onder vuur genomen van een kerk uit, die zoals kort daarop bleek, door middel vaneen geheime gang met een kantoorgebouw daarnaast verbonden was. De aanval bleek zorgvuldig voorbereid.

Het rechte van wat er gebeurde kwamen wij nog altijd niet te weten. De enkele
mensen die wij spraken, waren er zelf niet achter. Ieder zag slechts het accidentele
van bepaalde straatgevechten, bepaalde overwinningen. Maar omtrent de politieke
betekenis die dit alles bezat, tastten wij nog volkomen in het duister. Die was niet te
overzien.

Des avonds gingen wij wederom naar onze Plaza, die ditmaal drukker bevolkt
bleek. Een troep jonge arbeiders stond er opgewonden te debatteren. Een paar hielden
het blad van een krant in de hand, en in groepjes stonden de anderen er omheen om
mee te kunnen lezen. Wij drongen ertussen, er was eindelijk nieuws!
Het was de ‘Solidaridad Obrera’, het orgaan van de anarchisten. Wij lazen slechts
de opschriften, om in het halfdonker zo snel mogelijk alles te kunnen begrijpen:
‘Arbeiders, bewapent u. Proletarische broeders, trekt als één man op ten oorl... De
verraders, generaal Goded met vier van zijn medeplichtigen, gevangen genomen. Te wapen, kameraden! Ieder melde zich aan bij zijn syndicaat om wapens en munitie te ontvangen. Proletariaat van Catalonië, wij zullen gemeenschappelijk de fascistische rebellen verslaan!’
Juichende militieleden voor het Catalaanse regeringspaleis aan het Plaça de Sant Jaume, 20 juli 1936.

Het blad werd ons uit de handen getrokken, maar wij hadden genoeg gezien.
Plotseling raasde een vrachtauto op ons toe, vol bewapende arbeiders. Maar niemand
op de Plaza was meer bang, het waren ‘de onzen’ die immers de macht in handen
hadden. Men stormde om de vrachtauto heen. - ‘Salud, camaradas! Hebben jullie
kranten?’
Neen, ze hadden er geen. Een korte uitwisseling van indrukken volgde, en de auto
raasde verder. Er kwam er wéér een. Ditmaal vol met blauwe uniformen. Guardia
de Asalto, de spaanse stor-politie. De wagen hield stil, en ik kon nauwelijks mijn
ogen geloven: zij hieven de gebalde vuist op, en groetten: ‘Salud, camaradas!’ Het
was een zeldzame sensatie, deze professionele verdedigers van de machthebbers de
groet te zien brengen van het uitgebuite volk. Toen wij de dag daarop een Guardia
Civil (maréchaussée) een arbeider zagen omhelzen, begon alles op een sprookje te
lijken.


Straatbeeld  vlakbij de oude haven en het standbeeld van Columbus, kort na het neerslaan van de coup.

Toevalligerwijze bemerkten wij in een voorbijrazende auto Juanito, en nog een
andere bekende, Paco. Ook zij hadden ons gezien en stopten. Wij bestormden elkander
met vragen. Paco en Juanito waren beiden bewapend, met revolvers die zij reeds ontzekerd in de hand hielden. Een paar der inzittenden bezaten ook geweren: een jachtgeweer en
een goede karabijn.
‘Vechten jullie niet mee?’ vroeg Juanito met ironische verbazing.
‘Vreemdelingen...’ zei Paco, een tikje verachtelijk.
Maar de mannelijke ijdelheid zette hen over de lichte teleurstelling heen, dat wij slechts toeschouwers gebleven waren. En zij begonnen opgewonden de toedracht van zaken te vertellen.

De officieren van een paar aan de rand van de stad liggende kazernes hadden hun
manschappen getracteerd op cognac, en ze toen de straat op gecommandeerd ‘ter
verdediging van de republiek.’ Bij het universiteitsgebouw vond het eerste treffen
plaats, een tweede troep rukte van het Noorden aan, een derde van de haven uit. Zo
zouden zij het centrum van de stad als het ware kunnen insluiten. Maar de
patrouilledienst der arbeiders had goed gefunctioneerd; uit zijstraten, hoeken en
portieken drongen zij te voorschijn, verschansten zich achter stenen banken en bomen,
en namen de verraste soldaten onder vuur. De officieren voerden licht veldgeschut
en machinegeweren aan; de kanonnen werden door er op los stormende mannen en
vrouwen genomen, die ze veroverden met de blote handen, of met geen ander wapen
dan knuppel en keukenmes.


Toen wij de dag daarop een Guardia Civil  een arbeider zagen omhelzen, begon alles op een sprookje te lijken

‘Hoe zijn jullie dan aan vuurwapens gekomen?’ vroeg ik. ‘Een paar kameraden
uit het havenbedrijf wisten, dat er een schip vol wapens aan een der kaden lag. Dat
schip hebben we met behulp van kameraden van de F.A.I. zondagochtend in alle
vroegte leeggehaald. En toen wij eenmaal de kazernes en de kloosters hadden, waarin
wij stormenderhand zijn binnengedrongen, kwam er genoeg te voorschijn.’

Juanito scheen jaren ouder geworden te zijn in die enkele uren.
‘De twee grootste slagen,’ sprak Paco, de bedaardere, ‘zijn op de Plaza de Cataluña
en in het havenkwartier, bij de Capitanía geleverd, vanwaar de Rebellen het
hoofdcommando voerden. De telefooncentrale is regelrecht belegerd en met
geschutvuur genomen. Maar wij wisten, dat dit gebouw tot elke prijs in onze handen
moest blijven.
Het gehavende Telefonica-gebouw aan het Plaça de Catalunya.

 Aan de overkant hadden de militairen zich in het Hotel Colón sterk
gemaakt. We hebben ze er ook uit gekregen, net als uit de Capitanía.’
‘En hoeveel verliezen?’ vroeg mijn gezel.
Veel. Doden en gewonden tezamen: enige honderden minstens.’
‘Caramba!’
Francisco Ascaso op de Rambla, een paar minuten voor zijn dood.

Bij de haven was Ascaso gevallen, de bekende anarchistenvoorman. C.N.T. en
F.A.I. hadden de morele leiding van de tegenweer gehad. Bijna alle arbeiders droegen
het zwart-rood van de Anarchistische Federatie, en de auto's waren met hún letters
beschilderd. Ook Estat Català (regionalisten) en P.O.U.M. (revolutionaire socialisten)
vielen op. Van de P.S.U. (IIIde Internationale) was aanvankelijk het minst te
bemerken, wat wel merkwaardig is voor een partij die zich later het breedst gemaakt
heeft.

Wij besloten elkander de volgende morgen in de stad te ontmoeten. Een
waanzinnige afspraak. Maar de weg erheen was vol sensaties. Door de lege straten
suisden voortdurend auto's met gewapende arbeiders, vele thans ook bedekt met
matrassen en beddegoed; iedereen voerde zijn eigen nachtlogies met zich mee in
deze bewogen tijd. Men begroette elkaar met luide roepen: ‘Viva la República!’
‘Vivaaaa!!’


Meer info over De Sfinx van Spanje:
http://www.npogeschiedenis.nl/nieuws/boeken/2011/mei/Boek-van-de-week-De-sfinx-van-Spanje.html
http://www.npogeschiedenis.nl/ovt/afleveringen/2011/OVT-08-05-2011/Albert-Helman-en-de-Spaanse-Burgeroorlog.html


Barcelona Revisited - Bijzondere fiets- en wandeltours door Barcelona

BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onzeFacebook pagina!