21-12-2018

Iedereen zijn Lluís Companys


Vandaag besloot de Spaanse ministerraad om het doodvonnis van Lluís Companys wettelijk nietig te verklaren. De ministerraad was bijeen in Barcelona, precies één jaar na de door de vorige Spaanse regering opgelegde Catalaanse parlementsverkiezingen. Opnieuw werd Lluís Companys, de 'Martelaar -President' ingezet voor politieke doeleinden.


"Als Carles Puigdemont dinsdag de Catalaanse onafhankelijkheid uitroept, dan kan hij eindigen zoals Lluís Companys 83 jaar geleden."
Aldus woordvoerder Pablo Casado (nu partijleider) van de toen nog regerende Partido Popular  tijdens een persconferentie  eind vorig jaar.

Joan Tardà, woordvoerder in het Spaanse parlement van Esquerra Republicana Catalunya (ERC; in de jaren dertig mede-opgericht door Companys) reageerde op Twitter:
“Ja, Pablo Casado, we weten hoe het afliep met onze President Companys, gefusilleerd door het leger. Maakt het je gelukkig om onze weerloze volk daaraan te herinneren?”

Casado had het over de gevangenisstraf die Companys in 1934 kreeg na het eenzijdig uitroepen van een Catalaanse staat; Tardà over het fusilleren van de Catalaanse president door het Franco-regime in 1940.
De figuur Lluís Companys (1882 -1940) is sinds diens dood vaker ingezet voor eigen politieke doeleinden, zo leert de geschiedenis



Lluís Companys, de 'Catalaanse heethoofd'.
Voor Catalonië!
Op 26 januari 1939 nemen Franco´s troepen Barcelona in. Drie dagen eerder heeft Catalaanse president Lluís Companys met zijn regering de stad verlaten. Begin februari vlucht hij naar Frankrijk.  Op 13 augustus 1940 leest Companys in Vies des Saints (Heiligenlevens) in zijn woning in het Bretonse Baule-les – Pins, die hij deelt met zijn vrouw, Carme Ballester.

Dan gaat de bel. De Gestapo. Companys wordt uitgeleverd aan het Franco-regime en belandt na vijf weken in geïsoleerde gevangenschap in Madrid uiteindelijk in zijn kasteel op de Montjuïc in Barcelona. Het proces daar op 14 oktober duurt 45 minuten. Companys wordt ter dood veroordeeld voor ‘militaire rebellie' en de volgende ochtend gefusilleerd. 'Per Catalunya!' (Voor Catalonië!), roept hij terwijl de geweren knallen. Benjamín Benet, Catalaan en lid van Franco´s Policía Armada (de beruchte ‘grijzen’), geeft hem het genadeschot. 


Lluís Companys op de binnenplaats van het Montjuíc-kasteel, kort voor zijn executie.

In Catalonië kwam de mythe van de Catalan hothead moeizaam tot leven

Dat betekent het einde van het leven van de Catalaanse president, maar ook van diens politieke biografie. Zo werden - onder veel meer - Companys onbesuisde uitroepen van de Catalaanse Staat (1934, de reden van zijn gevangenisstraf), zijn discutabele rol in de sociale revolutie van 1936, en het mislukken daarvan in 1937 irrelevant. Voortaan was Lluís Companys Martelaar-President.


Ruimhartige geste
‘God en de geschiedenis zullen oordelen over zijn daden. Wij Catalanen zullen zijn dood nooit vergeten’, schreef de naar Frankrijk uitgeweken Joan Antoni Güell, in zijn Journal d'un expatrié catalan 1936-45. (1946). 

Een ruimhartige geste van Güell, lid van de befaamde dynastie. De man was immers in 1931 namens de conservatieve Lliga Regionalista burgemeester van Barcelona. Totdat op 14 april 1931 Lluís Companys de Republiek uitriep, nog voor dat dit later die dag in Madrid gebeurde. Plaats van handeling was het balkon van het stadhuis aan het Plaça de Sant Jaume. Binnenin het stadhuis hadden partijgenoten van de ERC Companys even eerder de burgemeesterstaf in handen gedrukt, onder de voorzichtige protesten van Antoni Martínez i Domingo, die de honneurs waarnam voor de afwezige Guëll.

Dodenmis
In Catalonië zelf kwam de mythe van de Catalan hothead (Time, 1936) moeizaam tot leven. In de jaren 40 en 50 herdachten slechts Companys oude ERC-makkers op 15 oktober jaarlijks diens dood, uiteraard clandestien. Pas in de jaren zestig won met de opkomst van de brede verzetsbeweging tegen Franco ook Companys en vooral diens sterven aan belang. In 1965 werd zijn 25ste sterfdag uiteraard nog steeds clandestien maar groots en vooral breed herdacht. Illegale kranten kwamen die dag met artikelen over Companys’ leven en sterven. In de straten van Barcelona verschenen posters met zijn beeltenis. Aan de Diagonal organiseerden de Kapucijnen van het Pompeia-convent een dodenmis.


 Met de komst in 1980 van een eigen parlement hadden de meeste Catalaanse politieke partijen geen behoefte meer aan een eigen nationale martelaar



Een jaar later verscheen de eerste Companys-biografie, geschreven door linkse Catalanist Manuel Viusà. Een Companys-herdenking door linkse Catalinisten en Communisten in Lleida, hoofdstad van Companys thuisprovincie, werd in 1970 door het Franco-regime verijdeld. In de jaren daarna groeide Companys faam als symbool van verzet alleen nog maar. Het was de tijd waarin de roep om de her instelling van het Catalaanse Autonomiestatuut steeds sterker werd, dankzij de impuls van de invloedrijke verzetsbeweging Assemblea de Catalunya.

Grote hoogten
Dat Autonomiestatuut kwam er uiteindelijk in 1980, vijf jaar na de dood van Franco. In
de tussenliggende tijd was Companys ster gestegen tot grote hoogten gestegen. Heel politiek Catalonië, links en rechts, deed mee aan de verering, inclusief de Christen-Democraten van Unió Democràtica de Catalunya (UDC) en Convergència Democràtica de Catalunya (CDC)  liberale partij van Jordi Pujol, de latere president van Catalonië, die later samen als Convergencià i Unió (CIU) zouden optrekken. 


Gedeelte van de Fossar de La Pedrera op de Montjuïc.

Beide partijen waren in 1976 zelfs medeorganisatoren van de Companys-herdenking op de Fossar de La Pedrera, het massagraf op de Montjuïc-heuvel in Barcelona waar het lijk van Companys zou worden gedumpt - samen met de stoffelijke resten van 1700 anderen door het Franco-regime geëxecuteerden. Companys zuster Ramona slaagde er echter in - mogelijk door omkoping- om het lichaam van haar broer geplaatst te krijgen in een nis (nummer 7128) op de reguliere begraafplaatsen. In 1978, bezocht de teruggekeerde president in ballingschap Josep Tarradellas (hoofd op dat moment van een ‘voorlopige’ Generaliat) op 15 oktober het graf van de man waaronder hij minister was.

Ritueel
Het was het begin van een jaarlijks terugkerend ritueel. Niettemin verloor Companys in de jaren daarna veel van zijn politieke belang. De figuur Companys herinnerden de Catalanen aan de wonden die de Spaanse staat hun land had aangedaan. Toen in 1980 Catalonië ook weer een eigen parlement kreeg, hadden de meeste politieke partijen echter geen behoefte meer aan een eigen nationale martelaar. Bovendien waren de verkiezingen gewonnen door Jordi Pujols CIU, een partij die net als eerder de Lliga Regionalista zich vooral sterk maakte voor een sterk Catalonië binnen Spanje. 

Het mausoleum van Lluìs Companys op de Fossar de La Pedrera.

 In 1991 wist slechts 34 procent van de Catalanen wie Companys was

Companys' eigen ERC speelde jarenlang geen politieke rol van betekenis. Herhaaldelijk pogingen van de partij voor een monument voor de Martelaar-President werden genegeerd, zowel door de CIU-regering als door de socialistische gemeenteraad van Barcelona. In 1991, een jaar na een tamelijk grootscheepse herdenking (tentoonstelling, concerten etc.) van Companys’ 50ste sterfdag wist slechts 34 procent van de Catalaanse bevolking wie hij was, zo bleek uit een onderzoek van de het Catalaanse instituut Fundació Acta.


Precedent
Wel werd tussen 1984 en 1990, zoals eerder beloofd door de Catalaanse autoriteiten, de Fossar de Pedrera herschapen in een monument voor de slachtoffers van het Franco-regime. Companys resten werden hier in 1985 in een mausoleum geplaatst.


 Pogingen van ERC om het doodvonnis van Companys nietig te laten verklaren stuitten echter op indirect verzet van het Pujol-bewind. In maart 1985 nam het Catalaanse parlement een ontwerpresolutie aan, alhoewel ‘Madrid’ de uiteindelijke bevoegdheid tot nietigverklaring zou hebben. In oktober datzelfde jaar kwam de regering-Pujol echter met eigen resolutie, die de onwettigheid van Companys' doodvonnis weliswaar bevestigde, maar tegelijk stelde dat 'de rechten van alle onschuldige slachtoffers van de burgeroorlog – gesymboliseerd door het offers van degene die hun president was geweest – al waren hersteld in het licht van rechtvaardigheid en gelijkheid'.

 Pogingen van ERC om Companys' doodvonnis nietig te laten verklaren stuitten op indirect verzet van het Pujol-bewind


Waarmee een conflict met de centrale regering in Madrid werd voorkomen. Legale nietigverklaring van Companys doodvonnis zou immers een precedent scheppen, met niet te overziene gevolgen voor het Spaanse juridische systeem.


Wet op de Historische Herinnering
De Catalaanse verkiezingen van 2003 maakte een eind aan 23 jaar onafgebroken CIU-hegemonie. In de jaren ernaar deed ERC nieuwe pogingen tot nietigverklaring van Companys doodvonnis, gesteund door de belofte van de socialistische Spaanse premier Rodríguez Zapatero  - wiens grootvader tijdens de burgeroorlog werd gefusilleerd door soldaten van Franco. De premier beloofde te zorgen voor eerherstel voor en steun aan de slachtoffers van het Franco-regime. Zapatero en zijn vice-president Lopéz de Vega kwamen in 2004 zelfs opdraven bij de jaarlijkse Companys-herdenking op de Montjuïc.


De Wet op de Historische Herinnering werd uiteindelijk in december 2007 door het Spaanse parlement geloodst in een sterk verwaterde versie, waarin bijvoorbeeld de financiering van de ontruiming van de talloze massagraven niet was vastgelegd. De ERC-fractie in het parlement stemde tegen, de CIU was voor.
Lluís Companys achter de tralies na de gebeurtenissen van 1934.

Twee jaar later werd de zaak-Companys wat betreft de Zapatero-regering definitief gesloten. Companys werd persoonlijk gerehabiliteerd, maar elke mogelijkheid tot nietigverklaring van het vonnis in de toekomst uitgesloten.

De ERC, op dat moment samen met de IVC en de PSC aan de macht in Catalonië, legde zich hier niet bij neer. in 2013 onderzocht een Argentijnse rechter de Franco-misdaden. Een onderzoek zonder gevolgen tot nu toe. Naar aanleiding van het Argentijnse onderzoek vroeg Interpol de Spaanse regering om uitlevering van voormalige Franco-ministers. De PP-regering legde het verzoek naast zich neer.

Hot hot hot
Driekwart eeuw na zijn dood was de Catalaanse heethoofd plotseling weer hot hot hot, binnen de al oververhitte Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging. Companys grootste bewonderaar kwam in 2015 zelfs uit CDC-kringen:  Artur Mas, op dat moment president van Catalonië. 'Slechts vijf presidenten scheiden mij van Lluís Companys', schreef Mas dat jaar in een artikel getiteld Hommage aan een verdediger van de Catalaanse instituties in de Franse krant Libération van 12 augustus, de datum waarop veertig jaar eerder de arrestatie van Companys plaatsvond. 'Companys’ mandaat was niet gemakkelijk'  stelde Mas. 'President Companys moest niet alleen vechten tegen de fascistische rebellie van Generaal Franco, maar ook tegen een Spaanse regering die weinig respectvol stond tegenover de identiteit van Catalonië en de Catalaanse instituties.'


Misleiding
Op 12 september vorig jaar (één dag na ‘La Diada’,  Catalonië’s nationale herdenkingsdag) verklaarde het Spaanse parlement Lluís Companys doodvonnis eindelijk nietig. De Partido Popular, voortkomend uit het Franco-regime, stemde tegen. Companys’ 'eigen' ERC ook, omdat de nietigverklaring geen juridische gevolgen heeft. Daarvoor is een aanpassing van de Wet op de Historische Herinnering nodig. "Een misleiding", noemde Joan Tardà de nietigverklaring. 


 Het is nog maar de vraag of die wettelijke aanpassing er vandaag werkelijk  komt. Een dergelijke aanpassing moet worden goedgekeurd door de Spaanse Eerste Kamer, de Senaat. En daarin heeft de Partido Popular de absolute meerderheid



'Madrilenen! Catalonië houdt van jullie.' Propagandaposter van de Catalaanse regering tijdens de Spaanse Burgeroorlog.



Ja Sóc Aquí!

El Prat, het vliegveld van Barcelona, heet voortaan  'Aeropuerto Josep Tarradellas'. Zo besloot de Spaanse regering vandaag (en bijna ter plekke). Tot ergernis van de Catalaanse regering, die van niets wist. 

Toen de 'president in ballingschap' op 23 oktober 1977 op El Prat arriveerde, wisten veel Catalanen ook van niets. Sterker, ze hadden tot voor kort nog nooit van de man gehoord.  Het enthousiasme was er niet minder om.

 

Een passage in Homage to Barcelona, van de Ierse schrijver Colm Tóibín. We gaan met hem terug naar 23 oktober 1977, naar de Plaça de Sant Jaume in Barcelona:  

He went to the balcony of the Generalitat building in the square and began to address the crowd. He had had forty years to write the speech, a long time in politics, perhaps too long, and his rhetoric came across as bloated and vague. Ja sóc aqui he told us at the beginning of each sentence, as though he were Martin Luther King saying ´I have a dream´. But Ja sóc aqui simply means ´I am here now´ and nobody was impressed. 

That Sunday afternoon, less than two years after Franco´s death, the old man droned on from the balcony and the specially invited audience in the square began to laugh at their new President. Each time he said Ja sóc aqui further mirth broke out and in the weeks afterwards Ja soc aqui became a joke, something you said as you arrived in a bar.


Historisch
Tot zover Colm Tóibín, in 1977 bewoner van Barcelona en die dag in oktober ooggetuige, zoals hij zelf nadrukkelijk stelt: I was there the day Tarradellas came back to Barcelona. I stood in the Plaça de Sant Jaume and watched his car weave through the cheering crowd. It was to be a day of great emotion for Catalans.

Waarna de hierboven weergegeven beschrijving volgt van een gebeurtenis die in Catalonië altijd wordt gekoppeld aan woorden als beroemd´, mythisch, historisch. En niet alleen om het Ja sóc aqui. Het ging immers om de terugkeer van hun president. (Dat veel Catalanen een jaar eerder nog nooit van Tarradellas hadden gehoord, doet daar niets aan af.)

Colm Tóibín ziet het niet meer zo helder.
Kippenvel
Dat maakt nieuwsgierig naar de tv-beelden van bijna 35 jaar geleden. Gelukkig zijn die er. Op de site van de Spaanse televisie staat sinds 2009 in twee delen het complete verslag van de gebeurtenissen van de dag, die begon met de aankomst van Tarradellas op het vliegveld El Prat. De beelden worden op de site ingeleid met onder meer de volgende woorden:
Op 23 oktober 1977 vibreerde Catalonië, door de komst van haar president Josep Tarradellas. Het volk liet hem niet aan het woord; de burgers waren geëmotioneerd, opgetogen, gelukkig, vol vertrouwen en enthousiast. Ze wilden het Statuut. 

Toen Josep Tarradellas eindelijk kon spreken, waren zijn eerste woorden: 'Burgers van Catalonië:  ‘Ik ben hier’, een uitdrukking die je nog steeds, tot op de dag van vandaag, kippenvel bezorgen en tranen in je ogen. Plaats van handeling was de Plaça de Sant Jaume van Barcelona, waar een grote menigte zich had verzameld. Tarradellas kwam uit zijn ballingschap vol van energie en klaar om recht te doen aan Catalonië.

Wel wat anders dan het gelach en de spottende vrolijkheid van Tóibín.

Maar wie heeft er nu gelijk? Het tweede deel van de tv-beelden begint met de balkonscène. Oordeelt u vooral zelf, maar ik hoor en zie geen spottend lachende menigte, wel één die enthousiast reageert op de woorden van Tarradellas (vanaf 03.33).





Jolig
Het waarom van Colm Tóibíns woorden is mij een raadsel kortom. Stonden de gebeurtenissen de schrijver niet helder meer voor de geest  - Homage to Barcelona verscheen in 1990 - en liet zijn geheugen hem bij het schrijven in de steek? Of is het meer een kwestie van perceptie? Waren Tóibín en zijn vrienden uit het Barcelonese nachtleven op het moment zélf misschien niet zo helder? Beneveld door de nodige spiritualia en daardoor in een jolige stemming?

 De president zwalkt door het Catalaanse volkslied als een zwaar aangeschoten Maaier


Ja, nu, zoveel jaren later, kun je óók lachen om de tv-beelden, al gaat daarbij om ‘randverschijnselen´. De lipsyncende presidentsvrouw bijvoorbeeld. Wat meteen duidelijk maakt dat de toespraak van haar man in huize Tarradellas langdurig was gerepeteerd. (Géén veertig jaar, Tóibín, Tarradellas was pas in 1954 benoemd.)  


Zelfs zo langdurig dat het oefenen van Els Segadors  (De Maaiers) er kennelijk bij was ingeschoten: de president zwalkt door het Catalaanse volkslied als een zwaar aangeschoten maaier (vanaf 07.15) . 

Aandoenlijk, maar zeker ook grappig, doordat het prompt begint te plenzen. En wat zegt men in Spanje wanneer iemand slecht of vals zingt? Para, que va a llover! Stop, want anders gaat het regenen!


PS. Dat zingen is puur mijn mening. Mijn vrouw bijvoorbeeld, vindt dat Tarradellas prachtig zingt, 'met veel emotie'. Zo werkt de menselijke perceptie nu eenmaal.