Posts tonen met het label what´s in a name. Alle posts tonen
Posts tonen met het label what´s in a name. Alle posts tonen

23-04-2012

Het straatje van de (laatste) kussen


De foto hierboven is van de Carrer dels Petons, de Straat van de Kussen. Een mysterieus, doodlopend steegje aan de rand van de wijk La Ribera, met een al even raadselachtige naam. Al ontbreekt het niet aan verklaringen van de herkomst.

Verklaring 1 begint met de feiten:  De Carrer del Petons was ooit verbonden met de Carrer del Portal Nou, totdat op de doorgang het huis van het bontwerkersgilde werd gebouwd.  Verder woonde in de Carrer del Portal Nou ooit ene Joan Pontons, zo blijkt uit een document van 1651.  
Maar dan wordt het gissen: Pontons was mogelijk  een vooraanstaand man, belangrijk genoeg zelfs voor een ´eigen´ straat (die overigens ooit Carrer de la Fusina heette, en nóg eerder Carrer de Jaume Negre). De Barcelonezen vervingen in de loop der tijd  – voor de grap of uit onwetendheid -  ´pontons´ door ´petons´. En daarom heet de straat nu Carrer del Petons.

Verklaring 2 is die van de zwartkijkers. Die zeggen dat het straatje ooit de plaats was waar de ter dood veroordeelden afscheid konden nemen van hun geliefden, voor ze werden opgehangen. De galg stond op de Esplanada, de kale strook land die diende als veiligheidszone tussen La Ribera en de Ciutadella, het gigantische fort dat was gebouwd in opdracht van de Spaanse koning Philips V.
Ophanging op de Esplanada.

Straat en naam Carrer del Petons dateren echter van vóór 1717, het jaar waarin werd begonnen met de bouw van de Ciutadella.  En dus, zeggen de romantici, ligt het anders (verklaring 3): het donkere, nauwe straatje was (en is?) gewoon een prima vrijplek voor verliefde stelletjes. 

Daarbij sluiten wij ons graag aan,  in ieder geval voor vandaag: de dag van Sant Jordi,  de Catalaanse Valentijn. 

11-03-2012

Plaça de l´Àngel, het oude centrum van Barcelona



De merksteen op de Plaça del Blat moet er volgens deze vroeg-20ste eeuwse reproductie zo hebben uitgezien.



´Dat is de plaça del Blat´, had zijn vader gezegd, ´het centrum van Barcelona, zie je die steen in het midden van het plein?´ en Arnau keek naar de plek die zijn vader hem aanwees. ´Nou, die steen betekent dat de stad vanaf dat punt in vieren is verdeeld: het kwartier van de Zee, van de Framenors, van Pi en van de Salada of Sant Pere.´

Bovenstaand citaat is afkomstig uit De Kathedraal van de Zee (La Catedral del Mar), de bestseller van Ildefonso Falcones, waarvan het verhaal zich afspeelt tegen de achtergrond van de bouw van Santa Maria del Mar in de 14e  eeuw. Een spannend en meeslepend boek en ook nog eens heel informatief. Dat komt omdat Falcones – kind van Barcelona, en behalve schrijver ook advocaat - behoorlijk goed de historische feiten volgt. Spelenderwijs kom je zo van alles te weten over het leven in het Barcelona van de 14e eeuw en over hoe de stad er toen uitzag.

Plaça del Blat, zo genaamd vanwege de tarwe (blat) die er werd verhandeld, bestaat dan ook echt, al luidt de tegenwoordige naam Plaça d´Àngel, Plein van de Engel.
Die naam dankt het aan een wonder dat er in juli 1339 zou hebben plaatsgevonden. Op de eerste zondag van die maand werden de resten van Barcelona´s patroonheilige Eulàlia overgebracht van de in aanbouw zijnde Santa Maria del Mar naar de kathedraal van de stad. Toen de stoet monniken onder leiding van koning Pere III op het Plaça del Blat aankwam, gebeurde er iets vreemds: van het ene op het andere moment was Eulàlia's kist letterlijk niet te tillen. 


Donder en bliksem
Wat te doen? Gelukkig, een paar tellen later verscheen een engel, onder het geraas van de nodige donder en bliksem. De engel zelf gaf geen kik, maar wees slechts beschuldigend naar een van de monniken die de kist droegen, om vervolgens weer net zo snel te verdwijnen als hij of zij was gekomen.

Als je door engel wordt beschuldigd dan rest je slechts één ding: bekennen. Beschaamd vertelde de monnik zich een teen van Eulàlia te hebben toegeëigend.



Een kleine replica uit 1966 van het originele engelbeeld,
boven het balkon van het gebouw aan het Plaça de l´Àngel 2.
De engel gaf geen kik, maar wees slechts beschuldigend naar een van de monniken 
Of de dief in de stadsgevangenis is beland – die toen aan jet Plaça del Blat stond -, dat vertelt het verhaal niet. Evenmin hoe de Eulàlia´s teen weer werd bevestigd aan haar maagdelijke voetje. Wel dat dat haar kist vanaf dat moment licht als een veertje was en de processie zonder verdere problemen de kathedraal bereikte. 



Het  Plaça de l´Àngel rond 1930, met midden op het plein de toen kersverse ingang (Jaume I) van de metro. Het beeld van de engel was al halverwege de 19de eeuw verwijderd. ´Te groot voor zo´n klein plein´, luidde het oordeel van de autoriteiten. Te zien is het echter nog altijd: in het Museu d´Història de Barcelona aan het Plaça del Rei.
Eerst zien, dan geloven
Hetzelfde jaar al werd besloten om het plein te verrijken met een afbeelding van Eulàlia. Een plan dat vreemd genoeg pas halverwege de 15de eeuw werd uitgevoerd. Toen kreeg de boog die als ingang diende van de Baixada de la Presó (nu de Baixada de la Llibreteria) een beeldje van de heilige. Weer veel later, in 1618, kreeg de engel een beeld op het plein. Vanaf dat moment ook noemden de inwoners van de stad het plein Plaça de l´Àngel – een naam die 1865 ´officieel´ werd. Kennelijk gold voor de Barcelonezen: eerst zien, dan pas geloven.

Zoals gezegd, ook Barcelonees Ildefonso Falcones houdt zich liever aan de historisch wat hardere feiten, wanneer het gaat om de setting van zijn  verhaal. De markeersteen uit het citaat hierboven heeft dan ook echt bestaan - de eerste bronvermelding dateert uit 1316. En in De Kathedraal van de Zee wijdt de schrijver meerdere pagina´s aan de overbrenging van Eulàlia´s resten. Aan het wonder van de engel? Geen woord.

Ildefonso Falcones – de Kathedraal van de Zee. Uitgeverij Sijthoff, 2007. 671 pagina’s.

 


Wil je langs deze en andere plaatsen die een belangrijke rol spelen in het meeslepende boek van Ildefons Falcones? Ga mee met onze Kathedraal van de Zee-wandeltour! Meer info vind je hier.

02-02-2012

What´s in a name: la quinta forca


Lange tijd, vanaf de Middeleeuwen tot in de 19e eeuw, telde Barcelona vijf vaste galgen – naast de mobiele en tijdelijke exemplaren die werden ingezet. Die vijf 'hoofdgalgen´ stonden op drukke punten in Barcelona en op grensovergangen tussen de stad en haar omgeving. Daardoor fungeerden de lugubere werktuigen als permanente waarschuwingsborden voor burgers en buitenlui: Pas op, als je je misdraagt, staat je dit te wachten!  Ook reizigers die per boot in Barcelona arriveerden, konden er niet onderuit. Vanaf zee zagen ze de galg op het Pla de Palau al staan. Welkom in Barcelona!

Andere galgen waren die bij de Sant Antoni-poort (waar nu de gelijknamige markt is); de galg op de Via Augusta bij de juridische grens tussen Sants – toen nog een zelfstandig dorp - en Barcelona, en de galg op de Pla de Boqueria, een plek genoemd naar de boc-querías in de buurt, de joodse winkels waar je geitenvlees (boc=geit) kon kopen. Deze laatste galg stond net buiten de 13e eeuwse stadspoort, pal voor wat nu de ingang van het Liceu-theater op de Ramblas is. De poort werd gemarkeerd door twee wachttorens. In één daarvan woonde eeuwenlang de stadsbeul. De bofkont had zijn werk dus regelmatig vlakbij huis.

Uitnodigend welkom 
Anders was het wanneer hij voor een terechtstelling naar de vijfde galg moest. Galg nummer vijf bevond zich namelijk ver buiten de stadsmuren, bovenop de heuvel Turo de Finestrelles (nu Nus de la Triniat), als uitnodigend welkom voor bezoekers uit de Vallès Occidental. ‘Està a la quinta forca’ ,‘bij de vijfde galg ’, zeiden de Barcelonezen dan ook vanaf een zeker moment, wanneer iets heel ver weg was.

  ‘Bij de vijfde galg ’, zeiden de Barcelonezen, wanneer iets heel ver weg was

De uitdrukking bestaat nog steeds. De vijfde galg in wat nu de wijk Trinitat Vella is, niet meer. Die verdween al 1445. Toen besloot het stadsbestuur de ophangingen voortaan uitsluitend binnen of bij de stadmuren te laten plaatsvinden. Bijna vier eeuwen later, in 1832, werd de galg als executiemiddel om ´humane redenen´ in Spanje en haar koloniën vervangen door de wurgpaal, de garrot vil.

Massa-executie met wurgpalen.
Een apparaat met een – over het algemeen dan – snellere werking en met bovendien zitruimte voor het slachtoffer. Al met al een waardiger manier van sterven, vonden de autoriteiten. En voordien dan ook slechts voorbehouden aan schurken met blauw bloed.

23-01-2012

What´s in a name: Carrer de Ja Hi Som

Carrer de Ja Hi Som, 22 januari 2012, 14.20 uur.
Het waren 505 treden, volgens mijn zoon (6). Ik heb ze niet geteld, maar veel waren het er. En op het moment dat ik ´de stand´ doorkreeg waren we nog niet eens bovenaan de Drecera de Vallvidrera. Die Drecera begint heel veel lager, op luttele meters afstand van Peu de Funicular, een stationnetje van de lokale trein naar provincieplaatsen als Sabadell en Terrassa.


Veel treden heeft de Drecera de Vallvidrera...
Drecera de Vallvidrera staat voor 'kortere weg naar Vallvidrera'. Wat de langere weg is, weet ik niet. Wil ik ook niet weten, want die Drecera is vermoeiend genoeg – maar ook heel mooi.
Bijna boven heb je aan je rechterhand een doodlopend straatje, de Carrer de Ja Hi Som. (Google Maps). Nu straatje, een pad is het meer. Met links niet onaardige huizen en rechts het dal.
Dat Ja Hi Som kun je op twee manieren vertalen. Mogelijkheid één:  'We zijn er al! ' Dat is de blije versie, het logische sluitstuk van die kortere weg naar Vallvidrera.
Mogelijkheid twee is een verzuchting: 'Hè, hè, we zijn er.'

...heel veel treden.
Pal naast Carrer de Ja Hi Som ook: de funicular.

Welke van de twee betekenissen je kiest, lijkt mij tegenwoordig een kwestie van lichamelijke conditie. Naar boven lopen doen de meeste mensen nu voor hun plezier. Met de Funicular (vandaar de naam van het stationnetje) zoef je immers desgewenst 
in een paar minuten naar Vallvidrera. Dat kabeltreintje is er sinds 1916. Daarvoor moest je dus echt naar boven lopen, zin of geen zin. ´Hè, hè, we zijn er´.
 









De beloning: Torre Agbar en Sagrada Família in één beeld gevangen.


Orange Monkey Tours collega Gerton beschrijft hier (scroll naar het tekstgedeelte over La Carretera de les Aigües) hoe je vanuit Barcelona met de trein in een wip bij de Peu de Funicular komt - en ook probleemloos kunt uitstappen.  Opgelet: voor de Drecera de Vallvidrera moet je dus wél door de poortjes naar buiten.

20-01-2012

What´s in a name: Plaça de George Orwell

Plaça de George Orwell , 20 januari 2012, 09.55 uur.

Misschien verdient George Orwell beter. Want mooi is ´zijn´ plein niet.  Maar dat was de Spaanse Burgeroorlog ook niet. De  Engelse journalist en schrijver arriveerde eind 1936 in  Barcelona. Daar voegde hij zich bij een van de milities, in de strijd tegen Franco. Bijna legde hij het loodje, toen hij aan het front in Aragon door een sluipschutter in z´n nek werd geschoten. Over zijn ervaringen toen schreef Orwell zijn boek Homage to Catalonia (1938).

Big Brother
Over hommages gesproken. Een tijdlang hing naast het naambordje van het plein de waarschuwing dat camera´s  de omgeving  binnen een straal van 500 meter in de gaten houden. Een  - onbedoeld -  ´eerbetoon´ aan Orwells bekendste werk, 1984. Carrer d´Escudellers, grenzend aan het Orwell-plein, was zelfs de eerste straat van Barcelona waar deze electronische Big Brother actief was. Vanaf eind jaren zeventig tot midden jaren tachtig was de buurt  dan ook het drugscentrum van de stad, met de Plaça Reial als bedenkelijk middelpunt.
El Tripi
Tegenwoordig is het gebied  wat drugs betreft een stuk ingetogener, al worden er natuurlijk nog wel de nodige psychedelica gebruikt, niet in het minst op George Orwells plein. Het beeld in het midden, een uitvergrote kopie van een sculptuur van Leandre Cristòfol, schijnt iets met seks te maken te hebben, maar staat bekend als El Tripi ( De Trip).

En: het plein als la Plaça del Tripi.

Zo gaan die dingen. Mogelijk zou George Orwell de humor  van die naamsverandering wel kunnen inzien: zíjn echte naam was Eric Arthur Blair.












Grotere kaart weergeven