26-03-2018

Barceloneta - een kazernewijk voor vissers


Oude luchtfoto van Barceloneta. Centraal boven  de stierenarena El Torín (afgebroken in 1944), rechtsboven machinefabriek La Maquinista.
 
In Barcelona´s handels- en zeewijk La Ribera gingen tussen 1715 en 1718 zo`n duizend huizen tegen vlakte. Op hun plek bouwde de Vlaming Joris Prosperus van Verboom namens Filips V van Bourbon de ‘Ciutadella’. Een gigantisch stervormig fort, van waaruit voortaan 8000 soldaten de stad onder de Bourbon-duim hielden. Zo werden de Barcelonezen voor hun ontrouw gestraft. In de strijd om de Spaanse koningskroon hadden ze immers meegevochten aan de zijde van de Habsburgers en hun bondgenoten.


Barcelona tussen de muren 1716-1854, rechtsonder het Ciutadella-fort. Links El Raval.

Vervangende woonruimte
Filips wilde wel zorgen voor vervangende woonruimte. Citadelbouwer Verboom kreeg de opdracht voor het ontwerp van een nieuwe woonwijk, die buiten de stadsmuren moest verrijzen. 


Het plan werd om onduidelijke redenen niet uitgevoerd. De dakloze Ribera-bewoners kwamen terecht in El Raval - toen nog schaars bewoond - of in leegstaande huizen. Hele families waren immers gesneuveld tijdens het beleg van Barcelona door de troepen van Filips. Ook bouwden sommigen barakken op de plek waar de nieuwbouwwijk had moeten komen, de ziltige zandvlakte tussen de zee en wat tot circa 1480 het Illa de Maians was, een eilandje in zee net buiten het middeleeuwse Barcelona, (ongeveer waar nu het Estación de Francia staat).



Het Maians-eiland en  het opschuivende  strand van Barcelona en, vanaf 1853, Barceloneta.


Knellende stadsmuren 
Pas in 1749 werd het oude plan voor Barceloneta weer tevoorschijn gehaald. Om een late goedmaker ging het niet. Het was bittere noodzaak. Het industriële tijdperk was begonnen, de bevolking groeide sterk en de stadsmuren knelden. En zo werd Barceloneta (‘Klein Barcelona’) alsnog gebouwd. Door een rasechte Spanjaard, Juan Martín Cermeño, die zich overigens wel liet leiden door de plannen van zijn illustere Vlaamse voorganger.


De eerste steen werd gelegd op 3 februari 1753. Een paar jaar verder telde Barceloneta al 300 huizen en 1570 bewoners – het merendeel ambachtslieden, vissers en havenarbeiders. Slechts 19 families waren afkomstig uit La Ribera.

Kazerne
Barceloneta stond onder rechtstreeks militair gezag en had de uitstraling van een kazerne: lange rechte huizenblokken met identieke woningen van elk ruim 64 m2 per verdieping. De straten links en rechts dienden als tuin annex binnenplaats. Elke woning had dan ook twee buitendeuren, hoekhuizen zelfs drie. Hoger bouwen dan twee woonlagen mocht niet; de kanonnen van de Ciutadella stonden weliswaar op de stad gericht, in noodgevallen moesten ze wel de zee kunnen bereiken. 



De eerste steen werd gelegd op 3 februari 1753. Een paar jaar verder telde Barceloneta al 300 huizen en 1570 bewoners 

De vraag naar woonruimte bleef groeien en veel huiseigenaren roken geld. Op elke verdieping kwam een familie (lees: pa, ma, rits kinderen, opa, oma et cetera). De volgende stap: een tussenmuur en dus ruimte voor vier huishoudens. Nu ja, ‘ruimte’: iedere familie huisde op 35 m2. Barcelona was voortaan de wijk van de cuartos de casa, de kwart-huizen.

Fabrieken
Het toestaan van een tweede verdieping in 1839 en zelfs een derde in 1868, een jaar voordat de Ciutadella werd afgebroken, bracht geen soelaas. Want inmiddels hadden de industriëlen Barceloneta ontdekt. Hun fabrieken zorgden voor nieuwe stromen bewoners. Boegbeelden van de wijk werden de gasfabriek Catalana de Gas (later Catalana de Gas y Electricidad) en de machinefabriek La Maquinista, waar maar liefst 1200 mensen werkten.



Catalana de Gas y Electricidad in de jaren zestig van de vorige eeuw.

Barceloneta werd hoger en hoger. In 1930 werd er zelfs al zeven woonlagen hoog gebouwd - al kwam de officiële toestemming daarvoor pas in 1958. Wie op een van de onderste verdiepingen leefde, zat de hele dag in het donker.

La Maquinista

De zware industrie is al vele jaren weg uit Barceloneta. Van Catalana de Gas staat de watertoren nog overeind en de metalen ring van de gashouder, van La Maquinista rest de toegangspoort. Wil je echter verder terug, naar het allereerste begin, dan kan dat. In de Carrer Sant Carles vind je het Casa de Barceloneta uit 1761 (nu ja, een paar stenen), het enige huis op de kop van een woonblok dat maar twee woonlagen heeft.

Casa de Barceloneta 1761


Voor de leukste Barcelona fiets en wandeltours: Barcelona Revisited

BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

20-03-2018

Columbus, Picasso en Bono in één straatje


Het is ogenschijnlijk een straatje van niks, maar de Carrer de la Plata, gelegen pal achter de oude haven van Barcelona, staat voor Geschiedenis met een grote G. De Carrer de la Plata komt uit op de Passeig de Colom en met die naam begint het al. 

Columbus
Want de befaamde ontdekkingsreiziger heette volgens Catalaanse historici dus mooi Colom. Jazeker, beweren zij, Columbus was een rasechte Catalaan, evenals de meesten van zijn bemanningsleden. Een van hen, Galvany, was zelfs de allereerste Europeaan die voet op de Bahama´s zette, de eerste ontdekking van zijn baas in 1492. Buiten werktijd moet matroos Galvany een huis bewoond hebben ‘ergens’ in de Carrer de la Plata.

Picasso
Ergens ook in dezelfde straat, op nummer 4 of 5, huurde pa Picasso in 1896 voor zijn veertienjarige zoontje Pablo diens allereerste atelier. De eigenaren van de voormalige tapasbar op nummer 3 dachten er - ongetwijfeld om commerciële redenen - anders over. Op hun gevel prijkt een levensgrote reproductie van een van Picasso´s bekendste schilderijen.





Picasso schilderde het niet in de Carrer de la Plata - in 1899 verkaste hij al naar een nieuw atelier- maar in een Frans Pyreneeëndorpje, tussen 1906 en 1907. Toen kunstcriticus André Salmon het schilderij in 1916 voor het eerst tentoonstelde, doopte hij het werk Les Demoiselles d’Avignon - in dit filmpje een uitgebreide analyse van het werk  - om een schandaal te voorkomen. 

Catalaanse hoertjes
Want de Franse juffertjes uit Avignon waren in werkelijkheid Catalaanse hoertjes uit een bordeel vlakbij de Carrer de la Plata, aan de Carrer d’Avinyó nummer 44. Picasso ging, jong als hij was, weleens ‘buurten’ bij de roze dames. Bordeelbezoek door late pubers was een maatschappelijk geaccepteerd verschijnsel in het Barcelona van eind negentiende, begin twintigste eeuw

Picasso was niet blij met de fatsoensactie van Salmon. Zijn leven lang noemde hij het schilderij steevast El burdel


De Franse juffertjes uit Avignon waren in werkelijkheid Catalaanse hoertjes

Bono

Haven betekent nu eenmaal Hoeren. Dat weet Pepe als weinig anderen. Al vijf decennia staat hij achter de bar La Plata, op de hoek met de Carrer de La Mercè. Ook het pand zelf is Geschiedenis. Boven de deur prijkt de op één na oudste bouwjaarvermelding van een civiel gebou in Barcelona: ANY MDCXLVIII. 1648.


De kroeg zelf dateert van 1945. Vooral ’s ochtends aan de bar of aan een van de zes tafeltjes vind je nog steeds voormalige dokwerkers en vissers uit de tijd, een paar decennia geleden, dat een een paar meter verder de industriële haven van de stad lag.


 De heren genieten van hun wijntjes en van de vier befaamde tapas van La Plata – probeer de gefrituurde sardientjes, 'pescadito frito'!  En wie weet kom je Bono tegen. De zanger van de Ierse rockband U2 komt als hij in de stad is altijd even langs.