Posts tonen met het label Spaanse Burgeroorlog. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Spaanse Burgeroorlog. Alle posts tonen

18-07-2016

De coup van 1936 in Barcelona - verslag van ooggetuige Albert Helman

De Surinaamse schrijver Albert Helman woonde in Barcelona tijdens de gebeurtenissen van juli 1936. Helman schreef over de Spaanse Burgeroorlog  reportages voor meerdere Nederlandse kranten en tijdschriften. Een aantal werd in 1937 gebundeld en uitgebracht onder de titel De Sfinx van Spanje.  Vandaag deel 1 van zijn ooggetuigeverslag: de Olympiada van het Volk.


Wij wisten dat het gebeuren zou, en toch scheen niemand het zich duidelijk
voorgesteld te hebben. Men leeft haast zonder fantasie. En in Spanje, het land van de onbegrensde mogelijkheden, rekent een ieder, - als het zo in zijn kraam te pas komt, - gaarne op onmogelijkheden.


Er was ook een prachtding aanwezig om de aandacht af te leiden, vooral in
Barcelona: de Volksolympiade.
'Honderden atleten, vertegenwoordigers van 22 landen, verzamelen zich volgende zondag in Barcelona voor het vieren van de grote Olimpíada Popular'

Daarvoor werd iedereen gemobiliseerd die anti-fascistische neigingen bezat. Men zou de wereld eens tonen wat een volk in vrijheid binnen de kortst mogelijke tijd tot stand kon brengen; en vooral Duitsland met zijn belemmerde en tendentieuze Olympiade wilde men een gevoelige les geven. De Volksfront-regering had eerst aarzelend haar steun verleend, maar er zouden grote sportkampioenen uit de Sovjet-Unie komen. Dat moest de beste attractie vormen. Op het laatste ogenblik bleven zij echter weg. Niet toevalligerwijze. Want op de openingsavond van de Olympiade brak de fascistische revolte op het Schiereiland uit.

Men zou de wereld eens tonen wat een volk in vrijheid binnen de kortst mogelijke tijd tot stand kon brengen

Alle vrienden hadden gedurende de eerste weken van Juli als waanzinnigen aan de ‘Olimpiada Popular’ gewerkt, want zoals het hier in Spanje nu eenmaal de gewoonte is, werd alles tot het laatste, allerlaatste moment uitgesteld. Elkeen is er heilig van overtuigd dat niets in orde is en alles in het honderd loopt, maar tenslotte wordt dan, als door een wonder, het meeste toch nog briljant geïmproviseerd.




Een ieder was doodmoe, en er heerste de fatale onweersstemming van alle ‘generale repetities’ toen wij op de vooravond van de Olympiade (Zaterdag 18 Juli) in het Stadion, boven in het Park van de vroegere Wereldtentoonstelling bijeenkwamen. Stellig was er ook nog een andere nervositeit bij de velen die in politiek opzicht ingelicht waren, en die wisten wat ginds in Marokko begonnen was.


Defilé van deelnemers aan de Volksolympiade.

In het Stadion dat fantastisch gelegen is, met een overweldigend panorama op de stad Barcelona en de omliggende bergen, waren juist een paar grote auto's vol Franse sportlieden aangekomen, die zich bij de ingang verdrongen, en met bewondering de heerlijke omgeving in ogenschouw namen. Binnen enkele dagen zouden de meesten van hen vol teleurstelling en angst dezelfde stad de rug toekeren!
Binnen in het Stadion was het een verschrikkelijk doorelkaar-geloop; de verschillende sportbureau's waren eerst daags tevoren naar het Stadion overgebracht, en bij de aangeboren onverschilligheid voor organisatie bij de Spanjaarden, wist niemand meer waar hij wezen moest. Het leek wel een gekkenhuis.


Verschillende Spaanse sportmensen hoorde ik het plan opperen, daar in het Stadion te blijven slapen, om de volgende morgen meteen op hun post te kunnen zijn. Zij  zagen er allen oververmoeid uit, van de inspanning der laatste dagen en door een groot tekort aan slaap.

Kenmerkend waren de gesprekken die wij toen voerden. Juanito, een van de ijverigste leden van de arbeiderssportvereniging, een jongen van zeventien, achttien jaar, was hoogst opgewonden op de repetitie gekomen; hij moest aanstonds weer weg met nog enige andere jongens van zijn groep. Zij moesten onmiddellijk naar hun partijlokaal, zeide hij, want de fascisten hadden voor die nacht een staatsgreep op touw gezet, en hij moest patrouilleren.

Dat was de avond tevoren. Nu, in het Stadion, vroegen wij hem ironisch: ‘Hadden ze jullie per telefoon gewaarschuwd? Het is te hopen dat jullie vanavond weer geen golpe de estado (staatsgreep) opvoeren.’
Barcelona 19 juli 1936: reclamezuil waarop een poster voor de VolksOlympiade met barricades op de achtergrond.

De brave Juanito trachtte met alle overtuigingskracht waarover hij beschikte, ons duidelijk te maken, dat er niet te spotten viel, dat het werkelijk om ‘algo serio’ (iets ernstigs) ging. Wist ik dan niet dat de leden van de F.A.I. avond aan avond schietlessen en onderricht in straatgevechten gaven aan de arbeiders, zelfs aan de meer voortvarende leden van àndere organisaties en partijen? Ook Juanito was er een paar maal geweest en had er de beginselen van de schietkunst geleerd. Maar gisteravond had de Partij hen allen weer naar huis gezonden, omdat toch niemand van hen een wapen bezat.


Toen wij tegen middernacht huiswaarts gingen door de stad, was er niets opvallends te zien



Hetgeen met Juanito geschiedde, was het geval met honderden andere arbeiders.Typerend voor de toestand was ook, dat bepaalde arbeiders-sectoren vijandig tegenover de Volksolympiade stonden. Deze werd namelijk ernstig bedreigd door de langdurige transportarbeidersstaking.



Het Olympiade-comité had de stakingsleiders (C.N.T.) gevraagd een uitzondering voor de Olympiade te maken; dit verzoek werd evenwel geweigerd, en zo kreeg men het ongewone en ietwat penibele schouwspel te genieten, dat de transporten voor de Olympiade, - bedden voor de deelnemers, levensmiddelen, bagage e.d. - door de vrachtauto's van het leger werden verricht, en door het geschoolde militaire stakingsbrekers- en onderkruiperspersoneel, dat bij zulke gelegenheden op de proppen komt. Het was een niet bepaald geruststellend gezicht. Want overal zag men groepjes arbeiders met dreigende gezichten in de buurt staan. Bij Juanito en de zijnen heette het: ‘De C.N.T. saboteert het Volksfront, zij hebben met opzet deze staking georganiseerd om de Olympiade onmogelijk te maken.’

Deze mening heb ik vaak horen verkondigen, zonder te kunnen beoordelen of zij gegrond is.
Toen wij tegen middernacht huiswaarts gingen door de, stad, was er niets opvallends te zien. Ook niet in de haven waar ik even geweest was om wat koelte van de zeebries te zoeken. Ook daar stonden weliswaar groepjes arbeiders zwijgend of fluisterend bijeen, maar dat was in de laatste dagen, - juist ten gevolge van de transportarbeidersstaking, - iets heel gewoons geweest.



Meer info over De Sfinx van Spanje:
http://www.npogeschiedenis.nl/nieuws/boeken/2011/mei/Boek-van-de-week-De-sfinx-van-Spanje.html
http://www.npogeschiedenis.nl/ovt/afleveringen/2011/OVT-08-05-2011/Albert-Helman-en-de-Spaanse-Burgeroorlog.html


Barcelona Revisited - Bijzondere fiets- en wandeltours door Barcelona

BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

Tachtig jaar geleden versloeg Barcelona de fascisten





Barricades aan El Paral·lel, 19 juli 1936
Op 17 juli 1936 komt het Spaanse leger in Marokko in opstand tegen de democratisch gekozen regering van de Spaanse Republiek. Meteen beginnen de executies van aan het regime loyale soldaten en linksen. Die nacht staan in Noord-Afrika 225 mensen voor de vuurpelotons. De volgende dag heeft de staatsgreep zich over het hele schiereiland verspreid, met opstanden van de rebellen in Sevilla, Córdoba, en - zonder succes - in Málaga. Op 19 juli rebelleren de militaire garnizoenen in meeste provinciehoofdsteden van Spanje. De Spaanse Burgeroorlog is begonnen.


Catalaanse Oase
In Catalonië  is het de maanden voor de staatsgreep relatief rustig gebleven. Voor een deel doordat de Lliga Catalana, de grote rechtse Catalaanse partij, geen poging doet om het vuur op te stoken en niet betrokken is bij de staatsgreep. Een andere reden is het proces van reorganisatie waarin de CNT, de anarchistisch vakbond, op dat momento is verwikkeld.

Natuurlijk was deze 'Catalaanse Oase' relatief. In Barcelona was op de dag van de coup zelfs nog een grimmige tramstaking aan de gang. De stad had in 1936 ongeveer ruim een miljoen inwoners en was de enige industriële metropool in Spanje. Haar industriële basis was complex. Textiel was de basis, maar het aandeel van de zware industrie was aanzienlijk. In Barcelona werd bijvoorbeeld de luxe Hispano Suiza auto's gebouwd, en bijna alle Spaanse locomotieven kwamen uit de Maquinista fabriek in Barceloneta. Het was een stad die sterk was doordrongen van de moderne tijd en de populaire 20e-eeuwse cultuur, met een relatief grote liberale middenklasse - maar ook een stad van grote arbeidersbuurten met miserabele leefomstandigheden.
Barcelona was  in de jaren dertig al een moderne stad. Bar Popeye aan de Carrer Balmes, 1937.


Geheime comités
De ochtend van zaterdag 18 juli, met de zomerhitte al voelbaar in de straten, bereikt het nieuws van de gebeurtenissen in Marokko Barcelona, hoewel de censuur de publicatie ervan verbiedt. Solidaridad Obrera, de krant van de CNT, mag het nieuws niet brengen, omdat dit, zo luidt het argument, een ‘belediging’ van de strijdkrachten zou zijn.


Voor de CNT komt de militaire opstand niet onverwachts. Al in oktober 1934 installeerde de vakbond geheime comités in alle Barcelonese wijken. Elk comité bestond uit zes leden, allen met welomschreven taken. Deze groepen vormen de kernen van de groepen arbeiders die in juli 1936 bij het uitbreken van de burgeroorlog worden gemobiliseerd.
Schietende soldaten die zich in een gebouw verschanst hebben.

Overvallen
In de dagen voor de staatsgreep hebben de anarchisten al hun geheime voorraden handvuurwapens tevoorschijn gehaald. Op 18 juli, de dag van de coup, gaan ze een flinke stap verder.  Groepen arbeiders overmeesteren individuele politieagenten en grijpen hun geweren. Ook zijn er inbraken in de wapenwinkels van de stad. In de haven overvallen de anarchisten afgemeerde schepen en maken daarbij zo'n tweehonderd vuurwapens buit. Intussen roepen de CNT en de UGT (de socialistische vakbond) een gezamenlijke algemene staking in heel Spanje uit, als protest tegen de staatsgreep.

In de dagen voor de staatsgreep halen de anarchisten  hun geheime voorraden wapens tevoorschijn


In de namiddag van 18 juli gaat een grote groep CNT-leden naar de Generalitat (de Catalaanse regering) op het Plaça de Sant Jaume en eist wapens om de stad te redden. De Generalitat - bang voor de komende staatsgreep, maar  zeker ook voor de anarchistische revolutionairen – weigert. Arbeiders die wapens dragen worden die zaterdag zelfs gearresteerd.  Wanneer het dramatisch nieuws over de voortgang van de staatsgreep in Sevilla en elders Barcelona bereikt, opent een aantal sympathieke Republikeinse officieren van het leger ’s avonds  wel een klein wapenarsenaal voor de CNT.


Ronda de Sant Pau, 19 juli 1936

Eigen plan
De Generalitat is bezig met een eigen plan om de staatsgreep neer te slaan. De Catalaanse regering beschikt over ongeveer duizend Guardias de Assalto (de nieuwe Republikeinse ordepolitie), naast tweehonderd Mossos d'Esquadra, de eigen Catalaanse politie. Die zaterdagmiddag gaat president Lluís Companys van het Generalitatspaleis naar het hoofdbureau van politie aan de Via Laietana, om van daaruit de operaties te coördineren.

De straatjes van de volksbuurten zijn vol met mannen en vrouwen. Waarschijnlijk slapen weinigen tijdens die lange, hete nacht. President Companys maakt om twee uur in de ochtend een wandeling over de Rambla. Llano de la Encomienda, de loyale Republikeinse legeraanvoerder, meldt aan Companys dat garnizoenen van de stad kalm zijn.  In Barcelona zijn op dat moment negen- tot tienduizend soldaten gestationeerd, het overgrote deel van de Spaanse strijdkrachten in  Catalonië. Ze zitten grotendeels in garnizoenen aan rand van de stad (Sant Andreu, Pedralbes), de rest bevindt zich in kleinere kazernes dichter bij het centrum (waaronder Drassanes).

Dubbel rantsoen rum
Een paar uur later, rond vier uur die zondagochtend 19 juli worden de dienstplichtige soldaten gewekt door hun officieren. Het plan is dat de troepen zich verzamelen op het Plaça de Catalunya om van daar uit sleutelgebouwen (het Telefónica-gebouw aan het plein, het regeringspaleis en het stadhuis aan het Plaça de Sant Jaume, radiostations, etc.) te bezetten. Als de stad onder controle is, zal generaal Manuel Goded zich bij hen voegen. Deze moet eerst nog de opstand op Mallorca en Ibiza leiden, alvorens naar Barcelona te vliegen.


De soldaten krijgen een dubbel rantsoen rum en gaan naar buiten. Waar ze uiteraard gezien worden door CNT-spionnen. Om vijf uur klinken alle sirenes van de fabrieken en in de haven. Dit is het sein. Vijftienhonderd tot tweeduizend militanten en arbeiders gaan de straat op. Kasseien worden uit de straten gerukt om barricades mee te bouwen, een effectief verdedigingsmiddel tegen lichte artillerie, weten ouderen nog van de Tragische Week in 1909. President Lluís Companys maakt op Barcelona Radio de staatsgreep bekend, terwijl de Generalitat haar politie de straat opstuurt.
Kasseien worden uit de straten gerukt om barricades mee te bouwen.

Bijna onmiddellijk worden de militaire rebellen aangevallen door arbeidersmilities en de politie. Vanaf gebouwen worden granaten gegooid en beschieten sluipschutters de soldaten. Ook zijn er meerdere virtuele zelfmoordaanslagen. Vrachtauto’s bijvoorbeeld, die op volle snelheid op de colonnes inrijden.

Anarchisten vechten schouder-aan-schouder met communisten en Catalanisten

Lang niet alle soldaten zijn de kazernes uitgekomen en velen deserteren tijdens de gevechten, hun wapens achterlatend, die vervolgens worden opgepakt door arbeiders. Daardoor raken in de loop van de ochtend steeds meer arbeiders bewapend. Ideologische verschillen tellen even niet. Anarchisten vechten schouder-aan-schouder met communisten en Catalanisten. Politiemensen breken uit het gelid en verbroederden zich met de CNT-arbeiders.

Een Guardia Civil krijgt van een militielid een armband: 'Trouw aan de Republiek'.

Vroeg in de middag wordt duidelijk dat de coup is mislukt. De Guardia Civil kiest om twee uur de kant van de Republiek. Tegen de avond zijn nog maar een paar plekken in handen van de rebellen. Generaal Goded wordt kort na aankomst in Barcelona gearresteerd en maakt, gedwongen door Lluís Companys, op Radio Barcelona de overgave bekend:


Generaal Goded na zijn arrestatie in Barcelona

"Het lot heeft tegengewerkt, en ik ben gevangengenomen, om welke reden ik u allen die mij hebben gevolgd van uw verplichtingen ontslaat.”


De Guardia Civil arresteert rebellerende militairen.

De uitzending heeft en grote impact op de Republikeinse moraal in heel Spanje. In Madrid schalt Godeds overgavetoespraak door de luidsprekers, afgewisseld met het overwinningsnieuws uit Barcelona.


Die zondagavond worden de kazernes - tegen die tijd slecht verdedigd - bestormd door anarchistische milities, geholpen door dienstplichtige militairen. Gedeeltelijk gebeurt dat om meer wapen in handen te krijgen, om daarmee de laatste rebelse bolwerken te kunnen verslaan. De anarchisten maken ongeveer dertigduizend wapens buit, vooral in het Sant Andreu garnizoen. Veel wapens worden vervolgens vanaf vrachtwagens uitgedeeld aan de bevolking in de volkswijken.

In Barcelona was dit een van de belangrijkste momenten van de oorlog. Plotseling was de werkende klasse, tot de tanden toe gewapend, en daarmee in staat tot het meest opmerkelijke anarchistische experiment in de wereldgeschiedenis.
Uitdeling van buitgemaakte wapens onder de arbeiders.

De mythe van het 'Volksleger'

De mythe van 'het Volksleger dat massaal in opstand was gekomen, ontstond in de dagen na het neerslaan van de opstand, toen de wapens werden uitgedeeld.  In werkelijkheid gingen een paar duizend CNT-militanten, enkele honderden  leden van de POUM (de anti-Stalin marxistische partij), plus een kleine groep van Catalaanse nationalisten en orthodoxe communisten op 19 juli 1936 de straat op.
In de strijd vielen aan beide zijden in totaal  450 gewonden  en tweeduizend gewonden. De meesten  waren arbeiders.


BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

Barcelona Revisited - bijzondere fiets- en wandeltours door Barcelona

24-05-2015

Revolutie, dictatuur... en altijd is daar drogisterij Poblet



Militieleden  in de Carrer Nou de la Rambla in Barcelona. We schrijven de derde week van juli, 1936. De Spaanse burgeroorlog is net begonnen. In Barcelona is de opstand van de Franco-rebellen de kop ingedrukt. De euforie van de sociale revolutie overspoelt de stad.

 Nog geen jaar later is van het revolutionaire elan weinig over. Ruim driekwart eeuw verder is dictator Franco al weer vele jaren dood en begraven. Drogisterij Poblet houdt moedig stand.



Ontdek het Barcelona van de Spaanse burgeroorlog tijdens onze speciale wandeltour!


BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

25-03-2015

Trouwen in de Santa María del Mar? Even geduld s.v.p.

De Santa María del Mar: grootse soberheid, waar ook Antoni Gaudí zich door liet inspireren.

Op 25 maart 1328, vandaaag 685 jaar geleden, begon de bouw van de Barcelona´s mooiste kerk, de Santa María del Mar. Het enorme gebouw was in 1384 al klaar, dankzij de gezamenlijke inspanningen van de bewoners van de La Ribera-buurt: de rijke handelaren en stadsedelen gaven het geld; de vele ambachtlieden die er woonden hun vakkennis en bouwkrachten; de havensjouwers ten slotte haalden de bouwstenen van de Montjuïc, waar koning Pere de Plechtige zijn steengroeve gratis en voor niks had opengesteld.

Het licht van de Middellandse Zee
Gebouwd door het volk was de Santa María ook een godshuis voor het volk: groots, maar niet praalzuchtig.  'Het zal één gemeenschappelijke ruimte zijn voor alle gelovigen, zonder onderscheid, en de enige versiering zal het licht zijn, het licht van de Middellandse Zee’, laat Ildefonso Falcones bouwmeester Berenguer de Montagut zeggen in zijn roman De kathedraal van de zee, waarin de Santa María del Mar het geografisch middelpunt is.

Elf dagen brandde de kerk. Wat niet van steen was ging verloren

Decoraties van latere datum, waaronder een barokaltaar, zijn inmiddels verdwenen. Dat is vooral te danken aan de anarchisten die in 1936, aan het begin van de Spaanse Burgeroorlog, de kerk in de fik staken. Elf dagen lang brandde de kerk. Wat niet van steen was ging verloren.


Spanjaarden hebben niet zoveel meer georganiseerde religie (iets van 15 % ziet regelmatig een kerk van binnen), maar de daaraan verbonden tradities houden velen wel in stand. De  grootste soberheid van de kerk maakt dat ook half- en ongelovigen graag trouwen in de Santa María. Trouwlustigen moeten dan ook minimaal twee jaar geduld hebben.


Veel meer over de wereld van De kathedraal van de zee vind je in de stadsgids Barcelona voor gevorderden. Compleet met wandeling!

Vanaf nu kun je ook de Nederlandstalige wandeltour 'Barcelona en de Spaanse Burgeroorlog' met mij doen. Meer info binnen enkele dagen op mijn toursite Barcelona Revisited.


BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

20-02-2015

De beroemdste slavenhandelaar van Barcelona valt eindelijk van zijn voetstuk





Lopéz el negre, noemden de  Barcelonezen van hem al tijdens zijn leven. Antonio Lopéz y López ( Comillas, 1817), succesvol zakenman en vanaf 1878 markies van Comillas, een cadeautje van zijn grote vriend koning Alfons XII. Bourgeois-Barcelona eerde haar grote zoon met een eigen avenue plus plein met standbeeld.

Het Plaça d'Antonio López kort na de plaatsing van het beeld in 1884. Op de achtergrond het San Sebastian convent. Het convent werd in 1900 afgebroken, om plaats te maken voor de Via Laeitana.

De avenue (op de Montjuïc) verloor El negre in 2011. Nu volgen wat betreft de eco-socialisten (ICV-EUiA) in de gemeenteraad van Barcelona ook plein en beeld van el negre; dat niet ‘de zwarte’ of iets dergelijks betekent,  maar  ‘de slavenhandelaar’.

Sjouwer
Plaats van handeling is het Cuba van 1830. López arriveert er als veertienjarige na een mislukte ‘carriérestart’ in Cadíz. Hij begint op Cuba als sjouwer.  De arme sjouwer ontmoet een rijke Cubaanse dame met Catalaanse roots, Lluïs Bru. Vanaf dat moment is het uit met slavenarbeid, López hándelt liever in slaven.

'Wij verkopen dieren en slaven.' Advertentie van 1839 in de Cubaanse krant La Habana.
Het geld van zijn bruid steekt López in een grote koffieplantage en in schepen, nodig om slaven te halen uit Afrika. Slavenhandel boven de Evenaar is volgens een afspraak tussen Engeland en Spanje vanaf 1820 verboden, maar dat verbod lapt de jonge ondernemer aan zijn laars, net als talloze andere indianos (de benaming voor Catalanen die fortuin hadden gemaakt in de Amerikaanse koloniën) deden.


Het verbod op de slavenhandel boven de evenaar lapt Lopéz aan zijn laars

Cholera
In 1853 zien we onze man terug in Barcelona. Op de vlucht voor de Cubaanse cholera en steenrijk. Zijn nieuwe project wordt een stoombootmaatschappij, López y Compañia. López en partners verwerven het alleenrecht op het vervoer van twee soorten goederen: de post en soldaten. Hun schepen brengen in 1860 de Spaanse troepen naar Marokko om daar de laatste koloniale bastions in Afrika (Ceuta en Melilla) veilig te stellen.



Van het Spaanse rijk in de Amerika is dan ook niet veel meer over. In 1868 begint op Cuba, een van de laatste bastions, de Tienjarige Oorlog. Spanje, bang om haar belangrijkste afzetmarkt te verliezen, steekt zich in de schulden om de oorlog te financieren.

Antonio López verdient geld aan de oorlog. Bij zijn net opgerichte verzekeringsmaatschappij kunnen burgers zich verzekeren tegen werving door het leger. Al snel daarna begint López een bank, samen met een aantal vrienden, waaronder Manuel Girona, in de jaren 1880 financier van de nieuwe voorgevel van Barcelona´s kathedraal. De bank stort tegen woekerrente geld in de Spaanse oorlogskas. Ondertussen worden wat familiebanden aangehaald. In 1871 trouwt López' dochter Isabel met Eusebi Güell, zoon van collega-indiano Joan Güell en de latere mecenas van architect Antoni Gaudí.

Jacint Verdaguer
Van mooie huizen hield Antonio López ook. Zijn Palau Moja aan de Rambla mocht met recht een paleis heten. Het  stimuleert schoonzoon Eusebi Guëll later zelfs tot de bouw even verderop van een nóg mooier paleis, Palau Güell.

López' culturele favoriet is echter de poëzie en dan vooral de Jocs Florals, een jaarlijkse dichtwedstrijd naar middeleeuws model. Het concours is het succesnummer van de Renaixança, de halverwege de 19de eeuw ingezette revivalbeweging van de Catalaanse taal en cultuur. Winnaar in 1873 is Jacint Verdaguer (1845-1902) een scheepskapelaan van López. Het bekroonde L’Atlàndita (De Atlantis) is voor velen nog altijd dé verwoording van het Catalaanse volksgevoel.

De verrukte López neemt de dichter-priester liefdevol op in zijn paleis aan Ramblas. Totdat Verdaguer begint met uitdelen van diens geld onder de armen, uit wroeging over slavenhandel van zijn baas. Verdaguer wordt op straat gezet. Een held van de pen, oké. Een Robin Hood van vlees en bloed echter, dat gaat López te ver.


Jacint Verdaguer, Robin Hood van de Rambla.
In 1878 is de oorlog met Cuba over. López krijgt als dank voor bewezen diensten van koning Alfons XII z´n adellijke titel. Zijn oorlogsbank gaat verder als de Banco Hispano Colonial (BHC)

Een held van de pen, oké. Een Robin Hood van vlees en bloed echter, dat gaat López te ver

De Tragische Week
Na het verlies van de laatste kolonie wordt de naam Banco Hispano Americano. In 1911 wordt het nieuwe hoofkantoor betrokken aan de gloednieuwe Via Laietana. Het pand op nummer 3 (nu Hotel Colonial) is zelfs het allereerste gebouw aan deze verbindingsas tussen de Eixample en de haven. Logisch: de bank had de werkzaamheden grotendeels gefinancierd. Voor de zakenavenue moesten wel 85 historische straten wijken. Duizenden mensen verloren hun huizen. Aan vervangende woonruimte was niet gedacht.

Antonio López y López is in 1911 al jaren overleden. Zoon Claudio López Bru heeft het zakenimperium van zijn vader overgenomen en uitgebouwd. De oude López had de laatste jaren van zijn leven zijn stoombootmaatschappij weer nieuw leven ingeblazen. De schepen van deze Compañia General Tabacos de Filippinas komen zoon Claudio in 1909 goed van pas bij het voortzetten van een oude familietraditie: het verschepen van soldaten naar Marokko.




Met het oog op de toekomst. Bij de aanleg krijgt de Via Laietana alvast een metrotunnel.

In het land woedt in 1909 de Melilla-oorlog. Een conflict dat grotendeels draait om het beschermen van de belangen van de Güells en de Comillas in de ijzermijnen.
De oorlog loopt niet lekker. Spanje leidt enorme verliezen. Versterkingen zijn nodig. De keuze valt op reservisten uit de Catalaanse arbeidersklasse.

Een slechte keuze. Sinds het verlies van Cuba, Puerto Rico en de Filipijnen zijn pacifisme en antimilitarisme onder de Catalaanse arbeidersklasse wijdverspreid. Bovendien heeft het merendeel van de reservisten de verplichte militaire dienst al gedaan. Een verplichting waarvan ze zich in theorie kunnen vrijkopen, volgens een regeling die sinds 1885 van kracht is. De kosten: 1500 peseta´s, een bedrag waarvoor een gemiddelde arbeider drie jaar lang moet werken.

Rijke katholieke dames
Op 18 juli slaat de vlam in de pan. Een groep dienstplichtigen gaat aan boord van schepen die liggen afgemeerd in de haven van Barceloneta. Een groep rijke katholieke dames, waaronder de markiezin van Comillas, begint met het uitdelen van religieuze medailles onder de menigte. Tot woede van de soldatenvrouwen.


Troepen voor Marokko gaan in 1909 aan boort in de haven van Barceloneta


  “Ik opende mijn ogen voor de onrechtvaardigheden van het leven op een ijskoude dag in de haven van Barcelona toen een priester ons zegende, de soldaten die naar Marokko werden gestuurd”

De dagen daarna groeit de spanning. Op 26 juli volgt een algemene staking die uitloopt op een opstand in de hele stad. Spoorlijnen worden vernield; barricades verschijnen in de straten; tachtig kerken en kloosters  - de katholieke kerk wordt gezien als de ideologische steun van de heersende klasse - worden aangevallen. In de straten klinken kreten als "Dood aan Güell en Comillas!" De onlusten gaan de geschiedenis in als de Tragische Week.

 “Ik opende mijn ogen voor de onrechtvaardigheden van het leven op een ijskoude dag in de haven van Barcelona toen een priester ons zegende, de soldaten die naar Marokko werden gestuurd,” schrijft een Marokko-ganger later. De man is inmiddels lid van de CNT, de anarchistische vakbond, opgericht een jaar na de Tragische Week van 1909.



Juli 1909. Barricades in El Raval tijdens de Tragische week.

Wie weet behoren zijn kinderen ruim twee decennia later wel tot de Joventuts Llibertàries. Deze anarchistische jongerenclub haalt tijdens de revolutie van 1936 het standbeeld van Antonio López  neer. Het brons,  oorspronkelijk afkomstig van afgedankte schepen van López, gaat naar de wapenindustrie; munitie tegen Franco; recycling recyclet.


Onschuldig
‘De korte zomer van anarchie’ (Hans Magnus Enzensberger) gaat voorbij, de oorlog met Franco wordt verloren. In 1940 keert López beeltenis terug op het plein. Een stenen kopie van het oorspronkelijke beeld, gebeeldhouwd door Frederic Marès. Een van de opschriften is de tekst van het condoleance-telegram uit 1884 van de diepbedroefde Alfons XII.  ‘Spanje heeft een van de mannen verloren die aan haar de grootste diensten hebben verleend.’

In 2011 krijgt de Avinguda de Comillas op voorspraak van vakbonden UGT en CCOO een andere naam: Avinguda de Francesc Ferrer i Guàrdia. Een eerbetoon aan de anarchistische pedagoog die, totaal onschuldig, in 1909 op het kasteel van de Montjuïc werd gefusilleerd als vergelding voor de onlusten van de Tragische Week.

Een poging om  ook het beeld van López te laten verdwijnen strandt in 2011. Misschien lukt het dit keer. Het plein zelf zou de naam moet krijgen van een vrouw die zich heeft ingezet voor sociale gerechtigheid. Gedacht wordt aan Josefina Piquet (1934-2013), jongste lid van de Dones de 36, een vereniging van vrouwen die de Spaanse Burgeroorlog overleefden en met jongere generaties Spanjaarden hun ervaringen delen. Opdat zij niet vergeten. En voor velen: opdat zij weten.


Bomalarm. Barcelona 1939

Naschrift 2018: Het standbeeld van Antonio Lopéz y López werd op zondag 4 maart 2018 afgebroken.


Barcelona Revisited: Voor de leukste wandel- en fietstours door Barcelona.



BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

24-12-2014

De tien meest universele kunstwerken van Barcelona - volgens de Barcelonezen zelf (4)

Welke tien openbare kunstwerken  in Barcelona zijn het meest universeel? Dat wilde de organisatie Capital de la Cultura Catalana weten. Meer dan 7000 Barcelonezen mailden hun favorieten. Genoeg aanleiding voor een serie posts.  Deze keer de roerige geschiedenis van het duo República en Victoria.


6. Josep Viladomat - La República (Homenage a Pi i Maragall) (1934). Plaça de Llucmajor


Een beeld met een lange geschiedenis. Pi i Maragall, Catalaan en tweede president van de kortstondige Eerste Spaanse Republiek zou al in 1915 een monument krijgen, maar onderling politiek gekrakeel en de dictatuur van Primo de Rivera verhinderde realisering. Pas met de komst van de Tweede Spaanse republiek werd het echt wat. In 1931 verscheen op het Plaça  Cinc d´Oros een buste van Pi i Maragall, gemaakt door Felip Coscolla:


Kennelijk had de president te weinig uitstraling voor het plein op de kruising van de chique Passeig de Gracia en de Diagonal. Al in 1934 werd een openbaar concours uitgeschreven voor een imposanter werk, met als gelukkige winnaar Josep Viladomat. Zijn beeld, een naakte República, belandde helemaal bovenop een als el lápiz (het potlood) gedoopte obelisk, een werk van de gemeentearchitecten Josep Vilaseca en Adolf Florensa. Pi i Maragal degradeerde; aan de voet van het potlood kreeg hij een medaillon, bedacht door Joan Pie.


De Catalaanse president Lluís Companys onthulde de bonte verzameling. Dat was op 12 april 1936, aan de vooravond van de Spaanse Burgeroorlog:


Blote borsten
Franco won die oorlog in 1939. Lluis Companys werd in 1940 gefusilleerd. Straten en pleinen kregen nieuwe namen. Het Plaça Cinc d’Oros heette voortaan Plaza de la Victoria. En talloze beelden die in Franco's ogen niet Spaans genoeg waren werden weggehaald en vaak vernietigd. Viladomats naakte dame met lauriertak verdween (samen met Pi i Maragalls medaillon) in een gemeentelijk magazijn. Ze werd vervangen door zo'n typisch Franco-symbool, een adelaar, door de Barcelonezen al snel el Gran Loro genoemd, de Grote Papegaai.

Helemaal bovenaan: el Gran Loro.



Victoria van Frederic Marès.
Onderaan de voet van de obelisk kwam wel andere dame. Ironisch genoeg was dit het beeld waarmee veelschepper Frederic Marès in 1934 de tweede prijs had gewonnen. Marès moest wel een en ander wijzigen. Die blote borsten bijvoorbeeld, dat kon in het streng-katholieke Spanje van Franco natuurlijk niet. En zo werd de vrijgevochten República een zedige Victoria, aan haar voetjes een inscriptie voor de gevallen ‘helden van het franquisme’.

De vrijgevochten República werd een zedige Victoria

Weer volgden andere tijden. Franco ging in 1975 dood en Spanje werd weer een koninkrijk. Barcelona noemde het Plaza de la Victoria naar de nieuwbakken vorst. In het Catalaans – dat mocht nu weer: Plaça Joan Carles I. Vreemd genoeg liet het gemeentebestuur Marès’ Victoria ongemoeid, al werd de inscriptie voor de dode Franco-helden een paar jaar later bedekt.

Viva la República!
Viladomats beeld ondertussen, kwam ook onder het stof vandaan. Het beeld ging zelfs op reis, naar Madrid nog wel. In 1983 figureerde het daar op de tentoonstelling Cataluña en la España moderna – ja, toen hielden Madrid en Catalonië nog een beetje van elkaar.
De medaillon voor Pi i Maragall. 
Het duurde nog tot 1990 voordat een vaste plaats werd gevonden, het Plaça de Llucmajor in de arbeiderswijk Nou Barris. Daar kwam van het duo Albert Viaplana en Helio Piñón een abstract kunstwerk te staa , als entourage voor zowel Viladomats República als de medaillon van Pi i Maragall. De vlaggenmast (?) is natuurlijk een weinig subtiele verwijzing naar het potlood op het Plaça Joan Carles I.
República


Daar gaat Victoria.
Op dat plein stond nog al die tijd Marès' Victoria. Eind 2007 nam het Spaanse parlement de Ley de Memoria Histórica (Wet op de Historische Herinnering) aan, die de slachtoffers van de burgeroorlog hulp en eerherstel moet geven. Deze wet verplicht Spaanse gemeenten onder meer om Franco-symbolen uit het openbare leven te verwijderen. In Barcelona was het beeld van Frederic Marès het allerlaatste. Op 31 januari 2011 was het zover. De socialistische burgemeester Jordi Hereu hield een kort toespraakje en daar ging Victoria. "Viva la República!", riepen de tweehonderd toeschouwers.

De Grote Papegaai was al jaren eerder uitgevlogen.
 

 Dat Victoria als laatste werd verwijderd, was, zo wist Hereu te vertellen, omdat prioriteit was gegeven aan het ruimen van beelden met een uitgesproken Franco-signatuur. Zoals het ruiterstandbeeld van de Caudillo in het kasteel op de Montjuïc. De maker: Josep Viladomat.
Het Franco-ruiterstandbeeld werd in 2008 opgeborgen in  een gemeentemagazijn.









BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!