22-07-2014

Moment van vrijheid in Barcelona


El món neix en cada besada, heet de fotomozaïek.  In elke kus wordt de wereld geboren. De reuzenzoen siert sinds kort een muur aan het Plaça de Isidre Nonell, in de oude binnenstad van Barcelona. 

Kunstenaar Joan Fontcuberta maakte het acht bij vier meter grote kunstwerk met 4000 foto´s die lezers van de Catalaanse krant El Periódico naar de redactie zonden.  Een ‘Moment van Vrijheid’ moest het onderwerp zijn. Een thema dat natuurlijk alles te maken heeft met de in de straten van de stad niet te ontlopen viering van 300 jaar 1714.

De muur aan het plein van Isidre Nonell, schilder van naamlozen en outcasts, is na een paar weken al een bijna verplichte kusplek voor Barcelonezen en veel toeristen. Ook het al wat oudere stel op de foto´s hierboven lijkt even een flinke pakkerd te overwegen. Maar uiteindelijk zien de twee er toch maar vanaf.

Een moment van vrijheid.




Naschrift:
Een paar dagen geleden ontving El Periódico nóg een foto van een lezer. Een opname van het verwaarloosde graf van Isidre Nonell op de Montjuïc-begraafplaats.



BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

09-07-2014

De mythische stichter van Barcelona (1)



Geen betere stichter van een trotse stad dan een superheld. Barcelona heeft er zelfs twee. De eerste is Hercules, de Griekse halfgod, vrucht van het overspel van vader Zeus met prinses Alkmene. Zeus erotische capriolen ware tegen de zin van Hera, niet alleen Zeus’ zuster maar tevens diens echtgenoot –de relationele wegen van die Griekse goden zijn werkelijk wonderlijk.

Stiefmoeder/tante Hera neemt, veel later, wraak op Hercules. Ze drijft de reus – machtig van lijf en leden, maar in bezit van zwakke zenuwen - tot waanzin, waarop Hercules zijn vrouw en kinderen dood. Weer bij zinnen hoort Hercules van de god Apollo hoe hij boete moet doen. De sterke held moet voor de zwakke vorst Eurystheus twaalf bovenmenselijk zware opdrachten tot een goed einde zien te brengen. Lukt dit, dat wacht hem de onsterfelijkheid.

Hercules fontein van Salvador Gurri i Corominas aan de Passeig de Sant Joan
Pirene
Het is tijdens het uitvoeren van een van de taken dat Hercules de noodkreten hoort van Pirene, de lieftallige dochter van Túbal, koning van het Iberisch schiereiland. Hercules’ hulp komt helaas te laat. De door een driekoppig monster zwaar gewonde prinses sterft in zijn armen.
De stoere Hercules is aangeslagen, maar zit bepaald niet bij de pakken neer. Van heinde en ver sleept hij bergen aan, en bouwt daarvan een gigantische graftombe voor de prinses: de Pyreneeën.

Hercules op het Plaça de Catalunya. Beeld van Antoni Perera


Na al dat gezwoeg is het tijd voor een verfrissend bad in de Middellandse zee. In vier reuzenstappen is Hercules bij de Montjuïc. Voor hij in zee duikt, gaat hij eerst even lekker zitten, met de Montjuïc als ruggensteun. Hij geniet van het uitzicht over de vlakte van Barcelona. Mooie plek om een stad te stichten, mijmert Hercules. Wanneer ik een moment vrij heb, ga ik dat zeker doen.

Dat moment komt nadat Hercules dankzij een list de door de draak Ladon bewaakte gouden appels uit de tuin van de Hesperiden heeft gestolen en daarmee klaar is met zijn twaalf opdrachten. Met negen schepen vol timmerlui en metselaars zet hij vervolgens koers richting de Montjuïc. Dan steekt er onder Marseille een vreselijke storm op. Acht schepen bereiken met veel moeite de Franse kust, schip nummer negen gaat verloren.

Mooie plek om een stad te stichten, mijmert Hercules. Wanneer ik een moment vrij heb, ga ik dat zeker doen
Na het noodweer bereiken de acht schepen zonder veel problemen alsnog de vlakte van Barcelona. Tot hun verbazing is daar een groep mannen al druk bezig met het bouwen van een stad. Het zijn de mannen van Schip Negen, Barca Nona. Waarmee de verheugde Hercules gelijk een naam heeft voor zijn stad.

Finca Guëll
Tweeduizend jaar later vind je weinig sporen van Hercules in Barcelona. Een straat in de oude stad die zijn naam draagt, een beeld op het Plaça de Catalunya, plus een fontein op de kruising van de Passeig de Gracia en de Carrer Corséga, dat is het wel zo’n beetje.

De ingang van Finca Guëll.

 En dan is er nog het ijzeren hek van de Finca Guëll, de verzameling paviljoens die Antoni Gaudí tussen 1883 en 1887 aan de rand van Barcelona bouwde voor zijn mecenas Eusebi Güell. De draak en de boom met de gouden appels bovenop de pilaar waaraan het hek is opgehangen verwijzen rechtstreeks naar het


Hesperiden-verhaal. Geen eigen idee van Gaudí, maar ‘gepikt’ uit L’Atlàndita (1876), het epos van de door Gaudí zeer bewonderde volksdichter Jacint Verdaguer, waarin Hercules een hoofdrol speelt. Zo maakte de slimme Gaudí iedereen blij. Eusebi Guëll was immers getrouwd met de dochter van Antonio López y López, de markies van Comillas en die was weer de beschermheer van Jacint Verdaguer.

Oh ja, we zouden het bijna vergeten: in de tuinen van dezelfde Güell-residentie zette Gaudí in 1884 een Hercules-fontein neer. Kennelijk heeft het ding nooit veel indruk gemaakt, want door de jaren heen werd het door vegetatie overwoekerd. Pas in 1984, bij een grondige schoonmaakbeurt van het park (nu behorend tot het Palau Reial de Pedralbes, gebouwd op de plek van het oude Güell-huis) kwam de fontein tevoorschijn:

Al met al een schamele oogst voor wat toch de grondlegger van Barcelona zou zijn. Superheld nummer twee brengt het er een stuk beter van af. Dat is Hercules halfbroer Hermes, in sommige versies van de legende mede-stichter van Barcelona. Hem kom je overal in de stad tegen. Meer over Hermes binnenkort op deze blog.


BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

16-05-2014

Een huis met een luchtje aan de Ramblas

Casa Bruno Cuadros, circa 1945.

Casa Bruno Cuadros heet het officieel, het huis aan de Rambla 82. Oorspronkelijk uit 1858, maar tussen 1885 en 1888 ingrijpend verbouwd door architect Josep Vilaseca, staat het bekend als het La Casa dels Paraigües, het Huis van de Paraplu’s, een verwijzing naar de paraplu-winkel die ooit op de begane grond zat.

Paul de Dief
Vóór Bruno Cuadros er in de jaren 1850 neerstreek, zat op deze plek echter een heel andere nering, namelijk een viswinkel. Een zaak met een luchtje, niet om die vis, maar vanwege de onbetrouwbare eigenaar, die bekend stond als Pau Lladre, Paul de Dief.

Pau, zo wil het volksgeloof, zou het kapitaal voor zijn vishandel hebben vergaard door dagelijks een gouden munt te stelen van zijn werkgever, geldfabriek La Seca (van het Arabische ‘Sekkat’, ‘huis waar men geld maakt`) in de carrer dels Flassaders in El Born. Natuurlijk werden de werknemers iedere avond bij het naar huisgaan streng gecontroleerd. Toch is de slimme dief tijdens de vele jaren dat hij in de fabriek werkte nooit betrapt. Toen Pau eindelijk genoeg goud had vergaard, nam hij ontslag en startte zijn vishandel.

Te veel eer
‘De een zijn dood is de ander zijn brood’, luidt de uitdrukking. La Seca zou door Pau´s streken gedwongen zijn geweest te sluiten, zo werd in de stad gefluisterd. Héél waarschijnlijk is dat te veel eer voor onze schurk. La Seca leidde in de negentiende eeuw weliswaar een bestaan van open en dicht zijn, maar dat kwam vooral door het zwalkende monetaire beleid van de regering in Madrid, die dan wel en dan weer niet koos voor een centrale muntproductie in de hoofdstad.


De geest van Paul de Dief waart nog rond: in Casa Bruno Cuadros huist tegenwoordig een bank

In 1868, met de komst van de Eerste Spaanse Republiek, ging de fabriek definitief dicht. Aan de Rambla 82 had Pau Lladre´s vis toen al lang plaatsgemaakt voor paraplu’s.
De paraplu’s zijn gebleven, zij het alleen op de gevels van het pand. En ook de geest van Paul de Dief waart nog (of weer) rond, kun je zeggen: in Casa Bruno Cuadros huist tegenwoordig een bank.




BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

13-05-2014

Museumnacht in Barcelona




Meer dan 70 musea en culturele centra doen zaterdag 17 mei mee met La Nit dels Museus, Barcelona´s  museumnacht. Behalve gratis toegang (tussen 19.00 en 01.00 uur) bieden veel musea hun late bezoek een extra programma van concerten, lezingen en dans- en theaterspektakels. Een kleine greep uit het aanbod:

  • Wetenschapsmuseum CosmoCaixa komt met de competitie Cosmobot, waarin als raceauto´s of sumoworstelaars vermomde robots onderling uitmaken wie het snelst, sterkst, dus zeg maar het slimst is. http://bit.ly/1oIK3cA
  • Het Scheepvaartmuseum doet het met muziek. Duik in het rijke maritieme verleden van Barcelona, met als soundtrack de klanken van onder meer een compleet symfonieorkest. http://bit.ly/1slhSRk
  • The Night Of The Black Out is een van de activiteiten in en om het moderne-kunstmuseum MACBA in El Raval. Twaalf kunstenaars gaan leuke dingen doen met audiovisuele objecten van het museum. En het publiek doet mee! http://bit.ly/1jaBzM1
Het complete aanbod (in alfabetische volgorde) van de museumnacht vind je hier.


BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

01-05-2014

De eerste 1 mei viering in Barcelona


Plaça de Catalunya, 1 mei 1890.

May Day 1890 became a revolutionary international holiday, complete with anthems, globes enveloped with palms of peace, red carnations, red flags, and, in Barcelona, yellow triangular ribbons emblazoned with slogans calling for the eight-hour day. The demonstration in Barcelona started with a mass meeting at the Tívoli Theater on Gracia Pass, close to the Plaza of Catalunya. The audience heard speakers call for the eight-hour day, an end to child labor altogether for children under fourteen, and a six-hour day for those between the ages of fourteen and eighteen. They demanded abolition of most night work and prohibition of female employment in mines. They called for consecutive thirty-six-hour rest periods every weekend or for a half-day on Saturday. And they demanded that the government regulate jobs dangerous to the health of workers.

About twenty-five thousand people joined in the demonstration, among them marble cutters, shoemakers, tailors, sugar refiners, candy and cake manufacturers, copper smelters, cabinet makers, fabric print- ers, and members of various republican clubs, artist societies, and trade unions. They marched from the Tívoli Theater down the Rambla to Columbus Pass, then along the harbor to the civil governor's office on the Plaza of the Palace. People in balconies above the closed shops on the Rambla cheered the festive demonstrators, who obviously did not appear threatening even to conservative onlookers. The presence in the crowd of so many women and children dressed in holiday finery made the demonstration seem like an ordinary festival. When the parade reached the governor's offices, a delegation was sent up to present their petition for the eight-hour day. The ritual aspects of the procedure were deferential: peaceful supplicants stood below as the governor appeared on the balcony to bestow the political version of a blessing on the crowd. They responded by applauding him. The parallels to religious holidays were obvious to contemporary observers. One journalist compared the first May Day to Holy Thursday before Easter.


Several groups among the male anarchists insisted that May Day 1890 should be not a holiday but a general strike
 
Socialists and unaffiliated artisans were willing to accept the symbolic and festive elements of May Day from that first celebration in 1890 on. Anarchist workers, however, remained suspicious about festivals: to them, militant struggle was more appropriate. Several groups among the male anarchists insisted that May Day 1890 should be not a holiday but a general strike. They boycotted the Tívoli Theater meeting and the peaceful march to the governor's offices. Instead they met at Tetuan Plaza at the center of the northeastern workers' section of Barcelona and vowed to strike until they won the eight-hour day. Waving sticks, they marched down Workshop Street to the Rambla and headed toward the harbor, where police stopped them near the Atarazanas Barracks. Another group gathered close to the harbor, near the governor's palace.

On Friday, May 2, the shops and the Boqueria Market (Saint Joseph Market) along the Rambla were open as "servant girls, although in reduced numbers, went to market to secure provisions."  But anarchists struck the cotton and metallurgical factories in the neighborhoods of Saint Martin of Provence and Sants and attempted to hold another militant strike meeting in Tetuan Plaza. Angry workers filled the downtown area, setting fire to garbage in the Plaza of Catalunya and throwing stones. The governor felt menaced by so many mobilized workers and poised for action in the city center.[ Captain General Ramón Blanco y Arenas (who a few years later instigated Spain's scorched-earth policy in the war with Cuba), needlessly fearful that there might be an insurrection in Barcelona, declared a state of war, thus placing the city under martial law and under his own direct command.


Soldiers took up positions at the Plaza of Catalunya, the Rambla, the Plaza of Saint James, between city hall and the provincial government building, at Tetuan Plaza, and at Saint John's Pass, which workers from Saint Martin had to traverse on their way downtown. But fires blazed nonetheless in the Plaza of Catalunya, and workers walked off their jobs on the railroad and at the docks.

The militant anarchists agreed to assemble again at 9:00 A.M . on Saturday, May 3. From the Tetuan Plaza they moved across the boulevards that ringed the downtown working-class neighborhoods; as they proceeded down the Rambla they shouted for a general strike. When workers on Pelayo Street threw stones at police, the cavalry of the Civil Guard charged, driving everyone out of the Plaza of Catalunya. Troops stationed along the Rambla stopped the march, and shouts rang out in the Plaza of Catalunya. The Civil Guard apparently had orders to shoot if necessary to seal off escape routes and contain the demonstrators in the center of the city, away from the captain general’s headquarters.
Catalaanse arbeiders, 1886.

The militants must have won the support of people who had participated in the peaceful demonstration on Thursday, for an estimated twenty thousand workers congregated in central Barcelona on Sunday, May 4. They filled the downtown areas of the Plaza of Catalunya and the Rambla, where people of all ages, sexes, and classes usually teemed. On this Sunday, though, the female flower vendors, like most women, had withdrawn from the downtown area, afraid of fighting in the streets. On Monday morning, a rumor circulated that the guns of Montjuich would be turned on the streets below. Servants and working women quickly did their shopping and scurried back to their houses. But by Monday afternoon, women had returned in force to Gracia Pass and to the Rambla and the old city, having decided that there would be no more violence.

 On Monday morning, a rumor circulated that the guns of Montjuich would be turned on the streets below

In the poor people's suburbs, the strike continued. Workers stayed out of the factories in Sants and Saint Martin of Provence through May 11, vowing to stay on strike until they won the eight-hour day, double pay for overtime and holidays, and union membership as a requirement for hiring.[41] Shoemakers, cooks, hatters, and waiters joined the strike, airing their own grievances. The waiters and cooks, who may have belonged to a clandestine union known as the Progressive Society, called for a full day off every fifteen days. They wanted restaurant owners to pay for cleaning white uniforms, and the waiters demanded that they be allowed to keep their tips (not share them with owners).

May Day became emblazoned on the consciousness of the working population of Barcelona, which after 1890 continued to celebrate the day as a festival whenever it was permitted. The way this new civic ritual established itself in 1890 indicates how political struggles become part of traditional ceremonies. The mass meetings and the march through the city, which were part of a wholly peaceful demonstration, came to assume ritual form in later May Day celebrations.


Uit: Temma Kaplan - Red City, Blue Period. University of California Press, 1990.

BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

23-04-2014

Hoe druk het was bij Artur Mas

 Een goed idee van de Catalaanse regering, om met Sant Jordi open huis te houden. Alleen was de rij bij het Palau de Generalitat wel erg lang:
De rij wachtenden in Carrer de Sant Honorat.....................en om de hoek in Carrer de Sant Sever.

Gelukkig hadden Artur Mas en de zijnen zelf al wat mooie plaatjes gemaakt. En, geen mens te zien!


Volgend jaar op 23 april een nieuwe poging.


BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

22-04-2014

De tragische Sant Jordi van de Ramblas

 
Nog één dag en dan is het Sant Jordi, feest van rozen en boeken. In Barcelona vormen de Ramblas het magische middelpunt. Hier signeren bekende en niet-zo bekende Catalaanse schrijvers. Sommigen lezen voor uit hun laatste meesterwerken. De meer sfeergevoeligen kiezen uiteraard een sappige liefdespassage,  want Sant Jordi is immers de Catalaanse Valentijn.

De Ramblas zijn een passend decor, want de liefdesgeschiedenissen liggen er voor het oprapen. Een van de beroemdste is dat van Felipe Manuel d’Amat (1707-1782). Deze Catalaanse militair werd in 1755 door de Spaanse kroon naar de Amerikaanse koloniën gezonden. Eerst was hij gouverneur van Chili, later werd hij onderkoning van Peru.


Amat was een standaard foute man, die zowel de Amerikaanse natives als zijn Spaanse ondergeschikten slecht behandelde en voor de Kroon bestemd goud in eigen zak stak. Tussen alle slechtheden door had hij nog tijd over voor een turbulent liefdesleven. Zijn bekendste verovering was Micaela Villegas, een Peruaanse actrice die onder de naam La Perricholi furore had gemaakt. Hun relatie inspireerde Jacques Offenbach later tot zijn operette La Périchole  (1868), het verhaal van een arme straatzangeres en haar wellustige minnaar, onderkoning Don Andrès de Ribeira.

Heimwee
Ook slechte mensen hebben wel eens heimwee. In 1767 kocht Amat met zijn deels gestolen kapitaal een lap grond aan de Ramblas en liet daar een paleis bouwen. Hij zag het niet eerder dan eind oktober 1777, toen hij terugkeerde in Barcelona, inmiddels zeventig jaar oud.  Weer twee jaar later wilde Amat een neef laten trouwen met Marisca Fivaller y Bru. De bruid sleet tot dan toe haar dagen in een klooster aan de carrer de Jonqueres en telde vierentwintig lentes.


Onbekend is hoe oud de bruidegom was, maar vaststaat dat hij verstek liet gaan op zijn eigen bruiloft. Waarop zijn beschaamde oom de volgende woorden stamelde: “Mevrouw, als ik niet zo oud was, zou ík u om uw hand vragen.”
“Ouder dan u zijn de muren en de hekken van mijn klooster, en die verdraag ik met vreugde”, antwoordde Marisca met zwier.
“Dus u wilt met mij trouwen”, concludeerde de grijsaard daarop.
“Waarom niet”, sprak Marisca, met een glimlach om de bevallige mond.

Felipe Manuel d’Amat
 Eind goed, al goed? Nee, één edelmoedige daad (of ging het toch om louter wellust?) maakt geen duizend slechtheden goed. De Spaanse Kroon bleef haar corrupte dienaar tot diens dood toe achtervolgen met processen. Amats einde kwam overigens al snel, op 14 juni 1782. Volgens sommigen zou hij, de rechtszaken moe, zelfmoord hebben gepleegd, maar bewijzen daarvoor ontbreken.

'Ouder dan u zijn de muren en de hekken van mijn klooster, en die verdraag ik met vreugde'

De jonge weduwe bleef tot haar vroege dood in 1791 wonen in het paleis, dat voortaan het Palau de la Virreina werd genoemd, het Paleis van de Onderkoningin.





Het Palau de la Virreina aan de Rambla de Sant Josep.



Het volledige programma van Sant Jordi 2014 vind je hier. Niet te missen: de open dagen van het stadhuis en het regeringsgebouw (Palau de Generalitat), beide aan het Plaça de Sant Jaume, hartje oude centrum.








BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

07-04-2014

De bloedige geschiedenis van de Catalaanse vlag


Eerder hadden we het hier over de estelada, de Catalaans onafhankelijkheidsvlag. Maar de senyera, de officiële vlag van Catalonië, hoe is die ontstaan?
Vraag het een beetje Catalaan en hij of zij vertelt je het verhaal van Guifré el Pílos, oftewel Wilfried de Harige (circa 840-897). Deze graaf van Barcelona sloot ergens eind negende eeuw een bondgenootschap met Karel de Kale, kleinzoon van Karel de Grote en machthebber in het Frankische land, aan de andere kant van de Pyreneeën. Doel: gezamenlijk de Moren achter die hoge bergen houden.

Goudkleurig schild
De Harige en de Kale gaan de Moren te lijf. Aanvankelijk gaat dat lekker. Dan, een aantal veldslagen verder, raakt Wilfried dodelijk gewond tijdens de strijd. Daar ligt de stoere Catalaan, op zijn veldbed in de grafelijke tent, bloedend uit vele wonden. Naast zich zijn goudkleurige schild. Dit gaat helemaal fout, denkt Karel, zijn gewonde kompaan ziende. Dit veldbed word Wildfrieds sterfbed! Aangedaan en ook dankbaar - het bondgenootschap was immers vooral in zijn belang – steekt Karel vier vingers in de bloedende wonden van Wilfried en haalt deze vervolgens over diens schild.

Voilà, zie hier het wapen van het Huis van Barcelona, dat door de tijd heen de vlag wordt van heel Catalonië.


Fantasierijk
Een mooie legende, voor het eerst rond 1180 opgeschreven, door de monniken van het klooster Santa Maria de Ripoll in in hun La Gesta Comitum Barchinonensium
Toen nog met Lodewijk de Vrome (814-840) in de rol van zijn zoon Karel de Kale. Op een gegeven moment vonden zelfs de meest fantasierijke Catalaanse kroniekschrijvers dit te gortig. Wilfried werd immers pas rond Lodewijks sterfjaar geboren. Dus moest Lodewijk plaats maken voor Karel. Totdat iemand de moeite nam ook Karels geboorte-en sterfjaar te checken: 823 en 877.
Tja.
Naar het schijnt zijn er sinds deze ‘ontdekking’ zelfs versies van het verhaal waarin de arme Wilfried maar zelf de hand in eigen wonden steekt.


De eerste geschreven versie van de legende
De beste tip voor aspirant-chroniqueurs luidt: houd dateringen vaag. ‘Ergens eind negende eeuw’, zoals in bovenstaande versie van het senyera-verhaal, is nauwkeurig genoeg. Want voor je weet, ga je de mist in. Zoals die ene kroniekschrijver die het gebeuren liet plaatsvinden in het jaar 903; jaren na de dood van beide hoofdrolspelers.
Tip voor aspirant-chroniqueurs: houd dateringen vaag

De werkelijke ontstaansgeschiedenis van de senyera is overigens minstens even duister - daarover een andere keer. En dan vinden we dezelfde strepen en kleuren ook nog eens terug in onder meer de Spaanse regio´s Valencia en Aragón. U begrijpt: “Onze vlag is de originele”, klinkt het alom.






BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!