Posts tonen met het label anarchisme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label anarchisme. Alle posts tonen

22-11-2016

Zingend naar het einde - de dood van anarchist Santiago Salvador



Als gevolg van de verschrikkelijk leef- en werkomstandigheden, had Barcelona eind 19e eeuw  een van de meest militante arbeidersbewegingen van Europa. Dominant waren de ideeën van het anarchisme, in 1869 in Barcelona geïntroduceerd door de Italiaan Giuseppe Fanelli, aanhanger van de Russische anarchist Bakoenin.
Uitzicht op Barcelona vanaf de Montjuïc-heuvel, rond 1900 (foto: Lluís Girau Iglesias/AFCEC).
In de decennia daarna onderdrukten de autoriteiten de anarchisten steeds meer. Hierdoor gefrustreerd en door het uitblijven van de beloofde revolutie gingen individuele anarchisten over tot terreuraanslagen, gericht op de militairen, de kerk en bourgeois-Barcelona. Twee van de bekendste aanvallen van deze “eenzame tijgers” vonden plaats in het najaar van 1893. 


De eerste aanslag is op 24 september, tijdens een militair defilé aan de Gran Via. Anarchist Paulino Pallàs gooit die dag twee bommen naar het rijtuig van de kapitein-generaal van Catalonië, Arsenio Martínez-Campos. Campos raakt slechts gewond bij de aanslag. Pallàs eindigt voor het vuurpeloton in het kasteel op de Montjuïc. Luttele momenten voor zijn executie waarschuwt Pallàs zijn beulen voor represailles. "De wraak zal gruwelijk zijn."

Willem Tell
Nog geen maand later is het al zover. Plaats van handeling is het Liceu-theater aan de Ramblas, favoriete ontmoetingsplek van bourgeois-Barcelona. Tijdens de tweede akte van Rossini´s opera Willem Tell gooit anarchist (en handelaar in gesmokkelde drank) Santigo Salvador Franch vanaf het balkon twee Orsini-bommen in het publiek. Slechts één van de bommen ontploft. Genoeg voor een slachtpartij (21 doden). De aanslag is internationaal groot nieuws. ‘Dynamiet in Spanje’, kopt de Parijse krant Le Petit Journal op zijn voorpagina.

Wurgpaal
Santiago Salvador ontsnapt, maar wordt vijf maanden later in Zaragoza alsnog opgepakt. Op 21 november 1894, om zes minuten over acht 's morgens sterft hij, 32 jaar oud, aan de wurgpaal voor de Reina Amalia gevangenenis in Barcelona. Kort voor de terechtstelling interviewt advocaat en journalist Tomás Caballé i Clos Salvador in diens cel. Hoe het met zijn geweten is gesteld, vraagt Caballé aan de anarchist.

"We zijn martelaren van de vooruitgang"

“Het achtervolgt me niet”, antwoordt Salvador. “Degenen die in het theater zijn overleden en ik, die zal sterven in de handen van de beul, we zijn martelaren van de Vooruitgang, gedwongen of vrijwillige martelaren van deze nieuwe sociale organisatie die het goede voor allen moet brengen… Ik ging rustig naar huis, ging naar bed en sliep tot de volgende dag. Zelfs mijn vrouw – die van niets wist, de arme – kon  niet enige bezorgdheid aan mijn zien."
Salvador's vrouw wist waarschijnlijk wél dat hij naar het Liceu ging: van haar had hij het geld voor het toegangskaartje (1 peseta) geleend.

Long live Anarchy!
De dag na de aanslag bekijkt de dader vanaf de top van het Columbus-standbeeld de rouwprocessie die over de Rambla trekt. Op zijn hoge standplaats fantaseert Salvador over het gooien van bommen op de rouwenden, zo vertelt hij later na zijn arrestatie.

Santigo Salvador Franch


Schuldbesef of angst is er ook niet bij zijn gerechtstelling. Uit de New York Times van 22 november:

"Franch cried 'Long live Anarchy!' as he was being led to the place of his execution, and scoffed at religion to ths last. A few minutes before he was put to death he began singing, and he continued his song until he was not able to utter a sound.
His body was exposed in its place, in the death chair, until sundown. Great crowds of people gazed upon the distorted features of the dead man, and gloated over his execution, making all sorts of remarks of a character showing their detestation of the man."











BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

27-02-2015

Einstein - een relatieve revolutionair bezoekt Barcelona

Vandaag maar dan in 1923 bezocht Einstein tijdens zijn verblijf in Barcelona de burelen van de CNT, de anarchistische vakbond.  Het was het Barcelona van het pistolerismo, de gewapende strijd tussen werkgevers en  de arbeidersbeweging Bendes van beide kanten vochten een ware straatguerrilla uit, waarbij tussen 1919 en 1923 in totaal 424 mensen werden vermoord. Aan de kant van de CNT vielen 168 slachtoffers, waaronder Salvador Segui, held van de Canadenca-staking van 1919, een actie die had geleid tot de (kortstondige) invoering van de 8-urige werkdag.

Een van de CNT-leiders klaagde tegenover Einstein over de ondrukking van de kant van werkgevers. De geleerde had geen vollédig begrip voor het anarchistenleed:

"Hoewel wetenschapper, ben ook ik een revolutionair, en heb ik alle sociale vraagstukken met aandacht gevolgd. Die repressie waarvan u me spreekt, lijkt me meer domheid dan kwaad te bevatten. U heeft alleen op de slechte dingen gewezen, maar het huidige regime heeft ook goede dingen, zoals ik deze gezocht en gevonden heb bij Spinoza. "

Albert Einstein in het Ciutadella-park.
 'Hoewel wetenschapper, ben ook ik een revolutionair'

Analfabeten
Welke  goede dingen Einstein had aangetroffen bij de 17e eeuwse filosoof en zijn  dubbel-aspectheorie, dat vermeld het verhaal niet. Wel dat hij tijdens de discussie die volgde nog zijn verbazing uitsprak over het hoge percentage analfabeten in Spanje (´alleen vergelijkbaar met dat van Rusland´).

Toen was het tijd om afscheid te nemen.  "Dat u in het volgende gevecht meer geluk en groot succes mag hebben”, sprak Einstein monter.

De dag daarop nam de geleerde de trein naar Madrid, voor zijn bezoek aan koning Alfons XIII. Een lange reis. Hoewel, ook die was relatief:

When Einstein was traveling to lecture in Spain,
He questioned a conductor again and again:
“It may be a while,”
He asked with a smile,
“But when does Madrid reach this train?”·*



Op 10 mei van dat jaar wordt CNT-leider Salvador Segui vermoord. Een paar maanden later pleegt Primo de Rivera zijn staatsgreep, met instemming van koning van Alfons en de Catalaanse werkgevers. Even later verbied hij de CNT.

 * bron:  Futility Closet


Meer over Einsteins verblijf in Barcelona: De versiering van het leven


BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

25-02-2015

Messi, Barça en de anarchisten



Drie sprintjes trok Leo Messi, afgelopen weekend, in de verloren competitiewedstrijd tegen Malaga. Dat leverde hem 60.000 per sprintje op. (Gisterenavond, tegen Manchester City, was hij zijn geld wel weer waard, hoor ik sommigen denken. Briljante eerste helft, twee assists. De hele wedstrijd dominant. Jammer alleen van die gemiste penalty in blessuretijd.)

Het is makkelijk uit te vogelen, met een calculator van de BBC, sinds een paar weken online: How long would it take you to earn a top footballer’s salary?

Heel lang hier in Spanje, waar complete volksstammen (mileuristas, van mil, duizend) net de duizend euro per maand halen. Bruto. Daar moet Leo Messi 24 minuten Leo Messi voor zijn. Eigenlijk nog veel korter, want de BBC rekent alleen met wat Leo de Voetballer verdient. De vele miljoenen die Leo de Reclamemaker er bijbeunt, blijven buiten beschouwing.



Voor duizend euro moet Messi 24 minuten Messi zijn

We gaan daarom uit van €20,800,000;  een bedrag waar een Spaanse milieurista 1733 jaar voor moet werken. Ja, wijsneust de BBC, dan had hij of zij ook maar in het jaar 282 moeten beginnen, dan waren die ruim twintig miljoen nu bijna binnen geweest.


Anarchistische vakbond
Ik moest aan de BBC-teller denken toen ik deze week een interview las met de Catalaanse dichter, historicus en anarchist Ferran Aisa. In dit vraaggesprek  heeft Aisa het onder meer over de CNT, de in de jaren dertig machtige anarchistische vakbond. De CNT had onder veel meer in juli 1936 een belangrijke rol bij het neerslaan van de militaire opstand in Barcelona. Twee citaten uit het interview:

"De organisatie die in Barcelona de geest van de CNT heeft overgenomen is Barça. Waarom? Het was de CNT die mensen bij elkaar bracht in de jaren dertig.  De televisie had de CNT niet nodig,  een advertentie in de 'Soli'  en er kwamen 200.000 mensen op straat. Op 19 juli, toen we  hadden gewonnen, verschenen de auto´s en de claxons gingen van 'pi-Pipipi-Pipipi', dat  'CNT, CNT, FAI'  betekent.
Nu doet men hetzelfde
als Barca wint. Mijn vader legde het mij ooit uit: 'Dit deden we al in de 36.'  De vlaggen waren zwart en rood in plaats van blaugrana. En het volkslied was niet de 'Tot el camp és een clam'  maar 'A  las barricades'."




'Proletariërs, wordt wakker!' Het eerste nummer van Solidarida Obrera ('de Soli'), oktober 1907. De CNT werd in 1910 opgericht.



"Tijdens de burgeroorlog waren er veel conferenties  over sport. Je had het Comité Català d'Esport Popular, dat conferenties organiseerde waar over voetbal werd gesproken. Barça stuurde een afgevaardigde, want de club was toen min of meer gecollectiviseerd. Er werd betoogd dat voetbal een amateursport moest zijn, dat  professionele voetballers hetzelfde salaris moesten verdienen als  een technisch medewerker en dat tickets veel goedkoper moesten zijn."
Vertrek van de Durruti-colonne naar het front in Aragón,  24 juli 1936. De militie onder leiding van Buenaventura Durruti bestond grotendeels uit CNT-leden. De colonne van zo'n tweeduizend man vertrok rond het middaguur, onder delirisch gejuich, opgeheven vuisten, en refreinen van revolutionaire liederen. De CNT-FAI's hymne A Las Barricadas! klonk het luidst.  (Durruti-biograaf Abel Paz in zijn boek Durruti, 1896-1936)


Grote afrekening
Het waren andere tijden. De CNT had begin jaren dertig meer dan een half miljoen leden in Spanje, Barça een paar duizend.

Franco maakte korte metten met de anarchisten. Veelzeggend: tussen 1939 en 1952, de periode van de grote afrekening van Franco met zijn tegenstanders, werden in Barcelona  meer dan 1700 mensen ge fusilleerd; 73 procent was CNT-lid. De inmiddels verboden organisatie verloor in die jaren driekwart van haar basis, een verval dat in de jaren daarna zou doorgaan.

 De CNT had begin jaren dertig meer dan een half miljoen leden, Barça een paar duizend

Barça ondertussen werd gecontroleerd door de Catalaanse zakenelite met behoorlijke strakke banden met het Franco-regime. De ingrepen bij de club waren voornamelijk cosmetisch, gedaan binnnen het kader van de grote verspaansings-campagne. De Catalaanse vlag in het clubembleem maakte plaats voor de Spaanse; de club zelf heette voortaan “Club de Fútbol de Barcelona, in plaats van Futbol Club Barcelona”, een verwijzing naar de Britse roots.

'Barcelona bestaat uit honderden barricades, bemand door de verdedigers van de proletarische vrijheden.' (Soladaridad Obrera, zomer 1936)

Een en ander werd hersteld in 1974, toen Franco op zijn laatste benen liep en de terugkeer van democratie niet ver weg meer was.  Een jaar eerder was met de komst van Johan Cruijff de sportieve wederopstanding begonnen van Barça - al sinds 1960 zonder Spaanse landstitel.  Josep Nuñez, tussen 1978 en 2000 voorzitter, was bovendien te druk met zijn frauduleuze bouwbedrijf.
Josep Sunyol
Voor nare herinneringen was geen tijd en vooral geen plaats. Pas in 1996 en na een felle campagne van mensen met meer historisch besef (of geweten) kwam er een monument voor een van Nuñez’ voorgangers, Josep Sunyol. Het werd geplaatst in de Guadaramma-bergen bij Madrid, vlakbij de plek waar Sunyol op 6 augustus 1936 door Franco-soldaten werd vermoord.


Financiële chaos
In tegenstelling tot Nuñez was zakenman en politicus Josep Sunyol (1898-1936) maar kort voorzitter van de club. Hij trad aan in juli 1935. Op dat moment was in Spanje rechts nog aan de macht. Binnen de club won Sunyol de machtsstrijd tussen republikeins links en conservatieven. De nieuwe voorzitter, lid van het Spaanse parlement namens de Catalaanse republikeinse partij ERC, stelde snel orde op zaken in de financiële chaos die op dat moment  binnen de club heerste.

Het eerste nummer van La Rambla, 1930.
Zijn zakeninstinct had Sunyol al eerder getoond met zijn weekblad La Rambla, een merkwaardige mix van sport en (republikeinse) politiek. La Rambla zat in haar laatste jaren aan de Rambla nummer 13 (nu 133), pal tegenover de Canaletes fontein en de populaire kiosk van Esteve Sala, Sunyols voorganger als Barça-voorzitter. Die kiosk werd nog veel populairder toen Sunyol er schoolborden liet zetten, met daarop de laatste sportnieuwtjes. Vooral de voetbaluitslagen zorgden voor drommen belangstellenden en voor hoge verkoopcijfers voor La Rambla. (Klik hier voor meer,  en ook andere versies van dit verhaal)


La Rambla was niet het eerste persmedium in Barcelona dat gebruikmaakte van schoolborden.  Die eer komt mogelijk toe aan het dagblad Las Noticias. Opgericht in 1872, zat Las Noticias vanaf 1918 aan de Ramba d' Estudis 6, waar het begon met deze informatieborden.




Afbraak van de Canaletes-kiosk in 1951.


Nog altijd vieren de Barça-supporters de grote overwinningen van hun club op en rond de Canaletes fontein. Tot la Rambla en het Plaça de Catalunya zijn dan un clam. Als het uit de hand loopt, verschijnen soms zelfs 'de'  barricades.


Het volledige interview met Ferran Aisa (in het Catalaans) vind je hier.



BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

01-05-2014

De eerste 1 mei viering in Barcelona


Plaça de Catalunya, 1 mei 1890.

May Day 1890 became a revolutionary international holiday, complete with anthems, globes enveloped with palms of peace, red carnations, red flags, and, in Barcelona, yellow triangular ribbons emblazoned with slogans calling for the eight-hour day. The demonstration in Barcelona started with a mass meeting at the Tívoli Theater on Gracia Pass, close to the Plaza of Catalunya. The audience heard speakers call for the eight-hour day, an end to child labor altogether for children under fourteen, and a six-hour day for those between the ages of fourteen and eighteen. They demanded abolition of most night work and prohibition of female employment in mines. They called for consecutive thirty-six-hour rest periods every weekend or for a half-day on Saturday. And they demanded that the government regulate jobs dangerous to the health of workers.

About twenty-five thousand people joined in the demonstration, among them marble cutters, shoemakers, tailors, sugar refiners, candy and cake manufacturers, copper smelters, cabinet makers, fabric print- ers, and members of various republican clubs, artist societies, and trade unions. They marched from the Tívoli Theater down the Rambla to Columbus Pass, then along the harbor to the civil governor's office on the Plaza of the Palace. People in balconies above the closed shops on the Rambla cheered the festive demonstrators, who obviously did not appear threatening even to conservative onlookers. The presence in the crowd of so many women and children dressed in holiday finery made the demonstration seem like an ordinary festival. When the parade reached the governor's offices, a delegation was sent up to present their petition for the eight-hour day. The ritual aspects of the procedure were deferential: peaceful supplicants stood below as the governor appeared on the balcony to bestow the political version of a blessing on the crowd. They responded by applauding him. The parallels to religious holidays were obvious to contemporary observers. One journalist compared the first May Day to Holy Thursday before Easter.


Several groups among the male anarchists insisted that May Day 1890 should be not a holiday but a general strike
 
Socialists and unaffiliated artisans were willing to accept the symbolic and festive elements of May Day from that first celebration in 1890 on. Anarchist workers, however, remained suspicious about festivals: to them, militant struggle was more appropriate. Several groups among the male anarchists insisted that May Day 1890 should be not a holiday but a general strike. They boycotted the Tívoli Theater meeting and the peaceful march to the governor's offices. Instead they met at Tetuan Plaza at the center of the northeastern workers' section of Barcelona and vowed to strike until they won the eight-hour day. Waving sticks, they marched down Workshop Street to the Rambla and headed toward the harbor, where police stopped them near the Atarazanas Barracks. Another group gathered close to the harbor, near the governor's palace.

On Friday, May 2, the shops and the Boqueria Market (Saint Joseph Market) along the Rambla were open as "servant girls, although in reduced numbers, went to market to secure provisions."  But anarchists struck the cotton and metallurgical factories in the neighborhoods of Saint Martin of Provence and Sants and attempted to hold another militant strike meeting in Tetuan Plaza. Angry workers filled the downtown area, setting fire to garbage in the Plaza of Catalunya and throwing stones. The governor felt menaced by so many mobilized workers and poised for action in the city center.[ Captain General Ramón Blanco y Arenas (who a few years later instigated Spain's scorched-earth policy in the war with Cuba), needlessly fearful that there might be an insurrection in Barcelona, declared a state of war, thus placing the city under martial law and under his own direct command.


Soldiers took up positions at the Plaza of Catalunya, the Rambla, the Plaza of Saint James, between city hall and the provincial government building, at Tetuan Plaza, and at Saint John's Pass, which workers from Saint Martin had to traverse on their way downtown. But fires blazed nonetheless in the Plaza of Catalunya, and workers walked off their jobs on the railroad and at the docks.

The militant anarchists agreed to assemble again at 9:00 A.M . on Saturday, May 3. From the Tetuan Plaza they moved across the boulevards that ringed the downtown working-class neighborhoods; as they proceeded down the Rambla they shouted for a general strike. When workers on Pelayo Street threw stones at police, the cavalry of the Civil Guard charged, driving everyone out of the Plaza of Catalunya. Troops stationed along the Rambla stopped the march, and shouts rang out in the Plaza of Catalunya. The Civil Guard apparently had orders to shoot if necessary to seal off escape routes and contain the demonstrators in the center of the city, away from the captain general’s headquarters.
Catalaanse arbeiders, 1886.

The militants must have won the support of people who had participated in the peaceful demonstration on Thursday, for an estimated twenty thousand workers congregated in central Barcelona on Sunday, May 4. They filled the downtown areas of the Plaza of Catalunya and the Rambla, where people of all ages, sexes, and classes usually teemed. On this Sunday, though, the female flower vendors, like most women, had withdrawn from the downtown area, afraid of fighting in the streets. On Monday morning, a rumor circulated that the guns of Montjuich would be turned on the streets below. Servants and working women quickly did their shopping and scurried back to their houses. But by Monday afternoon, women had returned in force to Gracia Pass and to the Rambla and the old city, having decided that there would be no more violence.

 On Monday morning, a rumor circulated that the guns of Montjuich would be turned on the streets below

In the poor people's suburbs, the strike continued. Workers stayed out of the factories in Sants and Saint Martin of Provence through May 11, vowing to stay on strike until they won the eight-hour day, double pay for overtime and holidays, and union membership as a requirement for hiring.[41] Shoemakers, cooks, hatters, and waiters joined the strike, airing their own grievances. The waiters and cooks, who may have belonged to a clandestine union known as the Progressive Society, called for a full day off every fifteen days. They wanted restaurant owners to pay for cleaning white uniforms, and the waiters demanded that they be allowed to keep their tips (not share them with owners).

May Day became emblazoned on the consciousness of the working population of Barcelona, which after 1890 continued to celebrate the day as a festival whenever it was permitted. The way this new civic ritual established itself in 1890 indicates how political struggles become part of traditional ceremonies. The mass meetings and the march through the city, which were part of a wholly peaceful demonstration, came to assume ritual form in later May Day celebrations.


Uit: Temma Kaplan - Red City, Blue Period. University of California Press, 1990.

BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!