20-03-2018

Columbus, Picasso en Bono in één straatje


Het is ogenschijnlijk een straatje van niks, maar de Carrer de la Plata, gelegen pal achter de oude haven van Barcelona, staat voor Geschiedenis met een grote G. De Carrer de la Plata komt uit op de Passeig de Colom en met die naam begint het al. 

Columbus
Want de befaamde ontdekkingsreiziger heette volgens Catalaanse historici dus mooi Colom. Jazeker, beweren zij, Columbus was een rasechte Catalaan, evenals de meesten van zijn bemanningsleden. Een van hen, Galvany, was zelfs de allereerste Europeaan die voet op de Bahama´s zette, de eerste ontdekking van zijn baas in 1492. Buiten werktijd moet matroos Galvany een huis bewoond hebben ‘ergens’ in de Carrer de la Plata.

Picasso
Ergens ook in dezelfde straat, op nummer 4 of 5, huurde pa Picasso in 1896 voor zijn veertienjarige zoontje Pablo diens allereerste atelier. De eigenaren van de voormalige tapasbar op nummer 3 dachten er - ongetwijfeld om commerciële redenen - anders over. Op hun gevel prijkt een levensgrote reproductie van een van Picasso´s bekendste schilderijen.





Picasso schilderde het niet in de Carrer de la Plata - in 1899 verkaste hij al naar een nieuw atelier- maar in een Frans Pyreneeëndorpje, tussen 1906 en 1907. Toen kunstcriticus André Salmon het schilderij in 1916 voor het eerst tentoonstelde, doopte hij het werk Les Demoiselles d’Avignon - in dit filmpje een uitgebreide analyse van het werk  - om een schandaal te voorkomen. 

Catalaanse hoertjes
Want de Franse juffertjes uit Avignon waren in werkelijkheid Catalaanse hoertjes uit een bordeel vlakbij de Carrer de la Plata, aan de Carrer d’Avinyó nummer 44. Picasso ging, jong als hij was, weleens ‘buurten’ bij de roze dames. Bordeelbezoek door late pubers was een maatschappelijk geaccepteerd verschijnsel in het Barcelona van eind negentiende, begin twintigste eeuw

Picasso was niet blij met de fatsoensactie van Salmon. Zijn leven lang noemde hij het schilderij steevast El burdel. 


De Franse juffertjes uit Avignon waren in werkelijkheid Catalaanse hoertjes

Bono

Haven betekent nu eenmaal Hoeren. Dat weet Pepe als weinig anderen. Al vijf decennia staat hij achter de bar La Plata, op de hoek met de Carrer de La Mercè. Ook het pand zelf is Geschiedenis. Boven de deur prijkt de op één na oudste bouwjaarvermelding van een civiel gebou in Barcelona: ANY MDCXLVIII. 1648.


De kroeg zelf dateert van 1945. Vooral ’s ochtends aan de bar of aan een van de zes tafeltjes vind je nog steeds voormalige dokwerkers en vissers uit de tijd, een paar decennia geleden, dat een een paar meter verder de industriële haven van de stad lag.


 De heren genieten van hun wijntjes en van de vier befaamde tapas van La Plata – probeer de gefrituurde sardientjes, 'pescadito frito'!  En wie weet kom je Bono tegen. De zanger van de Ierse rockband U2 komt als hij in de stad is altijd even langs.








26-02-2018

Het trage gif dat koffie heet


.
"Koffie zal een vergif zijn, maar zo langzaam dat ik het meer dan 80 jaar gebruik, vele malen per dag, en ik heb geen enkele stoornis in mijn lichaam opgelopen."
Bernard le Bovier de Fontenelle

Koffie is café, en die drank drinken Spanjaarden bij voorkeur in een café(taria), een bedenksel van de Turken. In 1475 ging in Constantinopel het eerste café open. De uitsluitend mannelijke clientèle genoot van het opwekkende brouwsel, dat niet alleen het lichaam, maar ook de geest verkwikt. Geen wonder dat de Arabieren koffie beschouwden als een gevaarlijke drug. In 1511 sloten op gezag van de Imans alle koffiehuizen van Mekka en later, in 1532, ook die van Caïro.


Heidens drankje
De Italianen brachten rond 1600 de koffie naar Europa, waar paus Clementius VIII het heidense goedje proefde en terstond goedkeurde voor christelijke consumptie. Een eeuw later telde bijvoorbeeld Engeland al 2000 cafés.

Spanje liet weer eens achter. Pas in 1764 opende in Madrid het eerste cafetaria. Barcelona volgde in 1781, met de zaak van de Italiaan F. Martinelli.



Wereldtentoonstelling
Weer veel later,  vanaf begin 20ste eeuw, zochten de Zuid-Amerikaanse koffietelers nieuwe afzetgebieden. In 1929  kreeg de Spanjaard Germán de Erausquin - op de terugweg van een zakenreis naar Uruguay - opdracht van de Braziliaanse regering  de nationale koffie te promoten op de Wereldtentoonstelling in Barcelona. Meer dan een miljoen kopjes koffie gingen gratis over de tentoonstellingstoonbanken; koffie die afkomstig was uit de gloednieuwe Bracafé-branderij aan de carrer Conte d’Urgell. 



Jaren twintig sfeer
Het Spaanse succes van de Bracafé zorgden voor gelijknamige cafetaria´s in grote steden als Bilbao, Madrid en uiteraard Barcelona. Die op de hoek van carrer Casp en de Passeig de Gràcia ademt nog de sfeer van jaren twintig. Aan de muren uitspraken van 'Vips' over koffie, zoals het citaat boven dit stukje, afkomstig van de Franse filosoof en smulpaap
Bernard le Bovier de Fontenelle. 

Oorspronkelijk waren deze wijsheden in het Spaans gesteld, maar tegenwoordig is die taal ingeruild voor het Catalaans, een vorm van geschiedvervalsing die je wel meer ziet in het Catalonië van nu.



Meer dan een miljoen kopjes koffie gingen gratis over de tentoonstellingstoonbanken
Bernard le Bovier le Fontanelle stierf in 1857, een maand voor zijn honderste (!) verjaardag, dus hij had vast gelijk met zijn these over koffie als uiterst langzaamwerkend gif. En wie weet waren de talloze aardbeien die Fontenelle naar verluidt verslond gedurende zijn lange leven het ideale tegengif.
 Bracafé, Carrer Casp 2

 
Cortado, café solo, carajillo....

Wegwijzers in de Spaanse koffie-jungle:

Get Your Coffee Right

Get Your Coffee Right 2





BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

04-02-2018

Gaudí en de geest uit de fles




Geboortegevel (detail)

Aardig artikel over de aanstaande schoonmaak van de geboortegevel van Gaudí Sagrada Família in de Catalaanse krant La Vanguardia vandaag. Ter voorbereiding van de opknapbeurt – aanvangsdatum nog onbekend- is de afgelopen tijd een gedetailleerd 3D-model gemaakt van de gevel, gebouwd tussen 1892 en 1930 en in de loop der tijd bedekt onder een grauwe laag ‘tand des tijds’. 

Regenpijpen
Tijden het onderzoek kwamen leuke details boven water. Sommige hebben zelfs met water te maken. Zo blijken de twee zuilen tussen de drie portieken van de gevel niet slechts zuilen maar ook regenpijpen. Het regenwater vloeide ooit uit de bekken van de schildpadden aan de basis van de zuilen. Tot bij latere werkzaamheden de zuilen - stom, stom, stom! - aan de bovenkant werden bedekt.


 Alcohol

Behalve water lijkt er ook alcohol in het spel te zijn. Het groene glas op de vier façade-torens is soms van prestigieuze Orsoni-makelij, maar ook afkomstig van ondermeer cava-flessen - de eerste cava dateert van 1872


Waarmee Gaudí’s uitspraak dat de ‘spirit’ het materiaal moet overwinnen toch een licht-alcoholische draai krijgt.


Zijaanzicht van de geboortegevel in 1930, het jaar van de voltooiing.
 


Echte mensen
En nu de geest toch uit de fles is: een nog jonge Gaudí schreef in zijn dagboek dat het dwaas is om te proberen een fictief object af te beelden. Een regel die hij zijn hele leven trouw bleef. Dus ging hij voor de heiligen, goeierds en slechteriken die de geboortegevel moesten sieren op zoek naar ‘echte mensen’.


 Een alcoholische begrafenisondernemer poseerde als de discipel Judas



Delirum Tremens

Daarbij kwam nogal wat alcohol te pas. In die zin dat voor verrader Judas ene Josep poseerde. Dat klinkt verwarrend, maar deze Josep was geen timmerman, maar een alcoholische begrafenisondernemer die later overleed aan een delirium tremens. En een reus met 6 tanden - ‘6, dat is 666, het getal van de duivel’, juichte Gaudí van binnen, 'ideaal als onschuldigen afslachtende Centurion!' - werd gevonden in een bar.
'De reus met de 6 tanden'

 


 

Cava
Het is maar een fantasie, maar mogelijk kwamen dergelijke drankzuchtigen voor hun poseersessie naar Gaudí’s atelier met een fles goede cava in de hand. Model staan maakt tenslotte dorstig.

 “Laat die lege fles – of flessen - maar hier”, zal Gaudí, die zelf geen druppel dronk, dan uren later gezegd hebben. “Daar kan ik wel iets mee.”










 


BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

22-11-2016

Zingend naar het einde - de dood van anarchist Santiago Salvador



Als gevolg van de verschrikkelijk leef- en werkomstandigheden, had Barcelona eind 19e eeuw  een van de meest militante arbeidersbewegingen van Europa. Dominant waren de ideeën van het anarchisme, in 1869 in Barcelona geïntroduceerd door de Italiaan Giuseppe Fanelli, aanhanger van de Russische anarchist Bakoenin.
Uitzicht op Barcelona vanaf de Montjuïc-heuvel, rond 1900 (foto: Lluís Girau Iglesias/AFCEC).
In de decennia daarna onderdrukten de autoriteiten de anarchisten steeds meer. Hierdoor gefrustreerd en door het uitblijven van de beloofde revolutie gingen individuele anarchisten over tot terreuraanslagen, gericht op de militairen, de kerk en bourgeois-Barcelona. Twee van de bekendste aanvallen van deze “eenzame tijgers” vonden plaats in het najaar van 1893. 


De eerste aanslag is op 24 september, tijdens een militair defilé aan de Gran Via. Anarchist Paulino Pallàs gooit die dag twee bommen naar het rijtuig van de kapitein-generaal van Catalonië, Arsenio Martínez-Campos. Campos raakt slechts gewond bij de aanslag. Pallàs eindigt voor het vuurpeloton in het kasteel op de Montjuïc. Luttele momenten voor zijn executie waarschuwt Pallàs zijn beulen voor represailles. "De wraak zal gruwelijk zijn."

Willem Tell
Nog geen maand later is het al zover. Plaats van handeling is het Liceu-theater aan de Ramblas, favoriete ontmoetingsplek van bourgeois-Barcelona. Tijdens de tweede akte van Rossini´s opera Willem Tell gooit anarchist (en handelaar in gesmokkelde drank) Santigo Salvador Franch vanaf het balkon twee Orsini-bommen in het publiek. Slechts één van de bommen ontploft. Genoeg voor een slachtpartij (21 doden). De aanslag is internationaal groot nieuws. ‘Dynamiet in Spanje’, kopt de Parijse krant Le Petit Journal op zijn voorpagina.

Wurgpaal
Santiago Salvador ontsnapt, maar wordt vijf maanden later in Zaragoza alsnog opgepakt. Op 21 november 1894, om zes minuten over acht 's morgens sterft hij, 32 jaar oud, aan de wurgpaal voor de Reina Amalia gevangenenis in Barcelona. Kort voor de terechtstelling interviewt advocaat en journalist Tomás Caballé i Clos Salvador in diens cel. Hoe het met zijn geweten is gesteld, vraagt Caballé aan de anarchist.

"We zijn martelaren van de vooruitgang"

“Het achtervolgt me niet”, antwoordt Salvador. “Degenen die in het theater zijn overleden en ik, die zal sterven in de handen van de beul, we zijn martelaren van de Vooruitgang, gedwongen of vrijwillige martelaren van deze nieuwe sociale organisatie die het goede voor allen moet brengen… Ik ging rustig naar huis, ging naar bed en sliep tot de volgende dag. Zelfs mijn vrouw – die van niets wist, de arme – kon  niet enige bezorgdheid aan mijn zien."
Salvador's vrouw wist waarschijnlijk wél dat hij naar het Liceu ging: van haar had hij het geld voor het toegangskaartje (1 peseta) geleend.

Long live Anarchy!
De dag na de aanslag bekijkt de dader vanaf de top van het Columbus-standbeeld de rouwprocessie die over de Rambla trekt. Op zijn hoge standplaats fantaseert Salvador over het gooien van bommen op de rouwenden, zo vertelt hij later na zijn arrestatie.

Santigo Salvador Franch


Schuldbesef of angst is er ook niet bij zijn gerechtstelling. Uit de New York Times van 22 november:

"Franch cried 'Long live Anarchy!' as he was being led to the place of his execution, and scoffed at religion to ths last. A few minutes before he was put to death he began singing, and he continued his song until he was not able to utter a sound.
His body was exposed in its place, in the death chair, until sundown. Great crowds of people gazed upon the distorted features of the dead man, and gloated over his execution, making all sorts of remarks of a character showing their detestation of the man."











BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

19-07-2016

De coup van 1936 in Barcelona - verslag van ooggetuige Albert Helman (2)

De Surinaamse schrijver Albert Helman woonde in Barcelona tijdens de gebeurtenissen van juli 1936. Helman schreef over de Spaanse Burgeroorlog  reportages voor meerdere Nederlandse kranten en tijdschriften. Een aantal werd in 1937 gebundeld en uitgebracht onder de titel De Sfinx van Spanje.  Vandaag deel 2 van zijn ooggetuigeverslag: de gevechten  van 19 en 20 juli.

De  volgende morgen in alle vroegte werd ik gewekt door schoten. Geïsoleerde
knallen en het doffe dreunen van kanonnen in de verte. Daartussen gaapte een doodse
stilte. Geen tram ging voorbij, geen auto. Ik wist uit ervaring wat deze stilte betekende:
Algemene staking. Juanito had dus toch gelijk gehad... Ik snelde de straat op.
Het werd een gedenkwaardige Zondag, een van de drie, vier dagen die een mens
nooit meer vergeet.
Het Plaça de Catalunya, 20 juli 1936.

Daar wij aan de rand van de stad woonden, waren wij volkomen afgesneden. Geen
nieuws drong tot ons door, er viel niet aan concrete berichten te komen. Maar het
dreunen van de kanonnen zei genoeg.
Het werd een gedenkwaardige Zondag, een van de drie, vier dagen die een mens nooit meer vergeet

Alvorens de stad in te gaan, klommen wij op een van de heuvels die naar de
Tibidabo omhoogleiden, en van daar uit konden wij geheel de uitgestrekte stad
overzien. Verscheidene vliegtuigen cirkelden onheilspellend boven de centrale wijken
en rondom het fort Montjuich dat de haven beheerst. Dikke rookpluimen stegen van
verschillende punten op. Brandende kerken! Brandende kloosters! Dikwijls waren
gehele stadswijken door de rook verhuld.
Het Capucijner-convent in het district Sarrià, 19 juli 1936.


Bijwijlen werd zo intensief geschoten, dat er geen twijfel aan kon bestaan of er
werden echte veldslagen geleverd. Het was aangrijpend in de starre, blauwe, van
brandlucht bezwangerde zondagmorgen. De straten beneden ons waren uitgestorven.
Slechts op de heuvel zaten hier en daar nog andere mensen met angstige gezichten
omlaag te staren naar de dreunende stad.


Straatbeeld  in het district Sant Andreu, 19 juli 1936.

Toen wij de heuvel weer afklommen, wisten wij één ding met zekerheid: een tocht
door de stad zou levensgevaarlijk zijn. Maar de onwetendheid, het isolement was
ondraaglijk. Waar was Juanito? Wat deden de overige vrienden en kameraden? Wij
besloten een voorzichtige verkenningstocht te beginnen; hoe hadden wij zo dom
kunnen zijn die nacht naar huis te gaan. Allen hadden het geweten, waren er bijtijds
bij geweest...

Slechts zeer weinig mensen kwamen wij tegen op straat. Haastig en schuw, met
sombere gezichten. Op de kleine Plaza, een kwartier van onze woning verwijderd,
vonden wij enige mannen bijeen op het terras van een klein café, dat maar half
geopend was. De meeste ijzeren rolluiken waren nog neergelaten. Met hun gedempte
stemmen zaten de mannen druk te redeneren. Wij zetten ons in hun buurt om enig
nieuws te kunnen opvangen, doch nadat zij ons wantrouwig van terzijde hadden
aangezien, vervolgden zij met nòg zachtere stem hun gesprek.

De kellner die ons bediende, was hermetisch en afgetrokken. ‘Ik weet van niets.’
zei hij. ‘Er wordt geschoten. Waarschijnlijk een militaire opstand... Iedereen had het
wel kunnen voorspellen dat...’
Hij voltooide zijn zin niet. Er was een plotseling tumult, een auto suisde over het
pleintje en verdween in een andere straat. Op de rugzijde stond met grote ruwe
krijtletters: ‘C.N.T.’ geschreven.
Wat betekende dat? Vlucht? Occupatie?



Een tweede auto kwam aangesuisd. Hij hield midden op het plein stil. Aan alle
kanten loerden geweerlopen naar buiten. Aan alle kanten was het opschrift ‘C.N.T.’
aangebracht. Uit de auto kwamen een man en een vrouw; de overigen bleven zitten,
en spiedden onophoudelijk om zich heen. De man richtte een revolver op onze kleine
groep en riep kort en scherp: ‘Manos arriba!’ (handen omhoog!). De vrouw trad op
ons toe. Zij zwaaide in haar rechterhand een grote hamer. Nooit zal ik het gezicht
van deze jonge arbeidster vergeten. Het was als droeg ze slechts bij toeval haar ruw
zwart kleed. Haar gezicht had een harde, vastberaden uitdrukking. Zij richtte een
vraag die ik niet verstaan kon aan de mannen die met opgeheven handen naar haar toe liepen. 


Thans scheen ook de Sagrada Familia rook uit te slaan, deze vreselijke stenen sigarenkoker van Gaudí

Dan een korte woordenwisseling tussen haar en de inzittenden van de auto, die met dreigende gezichten naar ons keken. En terwijl wij langzaam de handen lieten zakken, zette zich de auto met de revolutionairen weer in beweging. Hij maakte voorzichtig een toer rondom het gehele plein, en verdween dan even plots als hij gekomen was.
Gewapende arbeiders... dat was dus de Revolutie...

Wij stonden op met kloppende harten, konden niet meer drinken van de emotie.
En wij hadden ook geen lust een tweede maal in deze pijnlijke situatie te geraken,
voor het proletariaat waartoe wij zelf behoorden ‘handen omhoog’ te moeten staan.
Als stonden wij aan de andere zijde...
Barricades in Gràca.

Tegelijk met ons verlieten ook de andere lieden het café, en de bezitter liet nu het
laatste rolluik naar beneden ratelen. Het schieten was weer luider geworden, de straten
waren volkomen leeg. Van welke hoek zouden de verdwaalde kogels komen? In
welke straat zou ons plotseling de eerste charge verrassen?

Onze woning lag nog als een veilige burcht tegen zijn heuvelflank. Maar het was
een onrustige nacht die wij er doorbrachten, want er werd nu schier ononderbroken
geschoten, ofschoon het niet zo luid aandeed als overdag. 

20 juli
Maandagochtend was despanning niet meer uit te houden. Het schieten in de nabije verte duurde voort, envan onze heuvel uit zagen wij steeds meer gebouwen in brand. Thans scheen ook deSagrada Familia rook uit te slaan, deze vreselijke stenen sigarenkoker van Gaudí, waarop de Catalanen zo trots zijn, en die eeuwig een moderne ruïne zal blijven,
omdat de ondernemers geen geld meer hebben en wachten moeten totdat de armen
genoeg geschonken hebben om weer verder aan dit monument van wansmaak te
kunnen bouwen.
De Sagrada Família, 20 juli 1936.

 Een steeds dikkere rook steeg op van de voet der torens; het brandde
al urenlang, en een rooknevel hing over de gehele wijk, een uitgesproken
arbeiderswijk. De kerk van Bonanova, vlak bij ons, brandde reeds sinds gisteren; een arbeider op de heuvel enkele huizen daar vandaan woonde, vertelde ons, dat men er wapens en munitie had gevonden.
Alles had ik eerder verwacht, dan dat de kerken tot arsenalen, forten en kazernes zouden dienen, en de kloosters, - zelfs vrouwenkloosters, - tot hoofdkwartieren van de militairen. Toch bleek de waarheid hiervan al aanstonds bij het bezoeken van die
wijken, waaruit de gevechten reeds waren weggeluwd om op andere punten te worden voortgezet. Daar stonden de ooggetuigen en de bezoekers in kleine groepjes bijeen,
en de eersten wezen precies aan, hoe de machinegeweren op de torens en de daken van de kerken opgesteld waren. Zij wezen ons de gaten in de tegenoverliggende muren, die alleen van die punten uit hadden kunnen ontstaan.
De Rambla, 19 juli 1936.

Op de Rambla, een der drukste handelsstraten van de stad, werden de civiele voorbijgangers regelrecht onder vuur genomen van een kerk uit, die zoals kort daarop bleek, door middel vaneen geheime gang met een kantoorgebouw daarnaast verbonden was. De aanval bleek zorgvuldig voorbereid.

Het rechte van wat er gebeurde kwamen wij nog altijd niet te weten. De enkele
mensen die wij spraken, waren er zelf niet achter. Ieder zag slechts het accidentele
van bepaalde straatgevechten, bepaalde overwinningen. Maar omtrent de politieke
betekenis die dit alles bezat, tastten wij nog volkomen in het duister. Die was niet te
overzien.

Des avonds gingen wij wederom naar onze Plaza, die ditmaal drukker bevolkt
bleek. Een troep jonge arbeiders stond er opgewonden te debatteren. Een paar hielden
het blad van een krant in de hand, en in groepjes stonden de anderen er omheen om
mee te kunnen lezen. Wij drongen ertussen, er was eindelijk nieuws!
Het was de ‘Solidaridad Obrera’, het orgaan van de anarchisten. Wij lazen slechts
de opschriften, om in het halfdonker zo snel mogelijk alles te kunnen begrijpen:
‘Arbeiders, bewapent u. Proletarische broeders, trekt als één man op ten oorl... De
verraders, generaal Goded met vier van zijn medeplichtigen, gevangen genomen. Te wapen, kameraden! Ieder melde zich aan bij zijn syndicaat om wapens en munitie te ontvangen. Proletariaat van Catalonië, wij zullen gemeenschappelijk de fascistische rebellen verslaan!’
Juichende militieleden voor het Catalaanse regeringspaleis aan het Plaça de Sant Jaume, 20 juli 1936.

Het blad werd ons uit de handen getrokken, maar wij hadden genoeg gezien.
Plotseling raasde een vrachtauto op ons toe, vol bewapende arbeiders. Maar niemand
op de Plaza was meer bang, het waren ‘de onzen’ die immers de macht in handen
hadden. Men stormde om de vrachtauto heen. - ‘Salud, camaradas! Hebben jullie
kranten?’
Neen, ze hadden er geen. Een korte uitwisseling van indrukken volgde, en de auto
raasde verder. Er kwam er wéér een. Ditmaal vol met blauwe uniformen. Guardia
de Asalto, de spaanse stor-politie. De wagen hield stil, en ik kon nauwelijks mijn
ogen geloven: zij hieven de gebalde vuist op, en groetten: ‘Salud, camaradas!’ Het
was een zeldzame sensatie, deze professionele verdedigers van de machthebbers de
groet te zien brengen van het uitgebuite volk. Toen wij de dag daarop een Guardia
Civil (maréchaussée) een arbeider zagen omhelzen, begon alles op een sprookje te
lijken.


Straatbeeld  vlakbij de oude haven en het standbeeld van Columbus, kort na het neerslaan van de coup.

Toevalligerwijze bemerkten wij in een voorbijrazende auto Juanito, en nog een
andere bekende, Paco. Ook zij hadden ons gezien en stopten. Wij bestormden elkander
met vragen. Paco en Juanito waren beiden bewapend, met revolvers die zij reeds ontzekerd in de hand hielden. Een paar der inzittenden bezaten ook geweren: een jachtgeweer en
een goede karabijn.
‘Vechten jullie niet mee?’ vroeg Juanito met ironische verbazing.
‘Vreemdelingen...’ zei Paco, een tikje verachtelijk.
Maar de mannelijke ijdelheid zette hen over de lichte teleurstelling heen, dat wij slechts toeschouwers gebleven waren. En zij begonnen opgewonden de toedracht van zaken te vertellen.

De officieren van een paar aan de rand van de stad liggende kazernes hadden hun
manschappen getracteerd op cognac, en ze toen de straat op gecommandeerd ‘ter
verdediging van de republiek.’ Bij het universiteitsgebouw vond het eerste treffen
plaats, een tweede troep rukte van het Noorden aan, een derde van de haven uit. Zo
zouden zij het centrum van de stad als het ware kunnen insluiten. Maar de
patrouilledienst der arbeiders had goed gefunctioneerd; uit zijstraten, hoeken en
portieken drongen zij te voorschijn, verschansten zich achter stenen banken en bomen,
en namen de verraste soldaten onder vuur. De officieren voerden licht veldgeschut
en machinegeweren aan; de kanonnen werden door er op los stormende mannen en
vrouwen genomen, die ze veroverden met de blote handen, of met geen ander wapen
dan knuppel en keukenmes.


Toen wij de dag daarop een Guardia Civil  een arbeider zagen omhelzen, begon alles op een sprookje te lijken

‘Hoe zijn jullie dan aan vuurwapens gekomen?’ vroeg ik. ‘Een paar kameraden
uit het havenbedrijf wisten, dat er een schip vol wapens aan een der kaden lag. Dat
schip hebben we met behulp van kameraden van de F.A.I. zondagochtend in alle
vroegte leeggehaald. En toen wij eenmaal de kazernes en de kloosters hadden, waarin
wij stormenderhand zijn binnengedrongen, kwam er genoeg te voorschijn.’

Juanito scheen jaren ouder geworden te zijn in die enkele uren.
‘De twee grootste slagen,’ sprak Paco, de bedaardere, ‘zijn op de Plaza de Cataluña
en in het havenkwartier, bij de Capitanía geleverd, vanwaar de Rebellen het
hoofdcommando voerden. De telefooncentrale is regelrecht belegerd en met
geschutvuur genomen. Maar wij wisten, dat dit gebouw tot elke prijs in onze handen
moest blijven.
Het gehavende Telefonica-gebouw aan het Plaça de Catalunya.

 Aan de overkant hadden de militairen zich in het Hotel Colón sterk
gemaakt. We hebben ze er ook uit gekregen, net als uit de Capitanía.’
‘En hoeveel verliezen?’ vroeg mijn gezel.
Veel. Doden en gewonden tezamen: enige honderden minstens.’
‘Caramba!’
Francisco Ascaso op de Rambla, een paar minuten voor zijn dood.

Bij de haven was Ascaso gevallen, de bekende anarchistenvoorman. C.N.T. en
F.A.I. hadden de morele leiding van de tegenweer gehad. Bijna alle arbeiders droegen
het zwart-rood van de Anarchistische Federatie, en de auto's waren met hún letters
beschilderd. Ook Estat Català (regionalisten) en P.O.U.M. (revolutionaire socialisten)
vielen op. Van de P.S.U. (IIIde Internationale) was aanvankelijk het minst te
bemerken, wat wel merkwaardig is voor een partij die zich later het breedst gemaakt
heeft.

Wij besloten elkander de volgende morgen in de stad te ontmoeten. Een
waanzinnige afspraak. Maar de weg erheen was vol sensaties. Door de lege straten
suisden voortdurend auto's met gewapende arbeiders, vele thans ook bedekt met
matrassen en beddegoed; iedereen voerde zijn eigen nachtlogies met zich mee in
deze bewogen tijd. Men begroette elkaar met luide roepen: ‘Viva la República!’
‘Vivaaaa!!’


Meer info over De Sfinx van Spanje:
http://www.npogeschiedenis.nl/nieuws/boeken/2011/mei/Boek-van-de-week-De-sfinx-van-Spanje.html
http://www.npogeschiedenis.nl/ovt/afleveringen/2011/OVT-08-05-2011/Albert-Helman-en-de-Spaanse-Burgeroorlog.html


Barcelona Revisited - Bijzondere fiets- en wandeltours door Barcelona

BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onzeFacebook pagina!

18-07-2016

De coup van 1936 in Barcelona - verslag van ooggetuige Albert Helman

De Surinaamse schrijver Albert Helman woonde in Barcelona tijdens de gebeurtenissen van juli 1936. Helman schreef over de Spaanse Burgeroorlog  reportages voor meerdere Nederlandse kranten en tijdschriften. Een aantal werd in 1937 gebundeld en uitgebracht onder de titel De Sfinx van Spanje.  Vandaag deel 1 van zijn ooggetuigeverslag: de Olympiada van het Volk.


Wij wisten dat het gebeuren zou, en toch scheen niemand het zich duidelijk
voorgesteld te hebben. Men leeft haast zonder fantasie. En in Spanje, het land van de onbegrensde mogelijkheden, rekent een ieder, - als het zo in zijn kraam te pas komt, - gaarne op onmogelijkheden.


Er was ook een prachtding aanwezig om de aandacht af te leiden, vooral in
Barcelona: de Volksolympiade.
'Honderden atleten, vertegenwoordigers van 22 landen, verzamelen zich volgende zondag in Barcelona voor het vieren van de grote Olimpíada Popular'

Daarvoor werd iedereen gemobiliseerd die anti-fascistische neigingen bezat. Men zou de wereld eens tonen wat een volk in vrijheid binnen de kortst mogelijke tijd tot stand kon brengen; en vooral Duitsland met zijn belemmerde en tendentieuze Olympiade wilde men een gevoelige les geven. De Volksfront-regering had eerst aarzelend haar steun verleend, maar er zouden grote sportkampioenen uit de Sovjet-Unie komen. Dat moest de beste attractie vormen. Op het laatste ogenblik bleven zij echter weg. Niet toevalligerwijze. Want op de openingsavond van de Olympiade brak de fascistische revolte op het Schiereiland uit.

Men zou de wereld eens tonen wat een volk in vrijheid binnen de kortst mogelijke tijd tot stand kon brengen

Alle vrienden hadden gedurende de eerste weken van Juli als waanzinnigen aan de ‘Olimpiada Popular’ gewerkt, want zoals het hier in Spanje nu eenmaal de gewoonte is, werd alles tot het laatste, allerlaatste moment uitgesteld. Elkeen is er heilig van overtuigd dat niets in orde is en alles in het honderd loopt, maar tenslotte wordt dan, als door een wonder, het meeste toch nog briljant geïmproviseerd.




Een ieder was doodmoe, en er heerste de fatale onweersstemming van alle ‘generale repetities’ toen wij op de vooravond van de Olympiade (Zaterdag 18 Juli) in het Stadion, boven in het Park van de vroegere Wereldtentoonstelling bijeenkwamen. Stellig was er ook nog een andere nervositeit bij de velen die in politiek opzicht ingelicht waren, en die wisten wat ginds in Marokko begonnen was.


Defilé van deelnemers aan de Volksolympiade.

In het Stadion dat fantastisch gelegen is, met een overweldigend panorama op de stad Barcelona en de omliggende bergen, waren juist een paar grote auto's vol Franse sportlieden aangekomen, die zich bij de ingang verdrongen, en met bewondering de heerlijke omgeving in ogenschouw namen. Binnen enkele dagen zouden de meesten van hen vol teleurstelling en angst dezelfde stad de rug toekeren!
Binnen in het Stadion was het een verschrikkelijk doorelkaar-geloop; de verschillende sportbureau's waren eerst daags tevoren naar het Stadion overgebracht, en bij de aangeboren onverschilligheid voor organisatie bij de Spanjaarden, wist niemand meer waar hij wezen moest. Het leek wel een gekkenhuis.


Verschillende Spaanse sportmensen hoorde ik het plan opperen, daar in het Stadion te blijven slapen, om de volgende morgen meteen op hun post te kunnen zijn. Zij  zagen er allen oververmoeid uit, van de inspanning der laatste dagen en door een groot tekort aan slaap.

Kenmerkend waren de gesprekken die wij toen voerden. Juanito, een van de ijverigste leden van de arbeiderssportvereniging, een jongen van zeventien, achttien jaar, was hoogst opgewonden op de repetitie gekomen; hij moest aanstonds weer weg met nog enige andere jongens van zijn groep. Zij moesten onmiddellijk naar hun partijlokaal, zeide hij, want de fascisten hadden voor die nacht een staatsgreep op touw gezet, en hij moest patrouilleren.

Dat was de avond tevoren. Nu, in het Stadion, vroegen wij hem ironisch: ‘Hadden ze jullie per telefoon gewaarschuwd? Het is te hopen dat jullie vanavond weer geen golpe de estado (staatsgreep) opvoeren.’
Barcelona 19 juli 1936: reclamezuil waarop een poster voor de VolksOlympiade met barricades op de achtergrond.

De brave Juanito trachtte met alle overtuigingskracht waarover hij beschikte, ons duidelijk te maken, dat er niet te spotten viel, dat het werkelijk om ‘algo serio’ (iets ernstigs) ging. Wist ik dan niet dat de leden van de F.A.I. avond aan avond schietlessen en onderricht in straatgevechten gaven aan de arbeiders, zelfs aan de meer voortvarende leden van àndere organisaties en partijen? Ook Juanito was er een paar maal geweest en had er de beginselen van de schietkunst geleerd. Maar gisteravond had de Partij hen allen weer naar huis gezonden, omdat toch niemand van hen een wapen bezat.


Toen wij tegen middernacht huiswaarts gingen door de stad, was er niets opvallends te zien



Hetgeen met Juanito geschiedde, was het geval met honderden andere arbeiders.Typerend voor de toestand was ook, dat bepaalde arbeiders-sectoren vijandig tegenover de Volksolympiade stonden. Deze werd namelijk ernstig bedreigd door de langdurige transportarbeidersstaking.



Het Olympiade-comité had de stakingsleiders (C.N.T.) gevraagd een uitzondering voor de Olympiade te maken; dit verzoek werd evenwel geweigerd, en zo kreeg men het ongewone en ietwat penibele schouwspel te genieten, dat de transporten voor de Olympiade, - bedden voor de deelnemers, levensmiddelen, bagage e.d. - door de vrachtauto's van het leger werden verricht, en door het geschoolde militaire stakingsbrekers- en onderkruiperspersoneel, dat bij zulke gelegenheden op de proppen komt. Het was een niet bepaald geruststellend gezicht. Want overal zag men groepjes arbeiders met dreigende gezichten in de buurt staan. Bij Juanito en de zijnen heette het: ‘De C.N.T. saboteert het Volksfront, zij hebben met opzet deze staking georganiseerd om de Olympiade onmogelijk te maken.’

Deze mening heb ik vaak horen verkondigen, zonder te kunnen beoordelen of zij gegrond is.
Toen wij tegen middernacht huiswaarts gingen door de, stad, was er niets opvallends te zien. Ook niet in de haven waar ik even geweest was om wat koelte van de zeebries te zoeken. Ook daar stonden weliswaar groepjes arbeiders zwijgend of fluisterend bijeen, maar dat was in de laatste dagen, - juist ten gevolge van de transportarbeidersstaking, - iets heel gewoons geweest.



Meer info over De Sfinx van Spanje:
http://www.npogeschiedenis.nl/nieuws/boeken/2011/mei/Boek-van-de-week-De-sfinx-van-Spanje.html
http://www.npogeschiedenis.nl/ovt/afleveringen/2011/OVT-08-05-2011/Albert-Helman-en-de-Spaanse-Burgeroorlog.html


Barcelona Revisited - Bijzondere fiets- en wandeltours door Barcelona

BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!