Posts tonen met het label Columbus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Columbus. Alle posts tonen

20-03-2018

Columbus, Picasso en Bono in één straatje


Het is ogenschijnlijk een straatje van niks, maar de Carrer de la Plata, gelegen pal achter de oude haven van Barcelona, staat voor Geschiedenis met een grote G. De Carrer de la Plata komt uit op de Passeig de Colom en met die naam begint het al. 

Columbus
Want de befaamde ontdekkingsreiziger heette volgens Catalaanse historici dus mooi Colom. Jazeker, beweren zij, Columbus was een rasechte Catalaan, evenals de meesten van zijn bemanningsleden. Een van hen, Galvany, was zelfs de allereerste Europeaan die voet op de Bahama´s zette, de eerste ontdekking van zijn baas in 1492. Buiten werktijd moet matroos Galvany een huis bewoond hebben ‘ergens’ in de Carrer de la Plata.

Picasso
Ergens ook in dezelfde straat, op nummer 4 of 5, huurde pa Picasso in 1896 voor zijn veertienjarige zoontje Pablo diens allereerste atelier. De eigenaren van de voormalige tapasbar op nummer 3 dachten er - ongetwijfeld om commerciële redenen - anders over. Op hun gevel prijkt een levensgrote reproductie van een van Picasso´s bekendste schilderijen.





Picasso schilderde het niet in de Carrer de la Plata - in 1899 verkaste hij al naar een nieuw atelier- maar in een Frans Pyreneeëndorpje, tussen 1906 en 1907. Toen kunstcriticus André Salmon het schilderij in 1916 voor het eerst tentoonstelde, doopte hij het werk Les Demoiselles d’Avignon - in dit filmpje een uitgebreide analyse van het werk  - om een schandaal te voorkomen. 

Catalaanse hoertjes
Want de Franse juffertjes uit Avignon waren in werkelijkheid Catalaanse hoertjes uit een bordeel vlakbij de Carrer de la Plata, aan de Carrer d’Avinyó nummer 44. Picasso ging, jong als hij was, weleens ‘buurten’ bij de roze dames. Bordeelbezoek door late pubers was een maatschappelijk geaccepteerd verschijnsel in het Barcelona van eind negentiende, begin twintigste eeuw

Picasso was niet blij met de fatsoensactie van Salmon. Zijn leven lang noemde hij het schilderij steevast El burdel


De Franse juffertjes uit Avignon waren in werkelijkheid Catalaanse hoertjes

Bono

Haven betekent nu eenmaal Hoeren. Dat weet Pepe als weinig anderen. Al vijf decennia staat hij achter de bar La Plata, op de hoek met de Carrer de La Mercè. Ook het pand zelf is Geschiedenis. Boven de deur prijkt de op één na oudste bouwjaarvermelding van een civiel gebou in Barcelona: ANY MDCXLVIII. 1648.


De kroeg zelf dateert van 1945. Vooral ’s ochtends aan de bar of aan een van de zes tafeltjes vind je nog steeds voormalige dokwerkers en vissers uit de tijd, een paar decennia geleden, dat een een paar meter verder de industriële haven van de stad lag.


 De heren genieten van hun wijntjes en van de vier befaamde tapas van La Plata – probeer de gefrituurde sardientjes, 'pescadito frito'!  En wie weet kom je Bono tegen. De zanger van de Ierse rockband U2 komt als hij in de stad is altijd even langs.








22-11-2016

Zingend naar het einde - de dood van anarchist Santiago Salvador



Als gevolg van de verschrikkelijk leef- en werkomstandigheden, had Barcelona eind 19e eeuw  een van de meest militante arbeidersbewegingen van Europa. Dominant waren de ideeën van het anarchisme, in 1869 in Barcelona geïntroduceerd door de Italiaan Giuseppe Fanelli, aanhanger van de Russische anarchist Bakoenin.
Uitzicht op Barcelona vanaf de Montjuïc-heuvel, rond 1900 (foto: Lluís Girau Iglesias/AFCEC).
In de decennia daarna onderdrukten de autoriteiten de anarchisten steeds meer. Hierdoor gefrustreerd en door het uitblijven van de beloofde revolutie gingen individuele anarchisten over tot terreuraanslagen, gericht op de militairen, de kerk en bourgeois-Barcelona. Twee van de bekendste aanvallen van deze “eenzame tijgers” vonden plaats in het najaar van 1893. 


De eerste aanslag is op 24 september, tijdens een militair defilé aan de Gran Via. Anarchist Paulino Pallàs gooit die dag twee bommen naar het rijtuig van de kapitein-generaal van Catalonië, Arsenio Martínez-Campos. Campos raakt slechts gewond bij de aanslag. Pallàs eindigt voor het vuurpeloton in het kasteel op de Montjuïc. Luttele momenten voor zijn executie waarschuwt Pallàs zijn beulen voor represailles. "De wraak zal gruwelijk zijn."

Willem Tell
Nog geen maand later is het al zover. Plaats van handeling is het Liceu-theater aan de Ramblas, favoriete ontmoetingsplek van bourgeois-Barcelona. Tijdens de tweede akte van Rossini´s opera Willem Tell gooit anarchist (en handelaar in gesmokkelde drank) Santigo Salvador Franch vanaf het balkon twee Orsini-bommen in het publiek. Slechts één van de bommen ontploft. Genoeg voor een slachtpartij (21 doden). De aanslag is internationaal groot nieuws. ‘Dynamiet in Spanje’, kopt de Parijse krant Le Petit Journal op zijn voorpagina.

Wurgpaal
Santiago Salvador ontsnapt, maar wordt vijf maanden later in Zaragoza alsnog opgepakt. Op 21 november 1894, om zes minuten over acht 's morgens sterft hij, 32 jaar oud, aan de wurgpaal voor de Reina Amalia gevangenenis in Barcelona. Kort voor de terechtstelling interviewt advocaat en journalist Tomás Caballé i Clos Salvador in diens cel. Hoe het met zijn geweten is gesteld, vraagt Caballé aan de anarchist.

"We zijn martelaren van de vooruitgang"

“Het achtervolgt me niet”, antwoordt Salvador. “Degenen die in het theater zijn overleden en ik, die zal sterven in de handen van de beul, we zijn martelaren van de Vooruitgang, gedwongen of vrijwillige martelaren van deze nieuwe sociale organisatie die het goede voor allen moet brengen… Ik ging rustig naar huis, ging naar bed en sliep tot de volgende dag. Zelfs mijn vrouw – die van niets wist, de arme – kon  niet enige bezorgdheid aan mijn zien."
Salvador's vrouw wist waarschijnlijk wél dat hij naar het Liceu ging: van haar had hij het geld voor het toegangskaartje (1 peseta) geleend.

Long live Anarchy!
De dag na de aanslag bekijkt de dader vanaf de top van het Columbus-standbeeld de rouwprocessie die over de Rambla trekt. Op zijn hoge standplaats fantaseert Salvador over het gooien van bommen op de rouwenden, zo vertelt hij later na zijn arrestatie.

Santigo Salvador Franch


Schuldbesef of angst is er ook niet bij zijn gerechtstelling. Uit de New York Times van 22 november:

"Franch cried 'Long live Anarchy!' as he was being led to the place of his execution, and scoffed at religion to ths last. A few minutes before he was put to death he began singing, and he continued his song until he was not able to utter a sound.
His body was exposed in its place, in the death chair, until sundown. Great crowds of people gazed upon the distorted features of the dead man, and gloated over his execution, making all sorts of remarks of a character showing their detestation of the man."











BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

15-04-2013

Wat een barbaren die indianen!



Zijn standbeeld (in juni na ruim een jaar weer open) in de oude haven herinnert er elke dag aan: hier arriveerde Columbus na zijn eerste reis naar Amerika. Deze maand is het 520 jaar geleden dat de stoere Christopher verslag uitbracht aan zijn opdrachtgevers, de katholieke koningen Isabel en Ferdinand. Volgens de legende gebeurde dat in de Saló del Tinell, in het  middeleeuwse paleis aan het Plaça del Rei. 

Dat levert mooie fantasieën op. Isa en Ferdi, zo stel je je voor, konden hun nieuwsgierigheid natuurlijk niet in toom houden. Die gingen echt niet in die ontvangstzaal zitten wachten tot Colom - met een driepoot, want Columbus was stiekem een Catalaan, daarover een andere keer -  zich binnen meldde,  zijn geloofsbrieven onder de arm.  Hand in hand snellen ze de paleistrappen af, de vermoeide ontdekkingsreiziger tegemoet. Halverwege de treden volgt de legendarische ontmoeting.

 “Wat brengt u ons, heer Columbus?” 
“De ontdekking van Amerika, Uwe Hoogheden.”
Delacroix´ weergave van de koninklijke ontvangst (1863).

Tussen hoofd en nek
In werkelijkheid waren die paleistrappen op het moment dat Columbus voet aan Catalaanse wal zetten, wel het laatste waaraan Isabel en Ferdinand wilden denken:  op 7 december 1492 was Ferdinand op deze plek aan de dood ontsnapt. Een boze boer had hem een bijna fatale klap met een zwaard verkocht.  'Tussen hoofd en nek´, weten we dankzij een tijdgenoot van Ferdinand, de geschiedschrijver Miquel Pere Carbonell. 


Fernando´s lijfwachten overmeesterden de boer en wilden hem ter plekke om zeep helpen. De tussen hoofd en nek bloedende Fernando had echter een beter idee. Hij zou die boeren eens een lesje leren. Had hij hen immers in 1486 niet het recht verleend om zelfstandig boer te worden, zonder leenheer? Dat de meeste boeren de gevraagde losprijs in de verste verten niet konden opbrengen, deed er niet toe. Het ging om het principe. Ondankbaren waren het!




Opstandig agrarisch gedrag
Het lot van Joan de Canyamàs, zoals de boer heette, moest opstandig agrarisch gedrag richting koning eens en voor altijd voorkomen. Een paar dagen later werd hij naakt op een kar gezet en Barcelona rondgereden. Dat gebeurde met de nodige tussenstops. Op elk van deze pauzemomenten werd de arme Joan vakkundig van een lichaamsdeel ontdaan. Ogen, tepels, armen, benen, bijna héél Joan moest er aan geloven. De taaie boer hield het lang vol, met ´steun´ van de Koninklijke chirurgijnen. Deze voorkwamen het leegbloeden van de man en daarmee een voortijdig einde van diens lijdensweg. 


De Columbus van Emanuel Leutze is blond (1843).
De koninklijke chirurgijnen voorkwamen  een voortijdig einde van Joans lijdensweg




 

Op de Passeig del Born stierf Canyamàs dan toch, nadat zijn hart - of zijn hersenpan, daarover verschillen de middeleeuwse bronnen - uit zijn lichaam was getrokken. De kar met daarop Joans schamele resten werd in brand gestoken.


Om bij te komen van de schrik verkasten Isabel en Ferdinand naar het Monasterio de San Jerónimo de la Murtra, een klooster in het naburige Badalona. Daar dwaalde de gedachten van de koning telkens af naar die bijna rampzalige vrijdag van de aanslag. Het was maar goed dat hij had gevast! Daarmee had hij vast en zeker de zegen verdiend van ‘onze heilige maagd Maria’, weet ook chroniqueur Carbonell.


Columbus vereeuwigd in het San Jerónimo klooster, Badalona.

15 april 1493
Maar vandaag heeft de koning geen tijd voor sombere gedachten. Columbus brengt in Badalona verslag uit van zijn avonturen! De nieuwsgierige zeeman toont zich bovendien een uitstekend verteller, die de vorstelijke humeuren opvrolijkt met allerlei interessante en verbazingwekkende wetenswaardigheden over de Nieuwe Wereld. Bijvoorbeeld dat de mensen daar geen geld hebben en geen geschreven taal; dat ze noch brood eten noch wijn drinken en het ijzer niet kennen. Ook vertelt Columbus zijn Koninklijke toehoorders dat de Nieuwe-Wereldbewoners naakt of bijna naakt rondlopen, God de Heer niet kennen en elkaar opeten als het zo uitkomt.

 
Columbus (donker dit keer en met baard) kijkt zijn ogen uit.


Wat de koning echter nog het meest verbaast: de bewoners van de Nieuwe Wereld hebben geen paarden! Wanneer ze de mannen van Columbus op hun viervoeters zagen, dachten ze dat het om centauren ging – al is die benaming hen natuurlijk ook onbekend.
 

Wat een barbaren, die indianen!



BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona, Catalonië en soms zelfs Spanje op onze Facebook pagina!

19-03-2013

De dag dat Franciscus (de enige echte!) ziek werd in Barcelona



Toen de Argentijn Jorge Mario Bergoglio zich vorige week in Rome herdoopte tot Franciscus, werd hij voor conservatief Madrid prompt een halve Spanjaard. 
Bergoglio, zo redeneerde men,  mag dan Italiaanse roots hebben, zijn Spaanse wortels zijn bijna even sterk: Jorge spreekt de taal van het moederland en werd door Madrid geschoold tot Jezuïet. Goed, om een jarenlange studie ging het niet, maar de nieuwe paus stond 'tussen 1970 en 1971'  toch maar mooi ingeschreven bij het Colegio San Ignacio de Loyala in Alcalá de Henares (provincie Madrid).

In Barcelona bleef het stil. Valse bescheidenheid, te veel seny. Want de echte, de heilige Franciscus is van Barcelona.



Zwak, ziek en misselijk
Het begon allemaal in 1211 toen Franciscus van Assisi  zwak, ziek en misselijk aanklopte bij het eenvoudige ziekenhuis voor pelgrims dat stond op wat nu het Plaça del duc de Medinaceli is. Dankzij de goede zorgen van de ziekenbroeders was de toekomstige heilige weer snel op de been, op weg naar nieuwe goede werken.


De echte, de heilige Franciscus is van Barcelona
Exit Franciscus uit Barcelona? Integendeel, het was slechts het begin. Koning Jaume I was zwaar onder de indruk van het kortstondige verblijf van Franciscus in zijn stad. Hij wilde een daad stellen, al was het maar via het steenrijke huis van Montcada (die van het Picasso-Museumstraatje). Op vriendelijk doch dringend verzoek van de koning en de stedelijke raadslieden doneerden de Montcada-familie een flinke lap grond, pal naast het ziekenhuis. Daar verrees vanaf 1214 een wat eerst nog een bescheiden  convent was, het eerste van de Franciscanen in Spanje.

Het Convent de Framenors op de huidige kaart van Barcelona.

Latere uitbreidingen maakte van dit Framenors convent (van frailes menores, minderbroeders) het belangrijkste Franciscaner centrum  in Catalonië. In het 14 eeuwse Barcelona heette een van de vier stadsdelen zelfs het kwartier van de Framenors; de 150 minderbroeders konden de stad in en uit door hun ´eigen´ Framenorspoort; koningen en regeringsleiders werden  in het convent begraven en de Consell de Cent vergaderde er, tot de verhuizing in 1369 naar de Saló de Cent op het Plaça de Sant Jaume. 

 

Een van de Franciscus-schiderijen van Antoni Viladomat
Veel later, begin 18e eeuw,  schilderde Antoni Viladomat voor het klooster zijn 20-voudige ode aan Sint Franciscus, nu te bewonderen in het Nationaal Museum op de Montjuïc. Dat was ruim een eeuw voordat het Framenors-complex werd getroffen door wat soms het onvermijdelijke lot lijkt van Catalaanse kloosters en kerken: het werd door het eigen volk in brand gestoken.  

Of het complex wel of niet totaal afbrandde tijdens de bullangas (de volksopstanden van 1835), daarover verschillen de bronnen. De grote of kleinere resten vielen in 1838  in elk geval in handen van een andere 19e eeuwse ´kerkendoder´: Juan Álvarez Mendizábal, de met een aantal onteigeningswetten gewapende Spaanse minister van Financiën.


   

Lokale goden gaan in Catalonië vóór universele heiligen

Magazijnen
Het terrein van het Framenors-convent werd eerst verkocht aan particulieren en voor een deel bebouwd met opslagloodsen en  magazijnen. Pas later, vanaf 1848, begon een lang gevecht om de grond tussen de hertog van Medinaceli (nazaat van het huis van Montcada) en de Ramo de la Guerra (het Ministerie van Defensie van die tijd) in Madrid. 
Gobierno Militar, vlakbij het Columbus-standbeeld.

De uitkomst was voorspelbaar. Waar ooit de tuin was van de minderbroeders staat vanaf 1927 het enorme gebouw van de Gobierno Militar. De Medicanelis kregen een plein, dat eerder trouwens Plaça de Sant Francesc heette.


En Franciscus? Hem resten wat straatnamen. Van zijstraten. Behalve zijn plein werd hem ook zijn enige hoofdstraat afgenomen. De Dormitorio de San Francisco, de straat die vanaf de Ramblas langs de Gobierno Militar loopt, draagt sinds 1916 de naam van Josep Anselm Clavé, de God van de Catalaanse volksmuziek.  Lokale goden gaan in Catalonië vóór universele heiligen.


Het is ergens ook wel weer mooi,  al die onteigeningen, want vintage Franciscus:
De broeders mogen zich niets toeëigenen, geen huis, geen verblijfplaats, helemaal niets.
(Uit: Regel van de minderbroeders, hoofdstuk 6).














BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

06-05-2012

Columbus in tranen

"Ik heb nog nooit de lift genomen naar de koepel. Die lift is namelijk vaak stuk. Dat las ik ooit in een boek over Spanje, geschreven door de Nederlandse journalist Rik Zaal. Maar laat u niet afschrikken: het is een oud boek."

Het bovenstaande zeg ik vaak wanneer ik met een groep fiets- of wandeltoeristen bij het Columbus-monument sta. Tot deze week dan, want het verhaal is achterhaald. Afgelopen dinsdag, u heeft het ongetwijfeld gelezen of gehoord, zaten zes toeristen bijna vijf uur vast in de uitkijkkoepel van de toren, vanwege een kapotte lift.

 
In de Catalaanse kranten ontbrak uiteraard niet een overzicht van eerdere liftweigeringen in het door Gaietà Buigas gebouwde gevaarte - 60 meter hoog, het beeld is zeven meter. Daaruit bleek dat de voorlaatste keer helemaal niet zo lang geleden was. In 2006 nog, zaten 14 mensen 1,5 uur vast in de koepel. Vervolgens echter moeten we twintig jaar terug, naar 1976, toen vijftien mensen een gedwongen urenlang uitzicht hadden over de stad.
Slechts drie werkweigeringen in 36 jaar tijd dus. Niet echt een reden voor zo´n slechte reputatie, vind ik. Dus pak gerust die lift, in de toekomst.

"Een hoogwerker is niet de manier om het monument te verlaten"

Wie een dezer dagen naar boven wil, richting Columbus, heeft echter pech. De lift blijft gesloten, totdat het gemeentebestuur de conclusies heeft van het technische onderzoek naar de oorzaken van de averij. Mocht het ding ooit onverhoopt toch weer stilstaan, dan moeten er andere ontsnappingsmogelijkheden zijn dan nu, verklaarde burgemeester Trias al. ´ Want een hoogwerker is niet de manier om het monument te verlaten.´ 
Het Columbus-standbeeld in 1887.

 Welke andere ontsnappingsmogelijkheden er komen,  dat is even afwachten. De steigerconstructie rond het beeld zou in elk geval ongeschikt zijn geweest, want te ver verwijderd van de uitkijkkoepel, zie bovenstaande foto. Bouwer van deze vierpotige 150 ton zware reus was ene Joan Torras.  Om de Barcelonezen te laten zien dat zijn schepping van ijzer was en niet van bordpapier, posteerde de onverschrokken Joan zich pal onder de kraan die, gemonteerd op de steigers,  het  zes ton zware Columbusbeeld naar boven hees.

Veel Barcelonezen vonden de elegante reuzen-meccanoconstructie trouwens veel mooier dan het eigenlijke monument. Toen dat  in 1888 klaar was en Torras´ omhulsel werd weggehaald, pleegde dan ook menigeen een traantje weg. En misschien Columbus ook wel, dakloos als hij werd.