09-02-2012

Brood en tomaat in Barcelona

Eerst maar het recept:

Ingrediënten:
Een snee boeren- of volkorenbrood (een of meer dagen oud of geroosterd)
1 teentje knoflook
een verse, zongerijpte tomaat
olijfolie (virgen extra)
(zee)zout

Bereiding:

Pel of halveer het knoflookteentje en bestrijk daarmee het brood. Werk vanaf de korst naar binnen. Halveer de tomaat en wrijf de pulp in het brood, eveneens van buiten naar binnen. Besprenkel het brood met olijfolie en strook er wat zout over.

En klaar is uw pa amb tomàquet, pan con tomate in het Spaans, een van de vaste proeverijen tijdens onze nieuwe Fiets-Tapas-Tour. Simpeler kan het niet. (Bijna dan, want de meest kale versie is die zonder knoflook.) Een tapa die voor zichzelf spreekt.

Maar wacht, we zijn in Catalonië. Eten is hier eerst en vooral een passie. En zijn passies - voetbal is een andere - neemt een Catalaan zeer serieus. En dus zijn er pa amb tomàquet clubs, een jaarlijks Pa amb Tomàquet festival (in Santa Coloma de Farners) en zelfs l`Olimpiada del Pa amb Tomàquet, waar de deelnemers strijden om de titel in twee categorieën: de beste traditionele pa amb tomàquet en de meest innovatieve. In de jury coryfeeën als Carles Gaig  en Ferran Adrià (van El Bulli) himself. Boeken over het onderwerp zijn er ook volop, waaronder zwaar klinkende titels als Teoría i pràctica de pa amb tomàquet.

Recent verschijnsel
Een beetje overdreven, al die aandacht? Geenszins. Het gaat immers over misschien wel het meest gezichtsbepalende element van de Catalaanse keuken.
Met leeftijd heeft die bekendheid weinig te maken; pa amb tomàquet is een betrekkelijk recent verschijnsel in Catalonië. De tomaat zeilde weliswaar al in de 16e eeuw van Amerika naar Europa, maar pas twee eeuwen later dook zij op in de Catalaanse keuken, schrijft specialist Jaume Fàbrega in zijn boek Pa amb Tomàquet.

Maar wanneer kwam iemand op het lumineuze idee een stuk droog brood met een tomaat in te wrijven? Geen eenvoudige vraag.  In de eerste uitgave van het standaardwerk La Cuynera Catalana (1835) schittert pa amb tomàquet nog door afwezigheid. ´Reglas útils, Facils, seguras y económicas` luidt een deel van de ondertitel. Vrij vertaald: Voordelige, praktische, makkelijke recepten die niet kunnen mislukken. In zo´n boek hoort pa amb tomàquet toch thuis, zou je zeggen.

Lofzang
Voor het eerste schriftelijke bewijs voor het bestaan van pa amb tomàquet moeten we volgens journalist en lekkerbek Nèstor Luján echter een halve eeuw verder. Naar 1884 om precies te zijn,  het jaar waarin ene Pompeu Gener een ironische lofzang schreef op het geslaagde huwelijk tussen brood en tomaat.

Nèstor Luján (1922-1995) - volgens vele Catalanen de laatste echte chroniqueur van de locale gastronomie - verwees ooit een populair verhaal over het ontstaan van pa amb tomàquet naar het rijk der fabelen. De lekkernij, zo gaat het verhaal, werd in de jaren twintig van de vorige eeuw uitgevonden door arbeiders uit Murcia, die in Barcelona werkte aan de bouw van de metro. Pal naast de rails teelden deze zuidelijke slimmeriken tomaten, waarmee ze hun droge bammetjes weer lekker sappig maakten.
Niks nieuws onder de Catalaanse zon, stelde Luján. In ´rurale streken´ werd deze truc al veel eerder gebruikt.

Vraag blijft: wanneer dan precies en door wie voor het eerst? En ook: in welke rurale streek? Want bijna elk land rond de Middellandse Zee kent zijn eigen brood-met-tomaat variant; Italië  bijvoorbeeld, heeft zijn brochetta al pomodorro en Malta zijn Hobz biz-zejt.

Tomaat met chocola
Aan discussieonderwerpen geen gebrek dus, tijdens de bijeenkomsten van brood-met-tomaat liefhebbers. Bovendien zijn er altijd weer nieuwe recepten om over te praten. Pa amb tomàquet combineert namelijk prima met bijna alles wat eetbaar is – al gaan sommigen hierin wel heel ver, zie het einde van dit stukje.

Een populair thema onder de liefhebbers is natuurlijk ook: de volgorde. Wat komt eerst, de tomaat of de olijfolie? Een gewichtige kwestie, menen velen.
Kenner Fàbrega houdt de zaak simpel. Volgens hem gaat het vooral om locale en persoonlijke voorkeuren en gewoonten. Op Majorca bijvoorbeeld, begint men met de olijfolie, in Catalonië is het precies andersom.
Maar dan komt de volgende hoofdbreker voor de echte Catalaan: eerst de olie of toch het zout? Om het even, zegt Fàbrega. Voor de smaak maakt het niet uit, al is eindigen met het zout ´het meest natuurlijke´.

Over natuurlijk gesproken: prijsrecept in Frabrega´s boek is Pa amb tomàquet i xocolata. We zijn in Catalonië ten slotte, waar per jaar meer kilo´s chocola worden gegeten dan in de rest van Spanje samen.

Jaume Fàbrega: Pa amb tomàquet. Les receptes més senzilles i saboroses de la Mediterrània.(Valls, Cossetània Edicions,2002).

(Deze post kun je ook lezen op de blog van Orange Monkey Tours)

08-02-2012

Kijk maar, je ziet niet wat je ziet (1): de vier zuilen uit Troje

De brug in de Carrer del Bisbe. Een beetje scheef gefotografeerd
en daardoor nóg ouder lijkend...

Wat is echt oud en wat niet? Je ziet het vaak niet wanneer je door de Gotische wijk van Barcelona loopt. Neem de carrer del Bisbe, vlakbij de kathedraal. Daar verbindt een nep-gotische (nee, niet neo-gotische) loopbrug het Palau de Generalitat met een van de Casas de Cononges, de middeleeuwse paleizen in de straat. Die paleizen werden vanaf 1927 gerestaureerd - en ook lichtelijk ouder gemaakt, daarover een andere keer meer. De brug, een ontwerp van de architect Rubió i Bellver, dateert uit 1928. Nep-oud en ´splinternieuw´ komen hier dus samen.


Het voorbeeld van de brug is bekend en staat dan ook in alle Barcelona-gidsen. Wat je in die gidsen (nog) niet treft, is het volgende voorbeeld van iets dat juist veel ouder is dan je denkt:

 
We blijven bij het regeringsgebouw, de Palau de Generalitat. De renaissancistische voorgevel daarvan bevindt zich aan de Plaça de Jaume en is een werk van Pere Blai, die daar in 1597 mee begon. In de loop der tijd werd van alles aan die gevel veranderd en toegevoegd. Sant Jordi en zijn draak bijvoorbeeld (op de foto hieronder nauwelijks zichtbaar) zijn van 1860.  Maar die nep-Romeinse zuilen, die moeten van Blai zijn, denk je. Renaissance-bouwmeesters als hij waren immers zwaar beïnvloed door hun Griekse en Romeinse voorgangers.







Troje
Klopt. De zuilen zijn van Blai. Maar niks nep, ze zijn écht Romeins. Blai haalde ze uit Tarragona, waar ze eerder deel waren van een kerk, een paar kilometer buiten de stad. Voorafgaand aan hun christelijk carrière echter, dienden ze als steunpilaren van een Romeins paleis in Tarragona. Archeologen vermoeden dat het gaat om het verblijf van de Romeins keizer Adrianus, die in de winter van 122/123 verbleef in Tarragona - altijd een veel belangrijker stad voor de Romeinen dan Barcelona. 

 Voorafgaand aan hun christelijk carrière dienden de zuilen als steunpilaren van een Romeins paleis in Tarragona

Wat wél zeker is volgens de archeologen, is dat de granieten reuzen behoorden tot een partij van 45 prefab zuilen die aan het begin van de tweede eeuw geïmporteerd werd uit de streek rond Troje, in wat nu het noordwesten van Turkije is. De zuilen zijn dus niet zo heel veel jonger dan  hun vier zusters in de Tempel van Augustus, nog geen honderd meter verder in de Carrer del Paradís, die vermoedelijk van rond het begin van onze jaartelling dateren.
 

Troje blijft verrassen.


Het merk Barcelona
De gemeente Barcelona begon in de jaren twintig van de vorige eeuw bewust met wat je kunt noemen de vergotisering van de oude binnenstad. Het gebied rondom de kathedraal moest veranderen in een tastbaar ´bewijs´ van  de glorieuze Catalaanse Middeleeuwen en dan vooral van de 13e  en 14e  eeuw. Een periode waarin Catalonië – weliswaar als deel van de Kroon van Aragon - op een zeker moment het hele Middellandse-Zeegebied beheerste.
Die Barrio Gótico (de naam die werd bedacht voor het gebied rond de kathedraal) moest wonderen doen voor het nationale zelfrespect, dat ook een eeuw geleden al wel een impuls of twee kon gebruiken. Maar ook (en vooral) wonderen voor de Catalaanse portemonnee. Want zo´n Gotische Buurt, die levert mooie plaatjes op voor toeristen – in die tijd vooral Engelsen en Fransen uit de betere en natuurlijk zeer cultureel onderlegde klassen.

Om die buitenlandse elite te lokken, werd op initiatief van burgermeester Domingo Sanllehy in april 1908 La Sociedad de Atracción de Forasteros opgericht, de Maatschappij ter Aantrekking van Bezoekers. Een naam die niets aan de verbeelding overliet. Barcelona was dan ook geen levende stad meer, maar een product dat in de markt gezet moest worden. Luister bijvoorbeeld naar Josep Serra i Roca, een van de eerste touroperators van de stad: ´We introduceren dit nieuwe toeristische merk (…), en twijfelen jullie niet: als het nieuwe merk goed wordt uitgewerkt en het goed wordt gelanceerd, zal het product verkopen en is de markt ervoor verzekerd.”
Voor wie nog denkt dat woorden als ´merk´ nieuwe verschijnselen zijn in het promotiecircus van steden: Serra deed zijn uitspraak in 1929, vlak voor de Wereldtentoonstelling van dat jaar.

Kunsthistoricus Agustín Cócola schreef het boek El Barrio Gótico de Barcelona. Planificación del pasado e imagen de marca (2011, Ediciones Madroño). Daarin analyseert hij veertig gevallen van vergotisering in de buurt rond de kathedraal.



De Sociedad de Atracción de Forasteros schreef in 1928 in het eigen tijdschrift Barcelona Atracción dat de spiksplinternieuwe loopbrug over de Carrer del Bisbe ´perfect paste bij het karakter van oude gebouwen in de directe omgeving´. Zes jaar later stond deze foto in het blad. Onderschrift: ´De oude gebouwen in de calle del Obispo.´
 Nieuwsgierig naar het tijdschrift Barcelona Atracción?  Klik hier

04-02-2012

Skiwedstrijden in Barcelona

De besneeuwde Via Laietana in aanbouw.

Nog meer oude winterbeelden. Barcelona januari 1914 dit keer. Met een minimum van - 5,2 graden Celsius op 16 januari werd het niet echt koud. Veel sneeuw viel er wel die maand.  In de hooggelegen buurt Vallvidrera werden zelfs skiwedstrijden gehouden. 'Een curieus hoofdstuk in de mooie sportgeschiedenis van Barcelona', schreef het - toen nog - weekblad Mundo Deportivo.
Zie je wel, die Olympische Winterspelen kunnen best in Barcelona!

De Rambla, met rechts het theater Liceu.

Zwoegen door de sneeuw op Plaça de Catalunya.

03-02-2012

Het jaar dat de olijfbomen doodvroren

Nu is het koud in Catalonië, maar in februari 1956 ook. Zo koud zelfs dat de olijfbomen in de Alt Empordà het loodje legde. De kou sloeg toe op 2 februari en hield meer dan drie weken aan.  Miniumtemperatuur: – 15 graden Celsius. Een temperatuur waar ze in Oekraïne graag voor zouden tekenen op dit moment.
Update 4 februari  Inwoner van Marknesse: "-15? Dat is nog niks, man!"

Hieronder wat een sfeerplaatjes uit 1956 van een tentoonstelling van een paar jaar geleden. Genomen in en om Figueres.

02-02-2012

What´s in a name: la quinta forca


Lange tijd, vanaf de Middeleeuwen tot in de 19e eeuw, telde Barcelona vijf vaste galgen – naast de mobiele en tijdelijke exemplaren die werden ingezet. Die vijf 'hoofdgalgen´ stonden op drukke punten in Barcelona en op grensovergangen tussen de stad en haar omgeving. Daardoor fungeerden de lugubere werktuigen als permanente waarschuwingsborden voor burgers en buitenlui: Pas op, als je je misdraagt, staat je dit te wachten!  Ook reizigers die per boot in Barcelona arriveerden, konden er niet onderuit. Vanaf zee zagen ze de galg op het Pla de Palau al staan. Welkom in Barcelona!

Andere galgen waren die bij de Sant Antoni-poort (waar nu de gelijknamige markt is); de galg op de Via Augusta bij de juridische grens tussen Sants – toen nog een zelfstandig dorp - en Barcelona, en de galg op de Pla de Boqueria, een plek genoemd naar de boc-querías in de buurt, de joodse winkels waar je geitenvlees (boc=geit) kon kopen. Deze laatste galg stond net buiten de 13e eeuwse stadspoort, pal voor wat nu de ingang van het Liceu-theater op de Ramblas is. De poort werd gemarkeerd door twee wachttorens. In één daarvan woonde eeuwenlang de stadsbeul. De bofkont had zijn werk dus regelmatig vlakbij huis.

Uitnodigend welkom 
Anders was het wanneer hij voor een terechtstelling naar de vijfde galg moest. Galg nummer vijf bevond zich namelijk ver buiten de stadsmuren, bovenop de heuvel Turo de Finestrelles (nu Nus de la Triniat), als uitnodigend welkom voor bezoekers uit de Vallès Occidental. ‘Està a la quinta forca’ ,‘bij de vijfde galg ’, zeiden de Barcelonezen dan ook vanaf een zeker moment, wanneer iets heel ver weg was.

  ‘Bij de vijfde galg ’, zeiden de Barcelonezen, wanneer iets heel ver weg was

De uitdrukking bestaat nog steeds. De vijfde galg in wat nu de wijk Trinitat Vella is, niet meer. Die verdween al 1445. Toen besloot het stadsbestuur de ophangingen voortaan uitsluitend binnen of bij de stadmuren te laten plaatsvinden. Bijna vier eeuwen later, in 1832, werd de galg als executiemiddel om ´humane redenen´ in Spanje en haar koloniën vervangen door de wurgpaal, de garrot vil.

Massa-executie met wurgpalen.
Een apparaat met een – over het algemeen dan – snellere werking en met bovendien zitruimte voor het slachtoffer. Al met al een waardiger manier van sterven, vonden de autoriteiten. En voordien dan ook slechts voorbehouden aan schurken met blauw bloed.

Het moment (in memoriam Wislawa Szymborska)

´Zover het oog reikt heerst hier het moment.´
Sant Cugat del Vallès,  2 februari 2012, 09.32.47 uur


31-01-2012

Tapas - een koninklijke uitvinding


Tapas in Barcelona (foto: José Porras)
 De tapa: meestal lekker, altijd weer anders en een probaat middel tegen dronkenschap
Zoiets mag een vorstelijke uitvinding heten. Geen wonder dat in de belangrijkste legendes over het ontstaan van deze lekkernij een Spaanse koning de hoofdrol speelt. Sommigen zeggen dat het gaat om Alfonso X (1221-1284), bijgenaamd De Wijze (El Sabio in het Spaans). De goede man werd op een dag ziek en moest het bed houden. Alfonso´s lijfarts had geen idee wat zijn baas mankeerde, maar vooruit, een goed glas kan nooit kwaad . Waarop hij de zieke Alfonso een paar keer per dag een glaasje wijn gaf, vergezeld van kleine hapjes eten, zodat de vorst niet zou verhongeren. 


Het bleek een gouden combinatie. In een mum van tijd voelde de koning zich weer kiplekker. Wat goed is voor mij is ook goed voor mijn onderdanen, dacht Alfonso.En dus bepaalde hij per wet dat herbergen en taveernen voortaan alleen wijn mochten schenken wanneer deze vergezeld ging van een hapje eten. Dit om te snelle dronkenschap te voorkomen. Dat hapje kon dan mooi gelijk je glas bedekken (tapar) , zodat je van meedrinkers ook geen last had. Die kregen de tapa/het deksel lelijk op de neus. 


Zand in de sherry
Anderen schrijven de uitvinding van de tapa toe aan een veel latere Alfonso, koning Alfonso XIII (1886-1941). Tijdens een bezoek aan de provincie Cadiz vroeg de koning in een taveerne bij het strand om een glas sherry. Op dat moment kwam er juist een windvlaag door het raam. Zand in de koninklijke sherry, dat leek de dienstdoende ober geen goede reclame voor zijn baas. Hup, een plak ham op het glas. “Een deksel om zand in uw glas te voorkomen”, verklaarde aan de verbaasde koning. Briljant idee, dacht deze. Hij dronk en at en bestelde verheugd een tweede sherry. Met tapa uiteraard.
 

Wat goed is voor de koning, is goed voor ons, dacht het Koninklijke gevolg van edelen en ambtenaren . En binnen de kortste keren zat de hele taveerne aan de tapas.
 

Dan zijn er ook nog varianten ( waarin bijvoorbeeld niet zand maar muggen het vorstelijke glas bedreigen) op bovenstaande legendes. Hoofdrolspelers de katholieke koningen, Fernando II van Aragón (1452-1516) en Isabel I van Castilië (1451-1504). Inderdaad, het zelfde koningskoppel dat Columbus financieel in staat stelde om Amerika te ontdekken. 

Tussendoortje
Genoeg Koninklijk gedoe. Over nu naar de harde werkelijkheid van de gewone Spaanse boeren en arbeiders gedurende de Middeleeuwen. Want die moesten zich na een sober ontbijt afbeulen op het land of in de werkplaats. Dan heb je halverwege de ochtend wel een tentempié (tussendoortje) nodig, ter overbrugging tot de in Spanje altijd late lunch. Behalve laat (grofweg tussen half twee en vier uur) is die lunch ook overvloedig. Vandaar de naam la comida, de maaltijd. Het belangrijkste en – zeker toen - meestal vetrijke eetfestijn van de dag. Een aanslag op de spijsvertering kortom, die noopt tot een ruime siësta. En voordat je dan aan de slag bent… zaak dus om vóór la comida zoveel mogelijk werk te verzetten. Met behulp van het tussendoortje. En een glas wijn niet te vergeten. Enthousiasmerend voor de geest en in de winter het lichaam verwarmend. (In het bloedhete Zuid-Spanje werd ´s zomers de wijn vervangen door gazpacho, koude soep).

Het gebruik van een drankje met hapje waaide over naar de steeds talrijkere tavernes en herbergen van Spanje. Daar ontstond waarschijnlijk ook de gewoonte het hapje als deksel te gebruiken, ter bescherming tegen muggen, zand of meedrinkers. Daar is geen Koninklijke instemming of regel voor nodig, slechts de juiste tapa. Die oertapa´s waren perfect. Plakken ham, kaas, worst, de simpele dingen dus die de mensen in de werkplaats en op het land ook aten, dankzij de eigen koeien en varkens. 

Stappen
Anno 2012 ligt het even anders. De variatie aan tapas is overweldigend. En ook de functie is veranderd. De tapa is voor de Spanjaard vooral een sociaal fenomeen, een excuus om elkaar te ontmoeten en een goede tijd te hebben. Ir de tapas betekent voor velen dan ook zoveel als 'stappen'' – al worden meestal ook wel tapas gegeten. 
In Baskenland zijn ze zelfs vergeten dat het eigenlijk ooit om de tapas – daar pintxos geheten - draaide. Ir de pintxos is veel minder populair dan ir de poteo of ir de txikiteo: in rap tempo een groot aantal bars afwerken, voor een gelijke hoeveelheid zuritos (kleine glaasjes bier) of txikiteos (kleine glaasjes wijn, ook wel potes genoemd). 

Jammer, en ook nog eens onbegrijpelijk: de Baskische pintxos behoren namelijk tot de allerbeste tapas van Spanje.. Ontdek het zelf tijdens onze Fiets –Tapas Tour.







Deze post is ook te lezen op de blog van Orange Monkey Tours.

23-01-2012

What´s in a name: Carrer de Ja Hi Som

Carrer de Ja Hi Som, 22 januari 2012, 14.20 uur.
Het waren 505 treden, volgens mijn zoon (6). Ik heb ze niet geteld, maar veel waren het er. En op het moment dat ik ´de stand´ doorkreeg waren we nog niet eens bovenaan de Drecera de Vallvidrera. Die Drecera begint heel veel lager, op luttele meters afstand van Peu de Funicular, een stationnetje van de lokale trein naar provincieplaatsen als Sabadell en Terrassa.


Veel treden heeft de Drecera de Vallvidrera...
Drecera de Vallvidrera staat voor 'kortere weg naar Vallvidrera'. Wat de langere weg is, weet ik niet. Wil ik ook niet weten, want die Drecera is vermoeiend genoeg – maar ook heel mooi.
Bijna boven heb je aan je rechterhand een doodlopend straatje, de Carrer de Ja Hi Som. (Google Maps). Nu straatje, een pad is het meer. Met links niet onaardige huizen en rechts het dal.
Dat Ja Hi Som kun je op twee manieren vertalen. Mogelijkheid één:  'We zijn er al! ' Dat is de blije versie, het logische sluitstuk van die kortere weg naar Vallvidrera.
Mogelijkheid twee is een verzuchting: 'Hè, hè, we zijn er.'

...heel veel treden.
Pal naast Carrer de Ja Hi Som ook: de funicular.

Welke van de twee betekenissen je kiest, lijkt mij tegenwoordig een kwestie van lichamelijke conditie. Naar boven lopen doen de meeste mensen nu voor hun plezier. Met de Funicular (vandaar de naam van het stationnetje) zoef je immers desgewenst 
in een paar minuten naar Vallvidrera. Dat kabeltreintje is er sinds 1916. Daarvoor moest je dus echt naar boven lopen, zin of geen zin. ´Hè, hè, we zijn er´.
 









De beloning: Torre Agbar en Sagrada Família in één beeld gevangen.


Orange Monkey Tours collega Gerton beschrijft hier (scroll naar het tekstgedeelte over La Carretera de les Aigües) hoe je vanuit Barcelona met de trein in een wip bij de Peu de Funicular komt - en ook probleemloos kunt uitstappen.  Opgelet: voor de Drecera de Vallvidrera moet je dus wél door de poortjes naar buiten.