21-01-2012

Door zon en zee getekend

Dat mogen koppen heten, de door zout, zon en wind getekende gezichten van de vissers van Josep Esquirol (Barcelona, 1874 – l’Escala, 1931). Esquirol was in het Spanje van voor de Burgeroorlog een van de bekendste fotografen. Faam kreeg hij door zijn foto´s van Emporion (Empúries), een nederzetting die zo´n 600 jaar voor Christus was gesticht door Griekse zeelui, vlakbij de woonplaats van Esquirol, het visserplaatsje l´Escala  aan de Costa Brava.


Esquirol was aan het begin van de eeuw gaan wonen in dit centrum van de ansjovis-industrie.  En natuurlijk was hij er als de kippen bij toen in 1908 begonnen werd met het opgraven van Emporion. Zijn grootste bekendheid kreeg de fotograaf echter door het vereeuwigen van het dagelijks leven van zijn plaatsgenoten, dat grotendeels draaide rond de visserij.

In het plaatselijke Museu de l´anxova i sal (het ansjovis en zout museum) bevindt zich het archief van de beroemde plaatsgenoot. Bezoekers van Barcelona hoeven deze maanden echter niet naar L´Escala voor zijn werk. In het Scheepvaartmuseum (achter metrohalte Drassanes) zijn tot 1 mei 50 foto´s  van Esquirol te zien. En de toegang is nog eens gratis ook. Klik voor meer info hier.





20-01-2012

What´s in a name: Plaça de George Orwell

Plaça de George Orwell , 20 januari 2012, 09.55 uur.

Misschien verdient George Orwell beter. Want mooi is ´zijn´ plein niet.  Maar dat was de Spaanse Burgeroorlog ook niet. De  Engelse journalist en schrijver arriveerde eind 1936 in  Barcelona. Daar voegde hij zich bij een van de milities, in de strijd tegen Franco. Bijna legde hij het loodje, toen hij aan het front in Aragon door een sluipschutter in z´n nek werd geschoten. Over zijn ervaringen toen schreef Orwell zijn boek Homage to Catalonia (1938).

Big Brother
Over hommages gesproken. Een tijdlang hing naast het naambordje van het plein de waarschuwing dat camera´s  de omgeving  binnen een straal van 500 meter in de gaten houden. Een  - onbedoeld -  ´eerbetoon´ aan Orwells bekendste werk, 1984. Carrer d´Escudellers, grenzend aan het Orwell-plein, was zelfs de eerste straat van Barcelona waar deze electronische Big Brother actief was. Vanaf eind jaren zeventig tot midden jaren tachtig was de buurt  dan ook het drugscentrum van de stad, met de Plaça Reial als bedenkelijk middelpunt.
El Tripi
Tegenwoordig is het gebied  wat drugs betreft een stuk ingetogener, al worden er natuurlijk nog wel de nodige psychedelica gebruikt, niet in het minst op George Orwells plein. Het beeld in het midden, een uitvergrote kopie van een sculptuur van Leandre Cristòfol, schijnt iets met seks te maken te hebben, maar staat bekend als El Tripi ( De Trip).

En: het plein als la Plaça del Tripi.

Zo gaan die dingen. Mogelijk zou George Orwell de humor  van die naamsverandering wel kunnen inzien: zíjn echte naam was Eric Arthur Blair.












Grotere kaart weergeven

15-01-2012

Ramblas-standbeelden wacht een hete zomer

Nieuwe problemen voor de levende standbeelden op de Ramblas.  De gemeenteraad van Barcelona wil deze lichaamskunstenaars vanaf april verbannen naar de Rambla de Santa Mònica. Op hun huidige locaties zouden zij – of liever hun publiek – de vrije doorloop hinderen en het voor zakkenrollers wel heel gemakkelijk maken hun slag te slaan.

Van de vijf ´ramblassen´ (Canaletes, Estudis, Sant Josep en Caputxins zijn de vier andere) die samen de Ramblas vormen, was en is Santa Mònica  verreweg de meest anonieme.
Want Canaletes, dat is de fontein en de banken met oud mannetjes;  Estudis, tot vorig jaar april het terrein van de standbeelden; Sant Josep betekent vogeltjes (ooit), bloemen en natuurlijk de Boqueria-markt. Dan komt Caputxins met z´n tekenaars en schilders. En tot slot, al vlakbij het Columbus-standbeeld, Santa Mònica.  Met niks eigenlijk. Nou ja, een sieradenmarkt in het weekend. En hoertjes. Maar die laatsten alleen wanneer de avond valt en daarna.




Ploegendienst
Die hoertjes kunnen nu ploegendienst gaan draaien met de standbeelden. Dat zijn de beelden toch al gewend, sinds de gemeente vorig jaar april besloot de boel te reguleren. Tot dan kon iedere grappenmaker het proberen als standbeeld.  Een beetje te wildwest voor de – toen nog –socialistische gemeenteraad. Voortaan konden alleen nog  standbeelden met een vergunning terecht op de Rambla. Dertig in totaal,  verdeeld over een ochtend- en een middagploeg. Die werken sindsdien op 15 genummerde plaatsen, verspreid over een groot deel van de Ramblas tussen de straten Bonsuccés (Rambla de Estudis) en Arc de Teatre (begin Rambla Santa Mònica).  

Niet dat die 15 plaatsen ooit volledig benut worden. Dat maakt de door de gemeente gekozen selectieprocedure extra wrang voor de standbeelden die buiten de boot vielen. Wie een vergunning wilde, moest namelijk bij de gemeente komen opdraven met een CV met daarop een ´relevante opleiding´. Kleinkunstacademie, kunstacademie of iets vergelijkbaars. Gevolg: beelden die al 10 jaar op de Ramblas stonden – 10 jaar Ramblas, dan kun je wat - waren van de ene op de andere dag hun ´baan´ kwijt. Ze moesten plaatsmaken voor mensen met de juiste ´vooropleiding´. Die dus vervolgens niet komen opdagen. Of als ze wel kwamen, vaak  veel minder talent bleken te hebben dan de oude beelden.


En nu moet het allemaal weer anders, oordeelde de huidige gemeenteraad. De standbeelden staan  tegenover bloemenkramen, kiosken en terrassen, wat de doorloop te nauw maakt. En die Rambla de Santa Mònica is lekker leeg. Dat is nu net het probleem, vinden de artiesten: geen toerist die daar stopt. En dan ontbreekt ook nog eens iedere schaduw. Dat wordt op een houtje bijten en veel zweten deze zomer. Hun vergunning is tegen die tijd omgezet in een ´licensie voor het bezetten van  de publieke ruimte´. Waarvoor ze, net als de schilders en tekenaars op de Rambla dels Caputxins, jaarlijks 150 euro gaan betalen.

Messi
Wie die standbeelden zullen zijn, is nog even de vraag. De papieren selectie van de standbeelden kwam de oude gemeenteraad op veel kritiek te staan. Kennelijk hebben zijn conservatieve opvolgers daarvan geleerd.  Er komt nu alsnog een ´deskundige jury´ die gaat bepalen welke standbeelden goed genoeg zijn voor de Ramblas. Onduidelijk is of dit een open competitie zal zijn, of dat alleen de huidige standbeelden gejureerd zullen worden.

Hopelijk gaan kandidaten voorbij aan de suggestie van het verantwoordelijke raadslid voor de Ramblas, Mercè
Homs. Deze opperde de standbeelden te gebruiken als uithangborden voor al het mooie dat de Catalaanse cultuur te bieden heeft. Sant Jordi en zijn draak, Gaudí en - waarom niet? – de Catalaanse Argentijn Leo Messi.

Vroeger stond aan het begin van de Ramblas een Messi, en ook een Ronaldinho. Nu ja, stonden: beiden lieten de meest lepe trucjes zien. Ware balkunstenaars. Maar ze zijn weg. Kennelijk geen kunstacademie gedaan.

01-01-2012

Gesol met stieren

Gelukkig Nieuwjaar!

1 januari 2012.  Een historische datum. Want vanaf vandaag is het gebouw hieronder als het goed is een beetje meer geschiedenis.

La Monumental tijdens de laatste corrida, 25 september 2011.
 La Monumental is de naam. De kolos beslaat een heel blok tussen de straten Marina en Gran Via. Ik kom er nogal eens met fietstoeristen, en vertel dan over de rijke historie van het gebouw. Ooit gaven de Rolling Stones er hun allereerste Spaanse concert. Dat was op 11 juni 1976. Eerder traden de Beatles  op in La Monumental. De datum: 3 juli 1965. Spanje´s supersocialist Felipe González riep hier op 23 oktober 1982 een enthousiaste menigte op te stemmen voor cambio (veandering), een paar dagen voor hij tot premier van Spanje werd gekozen.

En dan zijn er natuurlijk de corridas, de stierengevechten. De eerste corrida in La Monumental vond al ergens in 1914 plaats - toen de arena de nog de ietwat misplaatste naam El Sport droeg.

U begrijpt, ik ben geen liefhebber van het gesol met stieren.
Die corridas zijn dus vanaf vandaag officieel verboden in Catalonië. Waarmee volgens vele Catalanen een einde komt aan een typisch Spaans gebruik in hun land. Een traditie die hoort bij plaatsen als Sevilla en Malaga. En bij Madrid, uiteraard.

Spanje-pesten
Een gevalletje Spanje-pesten vonden velen vooral buiten Catalonië dan ook, toen het Catalaanse parlement eind juli 2010 met een grote meerderheid voor een verbod stemde. 

De protestanten hadden een punt, zeker toen datzelfde parlement een paar maanden later de stierenrennen, de correbous, doodleuk beschermd cultuurgoed verklaarde. Correbous zijn sinds jaar en dag populair in Catalonië en horen dus bij het land, verdedigden sommige parlementariërs hun draaikonterij. Bovendien sterven bij die stierenfeesten geen dieren, luidde een tweede argument.

Dat laatste klopt dus niet – sommige stieren sterven letterlijk van de stress. Je zult ook maar - bijvoorbeeld - met een paar brandende fakkels op je kop door een haag van hysterisch schreeuwende toeschouwers moeten rennen.
Is het dan waar dat de correbous, vooral geliefd in de provincie Tarragona, een Catalaanse traditie zijn? Afgaande op de schriftelijke bronnen zijn de stierenrennen  een betrekkelijk jong verschijnsel. Pas in de 19e eeuw wordt er veelvuldig melding gemaakt van correbous. Daarvoor ging het veel meer om een lokaal gebruik, in plaatsen als Cardona (15e eeuw), Reus en Tortosa (beide 16e eeuw) en Olot (17e eeuw). 






Barcelona  was in de jaren veertig en vijftig van de vorige eeuw het Mekka van het stierenvechten


Ter vergelijking: de oudste geschriften over een corrida in Catalonië dateren al uit 1387; de eerste corrida moderne stijl (met regels; een stierenvechter te voet en met speciaal voor de corridas gefokte stieren ) vond in Catalonië in 1802 plaats;  de eerste arena volgde in 1834 (El Torín, Barcelona). Catalonië had verder ooit in elk van de vier provincies arena´s (in totaal dertien). Bovendien was Barcelona gedurende de jaren veertig en vijftig van de vorige eeuw het Mekka van het stierenvechten.

Conclusie: áls de correbous al een Catalaanse traditie zijn, dan zijn de corridas dat ook.

Cultuurgoed

Voor de Partido Popular (zeer Spaans en zeer conservatief) is een ding in ieder geval zonneklaar: de corridas zijn cultuurgoed. De partij vecht het Catalaanse verbod dan ook aan bij het Spaanse Hooggerechtshof. Het belangrijkste argument: een deelstaat mag cultuuruitingen reguleren, maar niet verbieden. Dat laatste is voorbehouden aan de centrale Spaanse regering.
Vraag is dan waarom de deelstaten hun cultuurgoed wel beschermd kunnen verklaren. Want dat is net zo goed een verbod, namelijk een verbod op verandering. Recentelijk gebeurde dit ´blinderen´ niet alleen met de correbous in Catalonië, maar ook met de corridas in onder meer de deelstaten Madrid, Valencia en Murcia, als reactie op het Catalaanse verbod op de corridas. 

Hoe dan ook, het wachten is op een definitieve uitspraak van het Hooggerechtshof.
Ongeacht die uitspraak, waar het uiteindelijk op uitdraait natuurlijk is een definitief verbod op zowel corridas als correbous in heel Spanje. Want cultuurgoed of niet, ook in Spanje vermindert de liefde voor het gesol met stieren steeds meer. 1 januari 2032?

19-12-2011

Het raadsel van de Canaletes (1)

En wéér vierden de supporters bij de Font de Canaletes (Fuente de Canaletas in het Spaans) een triomf van hun Barça.
Er zijn riantere locaties denkbaar om met een paar duizend geestverwanten - al waren het er vandaag veel minder - een feestje te bouwen.

Toch is  het een logische plek. Om te beginnen was  de fontein altijd een populaire ontmoetingsplaats. Je praatte erbij met bekenden, en deelde de laatste nieuwtjes en roddels. En dan had de bron ook nog eens het beste drinkwater van de stad – daarover een andere keer meer.

De populariteit van Canaletes groeide nog toen ene Esteve Sala in 1901 een drankenkiosk begon, pal naast de fontein. Het kletst tenslotte lekkerder wanneer je er iets te drinken bij hebt.


Frits van Turenhout

De ondernemende Sala liet het niet bij die ene kiosk. Hij opende de ene na de andere onderneming en werd de horecakoning van Barcelona. Sala had ook een bar vlakbij El Camp del Carrer Indústria, het eerste stadion (1909-1922) van FC Barcelona, aan wat nu de Carrer de París heet. Van daaruit vertrok na afloop van elke  Barça-wedstrijd een ober in grote haast naar de Canaletes-kiosk. Daar schreef deze mobiele Frits van Turenhout de uitslag op een groot schoolbord. Het nieuwsgierige publiek stroomde toe en vierde overwinningen steevast met drankjes en broodjes van de kiosk.
En zo is het gekomen.
(Dit is versie 1a.  In versie 1b ontbreekt de ober en werd er gebeld naar de kiosk. Om te beginnen tijdens de rust. ´Zorg voor veel broodjes heren, we staan met 3-0 voor!´)



De kiosk bij de fontein op de Rambla de Canaletes.

Versie 2 heeft ook schoolborden en die hingen dan  aan het pand gevestigd op Rambla nummer 13 (nu 133, Bar Núria,- anno 1926 en ook eigendom van Esteve Sala- zit er nog steeds)  Daarop verschenen de headlines van de krant La Rambla (opgericht: 1930), de krant van Josep Suñol i Garriga, directielid van FC Barcelona - in 1935 werd hij voorzitter, als opvolger van, jawel, Esteve Sala.


 De kiosk werd in 1951 afgebroken. De fontein zwijgt. De supporters juichen en zingen.




La Rambla werd gemaakt op de Rambla de Canaletes nummer 13, ter hoogte van de fontein. Om extra kopers te trekken, zette de redactie de belangrijkste nieuwtjes op een schoolbord op het balkon van  het pand. Vooral de voetbaluitslagen trokken altijd drommen belangstellenden.
En zo is het gekomen.
Josep Suñyol (met sigaar) met links van hem de Catalaanse president Lluís Companys in mei 1936 op de tribune van Les Corts,  het tweede stadion (1922-1957) van FC Barcelona.

Dan is er nog versie 3, of meer een versie 2b eigenlijk. Waarin het schoolbord niet verbonden is met La Rambla, maar met, geloof het of niet, de Madrileense krant El Sport (opgericht: 1917), die dus op de Rambla de Canaletes een kantoor had. Verder hetzelfde verhaal als versie 2.

En zo is het gekomen. Een historisch gezien juiste plek dus, die fontein, voor een Barça- feestje. Maar welke versie van ´het waarom´ nu de juiste is?

Afbraak van de befaamde kiosk, 1951. (foto: Pérez de Rozas)
De kiosk werd in 1951 afgebroken. De fontein zwijgt. En de supporters juichen en zingen.

14-12-2011

Barcelona op reuzenformaat


Ik heb het nog niet in de ramsj gezien, dit vast en zeker prijzige boek uit 2010, maar hier zijn veel van de plaatjes, zoals ze te zien zijn op You Tube: 


Het boek: negentig ansichtkaarten (waarvan 30 op gigaformaat) van het Barcelona uit de jaren 1912-1935. De foto´s werden genomen door de Franse fotograaf Lucien Roisin Besnard, volgens de nauwkeurige aanwijzingen van zijn baas.

Àngel Toldrà i Viazo op klein formaat.
Deze Àngel Toldrà i Viazo (Barcelona, 1867-1956) had een schrijfwarenwinkel  in de carrer de Canuda.  In 1905 startte hij met een lucratieve bijverdienste: originele ansichtkaarten. Eerst van Barcelona, daarna volgde de rest van Catalonië en ook Mallorca.
Hij begon met het klassieke formaat. Later kwamen daar grote maten bij als het panorama.
Toldrà i Viazo was ook een man van grote getallen: hij produceerde maar liefst 7500 verschillende ansichtkaarten. 

De Sagrada Família in een Eixample in aanbouw, Plaza de Catalunya zonder reclame, de oude haven (Port Vell) die toen nog gewoon ´de haven´ was...

Platen die het woord ´ansicht´ recht doen.

Barcelona panoràmica. Postals d’Àngel Toldrà i Viazo. Uitgeverij Efadós, 2010. Met toelichtende teksten van journalist en Barcelona-kenner Lluís Permanyer.

11-12-2011

Soms is het stil in Barcelona

Een van de drukste straten van de stad, La Diagonal, tijdens Real Madrid- FC Barcelona.
Foto op de website van het Catalaanse sportblad Mundo Deportivo.

01-12-2011

Gaudí met LED


Koud brandt de kerstverlichting (zie het You Tube filmpje hierboven) of burgermeester Trias wil méér licht in Barcelona. Bericht in La Vanguardia  deze week:  het gemeentebestuur ziet nieuwe straatverlichting als een ´prioriteit´.

Eerste vraag in tijden van crisis: Wat kost het?

Valt mee en toch tegen. Eerst de energie- en dus kostenbesparende toverwoorden: ´LED´, ´intelligent´ en ´telecontrol´. Voluit:  Een systeem dat -  en vanaf hier citeer ik de TU Delft –  ´bestaat uit lantaarnpalen met LED-verlichting, omgevingssensoren en draadloze communicatie. De lantaarnpalen kunnen hiermee de lichten dimmen als er geen auto’s, fietsers of voetgangers in de buurt zijn. Ook kunnen ze draadloos met elkaar en met een centrale communiceren.´

Goed voor zo´n 80 procent minder energiegebruik, zegt Delft, dat zelf aan zo´n wonderlichtsysteem werkt. (Al op de hoogte van de plannen van Barcelona, dames en heren in Delft? U wordt niet genoemd door La Vanguardia.) En ook de onderhoudskosten van het systeem zijn minder hoog.

Dat is natuurlijk prachtig. Wat blijft - de tegenvaller - zijn de hoge omschakelkosten. Voor een stad als Barcelona (114.000 straatlantaarns met één of meer lampen)  zo´n 100 miljoen euro.
Toch gaat het plan hoogstwaarschijnlijk door. De eerste proeven (zonder de TU dus) zijn hoopgevend. En, nog belangrijker, de Partido Popular (PP) is vóór; zonder deze rechtse zeer Spaanse partij is het anno 2011 zelfs in Barcelona moeilijk besturen. Alberto Fernández Díaz, de locale PP-voorman, ziet het lichtplan als de kans voor Barcelona om zich te ontdoen van ´haar complexen als trieste en donkere stad´.

Barcelona met gaslicht: ook mooi!
Señor Fernández Díaz overdrijft natuurlijk. We leven niet meer in 1842, toen de eerste twee gaslantaarns in de stad verschenen, voor de Santa Maria del Mar in El Born. En ook 1882 is ver verleden tijd. Dat jaar kreeg de Passeig de Colom als eerste straat in Barcelona elektrisch licht. De twee beroemdste lantaarnpalen van de stad, die van Gaudí op de Plaça Reial, moesten overigens nog wachten tot 1890. Dat zal dit keer, met de LED-lampen, ongetwijfeld sneller gaan.

Gaudí met LED. Klinkt goed.