22-11-16

Zingend naar het einde - de dood van anarchist Santiago Salvador



Als gevolg van de verschrikkelijk leef- en werkomstandigheden, had Barcelona eind 19e eeuw  een van de meest militante arbeidersbewegingen van Europa. Dominant waren de ideeën van het anarchisme, in 1869 in Barcelona geïntroduceerd door de Italiaan Giuseppe Fanelli, aanhanger van de Russische anarchist Bakoenin.
Uitzicht op Barcelona vanaf de Montjuïc-heuvel, rond 1900 (foto: Lluís Girau Iglesias/AFCEC).
In de decennia daarna onderdrukten de autoriteiten de anarchisten steeds meer. Gefrustreerd hierdoor en door het uitblijven van de beloofde revolutie gingen individuele anarchisten over tot terreuraanslagen, gericht op de militairen, de kerk en bourgeois-Barcelona. Twee van de bekendste aanvallen van deze “eenzame tijgers” vonden plaats in het najaar van 1893. 


De eerste aanslag is op 24 september, tijdens een militair defilé aan de Gran Via. Anarchist Paulino Pallàs gooit die dag twee bommen naar het rijtuig van de kapitein-generaal van Catalonië, Arsenio Martínez-Campos. Campos raakt slechts gewond bij de aanslag. Pallàs eindigt voor het vuurpeloton in het kasteel op de Montjuïc. Luttele momenten voor zijn executie waarschuwt Pallàs zijn beulen voor represailles. "De wraak zal gruwelijk zijn."

Willem Tell
Nog geen maand later is het al zover. Plaats van handeling is het Liceu-theater aan de Ramblas, favoriete ontmoetingsplek van bourgeois-Barcelona. Tijdens de tweede akte van Rossini´s opera Willem Tell gooit anarchist (en handelaar in gesmokkelde drank) Santigo Salvador Franch vanaf het balkon twee Orsini-bommen in het publiek. Slechts één van de bommen ontploft. Genoeg voor een slachtpartij (21 doden). De aanslag is internationaal groot nieuws. ‘Dynamiet in Spanje’, kopt de Parijse krant Le Petit Journal op zijn voorpagina.

Wurgpaal
Santiago Salvador ontsnapt, maar wordt vijf maanden later in Zaragoza alsnog opgepakt. Op 21 november 1894, om zes minuten over acht 's morgens sterft hij, 32 jaar oud, aan de wurgpaal voor de Reina Amalia gevangenenis in Barcelona. Kort voor de terechtstelling interviewt advocaat en journalist Tomás Caballé i Clos Salvador in diens cel. Hoe het met zijn geweten is gesteld, vraagt Caballé aan de anarchist.

"We zijn martelaren van de vooruitgang"

“Het achtervolgt me niet”, antwoordt Salvador. “Degenen die in het theater zijn overleden en ik, die zal sterven in de handen van de beul, we zijn martelaren van de Vooruitgang, gedwongen of vrijwillige martelaren van deze nieuwe sociale organisatie die het goede voor allen moet brengen… Ik ging rustig naar huis, ging naar bed en sliep tot de volgende dag. Zelfs mijn vrouw – die van niets wist, de arme – kon  niet enige bezorgdheid aan mijn zien."
Salvador's vrouw wist waarschijnlijk wel dat hij naar het Liceu ging: van haar had hij het geld voor het toegangskaartje (1 peseta) geleend.

Long live Anarchy!
De dag na de aanslag bekijkt de dader van de top van het Columbus-standbeeld de rouwprocessie die over de Rambla trekt. Op zijn hoge standplaats fantaseert Salvador over het gooien van bommen op de rouwenden, zo vertelt hij later na zijn arrestatie.

Santigo Salvador Franch


Schuldbesef of angst is er ook niet bij zijn gerechtstelling. Uit de New York Times van 22 november:

"Franch cried 'Long live Anarchy!' as he was being led to the place of his execution, and scoffed at religion to ths last. A few minutes before he was put to death he began singing, and he continued his song until he was not able to utter a sound.
His body was exposed in its place, in the death chair, until sundown. Great crowds of people gazed upon the distorted features of the dead man, and gloated over his execution, making all sorts of remarks of a character showing their detestation of the man."











BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

19-07-16

De coup van 1936 in Barcelona - verslag van ooggetuige Albert Helman (2)

De Surinaamse schrijver Albert Helman woonde in Barcelona tijdens de gebeurtenissen van juli 1936. Helman schreef over de Spaanse Burgeroorlog  reportages voor meerdere Nederlandse kranten en tijdschriften. Een aantal werd in 1937 gebundeld en uitgebracht onder de titel De Sfinx van Spanje.  Vandaag deel 2 van zijn ooggetuigeverslag: de gevechten  van 19 en 20 juli.

De  volgende morgen in alle vroegte werd ik gewekt door schoten. Geïsoleerde
knallen en het doffe dreunen van kanonnen in de verte. Daartussen gaapte een doodse
stilte. Geen tram ging voorbij, geen auto. Ik wist uit ervaring wat deze stilte betekende:
Algemene staking. Juanito had dus toch gelijk gehad... Ik snelde de straat op.
Het werd een gedenkwaardige Zondag, een van de drie, vier dagen die een mens
nooit meer vergeet.
Het Plaça de Catalunya, 20 juli 1936.

Daar wij aan de rand van de stad woonden, waren wij volkomen afgesneden. Geen
nieuws drong tot ons door, er viel niet aan concrete berichten te komen. Maar het
dreunen van de kanonnen zei genoeg.
Het werd een gedenkwaardige Zondag, een van de drie, vier dagen die een mens nooit meer vergeet

Alvorens de stad in te gaan, klommen wij op een van de heuvels die naar de
Tibidabo omhoogleiden, en van daar uit konden wij geheel de uitgestrekte stad
overzien. Verscheidene vliegtuigen cirkelden onheilspellend boven de centrale wijken
en rondom het fort Montjuich dat de haven beheerst. Dikke rookpluimen stegen van
verschillende punten op. Brandende kerken! Brandende kloosters! Dikwijls waren
gehele stadswijken door de rook verhuld.
Het Capucijner-convent in het district Sarrià, 19 juli 1936.


Bijwijlen werd zo intensief geschoten, dat er geen twijfel aan kon bestaan of er
werden echte veldslagen geleverd. Het was aangrijpend in de starre, blauwe, van
brandlucht bezwangerde zondagmorgen. De straten beneden ons waren uitgestorven.
Slechts op de heuvel zaten hier en daar nog andere mensen met angstige gezichten
omlaag te staren naar de dreunende stad.


Straatbeeld  in het district Sant Andreu, 19 juli 1936.

Toen wij de heuvel weer afklommen, wisten wij één ding met zekerheid: een tocht
door de stad zou levensgevaarlijk zijn. Maar de onwetendheid, het isolement was
ondraaglijk. Waar was Juanito? Wat deden de overige vrienden en kameraden? Wij
besloten een voorzichtige verkenningstocht te beginnen; hoe hadden wij zo dom
kunnen zijn die nacht naar huis te gaan. Allen hadden het geweten, waren er bijtijds
bij geweest...

Slechts zeer weinig mensen kwamen wij tegen op straat. Haastig en schuw, met
sombere gezichten. Op de kleine Plaza, een kwartier van onze woning verwijderd,
vonden wij enige mannen bijeen op het terras van een klein café, dat maar half
geopend was. De meeste ijzeren rolluiken waren nog neergelaten. Met hun gedempte
stemmen zaten de mannen druk te redeneren. Wij zetten ons in hun buurt om enig
nieuws te kunnen opvangen, doch nadat zij ons wantrouwig van terzijde hadden
aangezien, vervolgden zij met nòg zachtere stem hun gesprek.

De kellner die ons bediende, was hermetisch en afgetrokken. ‘Ik weet van niets.’
zei hij. ‘Er wordt geschoten. Waarschijnlijk een militaire opstand... Iedereen had het
wel kunnen voorspellen dat...’
Hij voltooide zijn zin niet. Er was een plotseling tumult, een auto suisde over het
pleintje en verdween in een andere straat. Op de rugzijde stond met grote ruwe
krijtletters: ‘C.N.T.’ geschreven.
Wat betekende dat? Vlucht? Occupatie?



Een tweede auto kwam aangesuisd. Hij hield midden op het plein stil. Aan alle
kanten loerden geweerlopen naar buiten. Aan alle kanten was het opschrift ‘C.N.T.’
aangebracht. Uit de auto kwamen een man en een vrouw; de overigen bleven zitten,
en spiedden onophoudelijk om zich heen. De man richtte een revolver op onze kleine
groep en riep kort en scherp: ‘Manos arriba!’ (handen omhoog!). De vrouw trad op
ons toe. Zij zwaaide in haar rechterhand een grote hamer. Nooit zal ik het gezicht
van deze jonge arbeidster vergeten. Het was als droeg ze slechts bij toeval haar ruw
zwart kleed. Haar gezicht had een harde, vastberaden uitdrukking. Zij richtte een
vraag die ik niet verstaan kon aan de mannen die met opgeheven handen naar haar toe liepen. 


Thans scheen ook de Sagrada Familia rook uit te slaan, deze vreselijke stenen sigarenkoker van Gaudí

Dan een korte woordenwisseling tussen haar en de inzittenden van de auto, die met dreigende gezichten naar ons keken. En terwijl wij langzaam de handen lieten zakken, zette zich de auto met de revolutionairen weer in beweging. Hij maakte voorzichtig een toer rondom het gehele plein, en verdween dan even plots als hij gekomen was.
Gewapende arbeiders... dat was dus de Revolutie...

Wij stonden op met kloppende harten, konden niet meer drinken van de emotie.
En wij hadden ook geen lust een tweede maal in deze pijnlijke situatie te geraken,
voor het proletariaat waartoe wij zelf behoorden ‘handen omhoog’ te moeten staan.
Als stonden wij aan de andere zijde...
Barricades in Gràca.

Tegelijk met ons verlieten ook de andere lieden het café, en de bezitter liet nu het
laatste rolluik naar beneden ratelen. Het schieten was weer luider geworden, de straten
waren volkomen leeg. Van welke hoek zouden de verdwaalde kogels komen? In
welke straat zou ons plotseling de eerste charge verrassen?

Onze woning lag nog als een veilige burcht tegen zijn heuvelflank. Maar het was
een onrustige nacht die wij er doorbrachten, want er werd nu schier ononderbroken
geschoten, ofschoon het niet zo luid aandeed als overdag. 

20 juli
Maandagochtend was despanning niet meer uit te houden. Het schieten in de nabije verte duurde voort, envan onze heuvel uit zagen wij steeds meer gebouwen in brand. Thans scheen ook deSagrada Familia rook uit te slaan, deze vreselijke stenen sigarenkoker van Gaudí, waarop de Catalanen zo trots zijn, en die eeuwig een moderne ruïne zal blijven,
omdat de ondernemers geen geld meer hebben en wachten moeten totdat de armen
genoeg geschonken hebben om weer verder aan dit monument van wansmaak te
kunnen bouwen.
De Sagrada Família, 20 juli 1936.

 Een steeds dikkere rook steeg op van de voet der torens; het brandde
al urenlang, en een rooknevel hing over de gehele wijk, een uitgesproken
arbeiderswijk. De kerk van Bonanova, vlak bij ons, brandde reeds sinds gisteren; een arbeider op de heuvel enkele huizen daar vandaan woonde, vertelde ons, dat men er wapens en munitie had gevonden.
Alles had ik eerder verwacht, dan dat de kerken tot arsenalen, forten en kazernes zouden dienen, en de kloosters, - zelfs vrouwenkloosters, - tot hoofdkwartieren van de militairen. Toch bleek de waarheid hiervan al aanstonds bij het bezoeken van die
wijken, waaruit de gevechten reeds waren weggeluwd om op andere punten te worden voortgezet. Daar stonden de ooggetuigen en de bezoekers in kleine groepjes bijeen,
en de eersten wezen precies aan, hoe de machinegeweren op de torens en de daken van de kerken opgesteld waren. Zij wezen ons de gaten in de tegenoverliggende muren, die alleen van die punten uit hadden kunnen ontstaan.
De Rambla, 19 juli 1936.

Op de Rambla, een der drukste handelsstraten van de stad, werden de civiele voorbijgangers regelrecht onder vuur genomen van een kerk uit, die zoals kort daarop bleek, door middel vaneen geheime gang met een kantoorgebouw daarnaast verbonden was. De aanval bleek zorgvuldig voorbereid.

Het rechte van wat er gebeurde kwamen wij nog altijd niet te weten. De enkele
mensen die wij spraken, waren er zelf niet achter. Ieder zag slechts het accidentele
van bepaalde straatgevechten, bepaalde overwinningen. Maar omtrent de politieke
betekenis die dit alles bezat, tastten wij nog volkomen in het duister. Die was niet te
overzien.

Des avonds gingen wij wederom naar onze Plaza, die ditmaal drukker bevolkt
bleek. Een troep jonge arbeiders stond er opgewonden te debatteren. Een paar hielden
het blad van een krant in de hand, en in groepjes stonden de anderen er omheen om
mee te kunnen lezen. Wij drongen ertussen, er was eindelijk nieuws!
Het was de ‘Solidaridad Obrera’, het orgaan van de anarchisten. Wij lazen slechts
de opschriften, om in het halfdonker zo snel mogelijk alles te kunnen begrijpen:
‘Arbeiders, bewapent u. Proletarische broeders, trekt als één man op ten oorl... De
verraders, generaal Goded met vier van zijn medeplichtigen, gevangen genomen. Te wapen, kameraden! Ieder melde zich aan bij zijn syndicaat om wapens en munitie te ontvangen. Proletariaat van Catalonië, wij zullen gemeenschappelijk de fascistische rebellen verslaan!’
Juichende militieleden voor het Catalaanse regeringspaleis aan het Plaça de Sant Jaume, 20 juli 1936.

Het blad werd ons uit de handen getrokken, maar wij hadden genoeg gezien.
Plotseling raasde een vrachtauto op ons toe, vol bewapende arbeiders. Maar niemand
op de Plaza was meer bang, het waren ‘de onzen’ die immers de macht in handen
hadden. Men stormde om de vrachtauto heen. - ‘Salud, camaradas! Hebben jullie
kranten?’
Neen, ze hadden er geen. Een korte uitwisseling van indrukken volgde, en de auto
raasde verder. Er kwam er wéér een. Ditmaal vol met blauwe uniformen. Guardia
de Asalto, de spaanse stor-politie. De wagen hield stil, en ik kon nauwelijks mijn
ogen geloven: zij hieven de gebalde vuist op, en groetten: ‘Salud, camaradas!’ Het
was een zeldzame sensatie, deze professionele verdedigers van de machthebbers de
groet te zien brengen van het uitgebuite volk. Toen wij de dag daarop een Guardia
Civil (maréchaussée) een arbeider zagen omhelzen, begon alles op een sprookje te
lijken.


Straatbeeld  vlakbij de oude haven en het standbeeld van Columbus, kort na het neerslaan van de coup.

Toevalligerwijze bemerkten wij in een voorbijrazende auto Juanito, en nog een
andere bekende, Paco. Ook zij hadden ons gezien en stopten. Wij bestormden elkander
met vragen. Paco en Juanito waren beiden bewapend, met revolvers die zij reeds ontzekerd in de hand hielden. Een paar der inzittenden bezaten ook geweren: een jachtgeweer en
een goede karabijn.
‘Vechten jullie niet mee?’ vroeg Juanito met ironische verbazing.
‘Vreemdelingen...’ zei Paco, een tikje verachtelijk.
Maar de mannelijke ijdelheid zette hen over de lichte teleurstelling heen, dat wij slechts toeschouwers gebleven waren. En zij begonnen opgewonden de toedracht van zaken te vertellen.

De officieren van een paar aan de rand van de stad liggende kazernes hadden hun
manschappen getracteerd op cognac, en ze toen de straat op gecommandeerd ‘ter
verdediging van de republiek.’ Bij het universiteitsgebouw vond het eerste treffen
plaats, een tweede troep rukte van het Noorden aan, een derde van de haven uit. Zo
zouden zij het centrum van de stad als het ware kunnen insluiten. Maar de
patrouilledienst der arbeiders had goed gefunctioneerd; uit zijstraten, hoeken en
portieken drongen zij te voorschijn, verschansten zich achter stenen banken en bomen,
en namen de verraste soldaten onder vuur. De officieren voerden licht veldgeschut
en machinegeweren aan; de kanonnen werden door er op los stormende mannen en
vrouwen genomen, die ze veroverden met de blote handen, of met geen ander wapen
dan knuppel en keukenmes.


Toen wij de dag daarop een Guardia Civil  een arbeider zagen omhelzen, begon alles op een sprookje te lijken

‘Hoe zijn jullie dan aan vuurwapens gekomen?’ vroeg ik. ‘Een paar kameraden
uit het havenbedrijf wisten, dat er een schip vol wapens aan een der kaden lag. Dat
schip hebben we met behulp van kameraden van de F.A.I. zondagochtend in alle
vroegte leeggehaald. En toen wij eenmaal de kazernes en de kloosters hadden, waarin
wij stormenderhand zijn binnengedrongen, kwam er genoeg te voorschijn.’

Juanito scheen jaren ouder geworden te zijn in die enkele uren.
‘De twee grootste slagen,’ sprak Paco, de bedaardere, ‘zijn op de Plaza de Cataluña
en in het havenkwartier, bij de Capitanía geleverd, vanwaar de Rebellen het
hoofdcommando voerden. De telefooncentrale is regelrecht belegerd en met
geschutvuur genomen. Maar wij wisten, dat dit gebouw tot elke prijs in onze handen
moest blijven.
Het gehavende Telefonica-gebouw aan het Plaça de Catalunya.

 Aan de overkant hadden de militairen zich in het Hotel Colón sterk
gemaakt. We hebben ze er ook uit gekregen, net als uit de Capitanía.’
‘En hoeveel verliezen?’ vroeg mijn gezel.
Veel. Doden en gewonden tezamen: enige honderden minstens.’
‘Caramba!’
Francisco Ascaso op de Rambla, een paar minuten voor zijn dood.

Bij de haven was Ascaso gevallen, de bekende anarchistenvoorman. C.N.T. en
F.A.I. hadden de morele leiding van de tegenweer gehad. Bijna alle arbeiders droegen
het zwart-rood van de Anarchistische Federatie, en de auto's waren met hún letters
beschilderd. Ook Estat Català (regionalisten) en P.O.U.M. (revolutionaire socialisten)
vielen op. Van de P.S.U. (IIIde Internationale) was aanvankelijk het minst te
bemerken, wat wel merkwaardig is voor een partij die zich later het breedst gemaakt
heeft.

Wij besloten elkander de volgende morgen in de stad te ontmoeten. Een
waanzinnige afspraak. Maar de weg erheen was vol sensaties. Door de lege straten
suisden voortdurend auto's met gewapende arbeiders, vele thans ook bedekt met
matrassen en beddegoed; iedereen voerde zijn eigen nachtlogies met zich mee in
deze bewogen tijd. Men begroette elkaar met luide roepen: ‘Viva la República!’
‘Vivaaaa!!’


Meer info over De Sfinx van Spanje:
http://www.npogeschiedenis.nl/nieuws/boeken/2011/mei/Boek-van-de-week-De-sfinx-van-Spanje.html
http://www.npogeschiedenis.nl/ovt/afleveringen/2011/OVT-08-05-2011/Albert-Helman-en-de-Spaanse-Burgeroorlog.html


Barcelona Revisited - Bijzondere fiets- en wandeltours door Barcelona

BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onzeFacebook pagina!

18-07-16

De coup van 1936 in Barcelona - verslag van ooggetuige Albert Helman

De Surinaamse schrijver Albert Helman woonde in Barcelona tijdens de gebeurtenissen van juli 1936. Helman schreef over de Spaanse Burgeroorlog  reportages voor meerdere Nederlandse kranten en tijdschriften. Een aantal werd in 1937 gebundeld en uitgebracht onder de titel De Sfinx van Spanje.  Vandaag deel 1 van zijn ooggetuigeverslag: de Olympiada van het Volk.


Wij wisten dat het gebeuren zou, en toch scheen niemand het zich duidelijk
voorgesteld te hebben. Men leeft haast zonder fantasie. En in Spanje, het land van de onbegrensde mogelijkheden, rekent een ieder, - als het zo in zijn kraam te pas komt, - gaarne op onmogelijkheden.


Er was ook een prachtding aanwezig om de aandacht af te leiden, vooral in
Barcelona: de Volksolympiade.
'Honderden atleten, vertegenwoordigers van 22 landen, verzamelen zich volgende zondag in Barcelona voor het vieren van de grote Olimpíada Popular'

Daarvoor werd iedereen gemobiliseerd die anti-fascistische neigingen bezat. Men zou de wereld eens tonen wat een volk in vrijheid binnen de kortst mogelijke tijd tot stand kon brengen; en vooral Duitsland met zijn belemmerde en tendentieuze Olympiade wilde men een gevoelige les geven. De Volksfront-regering had eerst aarzelend haar steun verleend, maar er zouden grote sportkampioenen uit de Sovjet-Unie komen. Dat moest de beste attractie vormen. Op het laatste ogenblik bleven zij echter weg. Niet toevalligerwijze. Want op de openingsavond van de Olympiade brak de fascistische revolte op het Schiereiland uit.

Men zou de wereld eens tonen wat een volk in vrijheid binnen de kortst mogelijke tijd tot stand kon brengen

Alle vrienden hadden gedurende de eerste weken van Juli als waanzinnigen aan de ‘Olimpiada Popular’ gewerkt, want zoals het hier in Spanje nu eenmaal de gewoonte is, werd alles tot het laatste, allerlaatste moment uitgesteld. Elkeen is er heilig van overtuigd dat niets in orde is en alles in het honderd loopt, maar tenslotte wordt dan, als door een wonder, het meeste toch nog briljant geïmproviseerd.




Een ieder was doodmoe, en er heerste de fatale onweersstemming van alle ‘generale repetities’ toen wij op de vooravond van de Olympiade (Zaterdag 18 Juli) in het Stadion, boven in het Park van de vroegere Wereldtentoonstelling bijeenkwamen. Stellig was er ook nog een andere nervositeit bij de velen die in politiek opzicht ingelicht waren, en die wisten wat ginds in Marokko begonnen was.


Defilé van deelnemers aan de Volksolympiade.

In het Stadion dat fantastisch gelegen is, met een overweldigend panorama op de stad Barcelona en de omliggende bergen, waren juist een paar grote auto's vol Franse sportlieden aangekomen, die zich bij de ingang verdrongen, en met bewondering de heerlijke omgeving in ogenschouw namen. Binnen enkele dagen zouden de meesten van hen vol teleurstelling en angst dezelfde stad de rug toekeren!
Binnen in het Stadion was het een verschrikkelijk doorelkaar-geloop; de verschillende sportbureau's waren eerst daags tevoren naar het Stadion overgebracht, en bij de aangeboren onverschilligheid voor organisatie bij de Spanjaarden, wist niemand meer waar hij wezen moest. Het leek wel een gekkenhuis.


Verschillende Spaanse sportmensen hoorde ik het plan opperen, daar in het Stadion te blijven slapen, om de volgende morgen meteen op hun post te kunnen zijn. Zij  zagen er allen oververmoeid uit, van de inspanning der laatste dagen en door een groot tekort aan slaap.

Kenmerkend waren de gesprekken die wij toen voerden. Juanito, een van de ijverigste leden van de arbeiderssportvereniging, een jongen van zeventien, achttien jaar, was hoogst opgewonden op de repetitie gekomen; hij moest aanstonds weer weg met nog enige andere jongens van zijn groep. Zij moesten onmiddellijk naar hun partijlokaal, zeide hij, want de fascisten hadden voor die nacht een staatsgreep op touw gezet, en hij moest patrouilleren.

Dat was de avond tevoren. Nu, in het Stadion, vroegen wij hem ironisch: ‘Hadden ze jullie per telefoon gewaarschuwd? Het is te hopen dat jullie vanavond weer geen golpe de estado (staatsgreep) opvoeren.’
Barcelona 19 juli 1936: reclamezuil waarop een poster voor de VolksOlympiade met barricades op de achtergrond.

De brave Juanito trachtte met alle overtuigingskracht waarover hij beschikte, ons duidelijk te maken, dat er niet te spotten viel, dat het werkelijk om ‘algo serio’ (iets ernstigs) ging. Wist ik dan niet dat de leden van de F.A.I. avond aan avond schietlessen en onderricht in straatgevechten gaven aan de arbeiders, zelfs aan de meer voortvarende leden van àndere organisaties en partijen? Ook Juanito was er een paar maal geweest en had er de beginselen van de schietkunst geleerd. Maar gisteravond had de Partij hen allen weer naar huis gezonden, omdat toch niemand van hen een wapen bezat.


Toen wij tegen middernacht huiswaarts gingen door de stad, was er niets opvallends te zien



Hetgeen met Juanito geschiedde, was het geval met honderden andere arbeiders.Typerend voor de toestand was ook, dat bepaalde arbeiders-sectoren vijandig tegenover de Volksolympiade stonden. Deze werd namelijk ernstig bedreigd door de langdurige transportarbeidersstaking.



Het Olympiade-comité had de stakingsleiders (C.N.T.) gevraagd een uitzondering voor de Olympiade te maken; dit verzoek werd evenwel geweigerd, en zo kreeg men het ongewone en ietwat penibele schouwspel te genieten, dat de transporten voor de Olympiade, - bedden voor de deelnemers, levensmiddelen, bagage e.d. - door de vrachtauto's van het leger werden verricht, en door het geschoolde militaire stakingsbrekers- en onderkruiperspersoneel, dat bij zulke gelegenheden op de proppen komt. Het was een niet bepaald geruststellend gezicht. Want overal zag men groepjes arbeiders met dreigende gezichten in de buurt staan. Bij Juanito en de zijnen heette het: ‘De C.N.T. saboteert het Volksfront, zij hebben met opzet deze staking georganiseerd om de Olympiade onmogelijk te maken.’

Deze mening heb ik vaak horen verkondigen, zonder te kunnen beoordelen of zij gegrond is.
Toen wij tegen middernacht huiswaarts gingen door de, stad, was er niets opvallends te zien. Ook niet in de haven waar ik even geweest was om wat koelte van de zeebries te zoeken. Ook daar stonden weliswaar groepjes arbeiders zwijgend of fluisterend bijeen, maar dat was in de laatste dagen, - juist ten gevolge van de transportarbeidersstaking, - iets heel gewoons geweest.



Meer info over De Sfinx van Spanje:
http://www.npogeschiedenis.nl/nieuws/boeken/2011/mei/Boek-van-de-week-De-sfinx-van-Spanje.html
http://www.npogeschiedenis.nl/ovt/afleveringen/2011/OVT-08-05-2011/Albert-Helman-en-de-Spaanse-Burgeroorlog.html


Barcelona Revisited - Bijzondere fiets- en wandeltours door Barcelona

BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

Tachtig jaar geleden versloeg Barcelona de fascisten





Barricades aan El Paral·lel, 19 juli 1936
Op 17 juli 1936 komt het Spaanse leger in Marokko in opstand tegen de democratisch gekozen regering van de Spaanse Republiek. Meteen beginnen de executies van aan het regime loyale soldaten en linksen. Die nacht staan in Noord-Afrika 225 mensen voor de vuurpelotons. De volgende dag heeft de staatsgreep zich over het hele schiereiland verspreid, met opstanden van de rebellen in Sevilla, Córdoba, en - zonder succes - in Málaga. Op 19 juli rebelleren de militaire garnizoenen in meeste provinciehoofdsteden van Spanje. De Spaanse Burgeroorlog is begonnen.


Catalaanse Oase
In Catalonië  is het de maanden voor de staatsgreep relatief rustig gebleven. Voor een deel doordat de Lliga Catalana, de grote rechtse Catalaanse partij, geen poging doet om het vuur op te stoken en niet betrokken is bij de staatsgreep. Een andere reden is het proces van reorganisatie waarin de CNT, de anarchistisch vakbond, op dat momento is verwikkeld.

Natuurlijk was deze 'Catalaanse Oase' relatief. In Barcelona was op de dag van de coup zelfs nog een grimmige tramstaking aan de gang. De stad had in 1936 ongeveer ruim een miljoen inwoners en was de enige industriële metropool in Spanje. Haar industriële basis was complex. Textiel was de basis, maar het aandeel van de zware industrie was aanzienlijk. In Barcelona werd bijvoorbeeld de luxe Hispano Suiza auto's gebouwd, en bijna alle Spaanse locomotieven kwamen uit de Maquinista fabriek in Barceloneta. Het was een stad die sterk was doordrongen van de moderne tijd en de populaire 20e-eeuwse cultuur, met een relatief grote liberale middenklasse - maar ook een stad van grote arbeidersbuurten met miserabele leefomstandigheden.
Barcelona was  in de jaren dertig al een moderne stad. Bar Popeye aan de Carrer Balmes, 1937.


Geheime comités
De ochtend van zaterdag 18 juli, met de zomerhitte al voelbaar in de straten, bereikt het nieuws van de gebeurtenissen in Marokko Barcelona, hoewel de censuur de publicatie ervan verbiedt. Solidaridad Obrera, de krant van de CNT, mag het nieuws niet brengen, omdat dit, zo luidt het argument, een ‘belediging’ van de strijdkrachten zou zijn.


Voor de CNT komt de militaire opstand niet onverwachts. Al in oktober 1934 installeerde de vakbond geheime comités in alle Barcelonese wijken. Elk comité bestond uit zes leden, allen met welomschreven taken. Deze groepen vormen de kernen van de groepen arbeiders die in juli 1936 bij het uitbreken van de burgeroorlog worden gemobiliseerd.
Schietende soldaten die zich in een gebouw verschanst hebben.

Overvallen
In de dagen voor de staatsgreep hebben de anarchisten al hun geheime voorraden handvuurwapens tevoorschijn gehaald. Op 18 juli, de dag van de coup, gaan ze een flinke stap verder.  Groepen arbeiders overmeesteren individuele politieagenten en grijpen hun geweren. Ook zijn er inbraken in de wapenwinkels van de stad. In de haven overvallen de anarchisten afgemeerde schepen en maken daarbij zo'n tweehonderd vuurwapens buit. Intussen roepen de CNT en de UGT (de socialistische vakbond) een gezamenlijke algemene staking in heel Spanje uit, als protest tegen de staatsgreep.

In de dagen voor de staatsgreep halen de anarchisten  hun geheime voorraden wapens tevoorschijn


In de namiddag van 18 juli gaat een grote groep CNT-leden naar de Generalitat (de Catalaanse regering) op het Plaça de Sant Jaume en eist wapens om de stad te redden. De Generalitat - bang voor de komende staatsgreep, maar  zeker ook voor de anarchistische revolutionairen – weigert. Arbeiders die wapens dragen worden die zaterdag zelfs gearresteerd.  Wanneer het dramatisch nieuws over de voortgang van de staatsgreep in Sevilla en elders Barcelona bereikt, opent een aantal sympathieke Republikeinse officieren van het leger ’s avonds  wel een klein wapenarsenaal voor de CNT.


Ronda de Sant Pau, 19 juli 1936

Eigen plan
De Generalitat is bezig met een eigen plan om de staatsgreep neer te slaan. De Catalaanse regering beschikt over ongeveer duizend Guardias de Assalto (de nieuwe Republikeinse ordepolitie), naast tweehonderd Mossos d'Esquadra, de eigen Catalaanse politie. Die zaterdagmiddag gaat president Lluís Companys van het Generalitatspaleis naar het hoofdbureau van politie aan de Via Laietana, om van daaruit de operaties te coördineren.

De straatjes van de volksbuurten zijn vol met mannen en vrouwen. Waarschijnlijk slapen weinigen tijdens die lange, hete nacht. President Companys maakt om twee uur in de ochtend een wandeling over de Rambla. Llano de la Encomienda, de loyale Republikeinse legeraanvoerder, meldt aan Companys dat garnizoenen van de stad kalm zijn.  In Barcelona zijn op dat moment negen- tot tienduizend soldaten gestationeerd, het overgrote deel van de Spaanse strijdkrachten in  Catalonië. Ze zitten grotendeels in garnizoenen aan rand van de stad (Sant Andreu, Pedralbes), de rest bevindt zich in kleinere kazernes dichter bij het centrum (waaronder Drassanes).

Dubbel rantsoen rum
Een paar uur later, rond vier uur die zondagochtend 19 juli worden de dienstplichtige soldaten gewekt door hun officieren. Het plan is dat de troepen zich verzamelen op het Plaça de Catalunya om van daar uit sleutelgebouwen (het Telefónica-gebouw aan het plein, het regeringspaleis en het stadhuis aan het Plaça de Sant Jaume, radiostations, etc.) te bezetten. Als de stad onder controle is, zal generaal Manuel Goded zich bij hen voegen. Deze moet eerst nog de opstand op Mallorca en Ibiza leiden, alvorens naar Barcelona te vliegen.


De soldaten krijgen een dubbel rantsoen rum en gaan naar buiten. Waar ze uiteraard gezien worden door CNT-spionnen. Om vijf uur klinken alle sirenes van de fabrieken en in de haven. Dit is het sein. Vijftienhonderd tot tweeduizend militanten en arbeiders gaan de straat op. Kasseien worden uit de straten gerukt om barricades mee te bouwen, een effectief verdedigingsmiddel tegen lichte artillerie, weten ouderen nog van de Tragische Week in 1909. President Lluís Companys maakt op Barcelona Radio de staatsgreep bekend, terwijl de Generalitat haar politie de straat opstuurt.
Kasseien worden uit de straten gerukt om barricades mee te bouwen.

Bijna onmiddellijk worden de militaire rebellen aangevallen door arbeidersmilities en de politie. Vanaf gebouwen worden granaten gegooid en beschieten sluipschutters de soldaten. Ook zijn er meerdere virtuele zelfmoordaanslagen. Vrachtauto’s bijvoorbeeld, die op volle snelheid op de colonnes inrijden.

Anarchisten vechten schouder-aan-schouder met communisten en Catalanisten

Lang niet alle soldaten zijn de kazernes uitgekomen en velen deserteren tijdens de gevechten, hun wapens achterlatend, die vervolgens worden opgepakt door arbeiders. Daardoor raken in de loop van de ochtend steeds meer arbeiders bewapend. Ideologische verschillen tellen even niet. Anarchisten vechten schouder-aan-schouder met communisten en Catalanisten. Politiemensen breken uit het gelid en verbroederden zich met de CNT-arbeiders.

Een Guardia Civil krijgt van een militielid een armband: 'Trouw aan de Republiek'.

Vroeg in de middag wordt duidelijk dat de coup is mislukt. De Guardia Civil kiest om twee uur de kant van de Republiek. Tegen de avond zijn nog maar een paar plekken in handen van de rebellen. Generaal Goded wordt kort na aankomst in Barcelona gearresteerd en maakt, gedwongen door Lluís Companys, op Radio Barcelona de overgave bekend:


Generaal Goded na zijn arrestatie in Barcelona

"Het lot heeft tegengewerkt, en ik ben gevangengenomen, om welke reden ik u allen die mij hebben gevolgd van uw verplichtingen ontslaat.”


De Guardia Civil arresteert rebellerende militairen.

De uitzending heeft en grote impact op de Republikeinse moraal in heel Spanje. In Madrid schalt Godeds overgavetoespraak door de luidsprekers, afgewisseld met het overwinningsnieuws uit Barcelona.


Die zondagavond worden de kazernes - tegen die tijd slecht verdedigd - bestormd door anarchistische milities, geholpen door dienstplichtige militairen. Gedeeltelijk gebeurt dat om meer wapen in handen te krijgen, om daarmee de laatste rebelse bolwerken te kunnen verslaan. De anarchisten maken ongeveer dertigduizend wapens buit, vooral in het Sant Andreu garnizoen. Veel wapens worden vervolgens vanaf vrachtwagens uitgedeeld aan de bevolking in de volkswijken.

In Barcelona was dit een van de belangrijkste momenten van de oorlog. Plotseling was de werkende klasse, tot de tanden toe gewapend, en daarmee in staat tot het meest opmerkelijke anarchistische experiment in de wereldgeschiedenis.
Uitdeling van buitgemaakte wapens onder de arbeiders.

De mythe van het 'Volksleger'

De mythe van 'het Volksleger dat massaal in opstand was gekomen, ontstond in de dagen na het neerslaan van de opstand, toen de wapens werden uitgedeeld.  In werkelijkheid gingen een paar duizend CNT-militanten, enkele honderden  leden van de POUM (de anti-Stalin marxistische partij), plus een kleine groep van Catalaanse nationalisten en orthodoxe communisten op 19 juli 1936 de straat op.
In de strijd vielen aan beide zijden in totaal  450 gewonden  en tweeduizend gewonden. De meesten  waren arbeiders.


BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

Barcelona Revisited - bijzondere fiets- en wandeltours door Barcelona