29-11-2019

Kerststal




Het is Ada Colau weer gelukt. De burgemeester van Barcelona komt jaar na jaar met een controversiële gemeentelijke kerststal. Dit jaar is het zoiets als conceptkunst. Dus geen kerststal, maar de dozen met spullen om zo’n stal te maken uit de rommelkast. Preciezer: álle dozen uit die kast.

Bij bedenkster Paula Bosch stond de kast op zolder van haar ouders. Josep Bou van oppositiepartij Partido Popular heeft hem in de berging van zijn garage. “Kerststal-berging”, luidde zijn oordeel gisteren, een dag voor de publieke openstelling. “Het lijkt wel rotzooi-ophaaldag”, merkte een andere opposant, lid van Ciudadanos (Burgers), op.

Vandaag was het dus de beurt aan burgers zelf. Ik ging even luisteren naar de stem des volks. Een stel naast me vatte de stemming goed samen. “Het is waardeloos”, sprak zij. Hij: “Het is niet waardeloos”.
De meningen waren duidelijk verdeeld. Een derde kijker verwoordde de uitweg: “Het concept spreekt me aan.”

Dat heb je wel vaker, bij conceptuele kunst.

17-11-2019

Tweetaligheid


De Catalaanse dichter Joan Margarit won deze week de Premio Cervantes, de belangrijkste Spaanse literaire prijs.  Die Cervantes-prijs bestaat sinds 1976. Pas in 2008 - toeval of niet? -  ging de prijs voor het eerst naar een Catalaan, Juan Marsé. Een schrijver die alléén schrijft in het Spaans, net als de latere Catalaanse winnaars Ana María Matute (2012), Juan Goytisolo (2014) en Eduardo Mendoza (2016). De laatste schreef één boek in het Catalaans, maar dat was onder dwang van zijn vrouw, dus dat telt niet.

En dit jaar dan Joan Margarit. ‘Een bekroning van de tweetaligheid', las ik in de Catalaanse krant La Vanguardia – twéé edities, Catalaans en Spaans. Margarit schrijft namelijk zijn gedichten in het Catalaans, maar hertaalt ze daarna in het Spaans en publiceert vervolgens beide versies.
Bekroning van de tweetaligheid? Het lijkt mij eerder een staaltje van simpele realpolitik, nu het zo slecht gaat tussen Madrid en Catalonië.

Margarit zelf ondertussen is duidelijk geen voorstander van de Catalaanse onafhankelijkheid. “Toen Ierland onafhankelijk werd, hielden de Ieren op met Iers spreken, en nu spreekt iedereen daar Engels”, zei hij in een interview. En over zijn tweetalige gedichten: “Het zijn in feite twee gedichten, een dubbele vreugde die ik opdraag aan de exclusieve nationalisten.”

Een ode aan de tweetaligheid, in feite.

16-11-2019

Geheugen






We zien een man lopen op het strand. Dan is er een meeuw die dood is. De man bukt zich, bekijkt de verstilde vogel een handvol momenten aandachtig, kuiert vervolgens verder. Thuisgekomen doet hij zijn jas uit, gaat zitten aan tafel en schrijft een gedicht over de dode meeuw.

Het fragment komt uit een documentaire over Leo en Tineke Vroman. Op het internet vind ik de documentaire niet terug, het gedicht wel:



De zon scheen en

we zagen een meisje

uit haar muiltjes verdwenen.

de zon scheen en

we zagen een meisje uit haar muiltjes verdwenen.



De verf was aan de hielen

door haar lichtgewicht versleten

Door haar vader vergeefs gekocht

om wat iemand wilde en niet mocht

weer goed te praten.

Achtergelaten en niet vergeten



Waarom en waar moet dat heen

met alles en iedereen

zo verdwenen op Plum Beach

waar de zon scheen en

we haar niet zagen



Een prachtig gedicht, zij het zonder meeuw maar met een paar muiltjes.

Er was dan ook helemaal geen dode meeuw op acht oktober 1994, de dag dat Vroman - vergezeld van Tineke, die ik ook was vergeten - zijn strandwandeling maakte en op een paar damessandalen stuitte.


Leo Vroman zou me mijn vergeetachtigheid ongetwijfeld vergeven. “Ik heb nooit een geheugen gehad. Ik mis het ook niet”, zei hij ooit.

Sommige dichters hebben genoeg aan het hier en nu.



 Foto: Leo Vroman (links) op het strand van Portrieux in Bretagne, 1925.
 Meer over de achtergrond van dit gedicht hier.

12-11-2019

Stem





Het is de tweede morgen na de Spaanse verkiezingen. De extreemrechtsen van Vox kraaien nog steeds victorie over de linkse haan. In Catalonië hebben de independendistas gewonnen, maar niet genoeg voor de meerderheid.


Ik zit op een terras en drink koffie. Verderop in de straat verwijdert een man van de gemeente met harde hand de verkiezingsposters van de lantaarnpalen.

Uit de apotheek naast mij stappen twee mannen. Ze zijn van mijn leeftijd, maar een stuk minder in vorm, dat zie je zo. Man één heeft een doosje medicijnen in de linkerhand, de ander omklemt een forse doos met zijn rechtervuist.

Kleine Doos begint druk te praten over gezondheidszaken. Grote Doos luistert en klinkt af en toe instemmend. Minutenlang gaat het door.

Dan krijgt achter ons Carlos Puigdemont een forse klap van de gemeenteman.
De rebellenleider in ballingschap blijft er stoïcijns onder. Even lijkt het zelfs of hij ook de andere wang toe zal keren.

Kleine Doos valt een moment stil, maar oreert dan vastberaden door. Zíjn stem doet in ieder geval geen stap terug.

21-12-2018

Ja Sóc Aquí!

El Prat, het vliegveld van Barcelona, heet voortaan  'Aeropuerto Josep Tarradellas'. Zo besloot de Spaanse regering vandaag (en bijna ter plekke). Tot ergernis van de Catalaanse regering, die van niets wist. 

Toen de 'president in ballingschap' op 23 oktober 1977 op El Prat arriveerde, wisten veel Catalanen ook van niets. Sterker, ze hadden tot voor kort nog nooit van de man gehoord.  Het enthousiasme was er niet minder om.

 

Een passage in Homage to Barcelona, van de Ierse schrijver Colm Tóibín. We gaan met hem terug naar 23 oktober 1977, naar de Plaça de Sant Jaume in Barcelona:  

He went to the balcony of the Generalitat building in the square and began to address the crowd. He had had forty years to write the speech, a long time in politics, perhaps too long, and his rhetoric came across as bloated and vague. Ja sóc aqui he told us at the beginning of each sentence, as though he were Martin Luther King saying ´I have a dream´. But Ja sóc aqui simply means ´I am here now´ and nobody was impressed. 

That Sunday afternoon, less than two years after Franco´s death, the old man droned on from the balcony and the specially invited audience in the square began to laugh at their new President. Each time he said Ja sóc aqui further mirth broke out and in the weeks afterwards Ja soc aqui became a joke, something you said as you arrived in a bar.


Historisch
Tot zover Colm Tóibín, in 1977 bewoner van Barcelona en die dag in oktober ooggetuige, zoals hij zelf nadrukkelijk stelt: I was there the day Tarradellas came back to Barcelona. I stood in the Plaça de Sant Jaume and watched his car weave through the cheering crowd. It was to be a day of great emotion for Catalans.

Waarna de hierboven weergegeven beschrijving volgt van een gebeurtenis die in Catalonië altijd wordt gekoppeld aan woorden als ‘beroemd´, ‘mythisch’, ‘historisch’. En niet alleen om het ‘Ja sóc aqui’. Het ging immers om de terugkeer van hun president. (Dat veel Catalanen een jaar eerder nog nooit van Tarradellas hadden gehoord, doet daar niets aan af.)

Colm Tóibín ziet het niet meer zo helder.
Kippenvel
Dat maakt nieuwsgierig naar de tv-beelden van bijna 35 jaar geleden. Gelukkig zijn die er. Op de site van de Spaanse televisie staat sinds 2009 in twee delen het complete verslag van de gebeurtenissen van de dag, die begon met de aankomst van Tarradellas op het vliegveld El Prat. De beelden worden op de site ingeleid met onder meer de volgende woorden:
Op 23 oktober 1977 vibreerde Catalonië, door de komst van haar president Josep Tarradellas. Het volk liet hem niet aan het woord; de burgers waren geëmotioneerd, opgetogen, gelukkig, vol vertrouwen en enthousiast. Ze wilden het Statuut. 

Toen Josep Tarradellas eindelijk kon spreken, waren zijn eerste woorden: 'Burgers van Catalonië:  ‘Ik ben hier’, een uitdrukking die je nog steeds, tot op de dag van vandaag, kippenvel bezorgen en tranen in je ogen. Plaats van handeling was de Plaça de Sant Jaume van Barcelona, waar een grote menigte zich had verzameld. Tarradellas kwam uit zijn ballingschap vol van energie en klaar om recht te doen aan Catalonië.

Wel wat anders dan het gelach en de spottende vrolijkheid van Tóibín.

Maar wie heeft er nu gelijk? Het tweede deel van de tv-beelden begint met de balkonscène. Oordeelt u vooral zelf, maar ik hoor en zie geen spottend lachende menigte, wel één die enthousiast reageert op de woorden van Tarradellas (vanaf 03.33).





Jolig
Het waarom van Colm Tóibíns woorden is mij een raadsel kortom. Stonden de gebeurtenissen de schrijver niet helder meer voor de geest  - Homage to Barcelona verscheen in 1990 - en liet zijn geheugen hem bij het schrijven in de steek? Of is het meer een kwestie van perceptie? Waren Tóibín en zijn vrienden uit het Barcelonese nachtleven op het moment zélf misschien niet zo helder? Beneveld door de nodige spiritualia en daardoor in een jolige stemming?

 De president zwalkt door het Catalaanse volkslied als een zwaar aangeschoten Maaier


Ja, nu, zoveel jaren later, kun je óók lachen om de tv-beelden, al gaat daarbij om ‘randverschijnselen´. De lipsyncende presidentsvrouw bijvoorbeeld. Wat meteen duidelijk maakt dat de toespraak van haar man in huize Tarradellas langdurig was gerepeteerd. (Géén veertig jaar, Tóibín, Tarradellas was pas in 1954 benoemd.)  


Zelfs zo langdurig dat het oefenen van Els Segadors  (De Maaiers) er kennelijk bij was ingeschoten: de president zwalkt door het Catalaanse volkslied als een zwaar aangeschoten maaier (vanaf 07.15) . 

Aandoenlijk, maar zeker ook grappig, doordat het prompt begint te plenzen. En wat zegt men in Spanje wanneer iemand slecht of vals zingt? Para, que va a llover! Stop, want anders gaat het regenen!


PS. Dat zingen is puur mijn mening. Mijn vrouw bijvoorbeeld, vindt dat Tarradellas prachtig zingt, 'met veel emotie'. Zo werkt de menselijke perceptie nu eenmaal.