12-11-2011

Palau Güell: luxe en oude matrassen

Ruim en vooral heel luxe. Dat is het eerste dat opvalt binnenin Palau Güell. Maakt het paleis - sinds eind mei na 7 jaar weer toegankelijk voor het publiek- buiten vooral een strenge en ietwat gedrongen indruk, eenmaal in het gebouw dwaal je van vertrek naar vertrek en vergaap je je aan de overdaad.
Dat laatste was dan ook de bedoeling van de steenrijke industrieel Euseubi Guëll. Zijn paleis moest niet zozeer een woning zijn, maar vooral een statement richting zijn zwager, Claudio López i Bru. Diens Palau Moja stond even verderop, aan de Ramblas. Wat jij kunt, dat kan ik beter, moet Guëll gedacht hebben - al had López zijn uit de 18de  eeuw stammende paleisje slechts laten verfraaien, nadat hij het in 1870 had gekocht.


Financiële vrijbrief
En dus werd Palau Güell gebouwd met het beste hout, het meest inventieve ijzerwerk, het duurste marmer en de meest exquise keramiek. Geld speelde geen rol. Tot grote vreugde ongetwijfeld van Gaudí. De beste manier om een man te leren kennen is uitgeven van diens geld, meende de in zijn latere leven zo ascetische architect.

Güells secretaris en accountant, de dichter Ramón Picó Camper, was gechoqueerd door de financiële vrijbrief die zijn baas aan Gaudí gaf. “Ik vul Don Eusebi´s zakken en Gaudí leegt ze vervolgens”, klaagde hij. In de hoop op Guëlls begrip, toonde Picó aan zijn baas bij diens terugkeer van een lange buitenlandse reis een dikke stapel rekeningen voor de bouw van het paleis, “Is dat alles wat Gaudí heeft uitgegeven”, reageerde de  boze Güell.

De overdadige luxe van Palau
Güell doet vreemd aan in de Carrer Nou de la Rambla, in volksbuurt El Raval. Een omgeving die door de Catalaanse schrijver Eugeni d´Ors begin 20ste eeuw werd omschreven als vol met ´mensen zonder thuis of vaderland, vagebonden, zwervers en bedelaars, hun hoofden vol luis… donkere geesten onderworpen aan dierlijke instincten…hooligans, hoeren, idioten, krankzinnigen, dieven, moordenaars´.

Picasso
Dagelijks getuige van deze ellende was de toen zelf ook straatarme Picasso, die schuin tegenover Palau Guëll in 1902  een atelier deelde met een aantal andere armlastige kunstenaars. Picasso en zijn vrienden van het artiestencafé Els Quatre Gats in de Carrer Montsiò waren niet bepaald fans van Gaudí. Twee van hen, Santiago Rusiñol en Miquel Utrillo, vergeleken Guëlls optrekje in de Catalaanse krant La Vanguardia met een bouwwerk uit Babylonische tijden.


Veelzeggend is ook Picasso´s 1902 stammende prent van een bebaarde figuur - Gaudí -die vanaf een hoogte een arme familie toespreekt. De tekst luidt, vertaald in het Nederlands:

Heel belangrijk
Ik moet met jullie over heel belangrijke zaken  praten. Over God en over Kunst.
Ja, ja. Maar mijn kinderen hebben honger.


Op de 18 bij 22 meter grote bouwplaats van Palau Güell  huisden eerder 17 (!) van dergelijke families. En dan was er ook nog eens ruimte voor een zuivelfabriekje.

Kijkje in de stallen...
Oude matrassen
Anno 2011 is El Raval nog niet zo heel veel veranderd. Aan hoeren, zwervers en donkere geesten die het voorzien hebben op je portemonnee nog steeds geen gebrek. En wanneer u na een rondgang door het – toegegeven, indrukwekkende - paleis bent aangekomen op het dak met de vele schoorstenen, kijk dan eens naar beneden, op de terrassen van de aanpalende panden. Vol met oude matrassen en andere rotzooi. “Krakers”, verduidelijkte de verantwoordelijke wethoudster Assumpta Escarp van stadsdeel Ciutat Vella in de krant El Periodico. Ze leven “in precaire omstandigheden”, verklaarde ze, “zonder water en zonder licht”.
“Een complex probleem”, concludeerde de wethoudster tot slot.

...en bij de buren op nummer 7.
Russen en Chinezen
Ook voor Palau Güell, want door de krakers bedraagt het aantal bezoekers  maximaal duizend per dag. Orders van de brandweer, vanwege het ontbreken van een fatsoenlijke nooduitgang. Die had dus in het aanpalende pand op nummer 7 moeten komen, samen met een minder-validentoegang tot het paleis en onderkomens voor het personeel. De provincie Barcelona, de huidige eigenaresse van Güell regelde een huizenruil met de eigenaar van het pand. Helaas, het huis was nauwelijks vrij van bewoners of krakers sloegen hun slag. Het wachten is nu op een uitspraak van de rechter.  Haast is geboden, want het paleis trekt nu al 900 bezoekers per dag. En sinds kort, zei de verontruste directeur van het monument vandaag in La Vanguardia,  hebben ook nog eens de Russen en de Chinezen het Palau ontdekt.

Palau Güell. Carrer Nou de la Rambla 3-5. (Metro L3, halte Liceu of Drassanes) Geopend: dinsdag t/m zondag, 10.00-20-00 uur. Voor meer info: www.palauguell.cat

09-11-2011

07-11-2011

Catalanen liever rijk dan onafhankelijk

Spanje kiest op 20 november een nieuwe centrale regering. Maar willen de Catalanen de Spaanse supervisor eigenlijk nog wel?  De eigen Catalaanse regering, de Generalitat, peilt elke vier maanden de stemming. De laatste keer was dat eind oktober. Toen zei een minderheid  (45,4%) van de Catalanen vóór te stemmen bij een eventueel bindend referendum over de onafhankelijkheid- tot nu toe een utopie. Het aantal nee-stemmers was 24,7 % en 23 % zou zich bij een referendum onthouden van stemming.
Opvallend zijn de uitlopende motieven. Bij de voorstemmers ontbreken verheven idealen. Zij denken ´groen´. Een onafhankelijk Catalonië is eenvoudigweg economisch beter af, menen zij. Tegenstemmers en onthouders hebben wél nobele redenen: ze willen de eenheid van Spanje bewaren.

Denk Groen!  Bouwondernemer en oud-Barça-voorzitter Núñez wordt in
het satirische programma Crackòvia wekelijks afgeschilderd als een enorme geldwolf.
Hemelse muziek
Dat betekent natuurlijk niet dat het Catalaanse zakengevoel zich beperkt tot voorstanders van de onafhankelijkheid. Niet voor niets luidt hét grote verwijt richting Madrid al jaren: wij verdienen het geld, jullie innen onze belasting en geven het vervolgens aan de rest van Spanje.
Jaloers kijken de Catalanen dan ook naar een ander welvarend deel van Spanje, Baskenland. Als enige Spaanse deelstaat kent Baskenland een afwijkend belastingsysteem. Daar zijn het de provincies die de belastingen innen. De centrale Baskische regering stuurt vervolgens een percentage van het geld naar de Spaanse staat. De afspraken hierover zijn vastgelegd in wat enigszins frivool ´El concierto económico´ heet.


Dat klinkt als hemelse muziek in de oren van de Catalanen. Gevraagd naar of zij ook zoiets willen, zegt meer dan 75 % ´ja´.

Mariano Rajoy heeft nu nog tapas op z´n bord...
Op naar Moncloa
Mariano Rajoy en zijn conservatieve Partido Popular gaan op 20 november de verkiezingen winnen – de polls wijzen zelfs op een ruime absolute meerderheid. Na twee mislukte pogingen betrekt de immer behoedzame Rajoy dan eindelijk Moncloa, de officiële ambtswoning van de Spaanse premier in Madrid.
De man is niet te benijden. Een land met bijna 22 % werkloosheid legt grote problemen op je bord. Het Catalaanse verlangen naar onafhankelijkheid hoort daar niet bij, voorlopig. De Catalaanse roep om een eerlijke verdeling van de belastingcenten wél. Een commissie van de Generalitat heeft zich de afgelopen tijd over het thema gebogen. De stemming over haar voorstellen in het Catalaanse parlement is uitgesteld tot na 20 november, maar daarna is het: op naar Moncloa!

04-11-2011

Sagrada Família weer volledig zichtbaar

Alleen officiële toeristenbussen van de stad mogen binnenkort nog stoppen bij de Sagrada Família.
Ze vormen soms een ergernisje tijdens onze fietstours: de toeristenbussen – tot wel 60 per uur – die parkeren bij de Sagrada Família. De meeste zijn van het type ´doe Spanje in vijf dagen´. De menselijke inhoud wordt gedropt op de calle Marina, voor de Geboortegevel van de Sagrada en vervolgens weer opgepikt bij de Passiegevel, aan de calle Sardenya.

Vooral die laatste actie heeft vaak nogal wat voeten in de aarde. Men komt te laat; kan z´n bus niet vinden – niet zo gek overigens, met dat aantal -, of de beurs of tas is gerold.

Van die dingen. En al die tijd ontnemen de giganten de eenvoudige fietstoerist het zicht. Het vraagt dus soms enig kunst- en vliegwerk om te kunnen genieten van de door Josep Maria Subirachs vervaardigde sculpturen die het Bijbelse lijdensverhaal verbeelden.

Blijde boodschap
De blijde boodschap: aan dit gedoe komt snel een einde. Vanaf Pasen volgend jaar mogen de toeristenbussen niet meer stoppen bij de Sagrada. Op (ruime) loopafstand komen nieuwe parkeerplekken. Goed nieuws ook voor de omwonenden van Gaudí´s tempel. Al jaren klagen zij steen en been over de bussenterreur.
Het verbod geldt overigens niet voor de officiële toeristenbussen van de stad, de Bus Turístic en BCN City Tours. Maar met die paar bussen, daar valt heel wel mee te leven. 
Het leukste blijft natuurlijk een Sagrada-stop met Orange Monkey Tours. En dan worden ook nog eens de trottoirs bij de Sagrada verbreed, van 5 naar 7,25 meter. Voor nog meer kijkgemak.


Ook comfortabel: koop entreekaartjes voor de Sagrada Familia op het internet en voorkom wachttijden!  www.sagradafamilia.cat, klik rechtsboven op ´compra les tickets on line´.

03-11-2011

En het toverwoord voor 2012 is….design!

De wereld telt sinds 31 oktober 7 miljard mensen. De helft daarvan loopt jaarlijks als toerist over de Ramblas in Barcelona.

Overdreven natuurlijk, maar het werkelijke cijfer – zo´n 8 miljoen ´Ramblas-slenteraars´ per jaar - is indrukwekkend genoeg. Dat vindt ook het Bureau voor Toerisme van Barcelona. Vanaf volgend jaar wil het bureau de toeristenstroom dan ook gaan spreiden over de stad. Het wapen: de Barcelona Design Tour, een bedenksel van het plaatselijke designcentrum, BCN Centre Disseny (BCD). Op deze al uit 2009 daterende kaart vindt de toerist maar liefst 250 locaties die ´het bezoeken waard´ zijn en hem soms naar de verste uithoeken van de stad voeren.


Barcelona Design top-10: oud (Mies van de Rohe paviljoen) en...
Top 10
Om het voor de wellicht wat overdonderde Barcelona-bezoeker behapbaar te maken, selecteerde het BCD een top 10. Daarin treffen we vertrouwde namen als het Mies van de Rohe paviljoen en het Palau Sant Jordi sportpaleis ( beide op de berg Montjuïc), maar ook fraai vormgegeven winkels. De zaak van het schoenenmerk Munich bijvoorbeeld, in het hippe shoppingcentrum L´illa Diagonal. Of de shop van tapijtontwerper Nani Marquina, favoriet van onder andere de Catalaanse regering en het Centre Pompidou in Parijs.

Een goed idee, zo´n kaart? Misschien wel. Veel Barcelona-bezoekers willen immers én cultuur snuiven én shoppen. Met de Barcelona Design Tour kun je op veel locaties beide geneugten combineren.


...en nieuw: de Munich-shop, L´illa Diagonal.

Mooi en dynamisch
Alleen, die naam: Design Tour. Een recente enquête van het Bureau voor Toerisme vroeg toeristen onder andere naar hun definitie van Barcelona. De meest gebruikte begrippen: ´architectuur´ en ´mooi´. Populair waren ook: ´mediterraans´, ´kosmopolitisch´, ´modern´, ´dynamisch´ en ´stijlvol´. ´Design´ werd niet één keer genoemd.

Tip voor het Bureau voor Toerisme te Barcelona: verander de naam Design Tour Barcelona in Culture & Shopping Tour Barcelona of iets dergelijks. En nu we toch bezig zijn met het geven van wijze raad: verkondig met luide stem in binnen- en vooral buitenland dat de entreekaartjes voor de Sagrada Família  (www.sagradafamilia.cat, klik rechtsboven op ´compra les tickets on line´). Dát voorkomt pas een opeenhoping van toeristen op één plek in de stad.

De Barcelona Design Tour kun je nu al downloaden voor iPhone, Android en Blackberry  ein is ook gewoon te raadplegen op het internet:  www.bcd.es

Nog een goed idee om aan de toeristenmassa´s te ontsnappen: boek een wandel- of fietstour bij Orange Monkey Tours. Privé of met een kleine groep langs bekende én onbekende plekjes van Barcelona!

02-11-2011

Columbus wel - de Sagrada Familia niet


De Sagrada Família anno 1913.
Te mooi om niet te bloggen, dit You Tube filmpje. La Perla del Mediterráneo. Opgenomen in 1912-1913, met het doel toeristen naar Barcelona te lokken.

De lokazen: de haven, nu Port Vell (oude haven) geheten, met het Columbus-standbeeld;  Parc de La Ciutadella, de  Paseo de Gràcia (met stalen en echte rossen), de berg Tibidabo en ook Gaudi´s Park Güell, hoewel dat eigenlijk nog niets eens af was. Van Gaudi´s later zo beroemde huizen ontbreekt elk spoor. Misschien omdat de filmmakers deze niet ´aanprijzenswaardig´ vonden? Casa Millà was tenslotte in die jaren veelvuldig onderwerp van spotprents.

Ook de Sagrada Família zien we niet langskomen. Té onvoltooid waarschijnlijk, zie het plaatje hiernaast uit 1913.

01-11-2011

Romeinse opgravingen in 3D

´Dictamen de alta velocidad´ - in modern Nederlands: ´Highspeed-besluit´ -  kopte de krant El Periódico op 15 september. Daaronder volgde het bericht dat de Catalaanse regering samen met de gemeeente Barcelona had besloten om een recent ontdekt Romeins dorp niet te sparen.
De vondst van het 1100 m2 grote complex werd gedaan op de bouwplaats van het toekomstige station La Sagrera, aan de noordkant van de stad. Dat was in juni, maar de ontdekking bleef wonderlijk genoeg lang geheim. Pas op 1 september had El Periódico de primeur. Twee weken daarna volgde het besluit van de autoriteiten: onder de grond met dat dorp. El Periódico wist zelfs te melden dat al in augustus een klein deel onder het beton was verdwenen. Dus nog vóór onze primeur, pruttelde de krant in zijn commentaar.


Seny
De snelle besluitvorming heeft inderdaad weinig van doen met seny, het subtiele evenwicht tussen verstand en gevoel waar de Catalanen zelf prat op gaan. Maar voorspelbaar was het allemaal wel. Bij La Sagrera gaat het immers om veel prestige en nog veel meer geld. We hebben het dan ook over een gigantisch complex: een bus-, metro-, en treinstation ineen, omringd door winkels en kantoren.

Bovendien is er haast. Langs dit Spaanse Hoog Catharijne moet namelijk al in 2012 de AVE razen, de hogesnelheidstrein van Madrid naar Parijs. En weer een jaar later wordt La Sagrera de vaste stop van deze highspeed trein. Die komt nu nog niet verder dan station Sants, aan de zuidkant van stad. Wanneer volgend jaar de tunnel die dwars door de stad -en pal langs de Sagrada Familia  - loopt klaar is, wordt dat dus anders. Vanuit Barcelona trein je dan comfortabel en razendsnel naar Parijs, met een snelheid van op sommige stukken meer dan 300 kilometer per uur.

Zo´n AVG houd je dus echt niet tegen, als net ontdekt Romeins dorp.

De laatste minuten van het Romeinse dorp in de bouwput van La Sagrera:



Begraafplaats
´Ik weet wel, het is de nieuwe tijd, maar het maakt mij wat melancholiek´, zong Wim Zonneveld ooit in zijn fraaie lied Het Dorp. Gelukkig: bij historische vondsten in de bodem van Barcelona gaat het niet altijd om de ongelijke strijd tussen economie en cultuur. En er wórdt nogal wat gevonden in de Barcelonese gronden. Logisch, gezien het rijke Romeinse, joodse en middeleeuwse verleden van de stad.
Laatst was het weer raak, dit keer bij de restauratiewerkzaamheden van het scheepvaartmuseum, het Museu Marítim. In de bodem van het 13e eeuwse complex (ooit de koninklijke scheepwerven, las Drassanes) stuitten de verbaasde werkers op een Romeinse begraafplaats, waarvan de oudste graven uit de 1e eeuw dateren. Een meer dan welkome verrijking van de collectie, vond de museumdirecteur. De begraafplaats zal dan ook in situ te bewonderen zijn in het gerenoveerde gebouw, dat zelf al sinds 1976 nationaal erfgoed is.


De ruïnes van 1715
De samenwerking tussen twee ´cultuurlagen´ loopt niet altijd zo soepel. Neem de Mercat de Born, de overdekte markt die door de carrer de Picasso wordt gescheiden van Parc de la Ciutadella. Die naam Ciutadella verwijst naar het gitantische fort dat hier in 1715 werd gebouwd in opdracht van de Spaanse koning Filips V, die een jaar eerder Barcelona had veroverd (lees hier meer over de gebeurtenissen van 1714).

Het door de bevolking gehate bouwwerk werd in de jaren na 1869 door de stad Barcelona gesloopt, om plaats te maken voor het park en de Mercat del Born, met zijn 8000 m2 vloeroppervlakte het grootste overdekte plein van Europa. Het gebouw was tot 1971 de belangrijkste versmarkt van Barcelona, en werd toen vervangen door de Mercabarna.
Het duurde tot 2002 voordat de markt een nieuwe definitieve bestemming kreeg. Gesteund door enthousiaste buurtbewoners begon de gemeente met de omvorming tot provinciale bibliotheek. De eerste spade stond echter nauwelijks de grond, of het was al raak: de resten van gebouwen die in 1715 gesloopt waren voor de bouw van het fort. Uiteindelijk vond men overblijfselen van onder meer woonhuizen, putten, paardenstallen, werkplaatsen, winkels en ook nog eens 360 meter straat.



Sarcofaag voor ruïnes? De Mercat del Born vanaf 2012.
Sarcofaag voor ruïnes
Wat te doen? Archeologen en historici spraken van een unieke vondst, die inzicht gaf in het Barcelona van rond 1700. De buurtbewoners waren minder onder de indruk. Zij wilden hun bibliotheek. Een lange strijd volgde. Uiteindelijk wonnen de wetenschappers.


Volgend jaar is het zover, de vernieuwde Mercat del Born opent dan zijn deuren als cultureel centrum. Binnenkomer wordt een permanente tentoonstelling getiteld Barcelona 1700, als opmaat voor het bezoek aan de opgravingen. Voor een deel zal je die kunnen zien vanaf de verhoogde loopbruggen (zie foto hiernaast). Onder die bruggen verschuilen zich de overige overblijfselen, samen met een aantal ruimten bedoeld voor culturele activiteiten.

Deze loopbruggen maakten dat de strijd om de markt weer oplaaide. Veel buurtbewoners, maar ook bijvoorbeeld architecten ´van buiten´ vonden en vinden het maar een idee van niks. Ooit was de markt een ontmoetingsplaats voor iedereen, vol leven en bedrijvigheid. Die loopbruggen maken de plaats echter een ´sarcofaag voor ruïnes´, zo vinden zij. De felste tegenstanders hebben zich verenigd in de actiegroep El Torn del Born. Hun voorstel: een groot multifunctioneel plein met daaronder en alléén ondergronds zichtbaar de archeologische resten.

Loopbruggen of plein, de gemiddelde toerist, onwetend ook over hoe het vroeger was, zal het weinig uitmaken. Onder de indruk van de archeologische vondsten raakt hij waarschijnlijk toch wel. En niet te vergeten van het gebouw zelf. Een uit ijzer, glas en baksteen opgetrokken wonder, met een dak dat ´lijkt te zweven´, zoals de befaamde kunstcriticus Robert Hughes ooit schreef.


Casa Clariana–Padellàs, begin van het
Historisch Museum van Barcelona

Toevallig museum
De voormalige El Born-markt wordt een van de vele dependances van de het Historisch Museum van Barcelona. Een museum overigens dat zijn bestaan te danken heeft aan Romeinse opgravingen. Begin vorige eeuw gingen op de grens tussen de Barrio Gótico en El Born meer dan 2000 panden tegen de vlakte. Ze moesten plaatsmaken voor de constructie van een nieuwe verkeersader richting zee, de Via Laietana. Wel werd een aantal bijzondere gebouwen steen voor steen op een nieuwe plek weer opgebouwd. Waaronder het Casa Clariana–Padellàs, een gotisch paleisje van rond 1500, dat de Plaza del Rei als nieuwe bestemming kreeg. Toen arbeiders daar in 1930 begonnen de wederopbouw van het paleis stuitten ze op resten van Barcino, de oude Romeinse stad. De ontdekking betekende de geboorte van het Historisch Museum van Barcelona, dat uiteindelijk in 1943 officieel openging, met het op de Plaza del Rei herbouwde Clariana–Padellàs als ´toegangspoort´ tot de Romeinse opgravingen.

Een schril contrast met het lot van het in juni ontdekte dorp. Krijgen we daar dan helemaal niets van te zien? Jazeker. Een 50m2  groot mozaïek blijft gespaard en zal worden tentoongesteld in een nog nader te bepalen ruimte. De rest van het dorp zal het helaas moeten doen met een virtuele presentatie. In 3D uiteraard.

De nieuwe tijd, net wat u zegt.

Deze post verscheen eerder op Orange Monkey Blog.

31-10-2011

Slepen met een kolos

We rijden er heel vaak over, tijdens onze Barcelona Revisited fietstours: Plaça de Tetuan. Een cirkelvormig plein op de drukke kruising van de Gran Vía en de Passeig de Sant Joan. Het plein zelf stelt niet veel voor en het kolossale monument midden op het plein is evenmin een schoonheid. Een gigantische natuurstenen sokkel, met daarop een nogal protserige beeldengroep in brons. Wat het monument en daarmee het plein echter interessant maakt, is het verhaal erachter.

 

Hevige protesten
Het monument is een eerbetoon aan een illustere Catalaanse held, meestal kortweg Doctor Robert genoemd. Deze Bartomeu Robert i Yarzábal (1842-1902) werd geboren in Mexico, maar zijn familie van vaderskant kwam uit de Catalaanse badplaats Sitges, even onder Barcelona. Terug in het land van zijn voorvaderen maakte Robert in Barcelona carrière als arts en wetenschapper. Op 14 maart 1899 werd hij benoemd tot burgemeester van de stad. 

Kort daarvoor had Spanje de geldverslindende oorlog met Cuba en de VS verloren. Om de lege schatkist aan te vullen, legde de Spaanse regering in 1899 een belastingverhoging op aan de middenstand en de industriesector van het land. Met hevige protesten als gevolg. In Barcelona wierp de nieuwbakken burgermeester Robert zich op als leider van het verzet. Hij weigerde de extra belasting te innen en trad op 20 oktober zelfs vrijwillig af.

In 1901 zien we onze held terug als eerste president van de nationalistische Lliga Regionalista. De Lliga was de belangrijkste politieke partij in Catalonië tot 1923, het jaar waarin Miguel Primo de Rivera dictator van Spanje werd. Namens de Lliga kwam Robert als lid van het Spaanse parlement op voor de belangen van Catalonië. Ook was hij lid van de prestigieuze Societat Econòmica Barcelonesa d´Amics del País, een nog altijd bestaande club van vooraanstaande Barcelonezen die zich inzet voor de economische welvaart in Barcelona en Catalonië.



Het Doctor Robert-monument op de Plaça de la Universitat
Catalaanse ziel
Kortom: een echte strijder voor Catalonië, deze Robert, die op 10 april 1902 overleed. “Verdient Robert een monument?” schreef niettemin de Catalaanse krant La Vanguardia bijna 2 jaar later, in februari 1904. Een paar weken daarvoor was op de Plaça de la Universitat de eerste steen gelegd voor juist zo´n bouwwerk. De vraag was een retorische, want La Vanguardia gaf zelf het antwoord: “Niet als genie, niet als held, niet als zuivere Expressie van de Catalaanse ziel.” Daar kon de arme oud-burgervader het mee doen, al ging de bouw van ‘zijn’ monument natuurlijk gewoon door.

Was Robert volgens La Vanguardia te weinig puur Catalonië, zijn monument maakt dat meer dan goed. Geen wonder, met de modernist Josep Llimona (1864-1934) als beeldhouwer en zijn stijlgenoot Lluís Domenèch (1850-1923) als bedenker van het concept. De fanatieke nationalist Domenèch was behalve als architect ook lange tijd als politicus actief, onder meer in de Lliga Regionalista. Tekenend is dat hij deze partij eind 1904 verliet, als zijnde niet radicaal genoeg. Domenèch kreeg voor zijn concept van het Robert-monument ook nog eens ´spiritueel advies´ van de Catalaanse Dichter des Vaderlands, Jacint Verdaguer. Diens L’Atlàndita (De Atlantis) uit 1873 werd gezien als dé verwoording van het Catalaanse volksgevoel, samen met het nationale volkslied Els Segadors (De maaiers).


foto: Jordi Ferrer
Verbeeldingskracht
Naast andere noeste werkers vinden we dan ook een maaier terug in het beeld voor Robert, plus figuren van de geest, waaronder  een priester en een dichter. Samen vormen ze een perfecte verbeelding van de Catalaanse volksziel. Of liever: een verbeelding daarvan zoals veel Catalanen die zelf graag zien, namelijk een balans tussen nuchterheid en bevlogenheid, tussen aardsheid en verbeeldingskracht. 

Roberts achtergrond als heler komt er vervolgens toch wat bekaaid an af . We zien een aantal vrouwen die kinderen troosten. Helemaal bovenaan zoekt een vrouw op haar beurt troost bij de buste van Robert, zo lijkt het. Onze man heeft daar duidelijk geen boodschap aan. Sereen staart hij voor zich uit. Maar ook dat is typisch Catalaans: emoties houd je als het even kan binnenboord. Pas op héél bijzondere momenten – belangrijke overwinningen van Barça voorop – laat je je gaan.

Symbool
Het beeldhouwwerk werd al snel na de onthulling op 13 november 1910 een symbool van het Catalaans nationalisme. En dus moest het in 1940 op last van dictator Franco vernietigd worden. Burgemeester Miquel Mateu, verder een loyaal volgeling van Franco, liet de kolos echter netjes afbreken, om het vervolgens veilig op te bergen. “Iedereen keek in stilte toe hoe het monument voor doctor Robert van de beeldhouwer Josep Llimona steen voor steen werd afgebroken”, noteerde een ooggetuige, de Catalaanse schrijver Joan Triadú, in zijn dagboek. “Het monument heeft men niet durven opblazen, maar ons ideaal wel.”

 “Het monument heeft men niet durven opblazen, maar ons ideaal wel”

Decennialang leek het monument voorgoed verloren. Velen namen aan dat het brons een andere bestemming had gekregen, en dat het steen was weggegooid. Totdat in Franco´s sterfjaar 1975 een letterenstudent, bezig met een scriptie over Josep Llimona, de bronzen figuren opspoorde in een opslagplaats aan de Carrer de Wellington. De stenen bleken vervolgens te liggen in een gemeentelijk magazijn in de Carrer de Ciervo.


Kolos
Na Franco´s dood keerden veel verbannen beelden van Catalaanse helden in rap tempo terug in de straten van Barcelona, vaak op hun oude vertrouwde plek. Met Roberts monument liep het wat anders. Terugplaatsing op de Plaça de la Universitat was vanwege de metrobouw ter plekke ´technisch onmogelijk´. En vindt maar eens een andere geschikte plek voor zo´n kolos. Pas in 1979 werd gekozen voor de Plaça de Tetuan. Weer zes jaar later, op 11 mei 1985, kon het monument eindelijk op z´n nieuwe plek worden onthuld. Dat gebeurde uiteraard door de toenmalige burgemeester van Barcelona, Pasqual Maragall.
Overigens deed Maragall de onthulling samen met het Spaanse koningspaar. Of all people, zou je bijna zeggen. Al verwijst ook de naam van het plein veel meer naar een Spaans dan naar een Catalaans verleden. Tetuan is immers de stad in Marokko waar Spanje de vijand een beslissende nederlaag toebracht in de Spaans-Marokkaanse oorlog (1859-1860).  Onder leiding van de Catalaan Juan Prim en met hulp van Catalaanse vrijwilligers, dat dan weer wel.