11-11-14

De zingende zombies van de Boqueria


Op de Boqueria was het honderd jaar geleden al 'gezellig druk'.
Bijna onvoorstelbaar nu, maar op de plek van de chaotisch-rumoerige Boqueria-markt heerste ooit bezinning en rust. Hier baden en mediteerden de vijftig ongeschoeide karmelieten  van het Sant Josep-convent. Alleen de officiële naam van de markt (Mercat de Sant Josep) en die van dit deel van de Ramblas herinneren nog aan het stille verleden.

Het rumoer was even verderop. Buiten op de Ramblas, voor de Boqueria-poort in de oude stadsmuur. Al begin 13de eeuw verkochten joodse slagers daar hun geitenvlees (want een boc is geen bok, maar een geit). Later volgden de kramen voor de groente-en fruittelers van El Raval - tot in de 18de eeuw een landelijk gebied.


Woestijnvaders 
Het ging de ongeschoeiden goed aan de Ramblas. Ooit, in 1586, waren ze op deze plek begonnen met een bescheiden kerkje. Een idee van de priester Juan de Jesus Roca was dat, persoonlijke vriend van mysticus Johannes van het Kruis  en diens bazin, de bijna even mystieke Teresa van Ávila. Jan en Trees hadden samen de orde van de ongeschoeide karmelieten gesticht, uit onvrede met het luxe leventje van de gewone karmelieten. Back to the roots luidde het parool, terug naar de Woestijnvaders  en hun bestaan van extreme armoede, afzondering en heel veel gebed.
Mystiek duo Jan & Trees

5500 luxe boeken
Mooie principes waren het, maar ga er maar aan staan als ongeschoeiden in het wereldse Barcelona. Bij het kerkje kwam een klooster (Los Josepets genaamd). Uiteraard. Daarna volgde een kapel, die tevens diende als begraafplaats voor overleden broeders. Ook logisch. Maar een openbare bibliotheek met 5500 luxe boeken? Plus nog een drukkerij die zich zelfs 'koninklijk' mocht noemen? Niet echt basic. En dan de kloostertuinen. Die werden groter en groter. Op een gegeven moment liepen ze zelfs door tot achter het Palau de la Virreina, een flink stuk verder aan de Ramblas.
Het Sant Josep-convent volgens een tekening van rond 1820


Eerlijk is eerlijk, behalve aan onroerend goed wijdden de ongeschoeiden zich ook aan goede werken. Vooral hun hand- en spandiensten bij pestepidemieën waren befaamd. En bovendien niet zonder gevaren. Steevast leidde de hulpverlening tot het verlies van de nodige broederlevens.

Spirituele plichten
In 1821 was het weer eens zover. De pest woedde dit keer in de zeewijk Barceloneta. De ongeschoeiden verzorgden de zieke vissers en havenarbeiders. Vijftien broeders werden daarbij zelf door de pest getroffen en lieten het leven. Namen de overgebleven ongeschoeiden, onder aanvoering van hun overste, het daarom even minder nauw met de discipline? Zo van: we hebben een pestepidemie overleefd, wie doet ons wat? Of was dit een veel langduriger proces en ging het voortdurend vergaren van werelds bezit gepaard met een minder en mindere uitvoering van spirituele plichten?

Vissers op het strand van Barceloneta.

Wie zal het zeggen? In ieder geval ontrolde zich in het Sant Josep-convent kort na de tragische gebeurtenissen van 1821 de volgende geschiedenis, zo wil de legende:

Het was de vooravond van 16 juli, de dag van de heilige Carmen. “Die oraties voor dag en dauw kunnen op feestdagen best achterwege blijven”, verkondigde de overste – laten we hem Jordi noemen - aan zijn monniken. “Dan kunnen jullie eens lekker uitslapen”.

Nu zijn er altijd monnniken die roomser zijn dan hun overste. In dit geval was dat broeder Oriol. Een uur later diende hij zich aan bij Jordi, die net zijn geld zat te tellen. De overste keek verstoord op en vroeg wat Oriol wilde. “Ik vind dat wij monniken de kloosterregels strikt moeten navolgen”, zei Oriol beschroomd.

Zo´n onbeschaamde aanslag op zijn gezag, dat pikte Jordi niet. Hij barste in woede uit, en sommeerde de geschrokken monnik onmiddellijk zijn kantoor te verlaten.

Machtig gezang
Die nacht kon Oriol de slaap niet vatten. In hun cellen sliepen de overige monniken daarentegen als rozen, dromend over de heilige Carmen en haar feest. Totdat ze op het uur van de oraties, heel vroeg in de morgen, wakker schrokken van een machtig gezang dat het hele convent vulde. Met de pij nog op de knieën haastten de monniken zich naar de kapel. Daar stonden vijftig al lang overleden ongeschoeiden te zingen alsof hun leven er vanaf hing. Hun navolgers, weliswaar nog slaperig maar verder springlevend, waren met stomheid geslagen. Ze konden slechts staren naar de zingende zombies.

 De vijftig al lang overleden ongeschoeiden zongen alsof hun leven er vanaf hing
Vinger naar het verleden: de officiële naam van de markt

Na hun recital verdwenen de vijftig weer doodleuk in hun geopende graven, die zich vervolgens als vanzelf weer sloten. In de nu weer stille kapel bleef één dood lichaam achter: het lijk van broeder Oriol.

Op 25 juli 1835 ging het Sant Josep-convent tijdens een volksoproer in vlammen op. De eerste steen voor de Boqueria-markt werd gelegd in de zomer van 1840. Op 28 juli, de dag van de Heilige Jozef.



BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen