03-11-14

De bloedbroeders van Barcelona

Onderstaande post schreef ik als opmaat voor Alllerheiligen, 1 november. Toen crashte de computer.  Shit happens, zei Martin Bril al.  En dan: het had zoveel erger kunnen zijn, mompelt J.C. Bloem vanuit het hiernamaals.



Een buitenkansje voor de échte fotograaf was het.

 Zo vaak werd er niet iemand geëxecuteerd. De laatste keer was alweer jaren geleden, in 1874. Dus verborg broeder en foto-enthousiast Guillermo Faraudo in de vroege ochtend van 6 januari 1892 een fototoestel onder zijn zwarte pij. Het ding was groot en woog nogal. Gelukkig was de Reina Amalia gevangenis, aan de rand van El Raval, niet ver weg. Guillermo had de schone taak de veroordeelde in zijn laatste uren spiritueel bij te staan, samen met zijn medebroeders van de Congregatie van het Onbevlekte Bloed van Onze Heer Jezus Christus (Congregació de la Puríssima Sang de Nostere Senyor Jesu Christ). Een club van lekenbroeders –Faraudo was in het dagelijks leven arts- die onder bescherming stond van de parochie van de Santa Maria del Pi. Op de plaats van de oude pastorie stond sinds 1542 het clubhuis van de bloedbroeders, het Casa de la Sang.

Broeder Faraudo had een wijde pij. Twee fototoestellen uit 1992. De rechte is nog een compact-camer ook.

De veroordeelde was jong (22) en een echte schurk. Isidre Rompart doodde de vijfjarige Cármen Serrats en haar oppas, het buurmeisje Teresa, toen hij de woning van de Serrats binnendrong, op zoek naar geld. De buit: twee zilveren horloges plus 57 peseta’s en 50 cent. Rompart deed slechte dingen voor minder. Vlak voor de moordpartij had hij om een paar peseta´s een vrouw verkracht.
De executie van Isidre Rompart
Isidre Rompart stierf even buiten de gevangenis, op de Pati des Corders, een naam die verwijst naar de touwslagers die ooit werkten op dit plein. Touw kwam er niet aan te pas bij Romparts terechtstelling; de galg was in Spanje was al sinds 1832 afgeschaft. ‘Om humanitaire redenen’ stierven terdoodveroordeelden voortaan aan de wurgpaal, de garrot vil.

 ‘Om humanitaire redenen’ stierven terdoodveroordeelden voortaan aan de wurgpaal

Ramon Casas
Broeder Guillermo nam zijn foto. Volgens sommigen inspireerde de plaat Ramon Casas tot het maken van zijn schilderij Garrot Vil (1894). Op dat doek zien we echter de executie van een andere jonge misdadiger, Aniceto Peinador (19). Casas bevond zich onder het publiek rond het schavot, zo wil het verhaal. Dat was al op 12 juli 1892, een paar maanden slechts na de Rompart-terechtstelling – het waren roerige tijden, eind negentiende eeuw in Barcelona.

Ramon Casas, Garrot Vil (1894)

De laatste openbare terechtstelling in Barcelona vond plaats op 15 juni 1897. Silvestre Lluís, beschuldigd van moord op zijn vrouw en twee kinderen, stierf aan de wurgpaal op de Pati des Corders. Voor besloten terechtstellingen kwam het einde pas bijna een eeuw later. Die dag stonden drie Spaanse steden in totaal vijf tegenstanders van het Franco-regime voor het vuurpeloton (Franco zag om ‘publicitaire redenen’ af van de wurgpaal), na veroordeeld te zijn voor moord. In Barcelona werd ETA-terrorist Juan Paredes (Txiki) op de binnenplaats van de Modelo-gevangenis gefusilleerd. Nog geen twee maanden later stierf op 20 november dictator Franco zelf, gewoon in een bed.

De grote Heilige Cristus
Tijdens de door Franco gewonnen burgeroorlog ging het beeld El Sant Cristo gros verloren. De broeders van het Onbevlekte Bloed zeulden de grote Heilige Christus (3 meter hoog en uit de 14e eeuw), bedekt met zwarte doek, altijd met zich mee bij de terechtstelling van drie of meer terdoodveroordeelden. Voor bescheidener finale afrekeningen was er een kleine Heilige Christus. Kopieën van de beide beelden zijn te zien in de Santa Maria del Pi. Een paar dagen per jaar verlaten ze de kerk, voor de Paasoptochten van de Pi-parochianen.

Ondanks zijn weinig publieke bestaan heeft de grootste van de twee Christussen het geschopt tot het dagelijkse spraakgebruik van de Barcelonezen. Een Sant Cristo gros is een hot shot, de grote madam of heer die nodig is als de zaken er echt om gaan spannen. A veure si haurem de treure el Sant Cristo gros hoor je ook wel zeggen, meestal aan de vooravond van wat een grote manifestatie moet worden. Eens kijken of we de grote Heilige Christus uit de kast moeten halen.

Allerheiligen
Aanstaande zaterdag, Allerheiligen zul je de uitdrukking niet horen, al trekken de inwoners van Barcelona - en heel Spanje - die dag massaal naar de begraafplaatsen – en niet op 2 november (Allerzielen)  zoals in andere landen. Daar poetsen ze de laatste rustplaatsen van hun gestorven geliefden blinkend schoon en voorzien deze van verse bloemen.

Vroeger waren de doden nooit ver weg, want elke kerk had haar eigen hof
De grote begraafplaatsen van Barcelona vind je nu op de Montjuïc en in de vroegere buitenwijk Poble Nou. Vroeger echter, waren de doden nooit ver weg, want elke kerk had haar eigen hof. Vlakbij het voormalige kerkhof van de Santa Maria, aan het Plaça del Pi staat nog altijd de Casa de Sang. Het Huis van het Bloed werd een paar jaar geleden weer eens flink gerestaureerd – al zijn de eerste sporen van verval al weer zichtbaar.


De kerkhoven van Barcelona kun je het beste niet bezoeken tijdens Allerheiligen (te druk). Alle andere dagen van het jaar zijn ze de moeite meer dan waard. De beste Engelstalige gids voor het Montjuïc-kerkhof vind je hier. Een interessant essay in reportagevorm (Spaanstalig) over het kerkhof in Poble Nou vind je hier.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen