04-02-14

Pal voor Barcelona


Wie op het Plaça de Sant Jaume arriveert kan ze niet missen, de twee standbeelden links en rechts van de hoofdingang van het stadshuis. De man met kroon is Jaume I, de Veroveraar. Graaf van Barcelona, koning van Aragón en degene die Barcelona in 1249 de eerste vorm van zelfbestuur gaf. Dat vierkoppige bestuursorgaan was de voorloper van de Consell de Cent, de Raad van Honderd die met een grote mate van autonomie eeuwenlang de stad bestuurde.

De Barcelonezen zijn Jaume nog steeds dankbaar, maar heilig is hij niet. Het Plaça de Sant Jaume dankt zijn naam dan ook aan de Heilige Jacobus, wiens kerk hier tot 1823 stond.

Maar die andere welgeklede heer, genaamd Joan Fiveller (geboortedatum onbekend-1434). Wat doet deze figuur naast zo’n grootheid? Fiveller was jarenlang lid van het dagelijks bestuur van de stad en zelfs conseller de cap (bestuursvoorzitter), maar dat maakt je nog niet beroemd.

Tekening van het stadhuis uit 1844, het jaar waarin de beelden (van Josep Bover i Mas) werden geplaatst.

Soms volstaat voor eeuwige roem één daad. Dat geldt ook voor Fiveller.

Het was eind februari 1416. Barcelona werd sinds een tijdje geregeerd door Ferran d'Antequerra (1380-1416). Fernando de Antequerra, beter gezegd. Want de nieuwe vorst was weliswaar een neef van Pere de Plechtige, maar 100 procent Spaans. Een rasechte telg uit het Castiliaanse huis van Trastámara, en met een andere visie op het koningschap dan de Catalaanse vorsten. Deze laatsten waren gewoon met Barcelona te onderhandelen – het pactisme is geen uitvinding van Jordi Pujol. Stad en koning hadden elkaar immers nodig. De veroveringen van de Kroon betekenden voor de stad nieuwe handelsmarkten. De koning op zijn beurt, kon zonder de steun van Barcelona (en de andere vrije steden) niet op tegen de Catalaanse adel.

Handjeklap
Ferran/Fernando had als goed absolutistisch vorst een broertje dood aan dat soort handjeklap. Hij was de koning en een koning had privileges. Dus weigerde hij botweg toen Barcelona hem vroeg el vectigal te betalen, de belasting op consumptievlees die de stad hief. Dat pikte Joan Fiveller niet. De gemoederen liepen hoog op. Uiteindelijk waren het twee Catalanen uit Ferrans hofhouding die de belasting betaalden. Discreet en uit eigen zak. Waarmee de eer van de koning gered was.

Joan Fiveller haalt verhaal bij Ferran. Schilderij van
Antoni Casanova i Estorach, 1875.
Tussen Barcelona en de Trastámaras zou het nooit meer goed komen. Dat begon al gelijk in 1416. De gepikeerde Ferran verliet de stad en keerde nooit meer terug. Al kan dat ook komen doordat hij ruim een maand later stierf.

Mythe

Of het inderdaad Joan Fiveller is geweest die voor de belangen en rechten van Barcelona opkwam, is historisch onzeker. In ieder geval was een mythe geboren. En bij een mythe hoort eigenlijk meer dan één verhaal.  Bijvoorbeeld dat over de ontdekking in 1426 van een waterbron door onze held tijdens het jagen in de Collserola-heuvels. Het water leidde hij vervolgens via een kanaal naar het Plaça de Sant Just, vlakbij zijn paleis aan de Carrer de LLedó.

Het verhaal is hoogtwaarschijnlijk apocrief, want de bron op het plein zou al uit 1367 dateren. Het zou zelfs gaan om de één na oudste van Barcelona. Na eeuwen geeft de bron nog steeds water, al komt het tegenwoordig uit een paar  kranen.

Joan Fiveller zelf ging uiteindelijk in rook op. Tijdens het volksoproer van 1835 staken de Barcelonezen het Framenors-klooster, met daarin het familiemausoleum van de Fivellers, in brand.  Maar zijn mythe leeft rustig voort.

De  bron op het Plaça de Sant Just. De originele bron (die uit 1367 zou dateren) werd in de 19de eeuw ingriijpend gemoderniseerd.




BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen