30-07-13

Nieuw monument in Barcelona: De soldaat die met de ogen dicht schiet


Reluctant Warriors heet het boek van historicus James Matthews uit 2012 over de Spaanse Burgeroorlog. De recensie in El País van de net verschenen Spaanse vertaling maakt nieuwsgierig. Matthews beschrijft het conflict namelijk uit een ongebruikelijk perspectief: dat van degenen die gedwongen moesten vechten. 


Voor Orwell-fans en anderen die denken dat de Spaanse Burgeroorlog vooral werd uitgevochten door vrijwilligers eerst wat cijfers:
De Republiek riep in de loop van de oorlogg 1,7 miljoen mannen onder de wapens, Franco dwong ongeveer 1,2 miljoen landgenoten tot vechten. Ter vergelijking: in de eerste maanden van de oorlog vochten 120.000 Republikeinse vrijwilligers (militieleden en soldaten) aan het front; aan Franco´s zijde streden 100.000 soldaten vrijwillig. Madrid had in 1936 anderhalf miljoen inwoners: nauwelijks 10.000 Madrilenen vertrokken uit eigen beweging naar het front. In Barcelona (circa één miljoen inwoners) deden 5000 inwoners van de stad hetzelfde. 



Barcelonese vrijwilligers vertrekken naar het front in Aragón.

De getallen voor Madrid en Barcelona heb ik uit een indrukwekkende column van Antonio Muñoz Molina. De Spaanse schrijver las het boek van Matthews vorig jaar. De leeservaring bracht hem naar zijn eigen herinneringen aan reclutas forzosos, dienstplichtigen.


'Iemand die mij niets had gedaan, waarom zou ik die willen doden?'

Muñoz Molina groeide op in Úbeda, in de Andalusische provincie Jaén. Als kind hoorde hij hoe de oudere mannen van Úbeda terwijl ze op het land werkten herinneringen ophaalden aan de oorlog:
 ‘Allemaal waren ze soldaat geweest in het republikeinse leger, niet uit keuze, niet uit strijdbaarheid, maar gedwongen, door het lot, omdat na de bloedige splitsing van ons land onze provincie viel onder het gebied dat werd gecontroleerd door de legitieme regering . […] Ze spraken over luizen, honger, gebrek aan snuiftabak, de kou. Ze spraken over de dwaasheid van oorlog met een sarcasme zeer vergelijkbaar met dat van de soldaat Schwejk. […] Bijna allemaal vertelden ze dat ze altijd geschoten hadden met hun ogen dicht. Ze zeiden het met een totale vanzelfsprekendheid, alsof dit het enige redelijke gedrag was. “Iemand tegenover mij, die ik niet kende en die mij niets had gedaan, waarom zou ik die willen doden?”’ 



Plein van de Onbekende Militie
Op een dag in 1937 greep in Barcelona iemand een pot teer en schreef op de Santa Maria del Pi: 'Plaça del Milicià Desconegut', Plein van de Onbekende Militieman.


Het anonieme eerbetoon was tijdens de Franco-dictatuur afgedekt met een plaat. Het plein heette weer net als vroeger (en nu) Plaça de Sant Josep Oriol. Na de dood van de dictator in 1975 werd het afdeksel verwijderd. De letters waren na al die jaren sterk vervaagd. Pas sinds een restauratie van de Santa Maria del Pi een paar jaar geleden hebben ze weer hun oude kracht.


Toch worden ze door verreweg de meeste toeristen niet gezien.  Maar nu heb ik, dankzij Antonio Muñoz Molina, een idee om ze de ogen te openen: een tweede monument, pal vóór  de 'Onbekende Militie´. Een beeld van een man, te opmerkelijk om blind voorbij te lopen.


 'De soldaat die met de ogen dicht schiet'
 

James Matthews. Reluctant Warriors: Republican Popular Army and Nationalist Army Conscripts in the Spanish Civil War, 1936-1939 (Oxford Historical Monographs, 2012).



BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

28-07-13

Barcelona onder Franco (2)



Dit bericht verscheen in een buitengewone editie van El Correo Catalan op 27 januari 1939, dus de dag na de inname van Barcelona door de troepen van de Franco. Het  kwam de krant te staan op een verschijningsverbod van drie weken, opgelegd door de chef van de bezettingsdiensten (jefe de los servicios de occupacion)
De zonde van El Correo Catalan was - slechte gewoonte uit de tijd van de Republiek! -  het schrijven van ‘Joventut Tradicionalista de Barcelona’, in het Catalaans dus.

El Correo Catalan was verbonden met Solidariat Catalana een vroege en kortstondige (1906-1909) poging alle richtingen binnen het Catalanisme te verenigen. Vanaf 1912 was de katholieke en conservatieve krant tweetalig; een deel van de kopij was in Catalaans, een ander deel in Castilliaans geschreven. De dictatuur van Primo de Rivera maakte dat de krant vanaf 1923 alleen nog Spaanstalig was .


De krant verscheen voor het laatst op 20 juli 1936, de dag dat de arbeiders en  veiligheidstroepen  de militaire opstand tegen de Republiek neersloeg. Het gebouw van El Correo Catalan werd geconfisceerd door de anti-Stalin (en anti-clerici) communisten van de POUM. Van de  katholieke persen rolde voortaan de  POUM-partijkrant Avant. (Vooruit). Deze verscheen in het Catalaans, maar na een paar dagen al werd de taal Spaans en de naam La Batalla (De Strijd). Onder druk van het Stalinbewind legde de Republikeinse regering in juni 1937 La Batalla een publicatieverbod op, al verscheen de krant in Barcelona nog wel clandestien. El Correo Catalan verscheen vanaf 14 februari1939 weer dagelijks.  In 1985 stopte de krant, gedwongen door slechte verkoopcijfers.
 

De cellen van de Republikeinse militaire (SIM, Servicio de Investigación Militar)  inlichtingendienstt  leverden overvloedig materiaal voor de franquistische propaganda: georganiseerde excursies naar diverse locaties (vooral San Elias), kranten en tijdschriftenartikelen, verklaringen van gevangenen, foto´s. De gravure is een reconstructie van een txeca in het Convent de Les Magdalenes gepubliceerd in  het tijdschrift Fotos (Donosti/San Sebastian AvdN),  op 11 februari 1939.

Sant Elies/Elias was de beruchtste van de ongeveer 20 txecas (Spaans: checas) van Barcelona; naar Sovjetvoorbeeld opgezette gevangenissen, met piepkleine cellen, zonder ramen of tralies. Wie in Sant Elies terechtkwam, wist dat het met hem gedaan was. Op een dag werd je meegenomen en afgemaakt.  De excecuties vonden plaats langs de nabijgelegen Arrabassada (de toen nog stille weg door de Collserola-heuvels naar Sant Cugat del Vallès), op het kerkhof van de wijk Les Corts en dat van het voorstadje Montcada.




Een foto uit El Correo Catalan van 24 februari 1939. In deze toren aan de Avinguda del Tibidabo zat een revolutionaire rechtbank, onder voorzitterschap van  de anarchist Aurelio Fernández. De reportage is getiteld  'De vervolgers van de chekas' . Een van de koppen luidt: 'Moorden en orgies in de Toren van de Terreur´.

De checas werden gebruikt voor propaganda, maar dat maakt hun bestaan en dodelijke consequenties niet minder reëel.  De historicus César Alcalá, schrijver van het boek Las checas de Barcelona, noemt in een interview een aantal van 8352 slachtoffers, waaronder ruim 2000 geestelijken. De checas waren vanaf  de militaire opstand in juli 1936 een terreurinstrument  van de anarchisten (CNT-FAI) en de Moskou-getrouwe communisten (PSUC).  Vanaf mei 1937 stonden  de checas onder controle van de door een stalinist geleide SIM. Tijdens het SIM-bewind vonden de ergste martelingen plaats, stelt Alcalá. In die periode werden volgens hem ook 137 ‘linksen' (uiteraard geen stalincommunisten) de dood.


De helft van de mililtieleden en vluchtelingen  naar Frankrijk is al via Irún teruggekeerd in het ´España nacional´.

Eerste pagina van Hoja Offical del Lunes,  gepubliceerd door de persvereniging van Barcelona.  Het gaat om  het tweede nummer dat verscheen tijdens de Franco-periode, daterend van 13 februari 1939. Natuurlijk is het nieuws vals.


Extra: De vroegtijdige dood van Lluis Companys.



Nog een tamelijk tendentieus bericht, van eerder datum:
 'Companys vermoord door de anarchisten, zeggen ontsnapten aan die hel', kopt de Baskische krant Unidad op 6 mei 1937. 
De Catalaanse president werd ruim drie jaar later door de Franco-autoriteiten in het kasteel van de Montjuïc geëxecuteerd, op 15 oktober 1940.

(Met dank aan Nick Lloyd)

Tekst en beeld:  Edmon Vallès,  Història Gràfica de Catalunya Sota el Règim Franquista 1939/1975.  Editicions 21, 1980.
Cursieve tekstfragmenten en Extra´s: Ad van der Neut



Edmon Vallès
Edmon Vallès (Mequinenza Aragón 1920- Barcelona 1980) was politiek actief en werkte als
vertaler, maar maakte vooral naam als journalist en historicus.
Als soldaat vocht hij vanaf 1938 aan Republikeinse zijde tegen Franco. Na de oorlog vluchtte hij net als duizenden anderen naar Frankrijk. In 1944 keerde hij terug naar Spanje. Vallès ging rechten en journalistiek studeren in Barcelona en werd ook politiek actief. In 1945 is hij een van de oprichters van de clandestiene Moviment Socialista de Catalunya.(MSC). Uit de MSC ontstaat in 1974 de Reagrupament Socialista i Democràtic de Catalunya, twee jaar later omgedoopt tot Partit Socialista de Catalunya-Reagrupament (PSC-R). Deze partij doet in 1977 mee aan de eerste democratische verkiezingen na de Franco-dictatuur, als deel van het Pacte Democràtic per Catalunya, een Catalaans-nationalistische coalitie.

Edmon Vallès was in 1968 oprichter van het historische tijdschrift Historia y Vida. Over zijn ervaringen tijdens de Spaanse Burgeroorlog schreef hij het boek Dietari de Guerra 1938-1939 (1980). Vallès’ magnum opus is de zesdelige serie Història gràficia de Catalunya, een geschiedenis in beelden van Catalonië in de periode 1888-1975, met commentaar van Vallès.
Aan de correcties van het laatste deel, dat over Catalonië onder Franco, werkte Vallès tot enkele uren voor zijn dood. Foto´s en commentaar maken het boek een fascinerende kroniek van het leven in Catalonië tijdens de dictatuur. Een periode die in 1980 nog maar nauwelijks geschiedenis was…




BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

26-07-13

Bommen op Barcelona - de lelijke oorlog en de mooie foto

De lelijke oorlog



De dag en de feiten
Op 19 februari 1938 tussen 12.10 uur en 14. 15 uur bombardeert de Aviazone Legionaria van Musssolini de Eixample en de haven van Barcelona. De 27 bommen veroorzaken 163 doden en 196 gewonden. De vader van Alfons Cànovas sterft terwijl hij aan het werk is in zijn groetentuin vlakbij het Palau de Mar.

Het verhaal
Alfons Cànovas (95):  "Ik was aan het front toen mijn vader stief. Toevallig ontmoeten de drie oudste broers elkaar die dag in Alfambra, Teruel; de oudste was oorlogscommissaris en hij vertelde ons dat hij zich zorgen maakte omdat er nieuws was over een zwaar bombardement op Barcelona, met veel schade in Barceloneta. Het duurde zeven dagen voordat we wisten dat onze vader tijdens het bombardement was gedood."


Italiaanse bommenwerper vanaf Majorca op weg naar Barcelona






"Voor mijn vader was naar Spanje gaan een avontuur"

 















Luigi Costa (1917-2010) was een van de piloten die dag in januari 1938. Zijn dochter Rosina: “Hij was jong, negentien, voor hem was naar Spanje gaan een avontuur.”

Deze week vroeg Rosina Costa namens haar vader vergeving aan Alfons Cànovas. Cànovas: “We vormen una bella stampa, een mooie plaat. Ik koester geen wrok”

De bella stampa:

http://bit.ly/1bOH66J



bron citaten: El País, 25 juli 2013


18-07-13

Barcelona onder Franco (1)


 Franco-troepen in de straten van  Esplugues de Llobregat, vlakbij Barcelona.

 Na de voor de Republikeinen fatale Slag om de Ebro geeft Franco op 26 november 1938  opdracht om Catalonië aan te vallen. Serrano Suñer, minister in Franco´s kabinet (en ook diens zwager), zegt in de Baskische krant Diario Vasco: “ Vandaag hebben we Catalonië op de punten van onze bajonetten (…) Er zijn veel redenen voor deze oorlog. Maar vooral onderscheiden zich die van eenheid. Het is belangrijk om te zeggen dat we deze oorlog voeren voor de tweede, en laatste, eeuwige eenheid van Spanje."

Half januari 1939 is de val van Barcelona aanstaande. De Catalaanse president Lluis Companys verplaatst op 23 januari zijn regering naar Girona (richting Franse grens). Twee dagen laten steken de troepen van generaal Yagüe de rivier Llobregat over.
Op 26 januari marcheren de soldaten over de Diagonal Barcelona binnen, zonder enige tegenstand. Duizenden Barcelonezen zijn dan al gevlucht en staan voor de Franse grens, die pas op 28 januari door de Franse regering zal worden geopend.

 

 De eerste fascistische groeten van de Barcelonese bevolking, 26 januari 1939.


Soldaten van de Quarta Bandera de la Legió (Vierde Vlag van het Legioen) mengen zich ondeer de Barcelonese bevolking, de dag van de val van de stad.
De 'Stijl Falangist' was het dominante burgergezicht van het nieuwe regime – nieuw voor de Catalanen in 1939 – maar binnen de strijdkrachten was 'Stijl Legioen'- de mode, niet voor niets werd het Legioen als het keurkorps van Franco beschouwd, samen met de Regulares uit Marokko en de Requetés. De Requetés  gaven bijzonder accent aan het leven in hun geboortegrond Navarra, maar in de rest van Spanje telde ze al snel niet meer mee.



Gedeeltelijk overzicht van de haven van Barcelona, prioriteit van de Italiaanse luchtmacht op Majorca.
 


26 januari 1939: generaal Juan Yagüe, hoofd van de Cos d' Exèrcit Marroqui, op het Plaça de Catalunya , tussen kolonel Barrón en Dionisio Ridruejo, die toen hoofd was van de Nationale Propaganda Dienst (Servicio Nacional de Propanda). Ridruejo besefte dat zijn ideeën voor de behandeling van Catalonië volstrekt utopisch waren:
“Het leek mij toen (en over toen praat ik) dat Catalonië heel goed de intrekking van het autonomiestatuut zou kunnen verdragen maar niet een verbod op of het ontnemen van fundamentele eigenheden als de taal of de levensstijl.”

In zijn boek Casi Unas Memorias (postuum verschenen in 1976, twee jaar na de voortijdige dood van de auteur) vertelt Ridruejo hoe hij tot het inzicht kwam dat de overwinnaars een heel andere aanpak voor het overwonnen land in petto hadden dan hij, Ridruejo, zich had voorgesteld:

“Ik ging uit Barcelona weg met de slechtste verwachtingen. (…) Ik kon vooraf bedenken, dat wel, dat het in Catalonië zou zijn, jaren later, dat de redacteur van deze herinneringen zou beginnen zijn eigen eerdere beeld met ironie te bekijken.”
(Beetje bij beetje brak Ridruejo met het regime en het Falangisme en evolueerde naar een meer liberale politieke denkbeelden. Hij werd meerdere keren gevangengezet en bracht twee jaar in ballingschap door, toen hij al contact had met alle anti-Franco krachten. Hij was een veelbelovende figuur voor de post-Franco etappe en ongetwijfeld een grote vriend van Catalonië.)

Tekst en beeld:  Edmon Vallès,  Història Gràfica de Catalunya Sota el Règim Franquista 1939/1975.  Editicions 21, 1980.
Cursieve tekstfragmenten: Ad van der Neut



Edmon Vallès
Edmon Vallès (Mequinenza Aragón 1920- Barcelona 1980) was politiek actief en werkte als
vertaler, maar maakte vooral naam als journalist en historicus.
Als soldaat vocht hij vanaf 1938 aan Republikeinse zijde tegen Franco. Na de oorlog vluchtte hij net als duizenden anderen naar Frankrijk. In 1944 keerde hij terug naar Spanje. Vallès ging rechten en journalistiek studeren in Barcelona en werd ook politiek actief. In 1945 is hij een van de oprichters van de clandestiene Moviment Socialista de Catalunya. (MSC). Uit de MSC ontstaat in 1974 de Reagrupament Socialista i Democràtic de Catalunya, twee jaar later omgedoopt tot Partit Socialista de Catalunya-Reagrupament (PSC-R). Deze partij doet in 1977 mee aan de eerste democratische verkiezingen na de Franco-dictatuur, als deel van het Pacte Democràtic per Catalunya, een Catalaans-nationalistische coalitie.

Edmon Vallès was in 1968 oprichter van het historische tijdschrift Historia y Vida. Over zijn ervaringen tijdens de Spaanse Burgeroorlog schreef hij het boek Dietari de Guerra 1938-1939 (1980). Vallès’ magnum opus is de zesdelige serie Història gràficia de Catalunya, een geschiedenis in beelden van Catalonië in de periode 1888-1975, met commentaar van Vallès.
Aan de correcties van het laatste deel, dat over Catalonië onder Franco, werkte Vallès tot enkele uren voor zijn dood. Foto´s en commentaar maken het boek een fascinerende kroniek van het leven in Catalonië tijdens de dictatuur. Een periode die in 1980 nog maar nauwelijks geschiedenis was…




Extra: Hoe de overwinnaars en de verslagenen de inname van Barcelona zagen






BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!