30-05-13

Blote schouders en avondklokken - het rosse leven in middeleeuws Barcelona



Hoe in Barcelona het verbod (sinds 1 augustus 2012) op straatprostitutie werkt? Neem plaats op een van de terrasjes op het plein aan de carrer d’en Robadors (El Raval) en je bent getuige van een vreemdsoortig gezelschapsspel voor een dozijn prostituees en twee politieagenten. De agenten staan op de uitkijk, de dames wandelen gezellig kletsend door de straat of nemen een drankje in een van de kroegen. Om de zoveel minuten blaast de hermandad de aftocht, en kunnen de dames snel en effectief hun zaken doen. Waarna het weer de beurt is van de agenten.

Noodzakelijk kwaad
Prostitutie is in Barcelona nog steeds een noodzakelijk kwaad. Net als in 1339, het jaar van de oudste bekende bron over prostitutie in de Robadors straat. “Zij die regeren moeten redelijkerwijs enige kwaden tolereren, om goede dingen niet te belemmeren en om ergere kwaden te voorkomen”, schreef de middeleeuwse kerkvader Thomas van Aquino. (Voor de duidelijkheid: de ergere kwaden waren sodomie, overspel, verkrachting en masturbatie.) 

Thomas´ voorganger Kerkvader Augustinus wist het al in de vierde eeuw: “Scheidt de prostituees van de menselijke aangelegenheden en zij vervuilen alles met lust.” 


Augustinus’ wijze woorden keren terug in Lo Crestià (1379-1392), de invloedrijke encyclopedie die de franciscaner monnik Francesc Eximenis schreef in opdracht van koning Pere III. Wat Eximenis níet wilde, was dat prostituees zich mengden onder eerbare vrouwen. Feitelijk  was dit inBarcelona al sinds 1340 geregeld, met een verbod voor prostituees op het dragen van een mantel onder werktijd; hun blote schouders maakten hen zo onmiddellijk herkenbaar. Wie zich niet aan de regel hield kreeg een geldboete of verdween voor één dag in de cel.


 Om de mannen minder in verleiding te brengen, werden de prostituees tijdelijk verbannen naar het klooster
Arbeidstijdverkorting
Behalve op straat werkten prostituees in het 14e eeuwse Barcelona in hostals of gewoon thuis. Al had dat zijn beperkingen. Zo kregen de prostituees in de carrer Viladalls (de huidige carrer del Vidre) al in het begin van de eeuw een regel opgelegd door het stadsbestuur ( de Consell de Cent), die in feite een arbeidstijdverkorting moet hebben betekend. Voortaan moesten hun deuren dicht na het luiden van de seny de lladre (letterlijk: het signaal van de dief), de avondklok die het sluiten van de stadspoorten aankondigde. Bovendien was het voortaan verboden ´s avonds kaarsen te ontsteken. ‘Ik zet een kaars voor mijn raam vannacht, zodat je weet dat ik op je wacht.’ Nee, dus.

Verbannen naar het klooster
Alsof het seksleven van de middeleeuwer al geen obstakels genoeg kende. Of liever: onderbrekingen, door de kerk opgelegd. Door de talrijke verplicht seksloze dagen (feestdagen, vastendagen et cetera) was één per week legaal plezier in bed mogelijk. 


Gemiddeld dan. Want er waren ook seksloze tijden als de Heilige Week. Om de mannen van Barcelona dan minder in verleiding te brengen werden de prostituees tijdelijk verbannen naar het Santa Clara klooster. 
´s Ochtends moesten ze opdraven voor de mis. De rest van de dag probeerden de monniken hun gijzelaar-gasten te overtuigen van de voordelen van een celibatair leven boven een bestaan als prostituee. Ondertussen betaalde de Consell de Cent de dames wél een vergoeding voor gederfde inkomsten. Het benodigde geld daarvoor kwam uit de verhuur van de publieke molens aan de Basses de Sant Pere. 

Hostalers de bordell

Om de zaken beter te kunnen controleren – en om de extra inkomsten –begon het stadsbestuur ergens halverwege de eeuw met de eerste officiële bordelen – het oudste zat waarschijnlijk in carrer Viladalls. Compleet ingerichte panden waren het, voorzien van werkkamers, keukens en rustruimtes. Ieder die zin had in het vak van bordeelhouder (en geld had) kon zo´n gemeentelijk bordeel huren. De hostalers de bordell regelden het interne ‘verkeer`, hielden de boel schoon en voedden de prostituees. Voor hun diensten incasseerden de ondernemers uiteraard een deel van de inkomsten van hun ‘onderhuurders’ – een ander deel ging naar schatkist van de stad. Noodzakelijk kwaad moet je koesteren, zoveel is duidelijk.
 

Hoeren wel, pooiers niet
Voor pooiers was geen plaats in het middeleeuwse Barcelona. Wie betrapt werd kreeg één dag om te vertrekken op straffe van geseling tijdens een rondritje door de stad op de rug van een ezel. Kennelijk maakte het vooruitzicht op een gruwelijke sightseeing tour weinig indruk, gezien door de tijd heen telkens terugkerend verbod op de verhuur van kleding en beddengoed aan prostituees


Werd het beroep afgewezen, dan volgde verbanning voor één tot vijftig jaar
  
Aan het einde van de 14e eeuw werd het anti-pooierbeleid in Barcelona dan ook strenger. Voortaan maakten de stadsomroepers twee keer per jaar de namen van pooiers openbaar. Dezen konden vervolgens kiezen tussen binnen tien dagen hun biezen pakken of in beroep gaan en beloven zich aan de wet te houden. Mogelijkheid twee was niet zonder risico: werd een beroep afgewezen, dan volgde verbanning voor één tot vijftig jaar. (In de periode 1401-1460 overkwam dit 642 pooiers; 562 mannen en 79 vrouwen.)
Wie zich tijdens zijn of haar ballingschap in de stad vertoonde, belandde voor tien jaar op de galeien van Sardinië. Hardnekkigen die na een Italiaans verblijf nog steeds het pooiervak niet konden loslaten, eindigden aan een van de stadsgalgen. 


Deze foto en foto boven: Carrer d'en Robadors, El Raval.


De vloek van de schipbreukeling
Een van de meest fameuze bordelen van Barcelona was gevestigd op de hoek van de carrer dels Vigatans en de carrer de Mirallers in de wijk La Ribera. De bloeiende nering werd geleid door de weduwe van een scheepskapitein en haar zeven dochters. Een onderneming, zo wil de legende, tegen wil en dank, want afgedwongen door een vloek van een schipbreukeling die op volle zee schandelijk in de steek was gelaten door de toen nog springlevende zeeman. Veel waarschijnlijker is dat het in werkelijkheid de kapitein zelf was die voorgoed in de golven verdween. Waarop het overlevingsinstinct van zijn nazaten ontwaakte en de ganse familie in het roze leven dook.


Het huis waarin het bordeel was gevestigd werd in 1983 afgebroken. Op de oude plek verrees een nieuw pand. Op aandringen van nostalgische buurtbewoners werd daarop het vrouwenhoofd bevestigd dat eerder de bordeelgevel sierde. Het gebruik van dergelijke carasses (maskers) door bordelen begon  na de Oorlog van de Maaiers in 1640. De vele Spaanse soldaten in de stad konden op die manier gemakkelijk hun ‘weg´ vinden. Al langer waren bordelen verplicht hun voorpui rood te verven en het huisnummer op groot formaat te dragen. Vergissingen over de aard van de onderneming waren daardoor uitgesloten, of je moest blind zijn, letterlijk of figuurlijk.



BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten