30-03-13

Dood en opstanding van Josep Moragues - Een paasverhaal uit Barcelona

Bericht van eind maart 1715:
“Moragues werd veroordeeld om door een paard levend door de straten te worden gesleurd, te worden onthoofd en gevierendeeld; zijn hoofd werd in een kooi gezet boven de zeepoort.”

Groeten uit Barcelona. Was getekend Gregori Matas, lid van de Reial Junta de Govern del Principat.


De junta, de raad die namens Filips V Catalonië regeerde, loerde al een tijdje op een excuus om de Catalaanse oorlogsheld Josep Moragues te arresteren. 

Na de inname van Barcelona door Filips' troepen op 11 september 1714 was Moragues met zijn gezin uitgeweken naar Sort, de geboorteplaats van zijn (tweede) vrouw. Eind dat jaar hoort hij daar over een nieuwe verordening: iedere Catalaan die zonder paspoort ( dan net ingevoerd) het land probeert te verlaten, wacht de doodstraf.
Begin 1715 roept het Bourbonregime de generaal naar Barcelona; weigeren betekent de gevangenis. Eenmaal in de stad moet hij zich dagelijks melden bij de autoriteiten. Een paspoort wordt hem geweigerd. 


Testament
Moragues ruikt onraad, maar gaat liever strijdend ten onder. Eerst schrijft hij zijn testament. (Pas tien jaar later zal zijn weduwe het document bij een notaris registreren). Vervolgens ronselt hij op 10 maart samen met een groepje getrouwen een boot in de haven van Barcelona. De bedoeling is om naar Majorca te varen, waar de gevechten tegen Filips V nog steeds doorgaan. Kort na het vertrek spreekt een van Moragues' mannen hem aan met ´Generaal´. De kapitein van de boot hoort dit, wordt bang en besluit onder het mom van dreigend noodweer om te keren.


Terug in Barcelona gaan Moragues en zijn mannen de berg Montjuïc op. Daar houden ze zich schuil in een grot vlakbij de kapel van Bertran. Een van de dagen daarna begeeft Moragues zich naar de wijk Ribera.  In de havenbenadert hij een schipper genaamd Rialto, om hem en zijn mannen naar Majorca te brengen. In de vroege ochtend van 22 maart zal worden uitgevaren. Schipper Rialto veinst een deal, maar stapt zodra de generaal weer in zijn grot zit naar de Bourbon-autoriteiten.


Het is 21 maart, tien uur ´s avonds. Veertig soldaten marcheren door de Santa Madrona poort Barcelona uit, richting Montjuïc. Op de berg vatten ze ongezien post vlakbij de grot van Moragues en zijn gezelschap. Om drie uur ´s nacht zien de soldaten de generaal en zijn mannen de grot verlaten en de berg afdalen. Ze volgen de groep op veilige afstand. Pas op het moment dat Moragues wil inschepen, gaan de soldaten tot arrestatie over. De beschuldiging: poging om zonder paspoort het land te verlaten. Waarop dus de doodstraf staat.


Na een zéér vlot verlopen proces worden de illegale emigranten vijf dagen later geëxecuteerd. Zijn generaalsrang is Moragues ontnomen. Hij sterft gekleed in, volgens de toen opgetekende woorden van de Annals Consulars  "het hemd van de boetvaardigen, zonder eretekenen, slechts als Josep Moragues".



Na een zéér vlot verlopen proces worden de illegale emigranten vijf dagen later geëxecuteerd
 Het lot van Moragues, de in rang hoogste Catalaanse militair in de strijd tegen de Bourbons, moet preventief werken op anderen met snode plannen. Letterlijk. Twaalf jaar lang ziet iedereen die via de drukke Portal del Mar de stad in wil eerst het hoofd van de ex-generaal,  in een kooi boven de poort. Pas in maart 1727 wordt het hoofd verwijderd, na een al eerder genomen besluit van het parlement in Madrid.

Opstanding
Josep Moragues herrees, zij het niet na drie dagen. Zíjn opstanding begon ruim anderhalf eeuw jaar later, met de publicatie in 1887 van het gedicht Lo cap d'en Josep Moragues (Het hoofd van Josep Moragues), geschreven door de in die tijd populaire schrijver/politicus Àngel Guimerà . (Voor wie nog twijfelt over uit welke hoek  Guimerà politieke wind waaide: diens toespraken werden in 1906 gebundeld onder de titel Cants a la pàtriaHymnen voor het vaderland.)

Het realistische Moragues-monument in  Sant Hilari Sacalm.
Het abstracte momument in Barcelona.

Tegenwoordig zijn er voor 'de grote held van 1714' jaarlijkse herdenkingen, en monumenten in Sant Hilari Sacalm, (Moragues'  geboortedorp), Sort en Barcelona. Het monument in de Catalaanse hoofdstad bevindt zich op vijftig meter van de plek waar ooit de zeepoort stond, en is misschien juist daarom wel abstract gehouden.


Op de plek van de poort staat nu het gebouw van de Facultad de Náutica. Daar leren jonge Catalanen hoe ze veilig naar Majorca kunnen varen.

Viatger, vingues d'on vingues si tens lo cor honrat.





De Facultad de Náutica ( Plaça Pla del Palau),  gezien vanaf het monument voor Josep Moragues.




WIE WAS JOSEP MORAGUES?
Josep Moragues (1669-1715) was de derde zoon van een welgestelde boer uit Sant Hilari Sacalom (provincie Girona). Van een boer zijn land moet je afblijven. De jonge Josep ontwikkelt dan ook een felle weerzin tegen de Fransen, in die jaren bezetters van een deel vanNoord-Catalonië. Al vlot smeedt hij zijn ploeg tot zwaard en wordt lid van de vigatans, guerrila´s uit Vic en omgeving die onder leiding van locale edelen vechten tegen de Fransen. (Tijdens de Spaanse Successieoorlog wordt vigatans de verzamelnaam voor Catalaanse aanhangers van Karel II van Oostenrijk. Historici spreken overigens meestal van austriracitas)

Dat moet toeval zijn: het geboortehuis van Josep Moragues in Sant Hilari Sacalom is nu een stal. De herdenkingsplaat rechts is  te vinden op een van de oudste huizen in de Calle Mayor van Sort. Foutje van  het bestuur van de provincie Lleida, dat in 1966, middenin in de Franco-tijd, wel érg graag wilde dat de Catalaanse held niet alleen in Sort had gewoond, maar er ook was geboren.

Binnen de vigatans maakt Moragues snel carrière. In 1705 is hij een van de ondertekenaars van een verdrag tussen de Vigatans en Engeland. De Catalanen beloven zesduizend soldaten te leveren bij een Engelse aanval op het Barcelona, op dat moment in handen van Filips V. In juni van dat jaar volgt het verdrag van Geneve, waarbij Catalonië officieel lid wordt het pro-Oostenrijk kamp. Bij die gelegenheid beloven de Engelsen de Catalaanse privileges en wetten te zullen verdedigen, zelfs bij een toekomstig ongewenst verloop van de oorlog (lees: een nederlaag tegen Filips V).

Castellciutat
Voorlopig is het nog niet zover. In november 1705 verovert Karel II Barcelona en wordt, als graaf Karel III van Barcelona, uitgeroepen tot koning van Catalonië. Bij de verovering van de stad spelen Josep Moragues en zijn zesduizend vigatans een belangrijke rol, vooral door hun verovering van het fort op de Montjuïc.

Begin 1707 wordt Moragues, inmiddels generaal, benoemd tot bevelhebber van een ander fort, Castellciutat, gelegen in de grensstreek Alt Urgell en essentieel bij de verdediging van Catalonië tegen Franse indringers.
Zes jaar later is het Catalaanse verzet tegen de troepen van Filips V gereduceerd tot Barcelona, het Cardona-fort en dat van Castellcituat. Op 28 september 1713 geeft Moragues, die op dat moment nog over 200 soldaten beschikt, het fort op.
Het monument in Sort. Over het uiterlijk van Josep Moragues is weinig bekend. Het beroemde hoofd van Moragues is dan ook fantasie. 

Plaag
Opnieuw wordt de guerrillastrijd zijn terrein. Moragues en zijn mannen zijn een ware plaag voor de konvooien die de belegeraars van Barcelona moeten bevoorraden met voedsel en wapens.
Na de val van Barcelona gaan Moragues en andere guerrillaleiders naar het fort van Cardona. Daar tekenen ze een document van overgave, waarin de Bourbons beloven de immuniteit te respecteren van iedere guerrilla die zich op dat moment in het fort bevindt. Moragues en zijn gezin worden zelfs apart vermeld.  Moragues en zijn gezin vertrekken naar Sort. Een paar dagen later begint het nieuwe regime met het arresteren van de leiders van het verzet...

Een vraag die Catalaanse historici nog steeds bezighoudt: waarom ging Josep Moragues naar  Sort, in plaats van uit te wijken naar  Habsburgs grondgebied, zoals duizenden andere Catalaanse strijders deden?





BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona, Catalonië en soms zelfs Spanje op onze Facebook pagina!

26-03-13

De populairste paasoptocht van Catalonië begon in de kroeg



Als bezoeker van Barcelona duizelt het je soms: zoveel feesten en optochten! Afgelopen weekend was het weer raak. De Festes van Sant Josep Oriol  in de Pi-buurt waren nog in volle gang, toen zondag de eerste paasoptocht plaatsvond. Vooral op Divendres Sant (Goede Vrijdag) is de binnenstad van Barcelona één lopend feest.

Spiritualiën
 De organisatoren van de meeste Spaanse paasprocessies zijn broederschappen van religieuze leken, de Hermandades y Cofradías de Penitencia. En de oprichting van de meest befaamde Catalaanse broederschap was zelfs niet spiritueel van aard, maar ingegeven door een mengsel van spiritualiën en nostalgie. Het ´wondermiddel´ verscheen in Hospitalet, een randgemeente van Barcelona waar in de jaren ´60 en ´70 duizenden immigranten uit armere streken van Spanje neerstreken, op zoek naar een beter bestaan:

Pasen 1977. Vijftien Andalusische mannen zitten in een bar en drinken. Bier, wijn, brandy. Op het tv-scherm trekken de indrukwekkende Paasprocessies in Sevilla voorbij. De mannen schieten vol. Dat waren nog eens optochten! Half schertsend, half in ernst, zetten ze een foto van de La Macarena  op een tafelkleed en gaan met het geïmproviseerde heiligenbeeld de straat op. Buiten ontmoet de spontane processie niets dan bijval. Mensen beginnen te zingen, barsten in huilen uit of kijken in weemoedige stilte toe.




La Macarena
Mensen beginnen te zingen, barsten in huilen uit of kijken in weemoedige stilte toe
Die dag werd een nieuwe broederschap geboren, de Asociación Cultural Andaluza Cofradía 15  + 1 (die 1 werd er later bijgevoegd en staat voor Hospitalet).

De processies van 15 + 1 begonnen dus niet uit religieuze bevlogenheid. Maar ruim 35 jaar later is de nu honderden leden tellende broederschap wel mooi de enige in Spanje met 6 paasprocessies! En ongeveer één miljoen toeschouwers zingen, huilen of kijken in stilte toe.




 

Op Goede Vrijdag (29 maart) zijn er in Barcelona processies vanaf de San Agustín kerk (Plaça Sant Agustí, 2, start 17.00 uur) en de kerk van  Sant Jaume (Carrer de Ferran, start 19.00). Beide processies komen om 20.00 uur samen voor de kathedraal van Barcelona (Plaça Nova).

De Cofradía 15+1 processies in Hospitalet (nog op 29, 30 en 31 maart) starten op het Plaça de la Bobila of op Carrer del Moli. Klik hier voor een pdf met informatie over tijden en routes.
Hospitalet is vanaf Barcelona heel gemakkelijk te bereiken: Metro L5, uitstappen halte Can Vidalet of Pubilla Cases.



BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona, Catalonië en soms zelfs Spanje op onze Facebook pagina!

20-03-13

Het wonderlijke leven van Doctor Brood en Water


De heilige begon als misdienaar. Josep Oriol i Mogunyà (van 23 november 1650) is de aangenomen zoon van een schoenmaker en dus deelt hij hosties uit in de Santa Maria del Mar, niet alleen de kathedraal van de zee, maar ook hét godshuis van deze ambachtslieden.

Brood en water
Zijn eerste wonder overkomt hem, als privéleraar van een stel adellijke kinderen. Op een dag geniet hij met z´n pupillen van een overvloedig maal. Josep wil zijn bord nog een volscheppen, maar dan houdt een mysterieuze kracht zijn hand tegen. En nog eens, tot zelfs een derde keer toe. Oriol, niet voor niets net Doctor in de Theologie, weet genoeg: God roept hem op tot een ´eeuwig´ vasten.
Vanaf dat moment leeft Josep Oriol op pan y agua, brood en water. Alleen op feestdagen gunt hij zichzelf een uitspatting. Dan belegt hij zijn dagelijks brood met wat kruiden, die hij vanzelfsprekend eerst zelf heeft geplukt op de Montjuïc.

In 1686 maakt Doctor Pan y Agua, zoals de Barcelonezen hem noemen, een voetreis naar Rome. Daar maakt de paus hem tot priester van de Santa Maria del Pi. Maar Josep Oriol kun je in die jaren in heel Barcelona vinden: in ziekenhuizen, bij de soldaten in hun kazernes, of zomaar ergens op een pleintje, de catechismus onderwijzend aan kinderen of zijn brood met tevredenheid delend met de armen.

Klinkende munten
Zijn tweede wonder verricht Josep zelf, tijdens een nieuwe reis naar Rome, in 1698. Dit keer wil hij zich aanbieden als missionaris in het Verre Oosten - ook de populairste priester van Barcelona wil wel eens wat anders. De eerste reisuren wordt hij vergezeld door een van zijn grootste fans, een jonge Barcelonese arbeider. Rond het middaguur gaan ze een herberg binnen om te eten. 

De hongerige arbeider heeft geen cent maar zet het op een schransen, in de veronderstelling dat zijn reisgenoot de rekening zal betalen. Pas als zijn bord leeg is, ontdekt hij tot zijn schrik dat ook de geestelijke zonder geld reist. Oriol ziet de verwarring van de man, pakt een radijs van de tafel en snijdt deze in plakjes. Voor de verbaasde ogen van de arbeider veranderen de schijfjes radijs in klinkende munten, precies genoeg om de maaltijd te kunnen betalen.
Josep Oriol verricht het wonder van de radijs. Schilderij van Joseph Flaugier.

De arbeider keert terug naar Barcelona, de priester gaat verder richting Vaticaan. Rome zal Josep Oriol nooit bereiken. In een Marseille wordt hij ziek. In zijn koortsdromen verschijnt de maagd Maria, die hem maant terug te keren naar Barcelona. Daar zijn nog meer wonderen te verrichten.

Wonderdokter
Terug in de stad beginnen Oriols jaren als wonderdokter. Plaats van handeling is steevast de kapel van de Heilige Petrus in de Santa Maria del Pi, de tijd een uur of drie ´s middags. Begonnen wordt met een kwartiertje gebed voor het beeld van de Heilige Petrus. Daarna volgt het echte werk. Blinden, kreupelen en zieken van binnen en buiten de stad trekken in een lange stoet langs de toekomstige heilige. Hij richt tot ieder persoonlijk het woord, roept hem of haar op zich te bekeren en te vertrouwen op God. De meesten genezen ter plekke. Sommigen moeten, door hun gebrek aan geloof, nog even wachten. 


Of krijgen van Oriol een flinke zet in de goede richting. Het laatste overkwam een kreupele man die, één en al scepsis, naar de wondergenezer kwam. ¨Helpt het, dan help het”, verklaarde hij vooraf aan zijn maat, eveneens kreupel, maar wel vol vertrouwen. Deze goedgelovige genas dan ook in een wip. Toen was het de beurt van de scepticus. Oriol keek hem indringend aan en zei: “Help het, dan help het. En nu biechten!” De verbaasde man sloeg aan het biechten en liep daarna weer als een kievit.

Zichzelf genezen kan Josep Oriol niet. In zijn eenvoudige kamer in de Carrer de la Dagueria sterft hij op 23 maart 1702 aan pleuritis, omringd door vrienden en buurtbewoners.

‘Ondanks zijn buitengewone dikte'
 

Een bijzonder mens. Dat vond ook paus Pius IV, die hem in 1806 zalig verklaarde (in 1909 volgde zijn heiligverklaring). De zaligverklaring werd uitbundig gevierd in Barcelona. Alle kerken van de stad werden feestelijk verlicht. Dat werd José Mestres bijna fataal. Bij het aanbrengen van de feestverlichting aan de Santa Maria del Pi struikelde de man en viel meters naar beneden. Eenmaal op de grond bleek hij ongedeerd, 'ondanks zijn buitengewone dikte' , aldus de tekst op het herdenkingsplakkaat onder de plaats van het ongeluk (foto rechts).

Een wonder, kun je zeggen. In Barcelona werd dan ook gefluisterd dat het de kersverse zalige zelf was, die de bijna zekere dood van José Mestres had voorkomen. Het laatste wonder van Doctor Pan y Agua.



Het lijkt erop dat in elk geval José Mestres overtuigd was van het persoonlijke ingrijpen door de Doctor. In 1815 kreeg hij een zoon, die hij Josep Oriol noemde. Josep Oriol Mestres maakte later naam als architect, onder meer als bouwmeester van het Liceu-theater. En kijk eens hieronder naar wat hij met de kathedraal van Barcelona deed. Als dat geen wonder is!


Feest van heiligen, schurken en chocola

Het feest van Josep Oriol wordt jaarlijks rond 23 maart (de sterfdag van de heilige) uitbundig gevierd in en rond de Santa Maria del Pi. Een hoofdrol is weggelegd voor de Gegants (reuzen) van de Pi-buurt, die behoren tot de oudste van Catalonië: de paren Mustafa & Elisenda (beiden van 1601) en Oriol & Laia (1780). Sinds 1995 doet ook Perot Lo Ladre mee. Perot is de reuzenversie van de legendarische  17e eeuwse schurk Pere Roca Guinarda, de Catalaanse Robin Hood. Tijdens de Festes de Sant Josep Oriol berooft hij de chocoladewinkels van de buurt en deelt zijn buit met het publiek.

Festes de Sant Josep Oriol 2013, vrijdag 22 maart t/m zondag 24 maart. Klik hier  voor een pdf van het volledige programma.



BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië  op onze Facebook pagina!

19-03-13

De dag dat Franciscus (de enige echte!) ziek werd in Barcelona



Toen de Argentijn Jorge Mario Bergoglio zich vorige week in Rome herdoopte tot Franciscus, werd hij voor conservatief Madrid prompt een halve Spanjaard. 
Bergoglio, zo redeneerde men,  mag dan Italiaanse roots hebben, zijn Spaanse wortels zijn bijna even sterk: Jorge spreekt de taal van het moederland en werd door Madrid geschoold tot Jezuïet. Goed, om een jarenlange studie ging het niet, maar de nieuwe paus stond 'tussen 1970 en 1971'  toch maar mooi ingeschreven bij het Colegio San Ignacio de Loyala in Alcalá de Henares (provincie Madrid).

In Barcelona bleef het stil. Valse bescheidenheid, te veel seny. Want de echte, de heilige Franciscus is van Barcelona.



Zwak, ziek en misselijk
Het begon allemaal in 1211 toen Franciscus van Assisi  zwak, ziek en misselijk aanklopte bij het eenvoudige ziekenhuis voor pelgrims dat stond op wat nu het Plaça del duc de Medinaceli is. Dankzij de goede zorgen van de ziekenbroeders was de toekomstige heilige weer snel op de been, op weg naar nieuwe goede werken.


De echte, de heilige Franciscus is van Barcelona
Exit Franciscus uit Barcelona? Integendeel, het was slechts het begin. Koning Jaume I was zwaar onder de indruk van het kortstondige verblijf van Franciscus in zijn stad. Hij wilde een daad stellen, al was het maar via het steenrijke huis van Montcada (die van het Picasso-Museumstraatje). Op vriendelijk doch dringend verzoek van de koning en de stedelijke raadslieden doneerden de Montcada-familie een flinke lap grond, pal naast het ziekenhuis. Daar verrees vanaf 1214 een wat eerst nog een bescheiden  convent was, het eerste van de Franciscanen in Spanje.

Het Convent de Framenors op de huidige kaart van Barcelona.

Latere uitbreidingen maakte van dit Framenors convent (van frailes menores, minderbroeders) het belangrijkste Franciscaner centrum  in Catalonië. In het 14 eeuwse Barcelona heette een van de vier stadsdelen zelfs het kwartier van de Framenors; de 150 minderbroeders konden de stad in en uit door hun ´eigen´ Framenorspoort; koningen en regeringsleiders werden  in het convent begraven en de Consell de Cent vergaderde er, tot de verhuizing in 1369 naar de Saló de Cent op het Plaça de Sant Jaume. 

 

Een van de Franciscus-schiderijen van Antoni Viladomat
Veel later, begin 18e eeuw,  schilderde Antoni Viladomat voor het klooster zijn 20-voudige ode aan Sint Franciscus, nu te bewonderen in het Nationaal Museum op de Montjuïc. Dat was ruim een eeuw voordat het Framenors-complex werd getroffen door wat soms het onvermijdelijke lot lijkt van Catalaanse kloosters en kerken: het werd door het eigen volk in brand gestoken.  

Of het complex wel of niet totaal afbrandde tijdens de bullangas (de volksopstanden van 1835), daarover verschillen de bronnen. De grote of kleinere resten vielen in 1838  in elk geval in handen van een andere 19e eeuwse ´kerkendoder´: Juan Álvarez Mendizábal, de met een aantal onteigeningswetten gewapende Spaanse minister van Financiën.


   

Lokale goden gaan in Catalonië vóór universele heiligen

Magazijnen
Het terrein van het Framenors-convent werd eerst verkocht aan particulieren en voor een deel bebouwd met opslagloodsen en  magazijnen. Pas later, vanaf 1848, begon een lang gevecht om de grond tussen de hertog van Medinaceli (nazaat van het huis van Montcada) en de Ramo de la Guerra (het Ministerie van Defensie van die tijd) in Madrid. 
Gobierno Militar, vlakbij het Columbus-standbeeld.

De uitkomst was voorspelbaar. Waar ooit de tuin was van de minderbroeders staat vanaf 1927 het enorme gebouw van de Gobierno Militar. De Medicanelis kregen een plein, dat eerder trouwens Plaça de Sant Francesc heette.


En Franciscus? Hem resten wat straatnamen. Van zijstraten. Behalve zijn plein werd hem ook zijn enige hoofdstraat afgenomen. De Dormitorio de San Francisco, de straat die vanaf de Ramblas langs de Gobierno Militar loopt, draagt sinds 1916 de naam van Josep Anselm Clavé, de God van de Catalaanse volksmuziek.  Lokale goden gaan in Catalonië vóór universele heiligen.


Het is ergens ook wel weer mooi,  al die onteigeningen, want vintage Franciscus:
De broeders mogen zich niets toeëigenen, geen huis, geen verblijfplaats, helemaal niets.
(Uit: Regel van de minderbroeders, hoofdstuk 6).














BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona en Catalonië op onze Facebook pagina!

13-03-13

Niet vergeten: de verjaardag van Santa Madrona

Eulàlia (links) en Madrona: begin 16e eeuw nog gezellig samen.


Het regent stevig in Barcelona vandaag, twee dagen voor de verjaardag van Santa Madrona. Tranen van een jaloerse Eulàlia, die nu al huilt om de jaarlijkse aandacht voor een concurrente, kunnen het niet zijn. Niet voor niets  wordt Madrona door Barcelona-kenners 'de vergeten stadsheilige'  genoemd.

Ooit stond op de flanken van de stadsheuvel Montjuïc een convent dat de naam droeg van Santa Madrona, stadsheilige van Barcelona sinds 1563. Jaarlijks vertrok hier op 15 maart een processie met de resten van de heilige naar de kathedraal van Barcelona. Uiteraard ging de stoet de stad binnen door de Portal de Santa Madrona, waarna de feestelijke optocht verder trok richting kathedraal, onder grote belangstelling van de stadsburgers. 


Zoveel aandacht voor een heilige doet de duivel groen en geel zien van jaloezie. Lang geleden, toen libellen nog zo reusachtig als adelaars waren en zo snel als de wind, wilde Satan dan ook een eind maken aan de in zijn ogen zwaar overdreven cultus rond Madrona. Het plan was tamelijk rigoureus: de Montjuïc opblazen en met het neerdalende gesteente Barcelona bedelven. De duivel gaf de libellen opdracht om alle demonen in de verre omtrek zo snel mogelijk over te vliegen naar de op de Montjuïc gelegen tuinen van Sant Bertran. Toen daar de slechteriken waren verzameld, was het tijd voor het graven van een tunnel naar het centrum van de berg. Koud was het gespuis daarmee begonnen, of de heilige Madrona kwam door de poort van haar klooster naar buiten en maakte het teken van het kruis.



Dubbelspionnen
Duivel en demonen sloegen op de vlucht, de libellen bleven verdwaasd achter. Om te voorkomen dat ze ooit nog ingezet zouden worden als duivelse vliegmachines, gaf Madrona de libellen hun huidige omvang. Ook maakten ze vreemdsoortige dubbelspionnen van hen. Niet alleen moesten ze voortaan de duivel bespioneren en haar berichten over zijn wandaden, ook kregen ze opdracht de duivel elke door een mens verrichtte goede daad in zijn oor fluisteren. De bedoeling was dat de duivel, allergisch voor zoveel goedheid, zich van woede de haren uit zijn staart zou trekken. 


Of de duivel tegenwoordig een kale staart heeft, weten we niet. Wel dat het met Santa Madrona bergafwaarts is gegaan. Eulàlia en Mercè zijn haar als stadsheiligen al lang voorbij gestreefd. Madrona´s convent is verdwenen. De heilige rest slechts een klein kapelletje schuin achter het Museu Nacional d’Art de Catalunya op de Montjuïc. Toen ik deze week een suppoost van het museum vroeg aan wie het gebouwtje was gewijd, luidde het antwoord: “Santa Anna, geloof ik”. 
´De kapel van Santa Anna, geloof ik.´

Comeback
 

Het goede nieuws: Santa Madrona is  bezig met een bescheiden comeback. Afgelopen zondag (10 maart) werd voor de tweede keer het Festa Cultura Popular de Raval georganiseerd, met onder meer een optocht door El Raval. Bovendien was de Portal de Santa Madrona, die normaal dicht zit, geopend van 8.45-13.00 uur.  Daar maakte onder meer de Coronela (de middeleeuwse burgermilitie van Barcelona, ook uit haar as herrezen) haar opwachting. Een gezellig feestje, en regenen deed het ook niet:

 
Update: Slecht nieuws: Francisco I is gekozen.  Alle aandacht is de komende dagen voor hem.  Domme pech, Madrona!

BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona, Catalonië en soms zelfs Spanje op onze Facebook pagina!

12-03-13

Het Picasso Museum in Barcelona bestaat vijftig jaar

Pablo Picasso en Jaume Sabartés - Château Grimaldi, Antibes, 1946


Carrer de Montcada, 1957
Deze week vijftig jaar geleden opende het Picasso Museum zijn deuren in de Barcelonese wijk La Ribera. Locatie was een oud paleis in de Carrer de Montcada. Het museum was het eerste project om nieuw leven te blazen in een wijk die ooit de welvarendste van Barcelona was;  in de paleizen aan die toch zo nauwe straat woonden de happy few, de allerrijkste handelaren, de gildemeesters en de edelen van de stad. 



Tourist spot
Het project is gelukt: wijk, straat en museum (dat inmiddels al vijf paleizen beslaat) behoren tot de populaire tourist spots van de stad

Palau Aguilar op nummer 15 is de plek waar het allemaal begon. Het pand (13e eeuws, ingrijpend verbouwd in de 15e eeuw) was tot in de jaren vijftig van de vorige eeuw eigendom van de familie Berenguer d'Aguilar. Toen kocht de gemeente Barcelona het paleis, zonder er een bestemming voor te hebben.

Die werd pas in 1960 gevonden, dankzij Jaume Sabartés. Sabartés (1881-1968) was schrijver, beeldhouwer, boezemvriend van Picasso en vanaf 1935 tot zijn dood ook nog eens privésecretaris van het artistieke genie.  Vooral dankzij dat laatste de man een aardige Picassoacollectie opgebouwd. Het ging vooral litho´s - Picasso  had jarenlange de gewoonte om van elk gravure een extra (én gesigneerd) exemplaar aan zijn vriend te schenken.

Malaga
In 1960 doneerde Sabartés, die tobde met zijn gezondheid, zijn collectie boeken rond het thema 'Picasso' aan het stadsmuseum van Malaga, de stad waar de schilder in 1881 was geboren. Ook zijn Picasso-kunstverzameling wilde Sabartés aan het museum schenken. 


“Komt niks van in”, zei Picasso -  tenslotte zijn broodheer. Die boeken, die mocht Malaga hebben, maar de kunst moest naar Barcelona, de stad van zijn tienerjaren (Picasso ging er als 13-jarige wonen) en van zijn vorming als kunstschilder.


Het museum mocht onder geen enkele omstandigheid´ Museo de Picasso  worden genoemd 

De gemeente Barcelona was enthousiast en had ook een locatie voor het cadeautje: Palau Aguilar. Picasso, die de totstandkoming van zijn museum vanuit Parijs nauwkeurig regisseerde, reageerde verheugd op het voorstel.

Minder blij was Franco. De ´Gaudillo´ had al een hekel aan Picasso sinds 1937, het jaar waarin diens anti-oorlog statement Guernica te zien was in het paviljoen van de Republikeinse regering op de Parijse wereldtentoonstelling. Picasco toonde zich in zijn Franco-haat al even standvastig: hij weigerde Spanje te bezoeken zolang de dictator in leven was.

Newsweek
Uiteraard zweeg de Spaanse pers over de perikelen rond het museum. Het buitenlandse journaille niet.  Op 8 april 1963  liet het Amerikaanse tijdschrift Time een anonieme Spaanse advocaat aan het woord. Deze vertelde over de orders
van een Franco-minister  aan José María Porcioles, Barcelona´s burgemeester:  het museum mocht ´onder geen enkele omstandigheid´, ´Museo de Picasso´ worden genoemd. Ook zou het Franco-regime de gemeente  'gesuggereerd´ hebben om consequent naar het gebouw te verwijzen als ´Colección Sabartés´.

Een suggestie die Porcioles en zijn bestuurders gewillig volgden. Toen het museum op 3 maart 1963 opende, stond op het naambordje: ´Colegio Colección Sabartés´.

Dat is sinds lang verholpen. Sabartés zal het niet anders gewild hebben. In het museum dat ooit zijn (achter)naam droeg heeft hij nu een eigen zaal. De gemeente Barcelona eerde hem in 2007 zelfs met een plein. Het Plaça Sabartés bevindt zich tussen de straten Montcada en Flassaders, pal achter het museum van zijn beste vriend.

Voor meer informatie over het jubileum, zie de website  van het Picasso Museum.



BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona, Catalonië en soms zelfs Spanje op onze Facebook pagina!

07-03-13

De dingen die voorbij gaan - Bar Marsella



Salvador Dalí en Pablo Picasso zakten er door.  En Ernest Hemmingway natuurlijk. Woody Allen filmde er voor zijn pr-werkje Vicki, Christina Barcelona. Het beroemdst is de bar echter om z´n absint, een sterk-alcoholisch drankje dat je de mooiste visioenen zou kunnen schenken.

Op dit moment echter,  is er voor Bar Marsella slechts de harde realiteit. De oudste kroeg van Barcelona moet kiezen: sluiten of verhuizen. Het pand aan de Carrer Hospital waarin Marsella is gevestigd, staat te koop voor 1 miljoen euro. Kroegbaas José Damie,  wiens voorvaderen in 1820 op deze plek de eerste absint schonken, moet vóór 1 april vertrekken met zijn spullen. Waarheen, dat weet hij op tot op dit moment nog niet. 

Overdosis toeristen
Nooit leuk natuurlijk, als  zo´n stadsmonument verdwijnt, al zeggen puristen dat Marsella door een overdosis toeristen z´n beste tijd al lang achter zich heeft. Voor het échte authentieke Raval-gevoel moet je wat hen betreft zijn in één van de armoedige bars een paar meter verder, in Carrer d'En Robador 

Zelf verblijven wij graag bij La Paciencia, hoek Hospital/ Rambla del Raval. Nog net aan de goede kant van rafelig, met verrassend goede broodjes en als grootste plus een prima terras. Aan dat terras heeft La Paciencia vast haar naam  danken: uren en uren kun je daar toeven, terwijl het leven van El Raval aan je voorbijtrekt. Daar kan geen Woody Allen-film tegenop.

 Bar Marsella in gelukkiger tijden. Klik hier voor prachtig werk van fotograaf  Jordi Oliver, genomen in de jaren ´90 vóór de Olympische spelen.


BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona, Catalonië en soms zelfs Spanje op onze Facebook pagina!

05-03-13

Het fotoalbum van Carlos Ruiz Zafón (26)

 `Hij herinnerde zich Martín, die hem had verteld dat hij daar jaren geleden in de buurt had gewoond, in een enorm oud huis in de duistere, nauwe schacht die Calle Flassaders heette, naast chocoladefabriek Mauri.´
 De gevangene van de hemel, pagina 179


BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona, Catalonië en soms zelfs Spanje op onze Facebook pagina!

03-03-13

Dit weekend in Barcelona: zoete heiligen en oude auto´s



In Barcelona,  en zeker in het district Gràcia, mogen ze graag doen alsof zij de jaarlijkse bedevaart naar de kapel van de Sant Medir hebben uitgevonden, maar dat is onzin. Op 3 maart 1802 maakten inwoners van Sant Cugat del Vallès voor het eerst de rituele tocht naar de voormalige woonplek van de heilige, gelegen in het gemeentelijke deel van de Collserola-heuvels. Pas in 1830 volgden de bedevaartgangers uit Gràcia, verleid door het vele snoepgoed van de door Sant Medir genezen bakker Josep Vidal i Granés. En dan was die bakker, zo gaat het gerucht, ook nog eens oud-inwoner van Sant Cugat.


Zo liggen de verhoudingen eigenlijk nog steeds.  Deze ochtend lopen de Sant Cugatezen naar de Sant Medir-kapel, voor de mis met picknick achteraf. In Gràcia wordt op dat moment met tonnen snoepgoed gestrooid. Pas als al dit zoets is verdeeld, gaan ook een deel van de Gràciabewoners op pad richting kapel, maar alléén als het niet regent of sneeuwt.



  

  
  
Verder lezen:
Van bittere bonen naar heel veel snoepgoed: wie was Sant Medir?
 Update 2014: Website Sant Medir Festival Barcelona 










Oude karretjes
Nu is er voor vandaag droog weer voorspeld, dus met die wandeling komt het wel goed. Fijn ook voor de deelnemers aan de 55e editie van de Rallye de coches de epoca Barcelona-Sitges, want erg veel beschutting bieden veel van die oude karretjes (bouwjaar 1928 of eerder) niet.

Burgemeester Trias van Barcelona zwaait met de Catalaanse vlag: de editie 2012 gaat van start.

De stoet vertrekt rond 11.00 uur vanaf het Placa de Sant Jaume, en volgt in Barcelona dan deze route: 
Carrer Ferran, Rambles, Pl. Catalunya, Ronda Universitat, Ronda Sant Antoni, Sepúlveda, Paral.lel, Plaça Espanya, Gran Via. Aankomst op de Port d’Aiguadolç (Sitges): circa 12.30 uur. Voor meer info klik hier .

Update: de rally van 2013 gaat van start:


BCN BITES - kijk voor meer nieuws over Barcelona, Catalonië en soms zelfs Spanje op onze Facebook pagina!