28-11-12

De stad der wonderen (5) - en toen was er licht


´De hele 19de eeuw heeft Barcelona steeds vooropgelopen bij nieuwe ontwikkelingen. In 1818 kwam tussen Barcelona en Reus de eerste postkoetsverbinding van Spanje tot stand. In 1826 werden er op de Patio de la Lonja de eerste gaslantarens geplaatst. In 1836 werd de eerste stoommachine geïnstalleerd, de eerste aanzet tot industriële mechanisatie. De eerste spoorlijn van Spanje werd in 1848 tussen Barcelona en Mataró gelegd. Ook de eerste elektriciteitscentrale van Spanje werd in Barcelona geïnstalleerd, in 1875. De kloof die er in dat opzicht tussen Barcelona en de rest van het schiereiland bestond was gigantisch en de stad maakte dan ook een diepe indruk op mensen.’
Eduardo Mendoza, De stad der wonderen, pagina 19

 En toen was er licht

Las Eléctricas noemden de Barcelonezen ze, de aandelen van de Sociedad Española de Electricidad (SEE). De thermo-elektrische centrale van het bedrijf aan de carrer de Mata in Poble Sec had een capaciteit van 1100 pk; heel veel meer dan elektriciteitscentrale  die dateerde uit 1875, aan de Rambla de Canaletes.  De centrale werkte met vier exemplaren van een door de Belg ZT Gramme uitgevonden dynamo, aangedreven door stoom. Samen waren de dynamo´s  goed voor 800 voltampère. De bescheiden hoeveelheid stroom ging naar een paar werkplaatsen en winkels in de stad.

De electrieke aandelen van de SEE kelderden al snel in waarde. Die eerste thermische centrales vraten brandstof en de geproduceerde stroom was daarom peperduur. De meeste bedrijven hielden zich dan ook bij het veel voordeliger gas. Ook het privégebruik kwam niet van de grond. In 1894, 13 jaar na de start, telde de sociedad het schamele aantal van 130 abonnees. Hetzelfde jaar nog gaf het bedrijf de strijd op. Alle activa werden verkocht aan een nieuwe onderneming, de Compañía Barcelonesa de Electricidad.
BCN rond 1900. Centraal de schoorsteen van de Compañía  Barcelonesa de Electricidad uit 1896.

Een ietwat misleidende naam voor een bedrijf opgericht met Frans (la Societé Lyonnaise des Eaux et de l’Eclairage) en vooral Duits geld (AEG, Deutsche Bank). Maar goed, aan de carrer de Mata kwam een nieuwe en veel grotere centrale, die in juli 1897 actief werd; een jaar eerder dan de centrale van de Central Catalana de Electricidad, een thuisproject van twee Barcelonese gasbedrijven. 


De nieuwe ondernemingen handen de tijd mee. De elektriciteitconsumptie van de stad nam fors toe; van iets meer  dan 1 miljoen kilowattuur in 1900 naar 80 miljoen kilowattuur in 1913.  Dat was vooral te danken aan de trams van de stad, die op stroom overstapte. 


Murw gebeukt
De laatste gaslantaarn van BCN verdween in 1967.
De verlichtingstak, tot rond 1900 de corebusiness, groeide veel langzamer. Elektrische straatlantaarns vond je aan het begin van de eeuw nog nauwelijks in Barcelona – de laatste gaslantaarn verdween overigens pas in 1967. 

In 1905 had minder dan 10 procent van de bewoners van Barcelona een aansluiting op het net

Binnen was het gebruik vooral commercieel. Elektrisch licht maakt mijn zaak een stuk aantrekkelijker, meenden hoteliers, restauranthouders en winkeliers, murw gebeukt ook door de agressieve promotiecampagnes van de stroomproducenten. 

Voor de gemiddelde Barcelonees bleef een huis met gloeilampen een mooie droom. In 1905 had minder dan 10 procent van de bewoners van de stad een aansluiting op het net. Het zou nog dertig jaar duren voordat heel Barcelona aan de stroom zat.

Licht in donkere tijden
 Barcelona nu. Aan licht geen gebrek. Op last van de burgemeester is de kerstverliching in dit  zoveelste crisisjaar zelfs extra uitbundig:




Stad der wonderen
Dit is deel 5 van een reeks -onregelmatige - posts met als vertrekpunt het boek De stad der wonderen (1986). Eduardo Mendoza´s klassieke roman over de schelm Onofre Bouvila speelt zich af  in het Barcelona tussen de wereldtentoonstellingen van 1888 en 1929 (met uitstapjes in de tijd).

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen