30-11-12

De Grote Ma(r)s naar de Onafhankelijkheid - het statuut ligt dwars

Het Financiële Dagblad weigerde een kritische column van de Ad Scheephouwer te publiceren. Kinderachtig. 
Even infantiel is de Catalaanse censuurpolitie. Kritiek op de Grote Ma(r)s voorwaarts wordt door deze heren niet gewaardeerd. Grootste dwarsligger op Het Pad is echter het eigen autonomiestatuut van Catalonië.

Catalonië ´s  president Artur Mas zei het vorige week al: De toon van het debat zal na 25-N aanmerkelijk scherper worden. Hij had gelijk. 


Wat van de Mozes van Llobregat nog geen goede profeet maakt. Want waar Mas uiteraard op doelde, was de aanstaande ´buitengewone meerderheid´ van zijn CIU en de ongetwijfeld daaropvolgende paniekreacties van Madrid.

Het liep even anders. De CIU bleef steken op 50 zetels - 18 minder dan zelfs nodig was voor een ´gewone´ meerderheid. 


Madrid haalde opgelucht adem. De Catalaanse pers erkende de fracaso, de mislukking.  Zelfs de CIU-gezinde krant La Vanguardia – de afgelopen jaren goed voor miljoenen regeringssteun – boog het hoofd.  ‘Zware straf voor Mas´,  kopte het dagblad daags na de verkiezingen. Een redactioneel commentaar adviseerde de president nog maar eens na te denken over de crisis en de effecten die deze heeft op alle Catalanen, inclusief de middenklasse (de traditionele CIU-achterban), en ook over het recht om zich uit te spreken over de onafhankelijkheid. 





"Heb je nu nog steeds een abonnement op die krant?"

'Bijna verraad´, foeterde Agustí Columines, directeur van de aan Artur Mas´partij Convergenica gelieerde stichting CAtDem over het ´rode stoplicht´ dat
La Vanguardia de Grote Leider voorhield.
Ramon Garner weet raad!

Gelukkig. Ramon Garner, directeur van de zakelijke denktank CNN, wist raad. De eerste maatregel die de nieuwe Catalaanse regering moet nemen, is het controleren van de media, twitterde Ramon ´We will vote again, we will win again´ Carner dinsdag.  

Wat de CNN-baas betreft worden de publieke media ´opgeschoond´ van dissidenten van de Catalaanse zaak.
 

De ironie wil  dat het Estatuto d´ autonomia voor een referendum een tweederdemeerderheid  eist; negentig zetels van de 135 die er in het Catalaanse parlement te vergeven zijn. De partijen voor zelfbeschikking coûte que coûte (CIU, ERC, CUP en ICV) hebben er samen 87. De Catalaanse socialisten (PSC), goed voor 20 zetels, willen wel een referendum, maar alleen in het zeer onwaarschijnlijke geval dat Madrid daarmee instemt. 

Waarmee niet de critici,  maar het eigen autonomiestatuut op dit moment de grote dwarsligger is op de weg naar onafhankelijkheid.

In Brussel werd vandaag een initiatief gelanceerd voor de erkenning door de EU van het recht op zelfbeschikking voor 'naties zonder staat'. Op de foto vertegenwoordigers uit Catalonië, Schotland, Vlaanderen en Baskenland.

29-11-12

Het fotoalbum van Carlos Ruiz Zafón (11)

'Radio Barcelona zond die ochtend een clandestiene opname uit die een verzamelaar had gemaakt van het magnifieke concert dat Louis Armstrong en zijn band hadden gegeven in het Windsor Palace aan de Diagonal, drie Kerstmissen geleden. Tjdens de reclamepauzes sloofde de omroeper zich uit om de muziek te etiketteren al ljass en hij waarschuwde in één moeite door dat sommige van de uitdagende ritmes mogelijk niet geschikt waren voor het gehoor van de nationale luisteraar, gedrild als die was  in de klanken van de theatrale tonadilla en bolero´s, of die net begon te wennen aan de yé-yé-klanken, die in zwang begonnen te raken op de zenders.'
De gevangene van de hemel, pagina 16



28-11-12

De stad der wonderen (5) - en toen was er licht


´De hele 19de eeuw heeft Barcelona steeds vooropgelopen bij nieuwe ontwikkelingen. In 1818 kwam tussen Barcelona en Reus de eerste postkoetsverbinding van Spanje tot stand. In 1826 werden er op de Patio de la Lonja de eerste gaslantarens geplaatst. In 1836 werd de eerste stoommachine geïnstalleerd, de eerste aanzet tot industriële mechanisatie. De eerste spoorlijn van Spanje werd in 1848 tussen Barcelona en Mataró gelegd. Ook de eerste elektriciteitscentrale van Spanje werd in Barcelona geïnstalleerd, in 1875. De kloof die er in dat opzicht tussen Barcelona en de rest van het schiereiland bestond was gigantisch en de stad maakte dan ook een diepe indruk op mensen.’
Eduardo Mendoza, De stad der wonderen, pagina 19

 En toen was er licht

Las Eléctricas noemden de Barcelonezen ze, de aandelen van de Sociedad Española de Electricidad (SEE). De thermo-elektrische centrale van het bedrijf aan de carrer de Mata in Poble Sec had een capaciteit van 1100 pk; heel veel meer dan elektriciteitscentrale  die dateerde uit 1875, aan de Rambla de Canaletes.  De centrale werkte met vier exemplaren van een door de Belg ZT Gramme uitgevonden dynamo, aangedreven door stoom. Samen waren de dynamo´s  goed voor 800 voltampère. De bescheiden hoeveelheid stroom ging naar een paar werkplaatsen en winkels in de stad.

De electrieke aandelen van de SEE kelderden al snel in waarde. Die eerste thermische centrales vraten brandstof en de geproduceerde stroom was daarom peperduur. De meeste bedrijven hielden zich dan ook bij het veel voordeliger gas. Ook het privégebruik kwam niet van de grond. In 1894, 13 jaar na de start, telde de sociedad het schamele aantal van 130 abonnees. Hetzelfde jaar nog gaf het bedrijf de strijd op. Alle activa werden verkocht aan een nieuwe onderneming, de Compañía Barcelonesa de Electricidad.
BCN rond 1900. Centraal de schoorsteen van de Compañía  Barcelonesa de Electricidad uit 1896.

Een ietwat misleidende naam voor een bedrijf opgericht met Frans (la Societé Lyonnaise des Eaux et de l’Eclairage) en vooral Duits geld (AEG, Deutsche Bank). Maar goed, aan de carrer de Mata kwam een nieuwe en veel grotere centrale, die in juli 1897 actief werd; een jaar eerder dan de centrale van de Central Catalana de Electricidad, een thuisproject van twee Barcelonese gasbedrijven. 


De nieuwe ondernemingen handen de tijd mee. De elektriciteitconsumptie van de stad nam fors toe; van iets meer  dan 1 miljoen kilowattuur in 1900 naar 80 miljoen kilowattuur in 1913.  Dat was vooral te danken aan de trams van de stad, die op stroom overstapte. 


Murw gebeukt
De laatste gaslantaarn van BCN verdween in 1967.
De verlichtingstak, tot rond 1900 de corebusiness, groeide veel langzamer. Elektrische straatlantaarns vond je aan het begin van de eeuw nog nauwelijks in Barcelona – de laatste gaslantaarn verdween overigens pas in 1967. 

In 1905 had minder dan 10 procent van de bewoners van Barcelona een aansluiting op het net

Binnen was het gebruik vooral commercieel. Elektrisch licht maakt mijn zaak een stuk aantrekkelijker, meenden hoteliers, restauranthouders en winkeliers, murw gebeukt ook door de agressieve promotiecampagnes van de stroomproducenten. 

Voor de gemiddelde Barcelonees bleef een huis met gloeilampen een mooie droom. In 1905 had minder dan 10 procent van de bewoners van de stad een aansluiting op het net. Het zou nog dertig jaar duren voordat heel Barcelona aan de stroom zat.

Licht in donkere tijden
 Barcelona nu. Aan licht geen gebrek. Op last van de burgemeester is de kerstverliching in dit  zoveelste crisisjaar zelfs extra uitbundig:




Stad der wonderen
Dit is deel 5 van een reeks -onregelmatige - posts met als vertrekpunt het boek De stad der wonderen (1986). Eduardo Mendoza´s klassieke roman over de schelm Onofre Bouvila speelt zich af  in het Barcelona tussen de wereldtentoonstellingen van 1888 en 1929 (met uitstapjes in de tijd).

27-11-12

De zoete missen van Barcelona

Granja Dulcina
Het waren zware tijden voor christenen in het 9e eeuwse Barshiluna. De mis mocht alleen worden gevierd in de kerk van de Pijnboom en dan alleen heel vroeg in de morgen, voordat de moslims naar de moskee gingen.

Een eind lopen was het ook. De volgelingen van Christus woonden weliswaar vlakbij, in El Raval, maar een kwestie van even de Ramblas oversteken was het niet: de straten rond de kerk waren verboden voor niet-moslims. Slechts via allerlei ellenlange sluipwegen was de kerk van de Pijnboom te bereiken. Geen wonder kortom, dat de voorganger van dienst meestal voor een lege kerk stond te preken.

Deze deprimerende situatie veranderde dankzij de ontdekking die een oude priester deed. Op een goede dag had de propere geestelijke water nodig voor het reinigen van de miskelk. Bij het ophalen van het water uit de kerkput brak het touw van de emmer. Met behulp van haken probeerde de priester de emmer weer te pakken te krijgen. Al snel had hij beet, alleen zat aan zijn haak niet de emmer, maar een kist vol gouden dukaten. De priester was behalve oud en proper ook slim. Onmiddellijk begreep hij wat zijn vangst was: een schat die door christenen verborgen was toen de Arabieren de stad veroverden.


Schatplichtig

Zelden was het woord schatplichtig zo toepasselijk. Vastbesloten het geld van zijn geloofsgenoten nuttig te gebruiken, stapte de priester naar de emir. Wat het kostte om de straat te kopen die van de stadsmuur naar de kerk liep, vroeg de priester. De emir rook geld, veel geld. “Het aantal goudstukken dat nodig is om de straat te bedekken”, luidde het antwoord. De priester schrok. De straat was weliswaar smal - gemiddeld 3,16 meter - , maar met een lengte van 129 meter behoorlijk lang.

Het geluk bleef aan christelijke zijde. De dagen daarna bleek dat de kerkput nog veel meer goud bevatte, genoeg om de straat te bedekken. Op een paar meter na dan, maar die gaf de begerige emir de christenen graag cadeau. In de stadsmuur aan het einde van de straat kwam bovendien een nieuwe poort, waar alleen christenen doorheen mochten. Nu ja, een poort, het was meer een deurtje, een portichuela, zeg maar portitxol of desnoods petritxol. Waarmee de straat gelijk een naam had.


Lodewijk de Vrome

Allemaal onzin natuurlijk. Om een paar dingen te noemen: de Arabieren werden al in 801 door Lodewijk de Vrome Barcelona uitgegooid; bij de Ramblas was in de 9e eeuw nog geen stadsmuur, die werd halverwege de 13e eeuw opgetrokken. En voor een negende-eeuwse kerk gewijd aan de Heilige Maria van de Pijnboom op deze plek ontbreekt ook elk bewijs. Pas een eeuw later werd zo´n kerk gebouwd.

Waarmee nog niet zeker is hoe de carrer de Petritxol dan wel aan zijn naam komt. Sommigen zeggen dat petrixol verwijst naar de pedrís (steen) die ooit aan het begin van de straat lag, om rijtuigen de toegang te versperren; anderen beweren dat pedritxol (met een d) de naam van de familie was die het terrein bezat.  


Historicus Clovis Eimeric op zijn beurt schrijft in zijn boek over de straat dat de naam is verbonden met de Ramblas. Deze was ooit een stroom vol  bochten en hoeken. Daar strandden behalve afval, ook de rode aarde en de pedritxa (kalksteen), meegebracht uit de hoogten van Collserola en de Agudells door de talloze kleinere stroompjes die in de Rambla uitmondden.

Tot slot is er nog een groep die uitgaat van de poorthypothese en dat petrixol een verbastering is van portitxol.

Die poortfunctie zou de straat dan pas in 1465 hebben gekregen. Toen werd het huis dat een van de einden blokkeerde, afgebroken en ontstond de  ´poort´ naar de carrer de Portaferrissa. Daarmee werd de gang naar de ´nieuwe´ Santa Maria del Pi (gebouwd tussen 1319 en 1453) voor de parochianen een stuk gemakkelijker.

Vroege verkeersregels: rustig rijden en korte stops.


Taartenmis

De grote boost voor de zondagse kerkgang kwam echter veel later. In 1840 opende Sala Parés haar deuren in de straat. Dankzij Europa´s eerste kunstgalerie werd de carrer de Petritxol een verplicht nummer op de wandelroute van de Barcelonese bourgeoisie en dus een geliefde vestigingsplaats voor de handel ruikende middenstand. Patisserieën en granjas (´Voor al uw dagverse zuivelwaren!´) had de straat al sinds de Ramblas  populair werd in het Barcelonese leven,  maar nu kwamen er ook boekhandels en winkels voor schilderbenodigdheden. 
Opening van een expositie in Sala Pares, 1905.
Rond het einde van de negentiende eeuw zag het zondagse schema van de Barcelonese gegoede burgerij er ongeveer zo uit:
Om twaalf uur naar de mis in de Santa Maria del Pi. Dan volgt een bezoek aan de Sala Parés voor de nieuwste scheppingen van Casas, Rusiñol en de piepjonge Pablo Picasso. Na een uur of zo kuiert men huiswaarts, richting middagmaal. De tortell (taart) voor het dessert kopen de dames en heren natuurlijk in de carrer de Petritxol.
Sommige kerkgangers deden het andersom: eerst de taart, dan de mis van één uur, die dan ook bekend stond als ´la missa de tortell´.

Barceloooonaaa!
Nog steeds is het prettig kuieren in het ´chocoladestraatje´, sinds 1959 –als eerste straat van Barcelona - uitsluitend toegankelijk voor voetgangers. Links en rechts vertellen majolica´s  en herinneringsplakkaten over de rijke geschiedenis van de straat en zijn mensen, onder wie beroemheden als de sopraan Montserrat Caballé (Barceloooonaaa!), die er een studio had. Francesc Salvà i Campillo (1751-1828), eminent home de ciences en befaamd uitvinder van een elektronische telegraaf, woonde zelfs zijn hele lange leven in de straat.

Die honkvastheid hadden en hebben ongetwijfeld veel meer buurtbewoners. De carrer de Petritxol is typisch zo´n straatje waarvan je zegt: je wordt er geboren en je wilt er nooit meer weg.


 


Orange Monkey tapas-wandeltour
In de carrer de Petritxol vind je pal naast de vroegere woning van Francesc Salvà i Campillo op nummer 11 La Pallaresa, een van de twee granjas - Dulcinea op nummer 2 is de andere – die de carrer de Petritxol nog telt.

26-11-12

Catalonië onafhankelijk verklaren? Voor ERC ooit een fluitje van een cent!

Of de elf zetels verkiezingswinst van Esquerra Republicana de Catalunya  een zelfbeschikkingsreferendum dichterbij brengt  - laat staan de onafhankelijkheid- , dat valt nog te bezien. De partij van Oriol Junqueras heeft wél de nodige ervaring met het uitroepen van een Catalaanse staat.
 
De laatste staat met de naam Catalonië  had een bestaansduur van 10 uur. Op 6 oktober 1934, om acht uur ´s avonds, betrad president Lluis Companys het balkon van het Palau de Generalitat aan het Plaça de Sant Jaume in Barcelona. Daar verklaarde hij met plechtige woorden dat Catalonië voortaan een republiek was. De volgende ochtend om zes uur was alles over. 


Grootvader
Drie jaar eerder, in 1931, waren de Spaanse gemeenteraadsverkiezinen gewonnen door de socialisten en  de republikeinen, sinds eind 1930 samen verenigd in wat de Voorlopige Republikeinse regering werd genoemd.  In Catalonië  was  dat jaar Companys´ partij Esquerra Republicana de Catalunya (ERC) de  grote winnaar. 
14 april 1931: Francesc Macià roept de Catalaanse staat uit
Op 14 april 1931 deed koning Alfons XIII troonsafstand en werd in Madrid de Tweede Spaanse Republiek uitgeroepen. Feest in de Spaanse hoofdstad. Op de Puerta del Sol gingen de mensen uit hun bol. 
Eerder die dag had een euforische Lluís Companys in Barcelona al ‘de Republiek’ uitgeroepen. 

De laatste Catalaanse staat bestond tien uur

ERC-leider Francesc Macià - al op leeftijd en door zijn landgenoten liefkozend l´avi, (grootvader) genoemd -  wist van niks, barstte in woede uit, en proclameerde vervolgens een Catalaanse Republiek als ‘lidstaat van de Iberische federatie’. Een federatie die niet bestond. Onder hevige druk van de voorlopige Republikeinse regering moest Macià de dagen daarna inbinden. Macià mocht president worden van een autonoom regeringsapparaat ( de Generalitat), maar dan wel binnen de Spaanse staat. 

Augustus 1931: demonstratie voor het eigen statuut.
In augustus 1931 volgde een referendum over een eigen Catalaanse ´grondwet´, het Estatut de Autonomia. Maar liefst  562. 691 Catalanen (99 % van de stemgerechtigden - alléén mannen) stemden voor, 3276 stemmers waren tegen. Na veel discussie keurde het Spaanse parlement een verwaterde versie van het statuut goed, op 9 september 1932. Bij de parlementsverkiezingen van dat jaar behaalde de ERC vervolgens twee keer zoveel stemmen als de behoudender LLiga Regionalista. Francesc Macià werd president van Catalonië.

Onstuimig 
De regering-Macià maakte van het Catalaans de officiële taal en voerde de bestedingen in de gezondheidzorg en het onderwijs  fors op. Maar toen overleed eind 1933 opa Macià. Zijn opvolger was de nummer twee van de ERC, de veel jongere en nog veel onstuimiger Lluis Companys. Een van diens eerste maatregelen was de goedkeuring van een wet op teeltcontracten, waardoor pachters meer rechten kregen. Niet alleen de Lliga Regionalista lag dwars, ook het conservatieve Spaanse parlement was tegen. De heren in Madrid verwierpen de wet als zijnde in strijd met de grondwet. Daarmee waren de verhoudingen tussen Companys en Spanje op scherp gezet. 

Ondertekening van het Catalaanse statuut door de Spaanse president Alcalá-Zamora.

De vriendschap was definitief over toen begin 1934 een nieuwe Spaanse regering aantrad. Rechts Spanje had eind 1933 de verkiezingen gewonnen. Winnaar was de anti-republikeine Confederacion de Derechas Autonomas (CEDA) van de jezuïtische advocaat Jose Mariá Gil Robles.  Toch geeft president Alcalá Zamora opdracht aan Alejandro Lerroux, leider van de Partido Republicano Radical (PRR), om een regering te vormen. 

De PPR regeerde met gedoogsteun van de CEDA en elimineerde de hervormingen die de linkse regering  had doorgevoerd;  het katholieke onderwijs keerde terug, landonteigeningen werden herzien en ook het zwaar gereduceerde leger werd in ere hersteld. In oktober 1934 stopte de CEDA haar steun aan de regering van Ricardo Samper, sinds een paar maanden opvolger van Lerroux. Lerroux vormde daarop een nieuwe regering, met daarin drie CEDA-ministers.
 

Dynamiet
De conservatieve wind veroorzaakte een golf van protestacties, waaronder een algemene staking. In Asturië kwamen 40.000 mijnwerkers in opstand. Om de rebelse – en met dynamiet gewapende - mijnwerkers  een lesje te leren, deed de getergde regering een beroep op een jonge generaal die furore had gemaakt in Noord-Africa: Francisco Franco. De toekomstige Caudillo en zijn ´moorse´ legioen deden wat van hen werd verwacht, ten koste van zo´n 1500 doden en 3000 gewonden.
Asturië 1934: de Guardia Civil voert gearresteerde mijnwerkers weg.

Catalaanse staat
“Liberaal, democraat en republikein, Catalonië kan zichzelf niet afzijdig houden van de protesten die het land overspoelen", sprak Lluis Companys op 6 oktober 1934 vanaf het balkon van het generalitatspaleis.  "In naam van het volk en het parlement, de regering waarvan ik president ben, neemt alle bevoegdheden over die verbonden zijn met de macht in Catalonië, en verklaart de Catalaanse staat binnen de Federale Republiek Spanje.”


Het Plaça d'Àngel, 6 oktober 1934.

 De centrale regering in Madrid reageerde met het uitroepen van de staat van beleg. Troepen onder leiding van generaal Batet bezetten Barcelona en beschoten overheidsgebouwen. Companys, die had geweigerd de steeds machtiger en talrijkere anarchisten van Barcelona te bewapenen, had slechts de beschikking over een groepje Catalaanse paramilitairen, de Escamots.

Achter de tralies: Lluis Companys (3de van links) en zijn kompanen, 7 oktober 1934.
De volgende ochtend om zes uur was de ongelijke strijd gestreden. Companys werd gearresteerd en veroordeeld tot 30 jaar opsluiting in de gevangenis El Puerto de Santa Maria, in het verre Cádiz. 
Op 16 februari 1936 kreeg hij amnestie, nadat de Spaanse verkiezingen waren gewonnen door het Front Popular, een coalitie waarvan ook het ERC deel was. Opnieuw werd Lluis Companys president van Catalonië. 

1 maart 1936: Lluis Companys is terug in Barcelona.
Kort daarna begon de burgeroorlog.























De hierboven beschreven gebeurtenissen in beeld:
 

25-11-12

Catalonië kiest (2): van Mas naar minder

Artur Mas gaat op dit moment (21.00 uur) van 62 naar 48 zetels.  Uitgekakt?

De stad der wonderen (4) - sterven voor een spoorlijn


´De hele 19de eeuw heeft Barcelona steeds vooropgelopen bij nieuwe ontwikkelingen. In 1818 kwam tussen Barcelona en Reus de eerste postkoetsverbinding van Spanje tot stand. In 1826 werden er op de Patio de la Lonja de eerste gaslantarens geplaatst. In 1836 werd de eerste stoommachine geïnstalleerd, de eerste aanzet tot industriële mechanisatie. De eerste spoorlijn van Spanje werd in 1848 tussen Barcelona en Mataró gelegd. Ook de eerste elektriciteitscentrale van Spanje werd in Barcelona geïnstalleerd, in 1875. De kloof die er in dat opzicht tussen Barcelona en de rest van het schiereiland bestond was gigantisch en de stad maakte dan ook een diepe indruk op mensen.’
Eduardo Mendoza, De stad der wonderen, pagina 19

Sterven voor een spoorlijn 

 Initiatiefnemer van de spoorlijn Barcelona-Mataró was de zakenman Miquel Biada i Bunyol (1789-1848). Geboren in Mataró, maakte Biada fortuin in Venezuela en Cuba. In 1840 keerde hij voorgoed terug naar zijn geboorteplaats De legende wil dat Biada op een dag met de postkoets naar Barcelona wilde reizen, een afstand van 30 kilometer. Helaas, de koets zat tjokvol. Waarop de boze ondernemer ter plekke  besloot alles op alles te zetten voor een spoorlijn tussen beide steden


Vertrek uit Barcelona vanaf het oude station aan de rand van Barceloneta.  Op de achtergrond de Ciutadella, waar nu Parc de la Ciutadella is.

In werkelijkheid bracht Biada zijn Catalaanse spoorplannen mee uit het verre Amerika. Daar was hij al vroeg overtuigd geraakt van de mogelijkheden van de trein voor Catalonië.  In 1837 was hij op Cuba betrokken bij de constructie van de eerste lokale spoorlijn, die tussen Havana en Bejucal – uiteraard gefinancierd met geld van moederland Spanje.




Wat goed was voor de verre kolonie Cuba, was dat kennelijk niet voor Catalonië.  De lijn Barcelona-Mataró moest voor de helft worden betaald met Engels geld. En op 28 oktober 1848, bij wat toch de inhuldiging was van de eerste spoorlijn op het Spaanse vasteland schitterde de Spaanse koningin Isabel II door afwezigheid. 

 Bij de inhuldiging van de eerste spoorlijn op het Spaanse vasteland,schitterde de Spaanse koningin Isabel II door afwezigheid

Miquel Biada zelf ontbrak ook bij de doop van ´zijn´ spoorlijn. Een maand eerder was hij overleden aan de gevolgen van een longontsteking, opgelopen tijdens het nachtelijke wachtlopen bij de nog onvoltooide lijn, die regelmatig doelwit was van vandalen;  ook in Catalonië zelf geloofden sommigen niet in de vooruitgang.



Stad der wonderen
Dit is deel 4 van een reeks -onregelmatige - posts met als vertrekpunt het boek De stad der wonderen (1986). Eduardo Mendoza´s klassieke roman over de schelm Onofre Bouvila speelt zich af in het Barcelona tussen de wereldtentoonstellingen van 1888 en 1929 (met uitstapjes in de tijd).



24-11-12

De stad der wonderen (3) - bang voor stoom

 

´De hele 19de eeuw heeft Barcelona steeds vooropgelopen bij nieuwe ontwikkelingen. In 1818 kwam tussen Barcelona en Reus de eerste postkoetsverbinding van Spanje tot stand. In 1826 werden er op de Patio de la Lonja de eerste gaslantarens geplaatst. In 1836 werd de eerste stoommachine geïnstalleerd, de eerste aanzet tot industriële mechanisatie. De eerste spoorlijn van Spanje werd in 1848 tussen Barcelona en Mataró gelegd. Ook de eerste elektriciteitscentrale van Spanje werd in Barcelona geïnstalleerd, in 1875. De kloof die er in dat opzicht tussen Barcelona en de rest van het schiereiland bestond was gigantisch en de stad maakte dan ook een diepe indruk op mensen.’
Eduardo Mendoza, De stad der wonderen, pagina 19

Bang voor stoom

De Spaanse industriële revolutie begon met La Bonaplata.  Deze textielfabriek in de Carrer de Tallers in El Raval was de eerste fabriek die met stoommachines werkte. Om die reden werd het bedrijf Vapor Bonaplanta genoemd of simpelweg El Vapor, De Stoom. 

Vier Luddites werden later opgepakt, en ter dood veroordeeld wegens sabotage
De fabriek zelf bestond overigens maar kortstondig. Gevestigd in 1832, was het bedrijf eind november 1833 (sorry, meneer Mendoza) volledig operationeel. Nog een twee jaar later was het alweer over. In de nacht van 5 op 6 augustus 1835 stichtten lokale Luddite-arbeiders, beducht voor hun banen, brand in El Vapor. De schade bedroeg 136.000 duros en betekende het einde van de fabriek. Vier Luddites werden later opgepakt, en ter dood veroordeeld wegens sabotage.



Stad der wonderen
Deel 3 van een reeks -onregelmatige - posts met als vertrekpunt het boek De stad der wonderen (1986). Eduardo Mendoza´s klassieke roman over de schelm Onofre Bouvila speelt zich af in het Barcelona tussen de wereldtentoonstellingen van 1888 en 1929 (met uitstapjes in de tijd).




23-11-12

De stad der wonderen (2) - tekenlessen met gaslicht

´De hele 19de eeuw heeft Barcelona steeds vooropgelopen bij nieuwe ontwikkelingen. In 1818 kwam tussen Barcelona en Reus de eerste postkoetsverbinding van Spanje tot stand. In 1826 werden er op de Patio de la Lonja de eerste gaslantarens geplaatst. In 1836 werd de eerste stoommachine geïnstalleerd, de eerste aanzet tot industriële mechanisatie. De eerste spoorlijn van Spanje werd in 1848 tussen Barcelona en Mataró gelegd. Ook de eerste elektriciteitscentrale van Spanje werd in Barcelona geïnstalleerd, in 1875. De kloof die er in dat opzicht tussen Barcelona en de rest van het schiereiland bestond was gigantisch en de stad maakte dan ook een diepe indruk op mensen.’
Eduardo Mendoza, De stad der wonderen, pagina 19

Tekenlessen met gaslicht

Op 24 juni 1826 werd op de binnenplaats van de Llotja, de oude handelsbeurs aan de Passeig de Colom, de eerste gaslantaarn ontstoken. Het verhaal gaat dat gaslampen vanaf toen ook gebruikt werden voor de tekenlessen van de Escola de Nobles Arts (School voor Schone Kunsten), gevestigd op de 2e  verdieping van het 14-eeuwse gebouw.  Plotsklaps waren de maandelijkse open dagen van de school razend populair onder de nieuwsgierige Barcelonezen, zij het niet vanwege de artistieke prestaties van de leerlingen…

De open dagen van de school waren razend populair onder de nieuwsgierige Barcelonezen, zij het niet vanwege de artistieke prestaties van de leerlingen

De Llotja aan de Passeig de Colom. Jaar onbekend.





Stad der wonderen
Deel 2 van een reeks -onregelmatige - posts met als vertrekpunt het boek De stad der wonderen (1986). Eduardo Mendoza´s klassieke roman over de schelm Onofre Bouvila speelt zich af in het Barcelona tussen de wereldtentoonstellingen van 1888 en 1929 (met uitstapjes in de tijd).



22-11-12

De stad der wonderen (1) - 100 kilometer in 11,5 uur

´De hele 19de eeuw heeft Barcelona steeds vooropgelopen bij nieuwe ontwikkelingen. In 1818 kwam tussen Barcelona en Reus de eerste postkoetsverbinding van Spanje tot stand. In 1826 werden er op de Patio de la Lonja de eerste gaslantarens geplaatst. In 1836 werd de eerste stoommachine geïnstalleerd, de eerste aanzet tot industriële mechanisatie. De eerste spoorlijn van Spanje werd in 1848 tussen Barcelona en Mataró gelegd. Ook de eerste elektriciteitscentrale van Spanje werd in Barcelona geïnstalleerd, in 1875. De kloof die er in dat opzicht tussen Barcelona en de rest van het schiereiland bestond was gigantisch en de stad maakte dan ook een diepe indruk op mensen.’
Eduardo Mendoza, De stad der wonderen, pagina 19

Honderd kilometer in 11,5 uur

Postkoets op het Plaça Sant Jaume in Barcelona.
De eerste proefrit voor een postkoetsverbinding tussen Spaanse steden vond plaats op 1 maart 1816. Het idee kwam van Josep Brunet, inwoner van Reus, toen Catalonië´s tweede  stad. Brunet kreeg een aantal lokale ondernemers zover geld te steken in de onderneming. 

 De reis naar Barcelona, een afstand van zo´n 100 kilometer, duurde 11,5 uur


Enkeltje postkoets, 1864




De reis naar Barcelona, een afstand van zo´n 100 kilometer, duurde 11,5 uur, maar werd toch als een succes gezien. Korte tijd later (en niet pas in 1818, zoals Eduardo Mendoza meent) was de dagelijkse postkoetsdienst Reus-Barcelona een feit.









Stad der wonderen
Dit is de eerste in een reeks -onregelmatige - posts met als vertrekpunt het boek De stad der wonderen (1986). Eduardo Mendoza´s klassieke roman over de schelm Onofre Bouvila speelt zich af in het Barcelona tussen de wereldtentoonstellingen van 1888 en 1929 (met uitstapjes in de tijd).


21-11-12

Het fotoalbum van Carlos Ruiz Zafón (10)

'Mijn terugkeer in het land der levenden vierde ik door mijn eerbied jegens een van de meest invloedrijke tempels van de stad te tonen: het hoofdkantoor van de Banco Hispano Colonial in de calle Fontanella.'
Het spel van de engel, pagina 167

20-11-12

Het fotoalbum van Carlos Ruiz Zafón (9)

'Clara vond het heerlijk om ergens  te gaan zitten en naar het gemompel van de mensen in de kloostergalerij te luisteren en de echo's te raden van de voetstappen in de stenen steegjes. Ze vroeg me haar de gevels te beschrijven, de mensen, de auto's, de winkels, de straatlantaarns en de etalages die we onderweg passeerden. Vaak nam ze me bij de arm  en dan  leidde  ik haar door onze eigen privé-Barcelona, een dat alleen zij en ik konden zien. Altijd eindigden we in een bar in Calle Petritxol, waar we een portie slagroom  deelden of  een hete chocola met lange vingers.'
 De schaduw van de wind,  pagina 50

19-11-12

Het fotoalbum van Carlos Ruiz Zafón (8)

´Fermin bracht zeven dagen ijlend dooor in de hut. Er was geen vochtige doek die de koorts deed dalen; er was geen zalf tegen het kwaad dat, zeiden de oude vrouwen, hem van binnen opvrat. De vrouwen van Somorrostro, die om beurten voor hem zorgden en hem versterkende tonicums toedienden in de hoop hem in leven te houden, zeiden dat de vreemdeling een demon in zich droeg, de demon van de wroeging, en dat zijn ziel naar het einde van de tunnel wilde vluchten en wilde rusten in de leegte van het zwart.'
De gevangene van de hemel, pagina 168

18-11-12

Het fotoalbum van Carlos Ruiz Zafón (7)

'In die tijd was Irene Sabino een van de populairste actrices van de Paralelo. Ze was een schoonheid, dat zal ik niet ontkennnen, maar volgens mij kon ze nog niet tot tien tellen.'
Het spel van de engel, pagina 299

17-11-12

Het fotoalbum van Carlos Ruiz Zafón (6)

'Ik zwierf meer dan een uur door de straten tot ik bij de voet van het standbeeld van Columbus aankwam. Ik stak over naar de havenkades en ging zitten op de traptreden die in het donkere water zonken bij de pier van de motorboten'
De schaduw van de wind, pagina 61

15-11-12

Het fotoalbum van Carlos Ruiz Zafón (5)

'Bij Calle Arco de Teatro aangekomen sloegen we de weg in naar de wijk Raval, onder een boog waarvan de contouren zich door de blauwe mist aftekenden. Ik volgde mijn vader door die nauwe straat, meer litteken dan straat, tot het schijnsel van de Ramblas zich achter onze ruggen verloor.'
De schaduw van de wind, pagina 10

14-11-12

Één dagje het werk neerleggen? Barcelona 1919, dat was pas een staking!







La Canadenca begin jaren twintig.  Rechts Cafè Apolo.


Meer dan veertig dagen duurde in 1919 de staking in Barcelona. In die periode lag 70 procent van de Catalaanse industrie geruime tijd plat en waren grote delen van de stad verstoken van elektriciteit en openbaar vervoer. Het uiteindelijke resultaat van de staking was de invoering door Spanje – als eerste Europese land - van de achturige werkdag.
Het resultaat van de staking was de invoering door Spanje van de achturige werkdag

Ooggetuigen van het allereerste moment waren de drie gigantische schoorstenen van elektriciteitsbedrijf La Canadenca aan de Paral·lel. In de kantoorruimte onder de schoorstenen ontsloeg het management van de fabriek begin februari 1919 acht leden van de administratie, vanwege hun betrokkenheid bij een door de directie ongewenste vakbond.


Rebellen

De Guardia Civil in actie bij La Canadenca
Uit protest gaan de overige 140 kantoorklerken in staking. De directie reageert door ook deze rebellen op straat te zetten. Dan is het personeel weer aan zet. Op 8 februari gaat het bedrijf plat. Vervolgens verspreidt de staking zich als de spreekwoordelijke olievlek over de stad, onder regie van de Confederación Nacional del Trabajo (CNT, de machtige anarchosyndicalistische vakbond).

Twee weken later doet al 80 procent  van de duizenden textielarbeiders in de stad aan de staking mee. Uit solidariteit met de Canadenca-collega's, maar ook om eigen wensen: erkenning van hun vakbond en een achturige werkdag. Op 21 februari roept de energiesector een algemene staking uit. Uiteindelijk leggen meer dan honderdduizend mensen het werk neer.

Het Plaça de Catalunya aan het begin van de staking.
Stakende arbeiders halen een tram van de rails.

Rode censuur
In Barcelona en omgeving wordt het donker en koud. In Madrid stijgt de woede van de Spaanse premier Alvaro Figueroa tot grote hoogten. Milans del Bosch, kapitein-generaal van Barcelona, krijg opdracht voor tegenacties.
Soldaten nemen de plaatsen van de stakende arbeiders in en proberen de stroomvoorziening weer op gang te krijgen. Op 9 maart roept Milans de Bosch de staat van beleg uit. De meeste vakbondsleiders en meer dan drieduizend stakers verdwijnen achter de tralies van het kasteel op de berg Montjuïc.


 
De Guardia Civil bewaakt de Boqueria-markt. (foto: ANC-ECSA)

De overige stakers wordt gesommeerd terug te keren naar hun werkplek en zich te melden bij het leger. Niemand reageert, áls men al op de hoogte is van deze ´dubbele mobilisatie´: kranten geleid door CNT-leden hanteren ´rode censuur — ze weigeren informatie af te drukken die het moreel van de stakers zou kunnen ondermijnen.


Paniek



CNT-leiders. Tweede van links Salvador Segui, de Suikerjongen
Wat wel zakt is het moreel van de autoriteiten. De staat van beleg verandert rap in een toestand van paniek. Op 15 maart beginnen de onderhandelingen van regering en vertegenwoordigers van La Canadenca met de CNT. De vakbondsdelegatie staat onder leiding van Salvador Segui, vanwege zijn overmatige suikerconsumptie beter bekend als el Noi de Sucre,  de Suikerjongen. Twee dagen later al is er een principe-akkoord. Daarin is vastgelegd dat de gevangen arbeiders worden vrijgelaten; hun stakende collega's kunnen weer aan het werk, zonder represailles, met uitbetaling van de helft van het loon van de stakingsdagen; de achturige werkdag wordt landelijk ingevoerd. To slot zal na het definitieve akkoord de staat van beleg worden opgeheven.

De CNT legt de afspraken voor aan zijn achterban. Op de bijeenkomst in de stierenvechterarena Les Arenes komen meer dan twintigduizend mensen af. De menigte ontvangt CNT-onderhandelaar El Noi del Sucre met boegeroep, omdat er op dat moment nog steeds colllega´s gevangen zitten. Toch volgt instemming met het akkoord. De regering krijgt 72 uur om de gevangen arbeiders vrij te laten.


Opnieuw staken
De autoriteiten komen vervolgens alle afspraken na, op één na: 79 van de gevangen arbeiders moeten in het cel blijven, omdat hun proces al begonnen is. Daarop organiseert de CNT opnieuw een algemene staking, die begint op 24 maart. De volgende dag wordt de staat van beleg weer afgekondigd en bezetten achtduizend paramilitairen de stad. 


Tijdens de gewelddadigheden in de dagen daarna wordt CNT-secretaris Miguel Burgos op 31 maart doodgeschoten door de politie. Op 1 april gaven de stakers hun verzet op. Kort daarna keerden tienduizenden terug naar hun fabrieken en kantoren én een achturige werkdag.

In 2011 werkte een Spanjaard 1690 uur, ruim meer dan de hardwerkende Duitsers (1413 uur) en Hollanders (1379 uur). Voor wie het nog niet wist: de staking van vandaag had andere redenen…  




Paral·lel 1894-1939

Het CCCB in Barcelona heeft op dit moment een fascinerende tentoonstelling over de geschiedenis van Paral·lel tot de Franco-tijd. De straat was in de eerste decennia van de vorige eeuw het bruisende hart van het meer volkse nachtleven van de stad en de plaats voor theatergenres als musical, vaudeville en melodrama´s. Tegelijkertijd was de avenue het episch centrum van de sociale bewegingen uit die tijd. Republikeinen, anarchisten en socialisten hielden overdag hun bijeenkomsten in dezelfde theaters waar ´s avonds de Barcelonezen zich vermaakten.

Wandelroutes
Op de CCCB website kun je drie Engelstalige wandelroutes langs de Paral.lel downloaden. Je kunt kiezen uit drie thema´s: Political, Urban Design en Theaters. De routes duren 30 tot 50 minuten.
'Paral·lel 1894-1939´. CCCB, Carrer de Montalegre 5 (Metro: Universitat of Plaça Catalunya). Nog t/m 24 februari 2012.




13-11-12

Het fotoalbum van Carlos Ruiz Zafón (4)

‘De Calle de la Lleona, bij de bewoners beter bekend onder de naam dels Tres Llits, ´de drie Bedden´, vanwege het aldaar gevestigde beruchte bordeel, was een steegje dat bijna net zo duister was als zijn reputatie. Het begon bij de beschaduwde bogen van het plaza Reial en groeide zonder zonlicht uit tot een vochtige barst tussen oude, op elkaar gepropte huizen, verbonden door een eeuwig net van opgehangen wasgoed. Van de vervallen gevels bladerde het oker af en over het plaveisel van steenplaten had in de gewelddadige jaren van de anarchistische opstanden veel bloed gevloeid.’
Het spel van de engel, pagina 326

12-11-12

Catalonië kiest (1) - Spanjaarden zijn gek op Catalanen...


...vindt/zegt de Partido Popular (PP)  van de Spaanse premier Rajoy - fel gekant tegen een onafhankelijk Catalonië. De Catalaanse afdeling van de PP lanceerde vandaag een (Spaanstalige) verkiezingsvideo vol rommelige cijfertjes en feitjes 

Enkele hoogtepunten:
  • In Catalonië wonen 1.500.000 Spanjaarden die ergens anders zijn geboren. Spanjaarden? Dus een echte Catalaan is in Catalonië geboren, volgens de PP. 
  • 400.000 Catalanen wonen buiten Catalonië. In Spanje nemen we aan. Kennelijk geldt voor de PP: eens een Catalaan, altijd een Catalaan, waar je ook woont.
    4.200.000 toeristen uit heel Spanje bezoeken jaarlijks Catalonië. En daarvan komen er precies 827.834 uit de Madrid, weet de PP. En dat dus elk jaar weer, hoe is het mogelijk! 
  • Bijna 6 miljoen mensen reizen jaarlijks per hogesnelheidslijn of met het vliegtuig van Madrid en Barcelona. Het is alsof zich de bevolking van Madrid zich elke 6 maanden en masse naar Barcelona verplaatst, juicht het filmpje. Zes miljoen verschillende mensen? Of tellen alle recidivisten ook mee? En dan: wat doen al die mensen in Barcelona? Hun liefde voor de stad betuigen?
  • Van iedere 10 Catalanen hebben er 7 een moeder of vader die geen Catalaan is.´ Welke nationaliteit die arme ouders dan wel hebben, vertelt de PP-video niet
  •  De sport dan, uiteraard. Een staaltje van logisch denken is het volgende tweeluik: Spanje was wereldkampioen dankzij de Catalaanse sporters / Catalonië was wereldkampioen omdat Spanje wereldkampioen was . Bovendien stelt de PP: Barça heeft meer culés buiten dan binnen Catalonië. 5,5 miljoen fans in heel Spanje (dus inclusief Catalonië?), zien we nog net. Niet echt opmerkelijk, voor de op één na populairste club ter wereld, met – laten wij ook eens een cijfer noemen - 270 miljoen fans (cijfer 2011, onderzoeksbureau Sport + Markt)
 De video eindigt met: In de PP weten we dat de Spanjaarden van Catalonië houden. Wil je meer bewijzen?
 Uh, ja, graag!
 
Juntos Sumamos. Juntos sumen, luidt de tweetalige slogan van de Catalaanse PP. Vrij vertaald: samen staan we sterker, maar een letterlijke weergave is: samen tellen we meer.  Waarvan akte.


11-11-12

De geheimen van de Santa María del Mar (2)


Niet alleen Maria, ook de stenen van haar kathedraal hebben hun geheimen. Soms moet je heel goed kijken, pas dan vertellen ze hun verhaal. Vlakbij het Plaça de Santa María, aan de kant van de Carrer del Sombreres, ontdek je dan in de kathedraalmuur op ongeveer één meter hoogte een paar stenen met de vage contouren van wapenschilden. Ooit waren dat ´Gereserveerd´ bordjes; voor de paarden van de edelen die in de kathedraal ter kerke gingen.


Eenmaal binnen moeten de edele blikken tijdens saaie en grijze missen regelmatig omhoog zijn gedwaald, naar de zo veel kleuriger gebrandschilderde ramen. Dat waren meestal andere vensters dan nu, als gevolg van grote en kleine rampen die de Santa María in de loop van de tijd troffen. Zo sneuvelden de ramen van de rechtervleugel door de grote brand van 1936, aan het begin van de Spaanse Burgeroorlog.

 

 

FC Barcelona

De huidige ramen van de kathedraal zijn een bont allegaartje van religieuze en niet zo religieuze snit. Zelfs het wapen van de FC Barcelona ontbreekt niet - al is de club voor de gemiddelde culé (Barça-supporter) natuurlijk heiliger dan María of welke santa dan ook.


Nee, écht heiligschennis is, vinden de Catalanen, de aanwezigheid van Filips V in de kerk. De Frans-Spaanse koning die op 11 september 1714 de stad innam en daarbij duizenden Catalanen doodde. Wat het nog erger maakt, is de locatie van het raam waarop Filips prijkt. Dat bevindt zich in de rechtervleugel, en wel pal tegenover de Fossar de Les Moreres. De plek dus, waar ooit veel van de `martelaren van 1714´ begraven lagen en tegenwoordig hét monument voor La Diada, zoals 11 september in Catalonië wordt genoemd.



Lesje geschiedenis

De zeer Catalaanse krant Avui onderzocht in 2009 de macabere aanwezigheid van Filips in de Santa María del Mar, na een tip van een verbaasde bezoeker van de kathedraal. 

De speurtocht leverde alleen vragen op. Is het raam uit de jaren zestig en daarmee een lesje geschiedenis van het Franco-regime? Of dateert het pas, zoals sommige deskundigen menen, uit 1990, toen de Santa María de tot nu toe laatste grote restauratie onderging? En vóór de burgeroorlog? Was de kop van die vermaledijde Filips toen ook al in ´onze´ kathedraal te zien?


De vorst zelf doet er het zwijgen toe. Naast hem buigt echtgenote Maria Louise bevallig heur hoofdje. Haar man kijkt wat wazig voor zich uit, de rug stug gekeerd naar de Fossar de les Moreres.

.