29-10-12

De Begraafplaats van de Veroordeelden

Het moet een vreemd gezicht geweest zijn, het schouwspel dat zich jaarlijks een paar dagen voor Allerheiligen afspeelde bij de galgen van Barcelona. Het Broederschap van de Maagd van de Hopelozen verwijderden daar de rottende en vaak door aaseters aangevreten lichamen van de gehangenen. 

De broeders kregen
aan het begin van de 15e eeuw van de autoriteiten toestemming voor hun nobele arbeid. Voordien hingen de lijken van de gehangenen soms jarenlang aan een van de vijf galgen van de stad, als afschrikwekkend voorbeeld voor aspirant-misdadigers.  Dat wat er daarna nog restte, werd gedumpt in een graf aan de voet van de galg.

Vanaf de 15 eeuw ging dat dus anders. De broeders begroeven de gehangenen in een aparte hoek van de begraafplaats van de kathedraal, die om die reden ook bekend stond als de Begraafplaats van de Veroordeelden. En zo vonden de misdadigers hun laatste rustplaats vlak naast eerbiedwaardige gildeleden, wier altaren en kapellen nog steeds te bewonderen zijn in de kathedraal.


Pestepidemie
De kerkhoven zijn sinds lang verdwenen uit de oude binnenstad van Barcelona. Al in 1787 verbood de Spaanse koning Karel III bij koninklijk besluit het begraven van de doden in zowel binnen de kerken als daar buiten, op de hoven.

Directe aanleiding was de pestepidemie die Spanje een paar eerder, in 1781, had geteisterd en waarvan een begraafplaats in de Baskische provincie Guipúzcoa de bron zou zijn. In Barcelona werden vooral de kerkhoven van de Santa Maria del Mar (de Fossar de les Morreres) en die van de Santa Maria del Pi als ziektebronnen aangewezen.

Nu had Barcelona al sinds 1775 een begraafplaats ver buiten de ommuurde stad, in de nieuwe industriewijk Poblenou. Toch namen vooral veel edelen, rijke burgers en ook geestelijken het niet zo nauw met het Koninklijke verbod. Liever knus begraven in mijn ´eigen´ kerk, dan in zo´n ver buitengewest als Poble Nou, luidde het parool. Vandaar dat je in Barcelonese kerken nog talloze grafstenen aantreft van ver na 1787.

De kerkhoven echter, hadden hun langste tijd gehad, al had dat meer te maken met ruimtegebrek dan met angst voor enge ziektes. Begin negentiende eeuw stikte Barcelona bijna letterlijk binnen haar middeleeuwse muren. Om wat lucht te krijgen, werd in 1821 begonnen met het omtoveren van de kerkhoven in openbare pleinen. De doden werden opgegraven en overgebracht naar hun nieuwe laatste rustplaatsen, buiten de stadsmuren. 


 
De Schaduw van de Wind
En zo is het tot nu. Over een paar dagen is het Allerzielen en bezoeken de Barcelonezen de begraafplaatsen van onder meer Poblenou en de Montjuïc. Daar leggen ze bloemen op de graven van overleden geliefden en poetsen ze de stenen schoon.


U als toerist zwerft die dag mogelijk liever door de oude binnenstad. Misschien wel bezoekt u het Plaça Sant Felip Neri. Voor een blik op de kerk waar Gaudí elke avond ging bidden. Of om met eigen ogen het huis te zien van de mysterieuze Nuria, een van de hoofdfiguren uit Carlos Ruiz Zafóns De Schaduw van de Wind. Maar ach, sta dan ook even stil bij degenen die daar, pal onder u, ooit begraven lagen. Op de Begraafplaats van de Veroordeelden.

23-10-12

Barça-Celtic: 0-1




Scottish Kilt on Catalan Rambla.


De wedstrijd moet nog gespeeld worden maar op dit moment is de stand van de wedstrijd Barcelona-Celtic Glasgow 0-1.

 Voor een dag overheerste niet de rode strepen van de senyera en de estelada in de Catalaanse hoofdstad, maar de groene van Celtic Football Club. De Celtic aanhang nam vandaag zonder moeite het centrum van Barcelona in.  Catalaanse instituten als Café Zurich op het Plaça de Catalunya waren groen-wit. Zelfs de Catalaanse president Francesc Macià kreeg een kleurtje. Sommige Barça en Celtic supporters namen vast een gezamenlijk voorschot op de komende onafhankelijkhheid  van beide thuislanden.  Niettemin kampen sommige high-en lowlanders overduidelijk met identiteitscrisis, getuige de opvallende aanwezigheid van de Ierse vlag. Of was het die van Ivoorkust?






Irishman in Scotland

Schot of Catalaan, de onafhankelijkheid willen we allemaal!
Brothers in arms.



Francesc Macià met Schotse shawl. De estelada kijkt toeop de achtergrond.

17-10-12

Casa Battló komt tot leven

Aan de Passeig de Gràcia stond op nummer 43 ooit een huis. Antoni Gaudí verbouwde het tussen 1904 en 1906 voor de textielmagnaat Josep Battló en herschiep het pand tot een orgie van kleur en beweging. 

Casa Battló is sinds 1994 eigendom van de familie Bernat, bekend van de Chupa Chups lollies. In 2002 werd het ter ere van Gaudí´s 150ste geboortedag opengesteld voor het publiek. Aanvankelijk was het de bedoeling dat dit tijdelijk zou zijn, maar gedwongen door bedrijfsverliezen zagen de Bernats zich genoodzaakt het huis tot een extra bron van inkomsten te maken.

De afgelopen tien jaar trok Casa Battló 4,5 miljoen betalende bezoekers. Reden voor wat feestjes. Deze zomer waren dat een aantal magische nachten in het pand, dit weekend gaat het om de buitengevel. Daarop wordt een zestal keren een mapping geprojecteerd: een spectaculaire 3-D show, die inspeelt op de vele theorieën die de ronde doen over Gaudí´s vreemdsoortige schepping.



Sant Jordi

Zo menen sommigen dat het huis Gaudí´s eigen versie is van het verhaal van Sant Jordi. Het dak is dan de draak, de balkons op de bovenverdiepingen diens slachtoffers. De balkons van de benedenverdiepingen zouden delen van het skelet uitbeelden en het torentje op het dak het zwaard van Sant Jordi.

Een andere hypothese is dat het gebouw een verbeelding is van het carnaval. Het dak zou dan de hoed van een harlekijn zijn en de balkons traditionele Venetiaanse carnavalsmaskers. De kleurige glas- en keramiekfragmenten stellen binnen deze theorie confetti voor.


Dit weekend ontwaakt de draak en barst het carnaval los. Casa Battló wordt wakker!


El despertar de la Casa Batlló. Zaterdag 20 oktober en zondag 21 oktober om 21.00, 21.30 en 22.00 uur.


(Update) En zo zag het eruit:

12-10-12

De geheimen van de Santa Maria del Mar (1)


Arme Maagd Maria. Ze staat er, in al haar onschuld, wat eenzaam bij, daar boven de absisdeur van de Santa Maria del Mar. De meeste toeristen lopen haar na een bezoek aan de Kathedraal van de Zee straal voorbij, in gedachten al bij de carrer de Montcada. Eenmaal in het befaamde straatje schuiven ze aan bij de meestal lange rij wachtenden voor het Picasso-museum.

Maria buigt haar linkerheup bevallig, haar blik gaat richting carrer de Montcada. Het is alsof ze maar wat graag ook eens een kijkje zou willen nemen in het straatje. Niet vanwege Pablo P. en zijn moderne kunsten, maar om historische redenen. In de carrer de Montcada woonden in Middeleeuwen immers de allerrijksten van Barcelona. Het was vooral dankzij hun geld dat in de 14de eeuw Maria´s kathedraal kon worden gebouwd.


Op sterven na dood 
Er is nóg een verklaring voor Maria´s lichaamshouding. Een geschiedenis die zich afspeelt in een niet nader te duiden jaar:

Het liep tegen het einde van de dag. De avondklok had nog niet geklonken toen vlakbij de Santa Maria del Mar, in de carrer de Flassaders (de straat van de dekenmakers), twee dieven het huis van een oude vrek binnendrongen. Gealarmeerd door het geschreeuw van de grijsaard nam een jonge dekenmaker poolshoogte. In het huis trof hij de oude man op de vloer, badend in het bloed en op sterven na dood.

In paniek rende de jongeling naar zijn eigen huis verderop in de straat en dook daar onder de eigenhandig gemaakte dekens. Wel liet hij het licht branden.
Dat laatste zou hem noodlottig worden.

Kort nadat de dekenmaker het hazenpad had gekozen, arriveerde de nachtwacht bij het huis van de nu morsdode vrek. In de bloedplas rond het lijk vond de nachtwacht een paar draden wol. Eenmaal weer buiten op straat zag hij in slechts één huis nog licht. De wakkere Sherlock wist genoeg…


Onschuldig 
De gevangenis stond vlakbij het Plaça de l´Àngel, de galg op het Pla del Palau. De hele weg naar de executieplaats schreeuwde de jongen dekenmaker zijn onschuld uit. In de carrer de Montcada was er eindelijk één iemand die naar hem luisterde: Maria. Vanaf haar hoge standplaats draaide ze zich richting carrer Montcada en keek indringend maar vooral liefdevol op de veroordeelde neer.
Voor het verzamelde volk was er geen twijfel: de jongen was onschuldig. En dus werd hij vrijgelaten.

Iets te gemakkelijk om waar te zijn, deze ingreep van Maria? Er bestaat ook nog een tikkeltje andere versie van het verhaal. Die zegt dat op het moment dat Maria haar verlossende blik wierp de boeien van de jongen braken.

Maria zelf kan geen uitsluitsel geven over wat er nu werkelijk is voorgevallen. In 1936 sneuvelde ze tijdens de Spaanse Burgeroorlog, precies 230 jaar oud. Op haar plaats staat sinds 1939 een dubbelgangster, gemaakt door de beeldhouwer Frederic Ma
rès. En deze dame weet natuurlijk van niets. De onschuld zelve.


De kopie van het Mariabeeld, gemaakt door Frederic Marès in 1939. De Duitse beeldhouwer Conrad Rudolf maakte in 1706 het origineel. Het beeld stond oorspronkelijk op een obelisk aan de Passeig del Born. De obelisk werd vernietigd bij de inname van Barcelona in 1714 door Filips V, waarna het beeld verhuisde naar de absisdeur van de Santa Maria del Mar. In 1936, aan het begin van de Spaanse Burgeroorlog, werd het door anarchisten vernietigd.




09-10-12

Catalaanse politie uit de kleren


Voor de tweede keer binnen een week opvallend nieuws over de Catalaanse politie. Na de baldadige act van 2 agenten uit Cerdanyola de Vallès, gaat het vandaag over maar liefst 16 halfnaakte collega´s (10 mannen en 6 vrouwen) uit Girona.

Maar niks geen lollig gedoe dit keer:  de groep ´mossos d´Esquadra´ poseerde voor een kalender voor het goede doel. De opbrengst gaat naar de Spaanse anti-kankerstichting en naar Nou Sol, een NGO met onderwijsprojecten in Thailand en Senegal.

Het idee voor de kalender komt van een agent wiens moeder kanker heeft. De kalender -  voorlopige oplage 1000 exemplaren -  is voor 5 euro te koop bij onder meer politiebureau´s in Catalonië.


04-10-12

De Catalaanse president wil dat de wereld zijn land serieus neemt - de lokale politie helpt een handje mee


Het zijn mooie tijden voor de Catalaanse president Artur Mas. De verkiezingen van 25 november zijn nog ver weg, maar nu al stromen uit heel Europa de journalisten toe. In de eeuwenoude gotische zaal  - inderdaad, Catalonië is niet van vandaag of gisteren - van het Palau de Generalitat houdt Mas press meetings in drie talen. Daarin legt hij uit dat wat hem betreft de lange mars naar onafhankelijkheid uitsluitend over legale wegen zal gaan.
Het Spaanse deel van de route zal weleens vol onneembare obstakels kunnen liggen – in de eerste plaats de in ogen van de regering Rajoy onwrikbare grondwet.  Reden voor el president zijn land aan de toegestroomde internationale pers te verkopen als serious business. Serious, want te waardig en te verantwoordelijk voor een abrupte breuk met het toekomstige buurland Spanje. En over buurland en business gesproken: Catalonië heeft een groter BNP dan Portugal, en dat met 3 miljoen inwoners minder!

Die Catalaanse staat, die komt er dus wel. Vooruitlopend op het heuglijke feit viert de lokale hermandad vast feest. Deze twee olijke agenten uit Cerdanyola del Vallès doen dat bijvoorbeeld met een vrolijke parodie op Mama Luba van het Russische damestrio Serebro
:

Hier de originele versie:



De twee olijke agenten zijn ´lopende het onderzoek´ op non-actief gesteld. Naar verluidt wordt vooral het feit dat de agenten hun veiligheidsgordels niet droegen - de dames Serebro weten wél hoe het hoort - door hun superieuren gezien als onverantwoordelijk gedrag.