02-09-12

9/11

Als opmaat voor La Diada (11 september), een post die ik vorig jaar schreef  voor de Orange Monkey Tours blog. Later deze week een post over de 2012 editie van deze belangrijke Catalaanse feestdag

Barcelona, 11 september 1714
Waar houdt Bin Laden zich schuil? In Catalonië natuurlijk! Dat is immers het enige land ter wereld waar 9/11 wordt gevierd als nationale feestdag.
Dergelijke grappen kon je horen in de rest van Spanje, in de periode na de aanvallen in New York en Washington door de handlangers van Bin Laden.


Vrij smakeloos inderdaad, al klopt de grap gedeeltelijk. Want in Catalonië ís 11 september de officiële feestdag, de Diada genaamd. Wrang genoeg verwijst de viering naar gebeurtenissen die al even bloedig zijn als die van 2001. Daarvoor moeten we zo´n 300 jaar terug, naar 11 september 1714. Die dag nam de Spaanse koning Filips V Barcelona in. Meer dan 4.000 verdedigers van de stad werden daarbij gedood.

Door de inname kwam een einde aan een serie van gebeurtenissen die begon in 1700. Dat jaar stierf de Spaanse koning Karel II, lid van het Oostenrijkse vorstengeslacht Habsburg. Kinderen had koning Karel niet. En dus bemoeide elke Europese grootmacht zich vervolgens met zijn opvolging. De allersterkste, Frankrijk, kwam met de 17-jarige hertog Filips van Anjou als opvolger voor Karel II. Filips was een Bourbon en bovendien kleinzoon van de Franse vorst, Zonnekoning Lodewijk XIV. Oostenrijk wilde uiteraard weer een Habsburger op de troon. Hun kandidaat was andermaal een Karel, dit keer de zoon van de Oostenrijkse keizer Leopold.

Spanje zag een nieuwe Habsburger op zijn troon absoluut niet zitten. Oostenrijk was immers hoofdschuldige voor de angstwekkende leegte van de schatkist, zo meenden de Spanjaarden.
En dus deed Filips van Anjou in 1701 zijn intrede in Madrid. Daar werd hij als Filips V tot koning van Spanje gekroond. Wel moest hij Madrid beloven in de toekomst geen aanspraak te maken op de Franse kroon. Helaas fluisterde grootvader Lodewijk zijn jeugdige nazaat in dat deze zich moet gedragen als ´goede Spanjaard´, maar nooit mocht vergeten dat hij in Frankrijk was geboren. En afzien van de Franse troon voor zijn kleinzoon? Dat vond Lodewijk op z´n minst voorbarig.
 

Frans-Spaanse supermacht
Dat voorbehoud leidde tot wat in de geschiedenisboeken de Spaanse Successieoorlog wordt genoemd. Holland en Engeland wilden beslist een Frans-Spaanse supermacht voorkomen. Oostenrijk intussen, eiste de Spaanse troon op voor hun Karel. Kortom: oorlog. In 1702 begon de strijd van Frankrijk en Spanje met de geallieerden. Naast Oostenrijk, Holland en Engeland waren dat Portugal – sinds 1640 een economische kolonie van Engeland – en Savoye.

Aanvankelijk was Catalonië  op de hand van de nieuwbakken koning Filips, gepaaid door diens belofte dat hij hun privileges zou respecteren. Barcelona kreeg zelfs het recht handel te gaan voeren met de Amerikaans gebiedsdelen, iets wat binnen Spanje tot dan toe alleen was toegestaan aan Castilië. Al gauw echter groeide het Catalaans verzet tegen de Fransman. In 1704 al hielpen Catalaanse schepen Holland en Engeland bij de verovering van Gibraltar op Spanje. En in juni 1705 sloot Catalonië met Engeland het Pact van Genua. In ruil voor hun steun in de oorlog tegen Filips garandeerden de Engelsen aan de Catalanen hun voortbestaan als zelfstandige staat en de daaraan verbonden privileges en wetten. En dat ongeacht de uitkomst van de oorlog. Een offer you can´t refuse.
 

Almansa
In de beginjaren van de oorlog hadden de geallieerden de overhand. Op een gegeven moment dreigde Spanje zelfs uiteen te vallen en te worden opgedeeld tussen Engeland, Oostenrijk en Portugal. In 1707 keerde het tij echter in Filips' voordeel, met een grote veldslag bij Almansa in de Spaanse provincie Albacete. Daar versloeg een gecombineerd Spaans-Frans leger de geallieerde troepen. Filips slaagde er vervolgens in een groot deel van Spanje weer onder controle te krijgen. 


 De uiteindelijke beslissing viel in 1711, met de dood van de Oosterijkse keizer Jozef, die zijn vader Leopold in 1705 was opgevolgd. Karel – in 1705 door de Catalanen uitgeroepen tot koning van hun land en hof houdend in Barcelona – werd naar Wenen teruggeroepen om de plaats van zijn broer Jozef in te nemen.
 

En dus zaten de Catalanen opeens zonder koning. En de geallieerden bovendien zonder alternatieve koning voor Spanje. Voor Holland en Engeland – toch al nooit echte voorstanders van een hernieuwd Spaans-Oostenrijks rijk – reden om Filips alsnog als koning van Spanje te erkennen, mits hij en zijn grootvader Lodewijk een toekomstig duo-rijk met Frankrijk uit hun hoofden zouden zetten. In 1713 werd in Utrecht de zaak officieel beklonken, tegen voor de geallieerden uiterst gunstige voorwaarden. Uiteindelijk raakte Spanje raakt al zijn Europese gebiedsdelen buiten het Iberisch schiereiland kwijt.

 

De vlag van Santa Eulàlia

Loze belofte
En Catalonië? Dat stond alleen. De door Engeland in 1705 gedane belofte bleek een loze. Engeland sprak in het geheim met Filips af niet dwars te gaan liggen op het moment dat hij Catalonië zou aanvallen. Dat liet de ambitieuze jongeman zich geen twee keer zeggen. Een 40.000-koppig Frans-Spaans leger trok op naar Catalonië. en in de loop van 1713 werd het land bezet.  Begin 1714 waren het alleen  Cardona en Barcelona die zich koppig bleven verdedigen. Barcelona werd verdedigd door ongeveer 5.500 soldaten en 500 vrijwilligers, onder leiding van generaal Antoni de Villaroel en Rafael de Casanova. 

Wonder boven wonder wist Barcelona nog maandenlang stand te houden. Toen werd het 11 september 1714. Om 5 uur ´s morgens stroomden 20.000 soldaten Barcelona binnen, door de zeven grote gaten die de Spaans-Franse artillerie in de stadsmuren had geslagen.

De Franse schrijver Voltaire beschrijft in zijn boek Le Siècle de Louis XIV (1751) de strijd van die dag als volgt: “De belegerden verdedigden zichzelf moedig en gesterkt door fanatisme. Priesters en monniken pakten de wapens op en renden naar de loopgraven, als betrof het een religieuze oorlog. Een illusie van vrijheid maakten hen doof voor alle waarschuwingen van hun God. Meer dan 500 kerkmensen stierven, met de wapens in de handen. Hoe hun woorden en voorbeeld de mensen aanspoorden is duidelijk. In het strijdgevoel hesen ze een zwarte vlag [Voltaire bedoelt de vlag van Santa Eulàlia, beschermvrouwe van de parochie Barcelona, AvdN] en weerstonden meerdere aanvallen. Uiteindelijk braken de aanvallers door de muren, maar de belegerden gingen door met vechten, van straat tot straat.”


Vroeg in de middag was de strijd over en gaf de stad zich over. Daarmee kwam een eind aan de  staat Catalonië. Alle eigen wetten en privileges werden nietig verklaard, de universiteiten gesloten. Het Catalaans werd verboden. Eerst als overheidstaal, later ook in het onderwijs. Catalaanse.


 Vroeg in de middag was de strijd over en gaf de stad zich over. Daarmee kwam een eind aan de  staat Catalonië


Om die lastige Barcelonezen te laten zien wie er nu de baas was, bouwde Filips V aan de rand van stad een gigantisch stervormig fort (nu de locatie van het Parc de La Ciutadella). Daarvoor werden in de wijk Ribera 1200 huizen gesloopt, zo´n 20 procent van de wijk. Pas veel later, vanaf 1753,  kregen de daklozen (beter: hun nazaten), vervangende woonruimte: de wijk Barceloneta, gebouwd volgens het Franse-kazernemodel.
 

Eeuwige vlam
Geen gebeurtenissen om vrolijk van te worden, kortom. 9/11 is dan ook niet bepaald een uitbundig feest. Iedereen heeft vrij , maar de feestelijkheden bestaan voornamelijk uit (sterk) nationalistisch getinte toespraken van hoogwaardigheidsbekleders, bloemenhuldes en gezwaai met Catalaanse vlaggen. 


Ondanks dat weinig feestelijke karakter blijft het vreemd, het vieren van een nederlaag als nationale feestdag. Al hebben de Catalanen zelf wel een goede verklaring hiervoor. Het beste wordt die verbeeld door de ´eeuwig´ brandende vlam op een van de belangrijkste locaties voor 9/11 bijeenkomsten in de stad: het plein Fossar de les Moreres (Begraafplaats van de Moerbeibomen), pal naast de Santa Maria del Mar. Dit is de plek waar volgens de traditie vee  in 1714 veel van de gesneuvelden begraven werden. Het plein werd ingewijd op 11 september 1989. De metershoge stalen boog waarop de herdenkingsvlam brandt, werd in 2001 geplaatst. “We hebben die dag weliswaar verloren”, ´zegt´ de vlam, “maar onze spirit, onze geestkracht, is toch maar mooi ongebroken gebleven.”
De loopbrug naar de Santa Maria del Mar, 1910.

Kijk, dat geeft een mens weer wat moed! Bovendien wordt met die stalen boog de geschiedenis nóg een hak gezet. Min of meer op dezelfde plek liep namelijk ooit een overdekte loopbrug. Deze verbond het nabijgelegen paleis met de Santa Maria del Mar. De brug gaf koninklijke en andere edele misgangers direct toegang tot hun eigen loge in de kerk, in plaats van dat ze zich moesten mengen onder het gewone volk om de kerk door de hoofdingang in te gaan. Uiteraard werd die brug door dat gewone volk gezien als een symbool van de Spaanse onderdrukking. In 1986, elf jaar na de dood van dictator Franco, werd het ding eindelijk gesloopt, inclusief de aanpalende gebouwen die in de loop der tijd boven op de begraafplaats waren gebouwd. En uiteindelijk dus vervangen door de boog, als symbool van Catalaans onverzettelijkheid.

Begin van de  bouw van deboog  op de Fossar de les Mores, 2001.

 

Vlam en boog zijn wat luchtiger noten bij wat uiteindelijk toch een beetje droevig feest blijft. Maar niet geklaagd, het duurt maar één dag en bovendien: over een week of twee begint het wél vrolijke feest van Mercè, naast Eulàlia de tweede beschermvrouwe van Barcelona.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen