07-07-12

De nacht dat marinier Johnny opnieuw geboren werd

Het was 17 januari 1977. Veel dorst hadden ze, de 130 mariniers van de Amerikaanse vliegdekschepen Guam en Trenton. Veel dorst en heel weinig tijd. Eén avond slechts konden ze stappen in Barcelona, een favoriete aanlegplaats van de Amerikanen. Mooie meisjes hadden ze daar, met wie je voor een paar dollar mee naar boven kon. En de drank was er helemáál goedkoop.

Bar California lag in Carrer de Escudellers, pal achter het Plaça Reial. Het liep al tegen sluitingstijd en het drinktempo van de mariniers bereikte recordhoogten. In de haven lag een boot klaar. Deze zou hen terugvaren naar de vliegdekschepen, die vanwege hun omvang buitengaats voor anker lagen.

“Waar is de wc?” Johnny vroeg het in yankee-Engels en met dubbele tong. Mari, barvrouw en eigenaresse van de California, gebaarde in een richting. Johnny begon te lopen, uit alle macht proberend het tollen van zijn hoofd te stoppen. Hij opende de eerste deur die kon onderscheiden, ging naar binnen, sloot de deur en struikelde in het donker over een paar zakken. Op de grond aangekomen, viel hij acuut in slaap. In het magazijn van Bar California.

Velen uren later schrok Johnny wakker. Verdwaasd stapte hij het magazijn uit. In de verlaten bar heerste een vredige stilte, die slechts werd verstoord door het gebonk in zijn hoofd. De metalen rolluiken maakte elke ontsnappingspoging bij voorbaat kansloos. De volgende uren wist Johnny niets beter te doen dan te fantaseren over de straf die hem wachtte.

Muchacho, esta noche has vuelta a nacer!  Jongen, vannacht ben je opnieuw geboren!Huilend sloot Mari de verbaasde Johnny de volgende ochtend in haar armen. Korte tijd later hoorde Johnny het waarom van Mari´s emoties: negenenveertig van zijn maten waren die nacht verdronken, toen de boot waarin zij zaten in botsing kwam met de Baskische koopvaarder Urlea, die juist op dat moment de haven invoer. De Amerikaanse boot, zo bleek later, was overbeladen en de stuurman dronken.


De voorpagina van La Vanguardia van 18 januari 1977. De krant sprak op dat moment nog van 23 doden, 2 vermisten en talrijke gewonden.

 
Het jaar na de ramp werd vlakbij de plek van het drama een bescheiden monument onthuld. Ter nagedachtenis van de slachtoffers en als dank aan degenen die geholpen hadden bij het redden van de overlevenden. Later moest het monument wijken voor de bouw van het World Trade Center.
Tegenwoordig staat het onopvallend op de Moll de les Drassanes, in de schaduw van het reusachtige beeld van Columbus, ontdekker van Amerika.

In 2007 sloot Mari haar kroeg en ging met pensioen. Nog elk jaar ontvangt ze een brief plus foto´s van de kinderen van Johnny, een brave huisvader ergens in de Verenigde Staten.

01-07-12

De kathedraal van Barcelona: wiens brood men eet…

De kathedraal van Barcelona is na vier jaar weer in volle glorie te bewonderen. De steigers zijn weg. De stellages waren nodig voor het herstel van voorgevel, de centrale koepel en de zijtorens. Een derde van de stenen is de afgelopen jaren vervangen, beschadigd als deze waren door het ondersteunend ijzerwerk, dat door oxidatie was gaan uitzetten.

Met de bouw van de kathedraal werd in 1298 begonnen. Het basisplan voor de voorgevel dateert echter uit 1408 en is van de Fransman Mestre Carlí. Maar niet veel later bleek de bouwkas leeg en verdween het Franse plan in de kast. Daar kwam het pas in 1880 uit, toen amateur-architect Manuel Girona het gebruikte voor zijn gevelontwerp, één van de vier inzendingen voor de ´geef de kathedraal een nieuwe voorkant´ wedstrijd, uitgeschreven door de Real Academia de Bellas Artes.

Steenrijk

Nu was Manuel Girona i Agrafel behalve amateur-architect – én politicus, én ondernemer - ook en vooral een steenrijke bankier. Een bankier met een filantropische inslag bovendien, zij het a la catalana: Girona betaalde graag de bouwkosten, maar dan moest het ook zijn gevel worden.

Waarop de bankier uiteraard de wedstrijd won. Dit zeer tegen de zin van de meeste Barcelonezen. Zij waren veel enthousiaster over het plan van Gaudi´s leermeester, Joan Martorell. Deze kwam met een ontwerp voor een neo-gotische gevel in de veel uitbundiger Noord-Europese stijl. Maar ja, wiens brood men eet, diens woord men spreekt.
En zo begon Josep Oriol Mestres, chef-architect van de kathedraal, in 1887 met de uitvoer van het plan Girona. Toen Mestres in 1895 overleed, nam zijn assistent August Font i Carreras de klus over. De nieuwe architect week stiekem beetje bij beetje van het plan Girona af, richting het Martorell-ontwerp. Zo kreeg het volk alsnog zijn zin, en niet de bankier. Kom daar vandaag de dag eens om!

Manuel Girona stierf in 1905 en uiteraard werd hij in ´zijn´ kathedraal begraven. Een jaar na de dood van bankier startte Font i Carreras met voltooiing van de cimbori, de achthoekige centrale koepel, waarvan de bouw in 1430 was gestopt. Liggend in zijn praalgraf moet Manuel Girona tandenknarsend hebben aangezien hoe de cimbori groter en groter werd. In 1913 werd de bouw voltooid en was de koepel 74 meter hoog, véél hoger dan Girona bij zijn leven had gewild. Hebben we hier te maken met een geval van kinderlijke ongehoorzaamheid? De bouw van de cimbori werd namelijk betaald door de kinderen van Girona, Manuel jr. en Ana. En wiens brood men eet…

De kathedraal in 1886. Kunsthistorica Judith Urbano sprak onlangs van ´Een muur met slecht geplaatste ramen´.

 `Mijn zoon heeft een rijke vader, ik niet´

Hij zou de minister van Financien zijn die Spanje nodig heeft, Manuel Girona i Agrafel (1817? -1905) Succesvol bankier – zijn Banco de Barcelona overleefde menige nationale crisis- en een even succesvol ondernemer. Auteur ook van boeken met hoogst actuele titels als onder meer, even diep ademhalen nu, Ensayos para arreglar el crédito y mejorar la situación en España (Adviezen voor het regelen van krediet en het verbeteren van de situatie in Spanje) en Los medios y elementos que necesita la industria nacional, para competir con la extranjera, y modos de obtenerlos (Over de middelen en elementen die de nationale industrie nodig heeft om te kunnen concurreren met het buitenland – en manieren om deze te verkrijgen).

Waarschijnlijk zou de huidige Spaanse premier Mariano Rajoy vergeefs lonken naar Girona gunsten. Een van zijn verre politieke voorgangers, president Cánovas del Castillo (1828-1887), ving tot drie keer bot bij pogingen om Girona te benoemen als de Spaanse minister van Financiën. Meneer wilde wel, maar alleen als hij de absolute macht kreeg om orde op zaken te stellen in de Spaanse staatsfinanciën. Dat zou de zelfs Rajoy – die zijn ministers graag de hete ijzers uit het vuur laat halen – te ver gaan.

Spartaanse opvoeding

Het verhaal dat Manuel Girona geboren werd in een rijtuig, ergens tussen Barcelona en het provincieplaatsje Tàrrega (een afstand van 115 km), is waarschijnlijk niet waar, maar feit is dat hij tijdens zijn leven geen moment stilzat. Zoon van een handelaar, industrieel en bankier uit Tàrrega kreeg Manuel een Spartaanse opvoeding, waarin geen plaats was voor vakanties.  Tot zijn dood in 1905 was het werken geblazen.

Girona studeerde een blauwe maandag architectuur, maar zijn van vader Girona geërfde zakenbloed kreeg snel de overhand. Als 16-jarige al was hij succesvol als vertegenwoordiger van een fabriek in loden leidingen, destijds een nieuw verschijnsel. Hij trouwde met een bankiersdochter en richtte in 1844 zijn eerste eigen bank op, de Banco de Barcelona, de eerste privébank in Spanje, waarvan Girona tot zijn dood in 1905 directeur zou blijven. 

Het netwerk in en rond de bank was tot de Spaanse burgeroorlog de harde kern van de bourgeoisie van Barcelona, met tentakels die zich uitspreidden over de hele Catalaanse economie. Girona en zijn drie broers (Ignacio, Casimiro en Jaime, allen bankiers en ondernemers) vormden lange tijd de belangrijkste motor van die economie, actief als ze waren in niet alleen de financiële wereld, maar in uiteenlopende projecten als de metaalfabriek Herrería Barcelonesa, de spoorlijn tussen Barcelona en Zaragoza en de bouw van het kanaal van Urgell.

Werk maakt je waardig

De loop der natuur: het graf van Girona in de kathedraal
Girona deed ook als politicus van zich spreken. Als lid van de Conservatieve Partij schopte hij het in mei 1876 zelfs tot burgermeester van Barcelona, al duurde die vreugde slechts tot maart van het daarop volgende jaar. Genoeg tijd om het begrotingstekort (er is werkelijk niets nieuws onder de zon!) van de stad in belangrijke mate terug te dringen. Bovendien leende Girona´s met onder andere broer Jaime opgerichte Banco Hispano Colonial veel geld aan de Spaanse regering om de oorlog met Cuba te bekostigen. Aanleiding genoeg voor een nieuwe verleidingspoging van president Cánovas del Castillo. Dit keer leurde hij met een adellijke titel, markies ´del Llano de Barcelona´.  Ook dit keer weigerde Girona, wiens pragmatisme het bijna altijd won van diens ijdelheid. Zijn  gortdroge lijfspreuk luidde: ´Veel werken, slechte gewoontes de deur uit en rente op rente.´  

De man hield van statements. Zijn huis aan de Ronda de Sant Pere droeg een opschrift dat bestond uit de volgende vier stellingen: Geloof maakt je sterker; Hoop schenkt je leven; Liefdadigheid maakt je nobel; Werk maakt je waardig. Men zegt dat de slimme Girona stelling nummer 5 had weggelaten: Vrouwen maken je zwakker.  Hij was dan ook getrouwd met een dochter van Manuel Vidal y Quadras, een bankier die fortuin had gemaakt in Cuba.

Spreuken en stellingen ten spijt, liet Girona zich vooral ook leiden door zijn Spartaanse opvoeding. Talrijk zijn dan ook al dan niet ware verhalen over mans zuinigheid. Zo klaagde een taxichauffeur eens over de magere fooi die hij van Girona kreeg, in vergelijking met wat hij altijd ontving van diens zoon. Girona´s antwoord was even onzinnig als waar: “Mijn zoon heeft een rijke vader, ik niet.” 
Ook een van Girona´s bedienden botste met de hoogstpersoonlijke logica van zijn baas. Toen hij Girona op een dag om extra loon vroeg voor de aanschaf van een kunstgebit, weigerde deze met het argument dat hij meende niet het recht te hebben de loop der natuur te veranderen. Daar stond de bediende:  met een mond vol tanden, maar zonder kunstgebit.