14-04-12

Sant Jordi - rozen, boeken en heel veel raadsels



Morgen is heel Catalonië weer bezaaid met rozenstalletjes en boekenkraampjes.  Iedere echte Catalaanse man koopt voor zijn vrouw (vriendin, moeder, minnares…) een - meestal - rode roos. Zij schenkt hem op haar beurt een boek; een roman of misschien wel een hobbyboek, over zijn favoriete voetbalclub bijvoorbeeld.
De datum: 23 april, de dag van Sint Joris, die hier natuurlijk Sant Jordi heet.

De Catalaanse versie van Sint Joris´ verhaal gaat als volgt:
Het provincieplaatsje Montblanc, ergens tijdens de Middeleeuwen. Het stadje wordt geterroriseerd door een draak, die buiten de stadsmuren leeft, midden in het bos. Het monster eist elke dag een enorme hoeveelheid voedsel. Preciezer: vlees.

Eerst moeten alle dieren van Montblanc eraan geloven. De volgenden op de dodenlijst zijn de kinderen van het stadje. De weken daarna zijn de zwartste uit de geschiedenis van Montblanc.

Dan wordt het 23 april en rest van de Mont-Blancjeugd slechts de mooie dochter van de koning. Met fikse tegenzin gaat de prinses die dag op weg richting draak. Gelukkig, op een donker bospaadje ontmoet ze ridder Jordi. ´Waarom kijkt gij zo somber, o schone dame?´

De prinses doet haar tragische verhaal. Geen nood, Jordi zal dat draakje wel eventjes de oren wassen. Op één voorwaarde: de inwoners van Montblanc moeten zich bekeren tot het christendom –ja, ridder Jordi werd niet voor niks later heilig verklaard.

Dat belooft de prinses natuurlijk graag. Waarop Jordi de draak verslaat en vervolgens het dodelijk gewonde dier met behulp van zijn trouwe viervoeter versleept naar het grote plein van Montblanc. Daar geeft de koene ridder het monster de genadesteek. Op het moment dat het beest de geest geeft, beginnen uit diens bloedende wonden rode rozen te bloeien. Waarop het licht-romantische einde van het verhaal volgt: Jordi plukt de mooiste roos en schenkt die aan de opgeluchte prinses.

 

Marteldood
Tot zover de legende. Dan de historische Joris. Het enige vat vaststaat dat deze rond 300 na Christud de marteldood stierf.  De rest van het verhaal is onzeker. Volgens sommigen was Joris in werkelijkheid een bisschop  in Daghestan genaamd Grigorius, die in 303 in opdracht van de Perzische koning Dadianus zijn gruwelijke einde kwam. Anderen laten het verhaal rond diezelfde tijd beginnen in Lod, vlakbij het huidige Tel Aviv. Joris is in deze versie een Romeinse soldaat die weigert zijn christelijk geloof af te zweren. Waarop hij hetzelfde lot ondergaat als zijn bisschoppelijke dubbelganger.

En dit zijn nog maar een paar  van de verhalen over de historische Joris.


Raadselachtig
Een zeer raadselachtige figuur kortom, deze Joris. Diens virus verspreidde zich tijdens de Middeleeuwen over Europa. Moskou, Portugal, Bulgarije, Litouwen, Georgië, Engeland, elk omarmden ze een eigen, steevast heldhaftige versie van Sint Joris. Van Catalonië is hij vanaf begin vijftiende eeuw de beschermheilige.  De Corts Catalanes, het Catalaanse parlement van die tijd, vereerde Jordi in 1456 met een jaarlijkse eigen feestdag op 23 april, ´zonder werk voor slaven of ondergeschikten´.

Toch bleef Sant Jordi lange tijd - voor het waarom zie het einde van dit stukje - vooral van de edelen en de rijke burgers van de stad,   in de vorm van een jaarlijkse bijeenkomst in de kapel van Sant Jordi  in het Generalitatspaleis.  Pas toen Catalonië in de zestiende eeuw economisch op haar retour was, kreeg het feest een wat volkser karakter, mogelijk om nostalgische redenen.


Een nieuwe impuls volgde in de negentiende eeuw,  tijdens de Renaixença. Toen werd het feest een uiting van Catalaanse zelfbesef, al duurt het tot vlak voor de Spaanse Burgeroorlog, voordat ook andere Catalaanse steden - Reus was de eerste.  - Jordi's dag vieren. Uiteraard was die feestvreugde, door de aanstaande Franco-dictatuur, van korte duur.

Reusachtige slang
Over Sint Joris bestaan talloze legendes, waarvan de eerste waarschijnlijk al stamt uit zesde eeuw. De beroemdste is uiteraard die met de draak en de prinses, al speelde in de oerversie van dit verhaal mogelijk geen draak, maar een reusachtige slang de rol van de slechterik en was van een prinses of rode rozen al helemaal geen sprake.

Waar die rozen vandaan komen? Ook hierover bestaat geen zekerheid. De oorsprong zou een rozenfeest in Barcelona kunnen zijn, dat sinds 1840 elk jaar op 23 april werd gevierd, met de Carrer del Bisbe naast het paleis van de Generalitat als episch centrum.  Het feest werkte als een magneet op verliefde paartjes van de stad en de naam veranderde in ´het feest van de verliefden´. Tijdens de bijeenkomst ´verrasten´ de heren hun dames uiteraard met een mooie roos. Een gebruik dat zich langzaam maar zeker verspreidde over heel Catalonië.

Een andere mogelijke- en veel vroegere - bron zijn de ridderspelen die vanaf de 15de eeuw elk jaar tijdens Sant Jordi plaatsvonden op de Passeig del Born in Barcelona. Vooraf schonk iedere ridder een roos aan de dame voor wie hij ging strijden.

 
Wie de wa6arheid weet, die meldde zich. Zelf heeft Jordi geen voorkeur: hij is patroonheilige van zowel de lokale ridders als van alle verliefde Catalanen. En dat naast zijn baan als  beschermer van het land.



Cervantes
Dan het boek. Oorspronkelijk ging het om een bedenksel begin jaren '20 van schrijver Vicent Clavel Andrés. Om de verkoop van boeken te publiceren, bedacht hij (voor heel Spanje) een boekenfeest. De geboortedag van schrijver des vaderlands Miquel de Cervantes- volgens sommigen historici 6 oktober 1547- was een goede datum. Dus vond het eerste boekenfeest plaats op 7 oktober 1926. Vier jaar later bleek mans sterfdag een betere dag, temeer omdat dit ook nog eens de sterfdag was van Cervantes illustere collega William Shakespeare – al was dat alléén het geval volgens de Juliaanse kalender, in 1930 al in onbruik


Franco 
Tijdens de Franco-dictatuur was voor echter voor Catalaanse helden geen plaats. Exit Jordi. 23 april was voortaan uitsluitend de dag van het Spaanse boek, met als enige referentie de sterfdag van Cervantes. Ook in Catalonië sierde de verplichte Spaanse vlag de boekenstalletjes. Halverwege de jaren zestig verschenen de eerste kramen met uitsluitend Catalaanse boeken. 


    De eerste  Sant Jordi met boeken vond in 1930 plaats

Lange gezichten
Sant Jordi is al lang teruggekeerd en 23 april is een feestelijke dag (en sinds 1995 ook nog eens Internationale Dag van het Boek). Toch zie je ´s ochtends ook lange gezichten op straat. Mannen en vrouwen die, vaak al gewapend met boek of roos,  eerder op weg lijken naar een vroege begrafenis dan naar een vrolijk feest. De verklaring is simpel: valt Sant Jordi op een doordeweekse dag. Dit jaar, 2018, is dat zelfs de maandag, dan moet er gewoon worden gewerkt.

Met dank aan de bazen van 1456. Deze ´vergaten´ de door de Corts Catalanes afgekondigde vrije dag te melden aan hun slaven en ondergeschikten. Van die dag zonder arbeid is dan ook nooit iets terechtgekomen. Behalve in Montblanc natuurlijk. Daar vieren ze zelfs een hele week feest.



hallo
Barcelona´s bekendste Sant Jordi, die van het Palau de la Generalitat, Plaça de Sant Jaume.


  • Het officiële Sant Jordi-programma van de gemeente Barcelona vind je hier.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten