23-04-12

Het straatje van de (laatste) kussen


De foto hierboven is van de Carrer dels Petons, de Straat van de Kussen. Een mysterieus, doodlopend steegje aan de rand van de wijk La Ribera, met een al even raadselachtige naam. Al ontbreekt het niet aan verklaringen van de herkomst.

Verklaring 1 begint met de feiten:  De Carrer del Petons was ooit verbonden met de Carrer del Portal Nou, totdat op de doorgang het huis van het bontwerkersgilde werd gebouwd.  Verder woonde in de Carrer del Portal Nou ooit ene Joan Pontons, zo blijkt uit een document van 1651.  
Maar dan wordt het gissen: Pontons was mogelijk  een vooraanstaand man, belangrijk genoeg zelfs voor een ´eigen´ straat (die overigens ooit Carrer de la Fusina heette, en nóg eerder Carrer de Jaume Negre). De Barcelonezen vervingen in de loop der tijd  – voor de grap of uit onwetendheid -  ´pontons´ door ´petons´. En daarom heet de straat nu Carrer del Petons.

Verklaring 2 is die van de zwartkijkers. Die zeggen dat het straatje ooit de plaats was waar de ter dood veroordeelden afscheid konden nemen van hun geliefden, voor ze werden opgehangen. De galg stond op de Esplanada, de kale strook land die diende als veiligheidszone tussen La Ribera en de Ciutadella, het gigantische fort dat was gebouwd in opdracht van de Spaanse koning Philips V.
Ophanging op de Esplanada.

Straat en naam Carrer del Petons dateren echter van vóór 1717, het jaar waarin werd begonnen met de bouw van de Ciutadella.  En dus, zeggen de romantici, ligt het anders (verklaring 3): het donkere, nauwe straatje was (en is?) gewoon een prima vrijplek voor verliefde stelletjes. 

Daarbij sluiten wij ons graag aan,  in ieder geval voor vandaag: de dag van Sant Jordi,  de Catalaanse Valentijn. 

19-04-12

Plaça Reial tijdelijk iets minder koninklijk


Burgemeester Trias beloofde het vorig jaar november al. Alle palmen van Barcelona zullen worden vervangen. De burgervader deed zijn belofte nadat twee zusters op de Avenida Diagonal gewond werden door een exemplaar dat van het ene op het ander moment bij de wortels afbrak. 



Het zoveelste slachtoffer van de rhynchophorus ferrugineus, ofwel de palmkever/ palmsnuitkever. Deze moordenaar laat zijn larven in de boom achter, die vervolgens hun verblijfplaats van binnenuit opvreten. De bladeren drogen uit, gaan hangen en voordat je het weet, heb je de boom dus op je kop.




De Catalaanse regering schat dat inmiddels meer dan 6000 Catalaanse palmbomen het slachtoffer zijn geworden van de kever, sinds deze ruim zes jaar geleden voor het eert gesignaleerd werd op vaderlandse bodem.

Dus moet is het nu palmen ruimen geblazen, al dan niet preventief. Vandaag moesten de eerste drie exemplaren op het Plaça Reial, eraan geloven, het Koninklijke Plein pal achter de  Rambla dels Caputxins, dat door die stompjes palmboom  nu tijdelijk een stukje minder koninklijk is.



 

 

 

 

Ferdinand II van Aragón

Maar eigenlijk is die benaming ´koninklijk´ altijd wat problematisch geweest. Oorspronkelijk gaat het om een eerbetoon aan Ferdinand II van Aragón (1452 – 1516). Koning van Valencia, Mallorca, Cerdeña, graaf van Barcelona, maar vooral: de eerste koning van wat nu Spanje heet (minus Baskenland en Navarra), door zijn huwelijk in 1469 met Isabel van Castilië.

Plaça Reial, rond 1900.
En dus moest er in het centrum van het plein, dat vanaf eind 1848 werd aangelegd, een monument voor Ferdinand verschijnen. Ergens tussen 1850 en 1860 werd het voetstuk geplaatst, maar verder dan een gipsen kopie van een door José Piquer te vervaardigen metalen beeld is Ferdinand niet gekomen. Om nu onbekende redenen werd dit exemplaar nooit  geplaatst. In plaats daarvan werd het plein ´verrijkt´ met een waterpomp. Dat vond de hoofdarchitect van de stad, Antoni Rovira i Trias op een gegeven moment toch te gewoontjes. Een monumentale, gietijzeren fontein moest er komen die  de ´monotonie en koude uitstraling van het plein´ zou doorbreken.
Plaça Reial, vandaag.

Catherine de Medici

In 1876 kreeg het Koninklijke plein zijn Koninklijke fontein: de Drie Gratiën. Gemaakt in Parijs naar een Frans origineel uit 1561. Dat laatste beeld was besteld door de Franse koningin Catherine de Medici, als eerbetoon aan haar eerder overleden man, koning Hendrik II. De urn bovenop het beeld bevatte zelfs diens hart. Na wat omzwervingen door Parijs belandde het Franse beeld uiteindelijk in het Louvre. 

Zijn Barcelonese tegenhanger – zonder beroemd hart – maakte eveneens een stadsreis. Vanaf 1907 stond het op de Rambla de Poblenou. Totdat het Plaça Reial in 1926 een opknapbeurt kreeg en De Drie Gratiën terugkeerden naar hun oude plaats.  Daar staan ze onopvallend koninklijk te zijn, sinds lang overschaduwd door Gaudi´s straatlantaarns:
´De Drie Gratiën in verlegenheid gebracht tussen twee versierders.´ Spotprent gemaakt toen Gaudi´s straatlantaarns op het Plaça Reial werden geplaatst (1879).

14-04-12

Sant Jordi - rozen, boeken en heel veel raadsels

Pere Niçard: Sant Jordi  (15e eeuw). Museu Diocesà, Palma de Mallorca

Nog ruim een week en heel Catalonië is weer bezaaid met rozenstalletjes en boekenkraampjes.  Iedere echte Catalaanse man koopt voor zijn vrouw (vriendin, moeder, minnares…) een - meestal - rode roos. Zij schenkt hem op haar beurt een boek; een roman of misschien wel een hobbyboek, over zijn favoriete voetbalclub bijvoorbeeld.
De datum: 23 april, de dag van Sint Joris, die hier natuurlijk Sant Jordi heet.

De Catalaanse versie van Sint Joris´ verhaal gaat als volgt:
Het provincieplaatsje Montblanc, ergens tijdens de Middeleeuwen. Het stadje wordt geterroriseerd door een draak, die buiten de stadsmuren leeft, midden in het bos. Het monster eist elke dag een enorme hoeveelheid voedsel. Preciezer: vlees.

Eerst moeten alle dieren van Montblanc eraan geloven. De volgenden op de dodenlijst zijn de kinderen van het stadje. De weken daarna zijn de zwartste uit de geschiedenis van Montblanc.

Dan wordt het 23 april en rest van de Mont-Blancjeugd slechts de mooie dochter van de koning. Met fikse tegenzin gaat de prinses die dag op weg richting draak. Gelukkig, op een donker bospaadje ontmoet ze ridder Jordi. ´Waarom kijkt gij zo somber, o schone dame?´

De prinses doet haar tragische verhaal. Geen nood, Jordi zal dat draakje wel eventjes de oren wassen. Op één voorwaarde: de inwoners van Montblanc moeten zich bekeren tot het christendom –ja, ridder Jordi werd niet voor niks later heilig verklaard
.

Dat belooft de prinses natuurlijk graag. Waarop Jordi de draak verslaat en vervolgens het dodelijk gewonde dier met behulp van zijn trouwe viervoeter versleept naar het grote plein van Montblanc. Daar geeft de koene ridder het monster de genadesteek. Op het moment dat het beest de geest geeft, beginnen uit diens bloedende wonden rode rozen te bloeien. Waarop het licht-romantische einde van het verhaal volgt: Jordi plukt de mooiste roos en schenkt die aan de opgeluchte prinses.


Marteldood
Na de legende dan nu de werkelijkheid. Daarover kunnen een stuk korter zijn. Want Jorisvorsers zijn het eigenlijk maar over één ding eens: rond het jaar 300 stierf chirsten Joris/George/Jordi  de marteldood.

Volgens sommigen was Joris in werkelijkheid een bisschop Grigorius in Daghestan, die in 303 in opdracht van de Perzische koning Dadianus zijn gruwelijke einde kwam. Anderen laten het verhaal rond diezelfde tijd beginnen in Lod, vlakbij het huidige Tel Aviv. Joris is in deze versie een Romeinse soldaat die weigert zijn christelijk geloof af te zweren. Waarop hij hetzelfde lot ondergaat als zijn bisschoppelijke dubbelganger.

Jorisvorsers zijn het eigenlijk maar over één ding eens: rond het jaar 300 stierf  christen Joris de marteldood

En dit zijn nog mar een paar  van de verhalen over de historische Joris.

Een zeer raadselachtige figuur kortom, deze Joris. Diens virus verspreidde zich tijdens de Middeleeuwen over Europa. Moskou, Portugal, Bulgarije, Litouwen, Georgië, Engeland, elk omarmden ze een eigen, steevast heldhaftige versie van Sint Joris. Van Catalonië is hij vanaf begin vijftiende eeuw de beschermheilige De Corts Catalanes, het Catalaanse parlement van die tijd,  vereerde Jordi in 1456 met een jaarlijkse eigen feestdag op 23 april, ´zonder werk voor slaven of ondergeschikten´.

Toch bleef Sant Jordi lange tijd - voor het waarom zie het einde van dit stukje - vooral van de edelen en de rijke burgers van de stad,   in de vorm van een jaarlijkse bijeenkomst in de kapel van Sant Jordi  in het Generalitatspaleis.  Pas toen Catalonië in de zestiende eeuw economisch op haar retour was, kreeg het feest  een wat volkser karakter, mogelijk om nostalgische redenen.

Sant Jordi was lange tijd vooral een feest van de edelen en  rijke burgers van Barcelona

Een nieuwe impuls volgde in de negentiende eeuw,  tijdens de Renaixença. Toen werd het feest een uiting van Catalaanse zelfbesef, al duurt het tot vlak voor de Spaanse Burgeroorlog, voordat ook andere Catalaanse steden - Reus was de eerste.  - Jordi's dag vieren. Uiteraard was die feestvreugde, door de aanstaande Franco-dictatuur, van korte duur.

Rozenfeest
Over Sint Joris bestaan talloze legendes, waarvan de eerste waarschijnlijk al stamt uit zesde eeuw. De beroemdste is uiteraard die met de draak en de prinses, al speelde in de oerversie van dit verhaal mogelijk geen draak, maar een reusachtige slang de rol van de slechterik en was van een prinses of rode rozen al helemaal geen sprake.

Waar die rozen vandaan komen? Ook hierover bestaat geen zekerheid. De oorsprong zou een rozenfeest in Barcelona kunnen zijn, dat sinds 1840 elk jaar op 23 april werd gevierd, met de Carrer del Bisbe naast het paleis van de Generalitat als episch centrum. 
Het feest werkte als een magneet op verliefde paartjes van de stad en de naam veranderde in ´het feest van de verliefden´. Tijdens de bijeenkomst ´verrasten´ de heren hun dames uiteraard met een mooie roos. Een gebruik dat zich langzaam maar zeker verspreidde over heel Catalonië.

Een andere mogelijke- en veel vroegere - bron zijn de ridderspelen die vanaf de 15de eeuw elk jaar tijdens Sant Jordi plaatsvonden op de Passeig del Born in Barcelona. Vooraf schonk iedere ridder een roos aan de dame voor wie hij ging strijden.

Wie de waarheid weet, die meldde zich. Zelf heeft Jordi geen voorkeur: hij is patroonheilige van zowel de locale ridders als van alle verliefde Catalanen. En dat naast zijn baan als  beschermer van het land.
Sant Jordi 1936 in de Barcelonese wijk Sants.
Cervantes
Het boek dan. Op dit punt geen twijfels. De eerste keer dat boeken figureerden tijdens Sant Jordi was in 1930. Vier jaar eerder, tijdens de dictatuur van Primo de la Rivera was in Spanje de Día del Libro  in het leven geroepen, een bedenksel van de schrijver Vicente Clavel Andrés, voorzitter van la Cámara oficial del Libro de Barcelona. Als datum koos Clavel voor 7 oktober, geboortedag van Cervantes, auteur van de Don Quijote. In 1930 werd geswitcht naar de sterfdag van Spanje´s grootste literator, 23 april. Waarmee de dag van Sant Jordi en de dag van het boek samenvielen. Bovendien werd en passant ook nog eens Shakespeare´s sterfdag herdacht, al moest voor het laatste naar de toen al in onbruik geraakte Juliaanse kalender worden gegrepen.

Tijdens de Franco-dictatuur was voor Catalaanse helden geen plaats. Exit Jordi. 23 april was voortaan uitsluitend de dag van het Spaanse boek, met als enige referentie de sterfdag van Cervantes. Ook in Catalonië sierde de verplichte Spaanse vlag de boekenstalletjes. Halverwege de jaren zestig verschijnen  de eerste kramen met uitsluitend Catalaanse boeken.



Lange gezichten
Sant Jordi is al lang teruggekeerd en 23 april is een feestelijke dag. Toch zie je ´s ochtends ook lange gezichten op straat. Mannen en vrouwen die, vaak al gewapend met boek of roos,  eerder op weg lijken naar een vroege begrafenis dan naar een vrolijk feest. De verklaring is simpel: valt Sant Jordi op een doordeweekse dag (dit jaar is dat zelfs de maandag), dan moet er gewoon worden gewerkt.

Met dank aan de bazen van 1456. Deze ´vergaten´ de door de Corts Catalanes afgekondigde vrije dag te melden aan hun slaven en ondergeschikten. Van die dag zonder arbeid is dan ook nooit iets terechtgekomen. Behalve in Montblanc natuurlijk. Daar vieren ze zelfs een hele week feest.


hallo
Barcelona´s bekendste Sant Jordi, die van het Palau de la Generalitat, Plaça de Sant Jaume.

  • Het officiële Sant Jordi-programma van de gemeente Barcelona vind je hier. Vandaag (14/4) overigens nog steeds ´Coming Soon´. 
  • In het Museu Nacional d'Art de Catalunya is nog tot 15 juli de tentoonstelling Catalunya 1400 - El gótico internacional te zien, over de Catalaanse kunst van de 14e eeuw. Onder de noemer La otra Historia de Sant Jordi is er ook aandacht voor de Catalaanse beschermheilige. Meer info hier (in het Engels). Adres: Palau Nacional, Parc de Montjuïc. Metro: L1 en L3 (halte Espanya).



12-04-12

Barcelona Restaurant Week - topmenu´s voor iets meer dan een geeltje

Lekkerbekken met een kleine(re) beurs opgelet! Houd je van goed en luxe eten en ben je de komende dagen in Barcelona, dan zit je goed. Vanaf morgen (13 april) t/m 22 april vindt de derde editie van de Barcelona Restaurant Week plaats.  Voor 24 + 1 euro eet je de komende dagen een compleet menu in meer dan 30 van de beste restaurants van de stad.  

Net zoals vorige jaren gaat die extra euro naar een goed doel. Dit jaar zijn dat de Spaanse Hartstichitng en een opvangcentrum
voor slechtziende honden.
 
Reserveren kun je op www.atrapalo.com. Wees er wel snel bij,  want de vorige edities van de Barcelona Restaurant Week waren een groot succes.

De legendarische Eifeltoren van Barcelona


De derde post van een trilogie over hoge gebouwen in Barcelona (voor de eerdere posts, klik hier en hier). Dit keer over een toren die telkens weer opduikt in de verhalen van Barcelona-vorsers en zij die daarvoor willen doorgaan. Een paar dagen geleden was het weer zover. Imma Santos, journaliste bij El Periódico, werd samen met haar co-auteur Aureli Vásquez door haar eigen krant geïnterviewd over La Barcelona Invisible (Het Onzichtbare Barcelona); een door beiden geschreven boek vol ´geheime verhalen´ over de Catalaanse hoofdstad. 

La Barcelona Invisible bevat zeventig van die stadsgeheimen, al hebben Imma en Aureli stof voor ´een tweede en derde boek´. Wist de interviewer bijvoorbeeld dat de Eifeltoren in Barcelona zou worden gebouwd?  Imma vroeg het ´met een ondeugende glimlach, die vast en zeker nog veel meer geheimen verborg´.


Niet zo...

Dat Eiffeltorenverhaal is snel verteld. Gustave Eiffel zou zijn beroemde project hebben aangeboden aan de organisatoren van de Wereldtentoonstelling van 1888 in Barcelona. Dezen wezen zijn aanbod echter af, als zijnde te duur en ook nog eens niet passend bij de stad. Waarop de toren in Parijs werd gebouwd, als entree voor Wereldtentoonstelling van 1889. Barcelona moest het een jaar doet met een Arc de Triomf (nee, geen kopie van die in Parijs) als hoofdingang van zijn tentoonstelling.

Google

Een mooi verhaal, maar geheim? Google ´torre Eifel´ en ´Barcelona´ en je krijgt een paar pagina´s met websites en blogs waarop het verhaal staat. Bij een bezoek aan Barcelona vorig jaar zei een van Eiffels erfgenamen niet te twijfelen aan de juistheid ervan. Met bewijzen of argumenten kwam deze Philippe Couperie-Eiffel echter niet.

Lluís Permanyer zal hij in ieder geval niet overtuigd hebben. De erkende Barcelona-specialist en auteur van meerdere prijswinnende boeken over de stad schreef in 2009 in La Vanguardia een artikel over deze urban legend. Elk bewijs voor het verhaal ontbreekt,  concludeerde Permanyer.  En passant wees hij op een plan voor een Franse toren voor Barcelona, waarvoor dat wél het geval is. Een toren ontworpen door de uit Toulouse afkomstige J. Lapierre.  ´Slechts´ 210 meter en  geheel opgetrokken uit hout.   

Eind november 1886  bezocht de Franse architect Barcelona, om de mogelijke locatie van zijn toren te beoordelen.  La Vanguardia was erbij.  Op 30 november besloot de krant zijn berichtgeving over het bezoek als volgt:  
Het is dus reeds een feit dat Barcelona de primeur zal hebben van een gigantisch werk, in zijn soort veruit superieur tot nu toe, en dat waarschijnlijk alleen geëvenaard zal worden door de grote Eiffeltoren, bestemd voor de Wereldtentoonstelling van Parijs in 1889.
 
Eiffels toren wordt dus wel genoemd, maar elke verwijzing naar een eerder aanbod aan Barcelona ontbreekt.  Een link die de auteur van het artikel ongetwijfeld had vermeld, indien zo´n aanbod bekend was geweest.  

Datering

Dan is er nog het probleem van de datering. Op  8 november 1884 liet de Franse minister van Handel liet weten positief te staan tegenover een Wereldtentoonstelling in zijn land. Pas daarna kocht Eiffel van zijn assistenten Nouguier y Koechlin - de eigenlijke bedenkers van de toren- alle eigendomsrechten van het patent op de toren, inclusief die voor het buitenland.  Dat laatste was niet nodig, wat op 12 juni 1885 al keurde de Franse vereniging van Civiele Ingenieurs Eiffels project goed (op wat details na), waarmee een belangrijk mogelijk obstakel op weg naar de bouw in de Franse hoofdstad was genomen. Op dat moment moest in Barcelona het contract met Eugenio R. Serrano Casanova,  de initiatiefnemer van de locale Wereldtentoonstelling, nog getekend worden! Dat gebeurde zes dagen later, op 18 juni. Waarom, stelt ook Lluís Permanyer in zijn La Vanguardia-artikel, zou Eiffel naar Barcelona zijn gestapt met zijn toren,  op een moment dat lang niet zeker was dat die tentoonstelling er ook echt zou komen?

Kortom: Eiffel kán zijn toren aan Barcelona hebben aangeboden, maar echt waarschijnlijk is het niet – wat zijn erfgenamen ook mogen beweren. En áls hij het al heeft gedaan, dan sneaky - het echte geheim van de Barcelonese Eiffeltoren.  Zo niet, dan had de Catalaanse pers van die tijd over het plan geschreven.
 
...maar zo.


Broodjeaapverhaal

Geen Eifeltoren dus in Barcelona. En evenmin een Lapierre-toren, noch een vergelijkbaar bouwsel van zijn Catalaanse mededinger Pere Falqués (onder meer ontwerper van de vaak aan Gaudí toegeschreven banklampen op de Passeig de Gràcia). Barcelona had de grootste problemen om de financiën voor de Wereldtentoonstelling rond te krijgen. Voor een dure toren brak eenvoudigweg het geld.
 
Uiteindelijk werd dus de relatief bescheiden Arc de Triomf de entree van de Barcelonese Wereldtentoonstelling. Overigens zijn ook met dit bouwwerk de nodige legendes verbonden.  De opvallendste:  architect Josep Vilaseca vreesde dat zijn triomfboog zou instorten, op het moment dat de steigers zouden worden weggehaald. Zéér waarschijnlijk een broodjeaapverhaal. 

En echt honderd procent onzin: wat  de Nederlandse Wikipedia schrijft over de oorspronkelijke locatie van de boog.


De Wereldtentoonstelling van 1888, op de achtergrond de Arc de Triomf. Op dezelfde plaats als nu.

07-04-12

De wolkenkrabber van het Plaça de Catalunya

 De Plaça de Catalunya-wolkenkrabber in The American Architect...
Het gedonder met Amerikanen en wolkenkrabbers in Barcelona is niet van vandaag of gisteren:

Spain and skycrapers!
The two hardly seem congruous, for we are apt to think of that country in terms of patios, low flat-roofed buildings, and a easy sort of philosophy which has accepted things as the stood century after century.


Het tijdschrift The American Architect kon er in 1920 niet over uit: die altijd laag-bij-de- grond levende en niets ondernemende Spanjaarden wilden een wolkenkrabber bouwen!  En dat nog wel op eigen initiatief!

Mogelijk begon het allemaal drie jaar eerder, met een opiniestuk van ene Bartomé Castell in de La Vanguardia van 9 december 1917. Castell wondt zich daarin op over het totale gebrek aan professionele kantoorruimte in Barcelona. Advocaten, notarissen, klerken en ander kantoortypes werkten in ruimten die eigenlijk waren bestemd voor wonen. In de ergste gevallen ging het om een hoekje in de eigen woon- of slaapkamer, waar de noeste hoofdarbeider moest opboksen tegen de schoonmaak- en kookgeluiden van moeder de vrouw en het pianospel van weinig muzikale buren.

Primitief en weinig zakelijk

Een ´zeer primitieve en weinig zakelijke situatie´, oordeelde Castell. Zijn oplossing: wolkenkrabbers. “Tot in het Verre Oosten hebben wij deze gebouwen gezien. Waarom kunnen we ze niet ook in Barcelona hebben.” Een ideale locatie had hij ook al: Plaça de Catalunya, al was de aankoop van grond daar mogelijk kostbaar en zou het gebouw op het plein misschien ´uit de toon´ vallen. Geen nood. Een mogelijk nog betere optie was volgens de auteur de op dat moment nog volop in ontwikkeling zijnde Vía Laietana, toen nog bekend als Vía A of La Reforma. Goedkopere grond en ´dichtbij de treinstations, de haven, de beurs en het postkantoor´. 
Castell eindigde zijn artikel met een vraag: Zou er in Barcelona geen half dozijn vastberaden mannen zijn dat ´liever vandaag dan morgen´ het idee oppakt van een wolkenkrabber in La Reforma?

El Triangle, met rechtsonder Café Zürich.
Dat half dozijn was er, alleen was het niet te porren voor La Reforma. Plaça de Catalunya moest het worden. Een groep investeerders onder de leiding van de promotor Ramon Selles Miró kwam begin 1918 met het plan voor een reusachtige wolkenkrabber op het plein, op de plaats waar nu het winkelcentrum El Triangle (het FNAC-gebouw) met Café Zürich zit.

 

Tribune Tower

Entree van de Amerikanen. Want uiteraard stapten de Catalanen naar degenen die wisten hoe je zo´n ding moest bouwen. John Mead Howells en James Gamble Rogers heetten de heren. Vooral eerstgenoemde was een goede keuze. Mead Howells maakte een paar jaar later samen met James Hood naam met het ontwerp voor de Tribune Tower,   de hoofdzetel van de Chicago Tribune.  Een reus van 34 verdiepingen en 141 meter hoog.

De kolos die de Amerikanen eerder ontwierpen voor hun Catalaanse klanten deed daar overigens maar weinig voor onder, met z´n 30 verdiepingen en 130 meter. In wat het hoogste gebouw van Europa had moeten worden was uiteraard plaats voor veel kantoren, maar ook voor winkels, galerieën en zelfs een hotel. Ondergronds moest een treinstation komen, zo hadden de heren bedacht, zittende aan hun tekentafel.

Gelukkig is het plan – om nu onbekende redenen – lange tijd niet verder gekomen dan die tekentafel. Op dat ene artikel in The American Architect na dan. Het tijdschrift verscheen op 29 december 1920; één maand eerder, op 30 november, was Café Zürich opengegaan.

Anno 2012 is het café nog steeds een van de populairste ontmoetingspunten van de stad. Ook met de wolkenkrabber gaat het de laatste jaren goed. In 2009 werd hij dan eindelijk gebouwd. Als schaalmodel, gemaakt voor de tentoonstelling Cerdà, 150 anys de modernitat.

...en als schaalmodel.






05-04-12

Hoger dan God



An offer he can´t refuse. Dacht de Generalitat, de Catalaanse regering. Het aanbod aan casino-tycoon Sheldon Adelson: een mooi landelijk terrein in de delta van de rivier de Llobregat.  Op slechts een paar kilometer van Barcelona en  met uitstekende verbindingen met de stad.  En, het allerbelangrijkste, op een steenworp afstand van het vliegveld El Prat. Erg handig voor de toekomstige bezoekers van het door Adelson te bouwen Eurovegas. Een gigantisch megacomplex, met 12 resorts (36.000 kamers),  6 casino´s, 9 theaters, 3 golfbanen en een scenario met 15.000 zetels.

Indrukwekkende cijfers zijn het,  die slechts verbleken bij die van het aantal door Adelson beloofde banen:  164.000 directe jobs en nog eens 97.000 indirecte. Daar offer je als landje in crisistijd graag wat groen plus bijbehorende geitenhouders, artisjokkentelers en historische boerderijen aan op:


Liever Las Vegas dan Madrid

Eind februari bezocht Sheldon Adelson zelf het gebied. Een bliksembezoek van een halve dag was het.  De man uit Las Vegas racete door de Llobregat-delta. Hij had nog net tijd om in Barcelona de Torre Agbar (144 meter hoog)  weg te zetten als een aardig torentje, maar zeker géén wolkenkrabber.
 
De Generalitat rook onraad: wolkenkrabbers?!  Pal naast ons vliegveld?! Dat kan niet.
Afgelopen weekend toog Lluis Recorder, de Catalaanse minister voor Grondgebied en Duurzaamheid(!), naar Las Vegas, om bij Adelson de Catalaanse zaak nog eens te bepleiten.   Spel van de dag:  blufpoker. ¨We verkopen ons land niet. Het Las Vegas-model is niet toepasbaar in Catalonië" verklaarde Recorder voor de Catalaanse tv, voorafgaand aan het samenzijn met Adelson.  Zo, dat was nog eens klare taal van de stoere Lluis, ooit door Al Gore uitverkoren als een van de prominenten die in Spanje het slechte nieuws over het klimaat mocht verspreiden.
 
De Venetian Macau, eigendom van Las Vegas Sands. Hoogte: 225 meter.
Helaas,  de doorgewinterde gokker Adelson was niet onder de indruk: zijn Eurovegas moet en zal (erg hoge) wolkenkrabbers hebben,  net zoals de 5 andere gokcomplexen die zijn Las Vegas Sands Cooperation bezit, in Las Vegas (2), Pennsylvania, Macau en Singapore.

Wat de zaak nog erger maakt:  er is nog een kandidaat als vestigingsplaats van Eurovegas en die luistert naar de naam Madrid. Een zware delegatie van de Spaanse hoofdstad mocht een dag na de Catalanen opdraven bij Adelson. Wolkenkrabbers? Geen enkel probleem. Madrid heeft al vier reuzengebouwen (250, 249, 236  en 224 meter), daar kunnen er nog wel een paar bij.

En zo dreigt de eeuwige concurrent op sportief,  politiek en economisch gebied de vette Amerikaanse jackpot te gaan winnen. Onverteerbaar voor de Generalitat, dat dan ook prompt een plan B uit de barretina toverde: bij het plaatsje Montcada i Reixac, 14 kilometer ten noorden van Barcelona, liggen een paar terreinen die héél geschikt zijn, ook voor wolkenkrabbers.  Het plan is per brief,  ondertekend door president Artur Mas, verstuurd naar Las Vegas. Een dezer dagen (kleine ode aan J.L. Heldring, die vandaag stopt  met zijn NRC-column) zal de brief zonder twijfel in huize Adelson arriveren. 
Plan B: omcirkeld het gebied bij Montcada i Reixac



 

 

Antoni Gaudí

Tot zover de Catalaanse uitverkoop.   Antoni Gaudí zal het gedoe vanuit de architectenhemel ongetwijfeld hoofdschuddend aanzien. Zijn boetedoeningstempel de Sagrada Familia  moet  in 2018 zijn hoogste punt bereiken. Met zijn170 meter zal het bouwwerk dan – hopelijk -  het hoogste gebouw van Barcelona zijn.  
Ja, ook Gaudí wilde een zo hoog mogelijk gebouw neerzetten. Maar in tegenstelling tot Sheldon Adelson had de Catalaanse bouwmeester met die hoogte een spiritueel doel: de Sagrada Família moest van elk willekeurig punt in Barcelona te zien zijn, als een onontkoombare oproep aan de zondaren om terug te keren naar de Heilige Familie, naar God.  Bovendien liet de diep-religieuze Gaudí zich bij het bepalen van de uiteindelijke hoogte van zijn tempel niet leiden door grootheidswaanzin, hebzucht of technische (on)mogelijkheden.  Zijn leidraad was het werk van God, en dat is de natuur. Deze wordt in Barcelona het beste gesymboliseerd door de Montjuïc. Deze beroemde heuvel aan de zuidkant van de stad is officieel 173 meter hoog. En dus bleef Gaudí daar met zijn Sagrada bescheiden een paar meter onder. Want,  zo stelde hij, wij mensen moeten niet proberen het werk van God te overtreffen.