11-03-12

Plaça de l´Àngel, het oude centrum van Barcelona



De merksteen op de Plaça del Blat moet er volgens deze vroeg-20ste eeuwse reproductie zo hebben uitgezien.



´Dat is de plaça del Blat´, had zijn vader gezegd, ´het centrum van Barcelona, zie je die steen in het midden van het plein?´ en Arnau keek naar de plek die zijn vader hem aanwees. ´Nou, die steen betekent dat de stad vanaf dat punt in vieren is verdeeld: het kwartier van de Zee, van de Framenors, van Pi en van de Salada of Sant Pere.´

Bovenstaand citaat is afkomstig uit De Kathedraal van de Zee (La Catedral del Mar), de bestseller van Ildefonso Falcones, waarvan het verhaal zich afspeelt tegen de achtergrond van de bouw van Santa Maria del Mar in de 14e  eeuw. Een spannend en meeslepend boek en ook nog eens heel informatief. Dat komt omdat Falcones – kind van Barcelona, en behalve schrijver ook advocaat - behoorlijk goed de historische feiten volgt. Spelenderwijs kom je zo van alles te weten over het leven in het Barcelona van de 14e eeuw en over hoe de stad er toen uitzag.

Plaça del Blat, zo genaamd vanwege de tarwe (blat) die er werd verhandeld, bestaat dan ook echt, al luidt de tegenwoordige naam Plaça d´Àngel, Plein van de Engel.
Die naam dankt het aan een wonder dat er in juli 1339 zou hebben plaatsgevonden. Op de eerste zondag van die maand werden de resten van Barcelona´s patroonheilige Eulàlia overgebracht van de in aanbouw zijnde Santa Maria del Mar naar de kathedraal van de stad. Toen de stoet monniken onder leiding van koning Pere III op dhet Plaça del Blat aankwam, gebeurde er iets vreemds: van het ene op het andere moment was Eulàlia's kist letterlijk niet te tillen. 


Donder en bliksem
Wat te doen? Gelukkig, een paar tellen later verscheen een engel, onder het geraas van de nodige donder en bliksem. De engel zelf gaf geen kik, maar wees slechts beschuldigend naar een van de monniken die de kist droegen, om vervolgens weer net zo snel te verdwijnen als hij of zij was gekomen.

Als je door engel wordt beschuldigd dan rest je slechts één ding: bekennen. Beschaamd vertelde de monnik zich een teen van Eulàlia te hebben toegeëigend.



Een kleine replica uit 1966 van het originele engelbeeld,
boven het balkon van het gebouw aan het Plaça de l´Àngel 2.
De engel gaf geen kik, maar wees slechts beschuldigend naar een van de monniken 
Of de dief in de stadsgevangenis is beland – die toen aan jet Plaça del Blat stond -, dat vertelt het verhaal niet. Evenmin hoe de Eulàlia´s teen weer werd bevestigd aan haar maagdelijke voetje. Wel dat dat haar kist vanaf dat moment licht als een veertje was en de processie zonder verdere problemen de kathedraal bereikte. 



Het  Plaça de l´Àngel rond 1930, met midden op het plein de toen kersverse ingang (Jaume I) van de metro. Het beeld van de engel was al halverwege de 19de eeuw verwijderd. ´Te groot voor zo´n klein plein´, luidde het oordeel van de autoriteiten. Te zien is het echter nog altijd: in het Museu d´Història de Barcelona aan het Plaça del Rei.
Eerst zien, dan geloven
Hetzelfde jaar al werd besloten om het plein te verrijken met een afbeelding van Eulàlia. Een plan dat vreemd genoeg pas halverwege de 15de eeuw werd uitgevoerd. Toen kreeg de boog die als ingang diende van de Baixada de la Presó (nu de Baixada de la Llibreteria) een beeldje van de heilige. Weer veel later, in 1618, kreeg de engel een beeld op het plein. Vanaf dat moment ook noemden de inwoners van de stad het plein Plaça de l´Àngel – een naam die 1865 ´officieel´ werd. Kennelijk gold voor de Barcelonezen: eerst zien, dan pas geloven.

Zoals gezegd, ook Barcelonees Ildefonso Falcones houdt zich liever aan de historisch wat hardere feiten, wanneer het gaat om de setting van zijn  verhaal. De markeersteen uit het citaat hierboven heeft dan ook echt bestaan - de eerste bronvermelding dateert uit 1316. En in De Kathedraal van de Zee wijdt de schrijver meerdere pagina´s aan de overbrenging van Eulàlia´s resten. Aan het wonder van de engel? Geen woord.

Ildefonso Falcones – de Kathedraal van de Zee. Uitgeverij Sijthoff, 2007. 671 pagina’s.

 


Wil je langs deze en andere plaatsen die een belangrijke rol spelen in het meeslepende boek van Ildefons Falcones? Ga mee met onze Kathedraal van de Zee-wandeltour! Meer info vind je hier.

03-03-12

Van bittere bonen naar heel veel snoepgoed: het feest van Sant Medir in Barcelona

Eerlijk duurt het langst. Maar niet altijd, lees het volgende verhaal:
In het jaar 303 begon de Romeinse keizer Dioclecianos met de grootscheepse vervolging van de Christenen in zijn rijk. In Hispania nam Daciano de honneurs waar. Op zijn strafexpeditie door het land liet deze wreedaard een spoor van christelijke martelaren achter. En natuurlijk werd een aantal van hen later door de kerk heilig verklaard. Bekende Catalaanse martelaren uit die tijd zijn onder meer de jonge maagd Eulàlia, die het zelfs schopte tot beschermheilige van Barcelona,  en Cugat, naamgever van Sant Cugat de Vallès,  tot dan Castrum Octavionum geheten,  aan de andere kant van de Collserola bergketen.

De ontmoeting tussen Medir en Sever.
Dwars door Collserola maakten de Romeinen ooit de heerweg tussen beide plaatsen.  Aan deze weg,  in de vallei van Gausac,  woonde begin 4e eeuw de brave boer Medir. Op 3 maart 304 kreeg hij voornaam bezoek,  in de persoon van  Sever, bisschop van Barcino (Barcelona).  Sever was op de vlucht voor christenvervolger Daciano. “Brave man”, sprak de bisschop tot Medir, die juist druk bezig was met inzaaien van tuinbonen in zijn groentetuintje. “Wanneer de soldaten van Daciano naar mij vragen,  wil je hen dan eerlijk de waarheid vertellen?”

Flauwe grap
Dat beloofde Medir, braaf als hij was. De bisschop had echter nog niet de hielen gelicht, of Medirs tuinbonen begonnen als razenden te groeien. Binnen een paar minuten had de stomverbaasde boer een tuin vol grote bonen, rijp voor de oogst. 

Een paar uur later arriveerden de soldaten van Daciano. Wanneer Sever langs de boerderij gekomen was? “Toen ik de bonen aan het inzaaien was”, antwoordde Medir . “Wat is dit voor een flauwe grap”, riepen de soldaten, toen ze de oogstrijpe bonen zagen. Woedend maakten ze Medir met hun zwaarden letterlijk een kopje kleiner.

Gelukkig, naast eerlijkheid bestaat er ook zoiets als gerechtigheid:  Sever - tenslotte de veroorzaker van Medirs  onthoofding -  werd ook door de Romeinen te grazen genomen. Nog vóór Sant Cugat kregen ze hem te pakken. Ter plekke timmerden ze een grote spijker in het bisschoppelijke hoofd. Exit Sever.

Nu ja, niet helemaal. Want Sever werd later heilig verklaard.  In Barcelona heeft Sever een eigen straat met daarin een naar hem vernoemde kerk. Bovendien is Sant Severius de beschermpatroon van alle hoofdpijnlijders – voor wat het waard is.

Begin jaren twintig van de vorige eeuw was het al gezellig druk bij de Sant Medir kapel.

Bedevaart
Uiteraard riep de katholieke kerk ook martelaar Medir tot heilige uit.  Op de plek waar ooit diens boerderij zou hebben gestaan, werd nog in de Romeinse tijd een kapel gebouwd. Gedurende de Middeleeuwen beheerde het benedictijnenklooster van Sant Cugat de inmiddels ingrijpend verbouwde kapel. Maar na die tijd raakte Sant Medir (ook wel Sant Emeteri genoemd)  een beetje in de vergetelheid.

Pas  begin 19de eeuw werden de heilige bonenboer en zijn kapel herontdekt. Op 3 maart 1802 vond vanuit Sant Cugat de eerste bedevaart naar de kapel plaats. Daar troffen de Sant Cugatezen vanaf 1830 elk jaar bedevaartgangers die vanaf de andere kant kwamen, uit het toen nog zelfstandige Gràcia. In dit dorp leefde toen de bakker Josep Vidal y Granés, een enorme bewonderaar van Sant Medir. Op een dag beloofde de bakker aan zijn favoriete heilige om een jaarlijkse bedevaart naar diens voormalige woonstee te organiseren. Vidal had echter wel een voorwaarde: Sant Medir moest hem verlossen van de ernstige ziekte waaraan hij leed.

Dat deed de nog immer gehoorzame Medir. En dus ging bakker Vidal op 3 maart 1830 op weg naar de kapel. Om mede-pelgrims te lokken, sloeg hij op een grote trom en strooide hij snoepgoed in het rond. En met succes. Al snel  werd deze mix van Sinterklaas en rattenvanger van Hamelen op zijn jaarlijkse pelgrimstocht gevolgd door een flinke stoet mensen.


Het Zoete Feest
Tegenwoordig staat het feest van Sant Medir in Gràcia  - en in de wijken Sarrià-Sant Gervasi en Sants-Montjuïc - bekend als het Dolçe Fiesta, het Zoete Feest. Het hele jaar wordt er ijverig gespaard door de ongeveer 30 colles (groepen) van de Federació de Colles de Sant Medir . En dat allemaal om op de ochtend van 3 maart duizenden kilo´s snoepgoed te kunnen rondstrooien, voordat ´s middags – alléén bij goed weer - de bedevaartstocht wordt gemaakt naar de kapel van Sant Medir. Waar het ooit allemaal  begon met wat bitter smakende tuinbonen.


Hieronder een foto-impressie van het feestje eerder vandaag bij de kapel van Sant Medir:
Veel mensen, en veel eten...






...castellers...




...sardana´s...


...en natuurlijk ook een bezoekje aan de kapel!