19-12-11

Het raadsel van de Canaletes (1)

En wéér vierden de supporters bij de Font de Canaletes (Fuente de Canaletas in het Spaans) een triomf van hun Barça.
Er zijn riantere locaties denkbaar om met een paar duizend geestverwanten - al waren het er vandaag veel minder - een feestje te bouwen.

Toch is  het een logische plek. Om te beginnen was  de fontein altijd een populaire ontmoetingsplaats. Je praatte erbij met bekenden, en deelde de laatste nieuwtjes en roddels. En dan had de bron ook nog eens het beste drinkwater van de stad – daarover een andere keer meer.

De populariteit van Canaletes groeide nog toen ene Esteve Sala in 1901 een drankenkiosk begon, pal naast de fontein. Het kletst tenslotte lekkerder wanneer je er iets te drinken bij hebt.


Frits van Turenhout

De ondernemende Sala liet het niet bij die ene kiosk. Hij opende de ene na de andere onderneming en werd de horecakoning van Barcelona. Sala had ook een bar vlakbij El Camp del Carrer Indústria, het eerste stadion (1909-1922) van FC Barcelona, aan wat nu de Carrer de París heet. Van daaruit vertrok na afloop van elke  Barça-wedstrijd een ober in grote haast naar de Canaletes-kiosk. Daar schreef deze mobiele Frits van Turenhout de uitslag op een groot schoolbord. Het nieuwsgierige publiek stroomde toe en vierde overwinningen steevast met drankjes en broodjes van de kiosk.
En zo is het gekomen.
(Dit is versie 1a.  In versie 1b ontbreekt de ober en werd er gebeld naar de kiosk. Om te beginnen tijdens de rust. ´Zorg voor veel broodjes heren, we staan met 3-0 voor!´)



De kiosk bij de fontein op de Rambla de Canaletes.

Versie 2 heeft ook schoolborden en die hingen dan  aan het pand gevestigd op Rambla nummer 13 (nu 133, Bar Núria,- anno 1926 en ook eigendom van Esteve Sala- zit er nog steeds)  Daarop verschenen de headlines van de krant La Rambla (opgericht: 1930), de krant van Josep Suñol i Garriga, directielid van FC Barcelona - in 1935 werd hij voorzitter, als opvolger van, jawel, Esteve Sala.


 De kiosk werd in 1951 afgebroken. De fontein zwijgt. De supporters juichen en zingen.




La Rambla werd gemaakt op de Rambla de Canaletes nummer 13, ter hoogte van de fontein. Om extra kopers te trekken, zette de redactie de belangrijkste nieuwtjes op een schoolbord op het balkon van  het pand. Vooral de voetbaluitslagen trokken altijd drommen belangstellenden.
En zo is het gekomen.
Josep Syol (met sigaar) met links van hem de Catalaanse president Lluís Companys in mei 1936 op de tribune van Les Corts,  het tweede stadion (1922-1957) van FC Barcelona.

Dan is er nog versie 3, of meer een versie 2b eigenlijk. Waarin het schoolbord niet verbonden is met La Rambla, maar met, geloof het of niet, de Madrileense krant El Sport (opgericht: 1917), die dus op de Rambla de Canaletes een kantoor had. Verder hetzelfde verhaal als versie 2.

En zo is het gekomen. Een historisch gezien juiste plek dus, die fontein, voor een Barça- feestje. Maar welke versie van ´het waarom´ nu de juiste is?

Afbraak van de befaamde kiosk, 1951. (foto: Pérez de Rozas)
De kiosk werd in 1951 afgebroken. De fontein zwijgt. En de supporters juichen en zingen.

14-12-11

Barcelona op reuzenformaat


Ik heb het nog niet in de ramsj gezien, dit vast en zeker prijzige boek uit 2010, maar hier zijn veel van de plaatjes, zoals ze te zien zijn op You Tube: 


Het boek: negentig ansichtkaarten (waarvan 30 op gigaformaat) van het Barcelona uit de jaren 1912-1935. De foto´s werden genomen door de Franse fotograaf Lucien Roisin Besnard, volgens de nauwkeurige aanwijzingen van zijn baas.

Àngel Toldrà i Viazo op klein formaat.
Deze Àngel Toldrà i Viazo (Barcelona, 1867-1956) had een schrijfwarenwinkel  in de carrer de Canuda.  In 1905 startte hij met een lucratieve bijverdienste: originele ansichtkaarten. Eerst van Barcelona, daarna volgde de rest van Catalonië en ook Mallorca.
Hij begon met het klassieke formaat. Later kwamen daar grote maten bij als het panorama.
Toldrà i Viazo was ook een man van grote getallen: hij produceerde maar liefst 7500 verschillende ansichtkaarten. 

De Sagrada Família in een Eixample in aanbouw, Plaza de Catalunya zonder reclame, de oude haven (Port Vell) die toen nog gewoon ´de haven´ was...

Platen die het woord ´ansicht´ recht doen.

Barcelona panoràmica. Postals d’Àngel Toldrà i Viazo. Uitgeverij Efadós, 2010. Met toelichtende teksten van journalist en Barcelona-kenner Lluís Permanyer.

11-12-11

Soms is het stil in Barcelona

Een van de drukste straten van de stad, La Diagonal, tijdens Real Madrid- FC Barcelona.
Foto op de website van het Catalaanse sportblad Mundo Deportivo.

10-12-11

De mooiste clásico

Op zo´n dag als vandaag denk je als Holllandse culé (Barça-fan) altijd even aan een eerdere clásico, die van 17 februari 1974 in Bernabéu. Real Madrid- FC Barcelona. Uitslag: 0-5, met een doelpunt van sterspeler Johan Cruijff.

17 februari 1974  Real Madrid - Barcelona: 0-5

Een historische wedstrijd. Toen Barcelona een paar jaar geleden onder leiding van Leo Messi met 2-6 in Bernabéu won, barstten vooral onder oudere Barça-supporters de discussies los: welke clásico was mooier, deze of toch die van Cruijff?

De meningen verschilden en verschillen, natuurlijk. Maar het mooiste verhaal is zonder twijfel verbonden met de editie van 1974. Het gaat ongeveer zo:
Begin februari. Barcelona-trainer Rinus Michels maakt zich zorgen. Over een paar weken staat de wedstrijd tegen Madrid op het programma. Om precies te zijn op 17 februari. Uitgerekend de dag dat Danny Cruijff moet bevallen van haar en Johans derde kind. Wat te doen? De wedstrijd is te belangrijk voor FC Barcelona om deze te spelen zonder zijn absolute ster. Dus vraagt Michels aan het echtpaar Cruijff of het kind niet ´een weekie eerder kan komme´. Waarop de Cruijffs naar Amsterdam vliegen. Daar wordt baby Cruijff in het ziekenhuis geboren, met behulp van een keizersnede. Het is 9 februari, toevallig of niet de verjaardag van trainer Rinus Michels. In het geboorteregister van Amsterdam wordt het jongetje ingeschreven als Johan Jordi Cruijff.


2 mei 2009 Real Madrid - Barcelona: 2-6

Aansluitend vliegt Johan Jordi met zijn ouders naar Barcelona. Er moet immers gevoetbald worden, in Madrid nog wel. Maar eerst moet Johan zijn zoon ook in Barcelona registreren. Dus meldt Cruijff zich bij de Ayuntamiento, het stadhuis aan de Plaça de Sant Jaume. “Gefeliciteerd, meneer Cruijff. Wat een eer! En hoe gaat uw kind heten?” “Johan Jordi.”

Dat kon dus niet. Dictator Franco had een bloedhekel aan de Catalanen. Dat volkje was hem veel te vrijgevochten. Het had bovendien tot het laatst toe tegenstand geboden in de Spaanse Burgeroorlog. Dus verbood El Gaudillo (De Leider) na zijn definitieve overwinning zo´n beetje alles wat met de Catalaanse cultuur en taal te maken had. Het onderwijs, boeken, tijdschriften… Ouders mochten hun kinderen zelfs geen Catalaanse naam geven. Dus niks geen Pau, Roger of Bernat. En zeker geen Jordi, de naam immers van de Catalaanse beschermheilige.
Niet dat Cruijff dat wist, van die beschermheilige. Hij had de naam ergens gehoord en vond het wel gezellig klinken. Sjordi. Natuurlijk werden tijdens Franco´s dictatuur massa´s Jordi´s geboren, maar die variant bleef binnenskamers. Buiten, op straat, op school en voor de gemeente was het gewoon Jorge, de Spaanse versie.

Dus stellen de ambtenaren in de Ayuntamiento dat Jordi Jorge moet zijn. Daar heeft Cruijff geen zin in. En als Cruijff ergens geen zin in heeft…
Enige tijd later staat hij buiten, op de Plaça de Sant Jaume. In zijn hand het afschrift van de geboorteakte van zijn zoon: Johan Jordi Cruijff.

Het nieuws gaat als een lopend vuurtje de stad rond. ´Cruijff heeft zijn zoon een Catalaanse naam kunnen geven. En niet zomaar een naam, maar Jordi, de naam van onze beschermheilige!`
Hij is al een held in de stad, maar wordt nu een nog grotere. En weer een paar dagen later bestijgt hij het Pantheon, na de 5-0 overwinning op Madrid.

El Flaco
Een mooi verhaal, als een sprookje.
De werkelijkheid was iets prozaïscher. Zo reisde Danny en Johan niet naar Amsterdam op bevel van de man die later de Generaal genoemd werd, Rinus Michels. Danny wilde geen risico nemen met de in die jaren nog vrij belabberde Spaanse gezondheidszorg. Zeker niet na twee eerdere – Nederlandse - keizersnedes (dochters Chantal en Susila). Dus had ze gewoon een gynaecoloog in Amsterdam, bij wie ze regelmatig op controle ging en die bij de geboorte van haar derde kind moest assisteren.

Onbeduidende details binnen een legende die staat als een huis. Net zoals de 0-5 van destijds. Bovendien heeft het verhaal een sprookjesachtig einde: later dat jaar werd Barcelona kampioen van Spanje. Voor de eerste keer in veertien jaar. Naar verluidt kwam dat (ook?) omdat de scheidrechters in opdracht van Franco werden omgekocht. Barcelona mocht geen kampioen van Spanje worden. En wat in ieder geval was verboden: winnen van Real Madrid in Madrid.

Dit keer echter, had El Gaudillo iemand over het hoofd gezien, of liever, langs het tengere lijf gekeken: El Flaco, de magere, zoals Cruijff in Barcelona werd genoemd. Want dat hij hier bekend stond als El Salvador (De Verlosser), dat is pas écht een sprookje.

08-12-11

De tweede Catalaanse kakker

Vandaag nog even op de Fira de Santa Llúcia, geweest, de traditionele kerstmarkt bij de kathedraal van Barcelona. Altijd leuk, al is zo´n markt op een vrije dag als vandaag wel erg druk. Huilende kinderen en boze ouders, dat werk.

Tussen het familieleed bleef alleen Tió de Nadal vrolijk glimlachen. Zijn uiterlijk doet het misschien vermoeden, maar we hebben het hier niet over een aardige kerstoom: tío mag dan het Spaanse woord zijn voor ´oom´, het Catalaanse tió betekent ´houtblok´.  Meer dan een kwestie van accenten dus.




Caga Tió wordt dan ´kakhout´ of zoiets. Deze tweede Catalaanse kakker begon zijn leven ooit als een simpel blok brandhout. Nu ja, simpel: het Catalaanse volksgeloof wil dat de bossen bevolkt werden/worden door kabouters, dus driemaal raden wie of wat Tió eigenlijk is. Vandaar ook dat hij in de loop der tijd een gezicht kreeg; een vrolijke kop natuurlijk, want de kinderen des huizes mochten niet bang van hem worden.

Vroeger werd Tió op kerstavond of eerste kerstdag gewoon met zijn kont in de haard gezet, die met een pook nog eens extra werd opgestookt. Dan wil je wel cadeautjes kakken! Totdat de open haard plaatsmaakte voor gas en elektriciteit en Tió voortaan alleen nog maar op z´n donder kreeg met stokken.

Wat gebleven is  de aanloop naar het grote moment. Voor veel mensen loopt die gelijk met de adventsperiode, de traditionele christelijke voorbereidingsperiode voor het kerstfeest, die dit jaar begon op 2 december. Anderen houden vandaag, 8 december als startdatum aan, de katholieke feestdag van de onbevlekte ontvangenis.
Wie zijn Caga Tió serieus neemt, geeft hem gedurende deze periode een eigen plekje in de keuken. Daar krijgt hij, lekker warm verscholen onder zijn dekentje, elke dag te eten. Idealiter een gezonde sinaasappel of wat noten, maar ook op turon (nougat) is een echte Tió dol.

Turon is ook – hoe kan het anders - een populair cadeautje dat Tió uitkakt en thema in veel van de liedjes die de kinderen zingen tijdens het meppen op de gulle gever.
 Snoepgoed is sowieso zo´n beetje de grootste gift van Tió. Het geven van echt grote cadeaus is vooral  voorbehouden aan de drie koningen, begin januari.
Ook de ouderen hopen elk jaar op dikke giften. En als die niet van de heilige mannen komen, wie weet misschien dan wel via El Gordo en El Niño, de twee grootste loterijen in Spanje.

05-12-11

De onbekende Pep Guardiola

Hij maakte fortuin met zijn koffieplantages, bezat een deel van het Panama-kanaal en bedacht een eigen taal voor zeelui.
Sommige (veel) mensen maken naam met minder. Maar wie kent Josep Guardiola i Grau (1831-1901) nog? Zijn huidige faam lijkt beperkt tot zijn geboorteplaats L´Aleixar, een gehucht in de provincie Tarragona.
Aleixar
Nog geen duizend inwoners telt het, naast vijf pleinen, een laan en een stuk of vijftien straten. Een van die straten draagt Guardiola´s naam. En op de gemeentelijke website staat de biografie van Don José - zoals ze hem in L´Aleixar noemen. Don José was een ´hele meneer´, lezen we. Groot en gezet, en voorzien van een snor die hem het uiterlijk gaf van een Russische aristocraat. Proper was hij ook. Guardiola nam dagelijks een bad, meldt de biografie. Hoe de gemeente dat weet, is mij een raadsel, maar oordeelt u over Peps uiterlijk hieronder zelf.



Josep Guardiola i Grau (1831-1901)




Paardrit van twee dagen
Lang voor dit fotomoment had de waarschijnlijk toen nog slanke en op avontuur beluste Guardiola zijn geboorteplaats verlaten. Als 16-jarige belandde hij via Engeland in San Francisco, waar hij als makelaar al snel voldoende geld maakte om zichzelf eigenaar te mogen noemen van twee huizen.

Een ander is daar tevreden mee. Zo niet de rusteloze Pep. Een paar jaar later vinden we hem terug in Guatemala, als eigenaar van een koffie- en rietsuikerplantage, vreemd genoeg El Chocolá genaamd. Het ging niet bepaald om een chocolaatje: een rondje over het terrein betekende een paardrit van twee dagen. Guardiola kon deze superplantage kopen dankzij het patent op zijn uitvinding, een suikerverwerkingsmachine.


Orba
De man uit L´Aleixar deed nóg een uitvinding, zij het een zonder veel succes. De veeltalige zakenman  - hij sprak Catalaans, Spaans, Engels, Frans en Duits - bedacht Orba. Een kunsttaal, bedoeld als handig onderling communicatiemiddel voor zeelui en ander reislustig volk. Zijn kosmal idioma (universele taal) had dus niet ´de pretentie om welke taal dan ook te vervangen of te verdringen´, benadrukte Guardiola in het 'Orbat cursusboek' dat hij schreef.



´Pep Guardiola? Die van het huis of van het voetbal?´
 
Dat is dan ook niet gebeurd: voor zover bekend is de bedenker zelf tot nu toe de enige mens die het schone Orba beheerste. Voor wie het wil proberen, een voorbeeld: Y Gramatiko studirsobie am serense esta pratse korrétsen (De grammatica bestudeer je om correct te leren praten).

Kosmal Idioma Gramatiko Uti Nove Prata Da José Guardiola werd in 1893 gepubliceerd in Parijs. Guardiala had daar een woning gekocht, toen hij na vier decennia Amerika definitief naar Europa was teruggekeerd, twintig miljoen peseta’s rijker. Zijn plantage had hij met veel winst verkocht, juist voordat de koffiemarkt instortte. En aan de VS verpatste hij voor heel veel geld zijn aandelen in het Panamakanaal.

Het goede leven
De steenrijke Guardiola leefde voortaan het goede leven, afwisselend in Parijs, Barcelona en L´Aleixar. Slechts één ding ontbrak aan zijn geluk: een vrouw. Maar ook daar had de voorzienigheid een oplossing voor. Of misschien was het wel zijn mulatdochter Lola, souvenir van zijn Amerikaanse tijd - een zoon bleef in Guatamala achter.




Slechts één ding ontbrak aan zijn geluk: een vrouw.

Hoe dan ook, zestiger Guardiola viel in 1891 als een blok voor Lola´s vriendin, de 21-jarige Roser, voluit Rosario Segimon i Artells (1870-1964). Roser kwam uit het naburige Reus, tevens geboorteplaats van ene Antonio Gaudí. Ook over Roser heeft de gemeente L´Aleixar aardige details te melden: ´Rosario was van een grote schoonheid,  met een blanke huid en een damesfiguurtje van porcelein´.


Rosario Segimon i Artells (1870-1964)
Waar of niet waar,  – oordeelt u ook over haar uiterlijk (bovenstaande foto is genomen op latere leeftijd, denk ik) vooral zelf - de nieuwbakken geliefden kenden weinig twijfel. Nog hetzelfde jaar trouwden ze. Het jonge paar vestigde zich in Parijs, vergezeld van twee bedienden, twee koks, een wasvrouw, een strijkster en een kapster. Tweede en derde huizen waren er in Barcelona en Blanes. Plezierreisjes hadden als bestemmingen de VS en Egypte.

Pere Milà (1874-1940)
Casa Milà

Aan ieders geluk komt een einde, zelfs aan dat van Josep Guardiola. In 1901 overleed hij aan een verstopte slagader. Na de dood van Josep vond Roser in de warmwaterbronnen van Vichy troost in de armen van een jonge bourgeois dandy uit Barcelona, Pere Milà. In 1903 trouwde deze niet onbemiddelde ondernemer met de nog veel rijkere Roser. In 1905 kochten ze een stuk grond aan de Passeig de Gracia. Streekgenoot Gaudí werd gevraagd een huis te bouwen.

Casa Milà heet het nu wereldberoemde huis; gebouwd dankzij de meer dan vijftien miljoen peseta´s die Josep Guardiola aan zijn vrouw achterliet.

Sommigen beweren dat het huis om die reden Casa Guardiola zou moeten heten. Interessante gedachte. Want wie weet zou Josep Guardiola dan net zo bekend zijn als zijn naamgenoot, de oud-trainer van FC Barcelona. ´Pep Guardiola? Die van het huis of van het voetbal?´

Zoon van verdienste
De geschiedenis heeft een beetje voor rechter gespeeld. Casa Milà is immers minstens zo bekend onder de naam La Pedrera (de steengroeve), ooit als spotnaam gegeven aan het bouwwerk door de burgers van Barcelona.


Straatbeeld in L´Aleixar, begin vorige eeuw

En L´Aleixar is trots op zijn Pep. Al in 1897, dus nog tijdens zijn leven, werd Guardiola benoemd tot ´zoon van verdienste´. Nu had Pep ook het nodige voor zijn geboortedorp gedaan. Hij liet er onder meer een armenschool bouwen en een ziekenhuis, dat in 1892 werd ingewijd. Ook de gemeentelijke begraafplaats kwam er dankzij hem. Uiteraard ligt de zoon van verdienste er zelf begraven, samen met zijn vrouw. Deze overleefde haar tweede man Pere Milà bijna een kwart eeuw. Tot haar dood in 1964 woonde ze in Casa Milà.

 

01-12-11

Gaudí met LED


Koud brandt de kerstverlichting (zie het You Tube filmpje hierboven) of burgermeester Trias wil méér licht in Barcelona. Bericht in La Vanguardia  deze week:  het gemeentebestuur ziet nieuwe straatverlichting als een ´prioriteit´.

Eerste vraag in tijden van crisis: Wat kost het?

Valt mee en toch tegen. Eerst de energie- en dus kostenbesparende toverwoorden: ´LED´, ´intelligent´ en ´telecontrol´. Voluit:  Een systeem dat -  en vanaf hier citeer ik de TU Delft –  ´bestaat uit lantaarnpalen met LED-verlichting, omgevingssensoren en draadloze communicatie. De lantaarnpalen kunnen hiermee de lichten dimmen als er geen auto’s, fietsers of voetgangers in de buurt zijn. Ook kunnen ze draadloos met elkaar en met een centrale communiceren.´

Goed voor zo´n 80 procent minder energiegebruik, zegt Delft, dat zelf aan zo´n wonderlichtsysteem werkt. (Al op de hoogte van de plannen van Barcelona, dames en heren in Delft? U wordt niet genoemd door La Vanguardia.) En ook de onderhoudskosten van het systeem zijn minder hoog.

Dat is natuurlijk prachtig. Wat blijft - de tegenvaller - zijn de hoge omschakelkosten. Voor een stad als Barcelona (114.000 straatlantaarns met één of meer lampen)  zo´n 100 miljoen euro.
Toch gaat het plan hoogstwaarschijnlijk door. De eerste proeven (zonder de TU dus) zijn hoopgevend. En, nog belangrijker, de Partido Popular (PP) is vóór; zonder deze rechtse zeer Spaanse partij is het anno 2011 zelfs in Barcelona moeilijk besturen. Alberto Fernández Díaz, de locale PP-voorman, ziet het lichtplan als de kans voor Barcelona om zich te ontdoen van ´haar complexen als trieste en donkere stad´.

Barcelona met gaslicht: ook mooi!
Señor Fernández Díaz overdrijft natuurlijk. We leven niet meer in 1842, toen de eerste twee gaslantaarns in de stad verschenen, voor de Santa Maria del Mar in El Born. En ook 1882 is ver verleden tijd. Dat jaar kreeg de Passeig de Colom als eerste straat in Barcelona elektrisch licht. De twee beroemdste lantaarnpalen van de stad, die van Gaudí op de Plaça Reial, moesten overigens nog wachten tot 1890. Dat zal dit keer, met de LED-lampen, ongetwijfeld sneller gaan.

Gaudí met LED. Klinkt goed.