19-12-11

Het raadsel van de Canaletes (1)

En wéér vierden de supporters bij de Font de Canaletes (Fuente de Canaletas in het Spaans) een triomf van hun Barça.
Er zijn riantere locaties denkbaar om met een paar duizend geestverwanten - al waren het er vandaag veel minder - een feestje te bouwen.

Toch is  het een logische plek. Om te beginnen was  de fontein altijd een populaire ontmoetingsplaats. Je praatte erbij met bekenden, en deelde de laatste nieuwtjes en roddels. En dan had de bron ook nog eens het beste drinkwater van de stad – daarover een andere keer meer.

De populariteit van Canaletes groeide nog toen ene Esteve Sala in 1901 een drankenkiosk begon, pal naast de fontein. Het kletst tenslotte lekkerder wanneer je er iets te drinken bij hebt.


Frits van Turenhout

De ondernemende Sala liet het niet bij die ene kiosk. Hij opende de ene na de andere onderneming en werd de horecakoning van Barcelona. Sala had ook een bar vlakbij El Camp del Carrer Indústria, het eerste stadion (1909-1922) van FC Barcelona, aan wat nu de Carrer de París heet. Van daaruit vertrok na afloop van elke  Barça-wedstrijd een ober in grote haast naar de Canaletes-kiosk. Daar schreef deze mobiele Frits van Turenhout de uitslag op een groot schoolbord. Het nieuwsgierige publiek stroomde toe en vierde overwinningen steevast met drankjes en broodjes van de kiosk.
En zo is het gekomen.
(Dit is versie 1a.  In versie 1b ontbreekt de ober en werd er gebeld naar de kiosk. Om te beginnen tijdens de rust. ´Zorg voor veel broodjes heren, we staan met 3-0 voor!´)



De kiosk bij de fontein op de Rambla de Canaletes.

Versie 2 heeft ook schoolborden en die hingen dan  aan het pand gevestigd op Rambla nummer 13 (nu 133, Bar Núria,- anno 1926 en ook eigendom van Esteve Sala- zit er nog steeds)  Daarop verschenen de headlines van de krant La Rambla (opgericht: 1930), de krant van Josep Suñol i Garriga, directielid van FC Barcelona - in 1935 werd hij voorzitter, als opvolger van, jawel, Esteve Sala.


 De kiosk werd in 1951 afgebroken. De fontein zwijgt. De supporters juichen en zingen.




La Rambla werd gemaakt op de Rambla de Canaletes nummer 13, ter hoogte van de fontein. Om extra kopers te trekken, zette de redactie de belangrijkste nieuwtjes op een schoolbord op het balkon van  het pand. Vooral de voetbaluitslagen trokken altijd drommen belangstellenden.
En zo is het gekomen.
Josep Syol (met sigaar) met links van hem de Catalaanse president Lluís Companys in mei 1936 op de tribune van Les Corts,  het tweede stadion (1922-1957) van FC Barcelona.

Dan is er nog versie 3, of meer een versie 2b eigenlijk. Waarin het schoolbord niet verbonden is met La Rambla, maar met, geloof het of niet, de Madrileense krant El Sport (opgericht: 1917), die dus op de Rambla de Canaletes een kantoor had. Verder hetzelfde verhaal als versie 2.

En zo is het gekomen. Een historisch gezien juiste plek dus, die fontein, voor een Barça- feestje. Maar welke versie van ´het waarom´ nu de juiste is?

Afbraak van de befaamde kiosk, 1951. (foto: Pérez de Rozas)
De kiosk werd in 1951 afgebroken. De fontein zwijgt. En de supporters juichen en zingen.

14-12-11

Barcelona op reuzenformaat


Ik heb het nog niet in de ramsj gezien, dit vast en zeker prijzige boek uit 2010, maar hier zijn veel van de plaatjes, zoals ze te zien zijn op You Tube: 


Het boek: negentig ansichtkaarten (waarvan 30 op gigaformaat) van het Barcelona uit de jaren 1912-1935. De foto´s werden genomen door de Franse fotograaf Lucien Roisin Besnard, volgens de nauwkeurige aanwijzingen van zijn baas.

Àngel Toldrà i Viazo op klein formaat.
Deze Àngel Toldrà i Viazo (Barcelona, 1867-1956) had een schrijfwarenwinkel  in de carrer de Canuda.  In 1905 startte hij met een lucratieve bijverdienste: originele ansichtkaarten. Eerst van Barcelona, daarna volgde de rest van Catalonië en ook Mallorca.
Hij begon met het klassieke formaat. Later kwamen daar grote maten bij als het panorama.
Toldrà i Viazo was ook een man van grote getallen: hij produceerde maar liefst 7500 verschillende ansichtkaarten. 

De Sagrada Família in een Eixample in aanbouw, Plaza de Catalunya zonder reclame, de oude haven (Port Vell) die toen nog gewoon ´de haven´ was...

Platen die het woord ´ansicht´ recht doen.

Barcelona panoràmica. Postals d’Àngel Toldrà i Viazo. Uitgeverij Efadós, 2010. Met toelichtende teksten van journalist en Barcelona-kenner Lluís Permanyer.

11-12-11

Soms is het stil in Barcelona

Een van de drukste straten van de stad, La Diagonal, tijdens Real Madrid- FC Barcelona.
Foto op de website van het Catalaanse sportblad Mundo Deportivo.

10-12-11

De mooiste clásico

Op zo´n dag als vandaag denk je als Holllandse culé (Barça-fan) altijd even aan een eerdere clásico, die van 17 februari 1974 in Bernabéu. Real Madrid- FC Barcelona. Uitslag: 0-5, met een doelpunt van sterspeler Johan Cruijff.

17 februari 1974  Real Madrid - Barcelona: 0-5

Een historische wedstrijd. Toen Barcelona een paar jaar geleden onder leiding van Leo Messi met 2-6 in Bernabéu won, barstten vooral onder oudere Barça-supporters de discussies los: welke clásico was mooier, deze of toch die van Cruijff?

De meningen verschilden en verschillen, natuurlijk. Maar het mooiste verhaal is zonder twijfel verbonden met de editie van 1974. Het gaat ongeveer zo:
Begin februari. Barcelona-trainer Rinus Michels maakt zich zorgen. Over een paar weken staat de wedstrijd tegen Madrid op het programma. Om precies te zijn op 17 februari. Uitgerekend de dag dat Danny Cruijff moet bevallen van haar en Johans derde kind. Wat te doen? De wedstrijd is te belangrijk voor FC Barcelona om deze te spelen zonder zijn absolute ster. Dus vraagt Michels aan het echtpaar Cruijff of het kind niet ´een weekie eerder kan komme´. Waarop de Cruijffs naar Amsterdam vliegen. Daar wordt baby Cruijff in het ziekenhuis geboren, met behulp van een keizersnede. Het is 9 februari, toevallig of niet de verjaardag van trainer Rinus Michels. In het geboorteregister van Amsterdam wordt het jongetje ingeschreven als Johan Jordi Cruijff.


2 mei 2009 Real Madrid - Barcelona: 2-6

Aansluitend vliegt Johan Jordi met zijn ouders naar Barcelona. Er moet immers gevoetbald worden, in Madrid nog wel. Maar eerst moet Johan zijn zoon ook in Barcelona registreren. Dus meldt Cruijff zich bij de Ayuntamiento, het stadhuis aan de Plaça de Sant Jaume. “Gefeliciteerd, meneer Cruijff. Wat een eer! En hoe gaat uw kind heten?” “Johan Jordi.”

Dat kon dus niet. Dictator Franco had een bloedhekel aan de Catalanen. Dat volkje was hem veel te vrijgevochten. Het had bovendien tot het laatst toe tegenstand geboden in de Spaanse Burgeroorlog. Dus verbood El Gaudillo (De Leider) na zijn definitieve overwinning zo´n beetje alles wat met de Catalaanse cultuur en taal te maken had. Het onderwijs, boeken, tijdschriften… Ouders mochten hun kinderen zelfs geen Catalaanse naam geven. Dus niks geen Pau, Roger of Bernat. En zeker geen Jordi, de naam immers van de Catalaanse beschermheilige.
Niet dat Cruijff dat wist, van die beschermheilige. Hij had de naam ergens gehoord en vond het wel gezellig klinken. Sjordi. Natuurlijk werden tijdens Franco´s dictatuur massa´s Jordi´s geboren, maar die variant bleef binnenskamers. Buiten, op straat, op school en voor de gemeente was het gewoon Jorge, de Spaanse versie.

Dus stellen de ambtenaren in de Ayuntamiento dat Jordi Jorge moet zijn. Daar heeft Cruijff geen zin in. En als Cruijff ergens geen zin in heeft…
Enige tijd later staat hij buiten, op de Plaça de Sant Jaume. In zijn hand het afschrift van de geboorteakte van zijn zoon: Johan Jordi Cruijff.

Het nieuws gaat als een lopend vuurtje de stad rond. ´Cruijff heeft zijn zoon een Catalaanse naam kunnen geven. En niet zomaar een naam, maar Jordi, de naam van onze beschermheilige!`
Hij is al een held in de stad, maar wordt nu een nog grotere. En weer een paar dagen later bestijgt hij het Pantheon, na de 5-0 overwinning op Madrid.

El Flaco
Een mooi verhaal, als een sprookje.
De werkelijkheid was iets prozaïscher. Zo reisde Danny en Johan niet naar Amsterdam op bevel van de man die later de Generaal genoemd werd, Rinus Michels. Danny wilde geen risico nemen met de in die jaren nog vrij belabberde Spaanse gezondheidszorg. Zeker niet na twee eerdere – Nederlandse - keizersnedes (dochters Chantal en Susila). Dus had ze gewoon een gynaecoloog in Amsterdam, bij wie ze regelmatig op controle ging en die bij de geboorte van haar derde kind moest assisteren.

Onbeduidende details binnen een legende die staat als een huis. Net zoals de 0-5 van destijds. Bovendien heeft het verhaal een sprookjesachtig einde: later dat jaar werd Barcelona kampioen van Spanje. Voor de eerste keer in veertien jaar. Naar verluidt kwam dat (ook?) omdat de scheidrechters in opdracht van Franco werden omgekocht. Barcelona mocht geen kampioen van Spanje worden. En wat in ieder geval was verboden: winnen van Real Madrid in Madrid.

Dit keer echter, had El Gaudillo iemand over het hoofd gezien, of liever, langs het tengere lijf gekeken: El Flaco, de magere, zoals Cruijff in Barcelona werd genoemd. Want dat hij hier bekend stond als El Salvador (De Verlosser), dat is pas écht een sprookje.

08-12-11

De tweede Catalaanse kakker

Vandaag nog even op de Fira de Santa Llúcia, geweest, de traditionele kerstmarkt bij de kathedraal van Barcelona. Altijd leuk, al is zo´n markt op een vrije dag als vandaag wel erg druk. Huilende kinderen en boze ouders, dat werk.

Tussen het familieleed bleef alleen Tió de Nadal vrolijk glimlachen. Zijn uiterlijk doet het misschien vermoeden, maar we hebben het hier niet over een aardige kerstoom: tío mag dan het Spaanse woord zijn voor ´oom´, het Catalaanse tió betekent ´houtblok´.  Meer dan een kwestie van accenten dus.




Caga Tió wordt dan ´kakhout´ of zoiets. Deze tweede Catalaanse kakker begon zijn leven ooit als een simpel blok brandhout. Nu ja, simpel: het Catalaanse volksgeloof wil dat de bossen bevolkt werden/worden door kabouters, dus driemaal raden wie of wat Tió eigenlijk is. Vandaar ook dat hij in de loop der tijd een gezicht kreeg; een vrolijke kop natuurlijk, want de kinderen des huizes mochten niet bang van hem worden.

Vroeger werd Tió op kerstavond of eerste kerstdag gewoon met zijn kont in de haard gezet, die met een pook nog eens extra werd opgestookt. Dan wil je wel cadeautjes kakken! Totdat de open haard plaatsmaakte voor gas en elektriciteit en Tió voortaan alleen nog maar op z´n donder kreeg met stokken.

Wat gebleven is  de aanloop naar het grote moment. Voor veel mensen loopt die gelijk met de adventsperiode, de traditionele christelijke voorbereidingsperiode voor het kerstfeest, die dit jaar begon op 2 december. Anderen houden vandaag, 8 december als startdatum aan, de katholieke feestdag van de onbevlekte ontvangenis.
Wie zijn Caga Tió serieus neemt, geeft hem gedurende deze periode een eigen plekje in de keuken. Daar krijgt hij, lekker warm verscholen onder zijn dekentje, elke dag te eten. Idealiter een gezonde sinaasappel of wat noten, maar ook op turon (nougat) is een echte Tió dol.

Turon is ook – hoe kan het anders - een populair cadeautje dat Tió uitkakt en thema in veel van de liedjes die de kinderen zingen tijdens het meppen op de gulle gever.
 Snoepgoed is sowieso zo´n beetje de grootste gift van Tió. Het geven van echt grote cadeaus is vooral  voorbehouden aan de drie koningen, begin januari.
Ook de ouderen hopen elk jaar op dikke giften. En als die niet van de heilige mannen komen, wie weet misschien dan wel via El Gordo en El Niño, de twee grootste loterijen in Spanje.

05-12-11

De onbekende Pep Guardiola

Hij maakte fortuin met zijn koffieplantages, bezat een deel van het Panama-kanaal en bedacht een eigen taal voor zeelui.
Sommige (veel) mensen maken naam met minder. Maar wie kent Josep Guardiola i Grau (1831-1901) nog? Zijn huidige faam lijkt beperkt tot zijn geboorteplaats L´Aleixar, een gehucht in de provincie Tarragona.
Aleixar
Nog geen duizend inwoners telt het, naast vijf pleinen, een laan en een stuk of vijftien straten. Een van die straten draagt Guardiola´s naam. En op de gemeentelijke website staat de biografie van Don José - zoals ze hem in L´Aleixar noemen. Don José was een ´hele meneer´, lezen we. Groot en gezet, en voorzien van een snor die hem het uiterlijk gaf van een Russische aristocraat. Proper was hij ook. Guardiola nam dagelijks een bad, meldt de biografie. Hoe de gemeente dat weet, is mij een raadsel, maar oordeelt u over Peps uiterlijk hieronder zelf.



Josep Guardiola i Grau (1831-1901)




Paardrit van twee dagen
Lang voor dit fotomoment had de waarschijnlijk toen nog slanke en op avontuur beluste Guardiola zijn geboorteplaats verlaten. Als 16-jarige belandde hij via Engeland in San Francisco, waar hij als makelaar al snel voldoende geld maakte om zichzelf eigenaar te mogen noemen van twee huizen.

Een ander is daar tevreden mee. Zo niet de rusteloze Pep. Een paar jaar later vinden we hem terug in Guatemala, als eigenaar van een koffie- en rietsuikerplantage, vreemd genoeg El Chocolá genaamd. Het ging niet bepaald om een chocolaatje: een rondje over het terrein betekende een paardrit van twee dagen. Guardiola kon deze superplantage kopen dankzij het patent op zijn uitvinding, een suikerverwerkingsmachine.


Orba
De man uit L´Aleixar deed nóg een uitvinding, zij het een zonder veel succes. De veeltalige zakenman  - hij sprak Catalaans, Spaans, Engels, Frans en Duits - bedacht Orba. Een kunsttaal, bedoeld als handig onderling communicatiemiddel voor zeelui en ander reislustig volk. Zijn kosmal idioma (universele taal) had dus niet ´de pretentie om welke taal dan ook te vervangen of te verdringen´, benadrukte Guardiola in het 'Orbat cursusboek' dat hij schreef.



´Pep Guardiola? Die van het huis of van het voetbal?´
 
Dat is dan ook niet gebeurd: voor zover bekend is de bedenker zelf tot nu toe de enige mens die het schone Orba beheerste. Voor wie het wil proberen, een voorbeeld: Y Gramatiko studirsobie am serense esta pratse korrétsen (De grammatica bestudeer je om correct te leren praten).

Kosmal Idioma Gramatiko Uti Nove Prata Da José Guardiola werd in 1893 gepubliceerd in Parijs. Guardiala had daar een woning gekocht, toen hij na vier decennia Amerika definitief naar Europa was teruggekeerd, twintig miljoen peseta’s rijker. Zijn plantage had hij met veel winst verkocht, juist voordat de koffiemarkt instortte. En aan de VS verpatste hij voor heel veel geld zijn aandelen in het Panamakanaal.

Het goede leven
De steenrijke Guardiola leefde voortaan het goede leven, afwisselend in Parijs, Barcelona en L´Aleixar. Slechts één ding ontbrak aan zijn geluk: een vrouw. Maar ook daar had de voorzienigheid een oplossing voor. Of misschien was het wel zijn mulatdochter Lola, souvenir van zijn Amerikaanse tijd - een zoon bleef in Guatamala achter.




Slechts één ding ontbrak aan zijn geluk: een vrouw.

Hoe dan ook, zestiger Guardiola viel in 1891 als een blok voor Lola´s vriendin, de 21-jarige Roser, voluit Rosario Segimon i Artells (1870-1964). Roser kwam uit het naburige Reus, tevens geboorteplaats van ene Antonio Gaudí. Ook over Roser heeft de gemeente L´Aleixar aardige details te melden: ´Rosario was van een grote schoonheid,  met een blanke huid en een damesfiguurtje van porcelein´.


Rosario Segimon i Artells (1870-1964)
Waar of niet waar,  – oordeelt u ook over haar uiterlijk (bovenstaande foto is genomen op latere leeftijd, denk ik) vooral zelf - de nieuwbakken geliefden kenden weinig twijfel. Nog hetzelfde jaar trouwden ze. Het jonge paar vestigde zich in Parijs, vergezeld van twee bedienden, twee koks, een wasvrouw, een strijkster en een kapster. Tweede en derde huizen waren er in Barcelona en Blanes. Plezierreisjes hadden als bestemmingen de VS en Egypte.

Pere Milà (1874-1940)
Casa Milà

Aan ieders geluk komt een einde, zelfs aan dat van Josep Guardiola. In 1901 overleed hij aan een verstopte slagader. Na de dood van Josep vond Roser in de warmwaterbronnen van Vichy troost in de armen van een jonge bourgeois dandy uit Barcelona, Pere Milà. In 1903 trouwde deze niet onbemiddelde ondernemer met de nog veel rijkere Roser. In 1905 kochten ze een stuk grond aan de Passeig de Gracia. Streekgenoot Gaudí werd gevraagd een huis te bouwen.

Casa Milà heet het nu wereldberoemde huis; gebouwd dankzij de meer dan vijftien miljoen peseta´s die Josep Guardiola aan zijn vrouw achterliet.

Sommigen beweren dat het huis om die reden Casa Guardiola zou moeten heten. Interessante gedachte. Want wie weet zou Josep Guardiola dan net zo bekend zijn als zijn naamgenoot, de oud-trainer van FC Barcelona. ´Pep Guardiola? Die van het huis of van het voetbal?´

Zoon van verdienste
De geschiedenis heeft een beetje voor rechter gespeeld. Casa Milà is immers minstens zo bekend onder de naam La Pedrera (de steengroeve), ooit als spotnaam gegeven aan het bouwwerk door de burgers van Barcelona.


Straatbeeld in L´Aleixar, begin vorige eeuw

En L´Aleixar is trots op zijn Pep. Al in 1897, dus nog tijdens zijn leven, werd Guardiola benoemd tot ´zoon van verdienste´. Nu had Pep ook het nodige voor zijn geboortedorp gedaan. Hij liet er onder meer een armenschool bouwen en een ziekenhuis, dat in 1892 werd ingewijd. Ook de gemeentelijke begraafplaats kwam er dankzij hem. Uiteraard ligt de zoon van verdienste er zelf begraven, samen met zijn vrouw. Deze overleefde haar tweede man Pere Milà bijna een kwart eeuw. Tot haar dood in 1964 woonde ze in Casa Milà.

 

01-12-11

Gaudí met LED


Koud brandt de kerstverlichting (zie het You Tube filmpje hierboven) of burgermeester Trias wil méér licht in Barcelona. Bericht in La Vanguardia  deze week:  het gemeentebestuur ziet nieuwe straatverlichting als een ´prioriteit´.

Eerste vraag in tijden van crisis: Wat kost het?

Valt mee en toch tegen. Eerst de energie- en dus kostenbesparende toverwoorden: ´LED´, ´intelligent´ en ´telecontrol´. Voluit:  Een systeem dat -  en vanaf hier citeer ik de TU Delft –  ´bestaat uit lantaarnpalen met LED-verlichting, omgevingssensoren en draadloze communicatie. De lantaarnpalen kunnen hiermee de lichten dimmen als er geen auto’s, fietsers of voetgangers in de buurt zijn. Ook kunnen ze draadloos met elkaar en met een centrale communiceren.´

Goed voor zo´n 80 procent minder energiegebruik, zegt Delft, dat zelf aan zo´n wonderlichtsysteem werkt. (Al op de hoogte van de plannen van Barcelona, dames en heren in Delft? U wordt niet genoemd door La Vanguardia.) En ook de onderhoudskosten van het systeem zijn minder hoog.

Dat is natuurlijk prachtig. Wat blijft - de tegenvaller - zijn de hoge omschakelkosten. Voor een stad als Barcelona (114.000 straatlantaarns met één of meer lampen)  zo´n 100 miljoen euro.
Toch gaat het plan hoogstwaarschijnlijk door. De eerste proeven (zonder de TU dus) zijn hoopgevend. En, nog belangrijker, de Partido Popular (PP) is vóór; zonder deze rechtse zeer Spaanse partij is het anno 2011 zelfs in Barcelona moeilijk besturen. Alberto Fernández Díaz, de locale PP-voorman, ziet het lichtplan als de kans voor Barcelona om zich te ontdoen van ´haar complexen als trieste en donkere stad´.

Barcelona met gaslicht: ook mooi!
Señor Fernández Díaz overdrijft natuurlijk. We leven niet meer in 1842, toen de eerste twee gaslantaarns in de stad verschenen, voor de Santa Maria del Mar in El Born. En ook 1882 is ver verleden tijd. Dat jaar kreeg de Passeig de Colom als eerste straat in Barcelona elektrisch licht. De twee beroemdste lantaarnpalen van de stad, die van Gaudí op de Plaça Reial, moesten overigens nog wachten tot 1890. Dat zal dit keer, met de LED-lampen, ongetwijfeld sneller gaan.

Gaudí met LED. Klinkt goed.

28-11-11

How to do Nothing in Barcelona

Ooit wil ik een boek schrijven over Barcelona. Voorlopige titel: How to do Nothing in Barcelona - and have a good time.

Briljant idee natuurlijk.  De ultieme alles-dan-alle-andere-gids voor de stad. Moeilijk thema,  dat wel. Nietsdoen in deze stad waar zoveel te doen is en je - volgens die andere reisgidsen - zoveel móet doen.
Nu is dat nietsdoen eigenlijk meer een state of mind, en geen werkelijke ledigheid. ´Zijn´ in het hier en nu. Open staan voor wat er op dit moment ´is´.  En dat dan gekoppeld aan plaatsen en situaties in de stad.




Zen in Barcelona, kortom. Wat de zaak nog moeilijker maakt. Want schrijf het maar eens op. Soms zou ik fotograaf willen zijn.

Of fotografe, voor mijn part. In 2004 publiceerde de Italiaanse Mariagrazia Barbiani het fotoboek Barcelona, mirada con lentitud. Ik kocht het deze week voor drie euro, in een van de vele mini ´De Slegtes´ van de stad.

Mooie zwart-wit foto´s, met veel grijstinten, maakt Mariagrazia - alleen haar naam al doet je vertragen.

Wat we zien? Luierende mensen in Parc de la Ciutadella. Natuurlijk. Maar ook: oudjes op een bankje aan de Passeig de Sant Joan; de strandwachter in zijn wachttoren; een voetballend jongetje, opgaand in zijn solospel met de bal.







Alledaagse momenten, gevangen in de trage blik van Mariagrazia.
´De ware ontdekkingsreis is niet het zoeken naar nieuwe gebieden, maar het kijken met nieuwe ogen´, citeert Barbiani de Franse schrijfgrootheid Marcel Proust.

En zo is het.



Mariagrazia Barbiani. Barcelona, mirada con lentitud. Ajuntament de Barcelona/Guido Tommasi Editore, 2004. ISBN: 88-869-8861-3.



25-11-11

Het echte spookhuis van de Avenida Tibidabo

Onderaan de Avenida Tibidabo bevindt zich de beginhalte van blauwe tram, befaamd door De Schaduw van de Wind van Carlos Ruiz Zafón. De tram, oud maar nog kras, brengt je in een oogwenk naar de Avenida Tibidabo 32, het adres van het vermeende spookhuis uit Zafóns bestseller.

Het échte spookhuis van de buurt staat pal achter de tramhalte, en heet La Rotonda. Het gebouw met het pronte hoektorentje is evenals de blauwe tram een bedenksel van ´doctor´ Salvador Andreu (1841-1928) De doctor, rijk geworden dankzij zijn populaire hoesttabletjes (nog steeds verkrijgbaar) wilde van Tibidabo en omgeving een tuinstad maken. Een gezonde woonomgeving voor welgestelde Barcelonezen - en een leuk weekenduitje voor minder draagkrachtigen. Rijken van buiten konden hun intrek nemen in La Rotonda, dat toen Metropolitan heette. Het luxe hotel, in de periode 1906-1918 voor Andreu gebouwd door de architect Adolf Ruiz i Casamitjana, zag er ooit zo uit:
Later volgde meerdere uitbreidingen, waaronder een gerealiseerd door de alom aanwezige – 300 (!) gebouwen in Barcelona - Enric Sagnier. De laatste verbouwing dateert uit de jaren zeventig. Hotel Metropolitan werd toen een ziekenhuis, Hospital Sant Gervasi, dat ook enige jaren dienst deed als verpleeghuis voor terminale patiënten.

Lucratieve ruilactie
Een subtiele vooruitwijzing naar La Rotonda als spookhuis, die laatste functie. Want het pand werd gekocht door Núñez i Navarro, het bouwbedrijf van voormalig FC Barcelona-voorzitter José Luis Núñez en diens zoon, ook José Luis geheten.
Dat was in 1999, het jaar ook waarin Núñez en zoon een miljoen euro gaven aan twee belastinginspecteurs. Niet voor niets natuurlijk. Het leverde de heren meer dan dertien miljoen euro belastingvoordeel op. Voor hun lucratieve ruilactie werden ze afgelopen juli veroordeeld tot zes jaar cel en ruim twee miljoen euro boete. Die celstraf is voorlopig
omgezet in een tweewekelijkse meldingsplicht bij de rechtbank, in afwachting van de definitieve uitspraak door het Spaanse Hooggerechtshof.

Snel terug naar La Rotonda. Dat was de afgelopen jaren een spookhuis in verval, rap op weg naar het definitieve afsterven. Zorg van de kant van Núñez i Navarro: nul. Terwijl het pand niet alleen behoort tot de 115 panden tellende modernisme-route van de gemeente Barcelona - La Rotonda is nummer 101 - maar bovendien door diezelfde gemeente is erkend als beschermd monument. Een status die de eigenaar verplicht tot goed onderhoud.

Deze zomer ging de firma Núñez i Navarro eindelijk tot actie over. La Rotunda wordt verbouwd tot een kantorencomplex met 12.500 m2 vloeroppervlakte. Een héél verkeerde actie, vinden veel buurtbewoners, architecten en andere liefhebbers van mooie modernistische gebouwen. Ze hebben zich verenigd in platform, Salvem La Rotonda. Hun belangrijkste bezwaren op een rijtje:
* Het gebouw verliest zijn oorspronkelijke volume en groeit in hoogte en diepte. Dat is verboden bij verbouwingen aan beschermde monumenten.
* Voor een ondergrondse parkeergarage (5 verdiepingen) wordt een derde van het gebouw gesloopt.
* De aanbouw van Enric Sagnier verdwijnt in zijn geheel.


Kortom: La Rotonda zal niet langer La Rotonda zijn. Dat is niet best en afgaande op de plaatjes (in groen de geplande veranderingen) hebben ze op z´n minst een punt. Of twee. De gemeente Barcelona houdt tot nu toe vol dat aan alle normen voldaan is - al had burgervader Xavier Trias liever weer een hotel gemaakt van La Rotonda. Waar of niet waar, met partijpolitiek heeft deze stellingname van het conservatieve stadsbestuur  niets te maken: de verbouwingsplannen werden al in juli 2008 goedgekeurd door de toenmalige socialistische gemeenteraad.

De soepele samenwerking van gemeente en Núñez dateert van nog veel verder terug: eind jaren zeventig bouwde Núñez bijvoorbeeld al een appartementenblok op de plek waar ooit de trappen moeten komen naar de hoofdingang van de Sagrada Família. Met toestemming van de gemeente.

De Loewe-variant
Bij een eventuele desastreuze verbouwing zet ik voorlopig mijn geld op een versnelde versie van de ´Loewe-variant´. Het modehuis Loewe kocht in 1944 de benedenverdieping van Casa Lleó i Morera (1902), een van de modernistische huizen van de Manzana de la Discordia aan de Passeig de Gràcia. Het kan verkeren: in 1906 kreeg het pand de architectuurprijs van de stad Barcelona, nog geen veertig jaar later werd het modernisme beschouwd als ´de periode van slechte smaak´.

 Casa Lleó i Morera

Het modehuis kon dus zijn gang gaan. Van het oorspronkelijke ontwerp van Domènech i Montaner bleef dan ook weinig over. Totdat de publieke smaak weer veranderde en onder druk van het aangroeiende protest de gevel in 1992 grotendeels in zijn originele staat werd hersteld. Zelfs het torentje, dat sneuvelde door de verbouwing, kreeg een herkansing.


Tientallen jaren hoeft het bij La Rotonda niet te duren. Het publieke protest is er nu al en ook de gemeente is feitelijk dol op het modernisme - al is het maar om het geld dat de toestromende toeristen in de stad besteden.

Van het werk van Enric Sagnier (1858-1931) is nog tot 8 januari een tentoonstelling te zien in het Caixa Forum. Opvallend: van Sagniers werk aan La Rotonda ontbreekt op de expositie elk spoor.
La Rotonda, november 2011 (foto: Joost van der Gevel).

23-11-11

Barcelona in november: volgend jaar wel mooi weer!

Lorna Chong: Barcelona In The Rain (2008)

Uitstapje naar Barcelona? November is ideaal! Het was de kop boven de allereerste post op deze blog en gelijk een misser. Toch klopt het: november is de laatste jaren een prima maand voor een bezoek aan de stad.

Alleen, niet dít jaar. De laatste 35 dagen viel er maar liefst 298 liter regen per m2, bijna de helft van wat er normaal in een jaar valt.  We hebben het dan ook over de op twee na natste novembermaand sinds 1914, het jaar waarin het Fabra weerstation begon met meten.


Dus duizendmaal sorry. Gelukkig: november 2012 zal het weer in Barcelona echt een stuk beter zijn. Waarschijnlijk.

22-11-11

Koek en zopie op het Plaça de Catalunya

De ondernemersvereniging van Barcelona wil een ijspiste op  het Plaça de Catalunya, meldt El País vandaag. De baan, 1200 m2  ´groot´, moet van 2 december tot 9 januari open zijn. Zelfs aan koek en zopie is gedacht; de ijsbaan krijgt een eigen bar met terras, vanwaar je de ijspret kunt gadeslaan.
Schaatsen en Spanje. ´Gómez´, denkt een beetje schaatsliefhebber dan. Deze geboren (1943) Barcelonees vertoonde in de periode 1977-1982 zijn kunsten tijdens internationale schaatstoernooien.

Schaatsen had Gómez (voluit: Antonio Gómez Fernadez) geleerd op een ijsbaan in Barcelona.  Mogelijk was dat het Palau de Gel van FC Barcelona - al  klinkt ´IJspaleis´ wat overdreven voor een vloertje van 61 bij 26 meter. Of anders  de tweede permanente ijslocatie van de stad, de nog kleinere piste van de Skating Club de Gel, aan de straat Roger de Flor (dichtbij de Arc de Triomf).

Pootje over
Op dergelijke kleine baantjes móet je haast wel pootje-over leren, zou je zeggen. Toch beheerste Gómez deze edele kunst pas in 1980, het jaar waarin hij prompt zijn hoogste klassering ooit behaalde:  25ste op het Europees kampioenschap.


Antonio Gómez wint waarempel bijna een rit!

Zijn toch wat aandoenlijke gekrabbel maakte van de man uit Barcelona een populaire verschijning. Vooral in Nederland werd hij altijd hartstochtelijk toegejuicht tijdens zijn helletochten op de schaats (Gómez´ persoonlijke record op de 10 kilometer: 21.47,6).  De dankbare Antonio beloonde de vaderlandse steun door zijn dochter te kronen met een Koninklijke Naam: Beatriu.

Haar naam ten spijt bleek de jonge Gómez bepaald geen ijskoningin toen ze het in de periode 2003-2005 probeerde als langebaanschaatster, gecoacht door haar vader. Haar persoonlijke records? Een stuk beter dan die van pa. Uiteraard. Maar wel allemaal geklapschaatst op de razendsnelle overdekte baan van Salt Lake City.

Of er rond Kerst geschaatst kan worden op de Plaza Catalunya is overigens nog de vraag: de gemeente Barcelona wist gisteren nog van niets van de ijsbaanplannen.

17-11-11

Catastrofe op de Ramblas

Tijdens een van de laatste  dagen van mijn verblijf in Barcelona regende het veel en hevig.  Ondanks de regen ging ik ´s ochtends naar de bank. Doordrenkt kwam ik terug in mijn hotel. Daar hoorde ik dat het water op de Rambla  geen uitweg vond; de waterspiegel steeg. Vanaf mijn balkon zag ik dat de catastrofe steeds groter werd. Ik was getuige van een huiveringwekkend schouwspel. De geweldige kracht van het water! De loeiende modderstroom ontwortelde bomen en planten. In de winkels steeg het water de mensen tot aan de heupen. Iedereen schreeuwde of huilde. Later hoorde ik dat verschillende personen in de rioolgaten verdwenen waren.



Sprookjeachtig was het weer niet, de  laatste dagen in Barcelona. Dat de Ramblas ooit een afwatering voor het overtollige water was, je kon het je opeens beter voorstellen. Maar zo erg als in 1862, toen Hans Christiaan Andersen bovenstaande woorden schreef, was het natuurlijk bij lange na niet.











En vandaag? Vandaag is het (bijna) droog. Zelfs de zon laat zich weer voorzichtig zien.

Welkom in Barcelona!


De Ramblas ter hoogte van Pla de la Boqueria, 15 september 1862.


 

15-11-11

Op z´n Hollands met pensioen

Verse tweet van schrijfpartner Rick. De kennis van de Hollandse samenleving is bij sommige Spaanse bedrijven - in dit geval de Baskische bank Kutxa - niet helemáál up to date:

14-11-11

Geen toerist te zien bij La Pedrera

Nog een filmpje uit de oude doos. Voor wie mocht denken dat de drukte op Las Ramblas van na de Olympische spelen is. Wél een groot verschil: in 1926 ontbrak nog die eeuwige rij wachtende toeristen bij Gaudí´s La Pedrera (Casa Milà).

12-11-11

Een kasteelversie van de Pirelli-kalender


Na de blote billen van Shakira meer naakte feiten uit Catalonië: het gaat goed met de castellers  van de Barcelonese wijk El Poble-sec!

Dat verbaast u natuurlijk niet. Vorig jaar immers verklaarden de Unescoz de Catalaanse menselijke torens (castells)  Werelderfgoed.  Een boost voor het zelfvertrouwen van alle castellers.
Die van El poble-Sec vinden het zelfs geen enkel probleem om uit de kleren te gaan voor een ´kasteelversie´ van de Pirelli-kalender - vandaag is de officiële presentatie.
Visca Catalunya!

Porno-regiseur
De  (beschaafd) blote plaatjes werden gemaakt onder leiding van een heuse porno-regisseur, Conrad Son - mogelijk bij u bekend als maker van het sportieve werkje Les excursionistes calentes (De hete wandelaars). “We wilden laten zien dat je zonder kleren aan heel veel dingen kunt doen, zoals het bouwen van kastelen”,  verhelderde Son het waarom van de kalender.

Alsof we dat niet wisten. Wat ik níet wist is dat de ´Castellers del Poble Sec´ niet de eersten torenbouwers zijn met een naaktkalender. Zie het op http://exhibicionistes.wordpress.com/tag/castellers/, waarop nog meer prangende voorbeelden van Catalaans exhibitionisme.
De kalender van de Castellers del Poble Sec is te koop via http://www.calendaribandarra.cat

Palau Güell: luxe en oude matrassen

Ruim en vooral heel luxe. Dat is het eerste dat opvalt binnenin Palau Güell. Maakt het paleis - sinds eind mei na 7 jaar weer toegankelijk voor het publiek- buiten vooral een strenge en ietwat gedrongen indruk, eenmaal in het gebouw dwaal je van vertrek naar vertrek en vergaap je je aan de overdaad.
Dat laatste was dan ook de bedoeling van de steenrijke industrieel Euseubi Guëll. Zijn paleis moest niet zozeer een woning zijn, maar vooral een statement richting zijn zwager, Claudio López i Bru. Diens Palau Moja stond even verderop, aan de Ramblas. Wat jij kunt, dat kan ik beter, moet Guëll gedacht hebben - al had López zijn uit de 18de  eeuw stammende paleisje slechts laten verfraaien, nadat hij het in 1870 had gekocht.


Financiële vrijbrief
En dus werd Palau Güell gebouwd met het beste hout, het meest inventieve ijzerwerk, het duurste marmer en de meest exquise keramiek. Geld speelde geen rol. Tot grote vreugde ongetwijfeld van Gaudí. De beste manier om een man te leren kennen is uitgeven van diens geld, meende de in zijn latere leven zo ascetische architect.

Güells secretaris en accountant, de dichter Ramón Picó Camper, was gechoqueerd door de financiële vrijbrief die zijn baas aan Gaudí gaf. “Ik vul Don Eusebi´s zakken en Gaudí leegt ze vervolgens”, klaagde hij. In de hoop op Guëlls begrip, toonde Picó aan zijn baas bij diens terugkeer van een lange buitenlandse reis een dikke stapel rekeningen voor de bouw van het paleis, “Is dat alles wat Gaudí heeft uitgegeven”, reageerde de  boze Güell.

De overdadige luxe van Palau
Güell doet vreemd aan in de Carrer Nou de la Rambla, in volksbuurt El Raval. Een omgeving die door de Catalaanse schrijver Eugeni d´Ors begin 20ste eeuw werd omschreven als vol met ´mensen zonder thuis of vaderland, vagebonden, zwervers en bedelaars, hun hoofden vol luis… donkere geesten onderworpen aan dierlijke instincten…hooligans, hoeren, idioten, krankzinnigen, dieven, moordenaars´.

Picasso
Dagelijks getuige van deze ellende was de toen zelf ook straatarme Picasso, die schuin tegenover Palau Guëll in 1902  een atelier deelde met een aantal andere armlastige kunstenaars. Picasso en zijn vrienden van het artiestencafé Els Quatre Gats in de Carrer Montsiò waren niet bepaald fans van Gaudí. Twee van hen, Santiago Rusiñol en Miquel Utrillo, vergeleken Guëlls optrekje in de Catalaanse krant La Vanguardia met een bouwwerk uit Babylonische tijden.


Veelzeggend is ook Picasso´s 1902 stammende prent van een bebaarde figuur - Gaudí -die vanaf een hoogte een arme familie toespreekt. De tekst luidt, vertaald in het Nederlands:

Heel belangrijk
Ik moet met jullie over heel belangrijke zaken  praten. Over God en over Kunst.
Ja, ja. Maar mijn kinderen hebben honger.


Op de 18 bij 22 meter grote bouwplaats van Palau Güell  huisden eerder 17 (!) van dergelijke families. En dan was er ook nog eens ruimte voor een zuivelfabriekje.

Kijkje in de stallen...
Oude matrassen
Anno 2011 is El Raval nog niet zo heel veel veranderd. Aan hoeren, zwervers en donkere geesten die het voorzien hebben op je portemonnee nog steeds geen gebrek. En wanneer u na een rondgang door het – toegegeven, indrukwekkende - paleis bent aangekomen op het dak met de vele schoorstenen, kijk dan eens naar beneden, op de terrassen van de aanpalende panden. Vol met oude matrassen en andere rotzooi. “Krakers”, verduidelijkte de verantwoordelijke wethoudster Assumpta Escarp van stadsdeel Ciutat Vella in de krant El Periodico. Ze leven “in precaire omstandigheden”, verklaarde ze, “zonder water en zonder licht”.
“Een complex probleem”, concludeerde de wethoudster tot slot.

...en bij de buren op nummer 7.
Russen en Chinezen
Ook voor Palau Güell, want door de krakers bedraagt het aantal bezoekers  maximaal duizend per dag. Orders van de brandweer, vanwege het ontbreken van een fatsoenlijke nooduitgang. Die had dus in het aanpalende pand op nummer 7 moeten komen, samen met een minder-validentoegang tot het paleis en onderkomens voor het personeel. De provincie Barcelona, de huidige eigenaresse van Güell regelde een huizenruil met de eigenaar van het pand. Helaas, het huis was nauwelijks vrij van bewoners of krakers sloegen hun slag. Het wachten is nu op een uitspraak van de rechter.  Haast is geboden, want het paleis trekt nu al 900 bezoekers per dag. En sinds kort, zei de verontruste directeur van het monument vandaag in La Vanguardia,  hebben ook nog eens de Russen en de Chinezen het Palau ontdekt.

Palau Güell. Carrer Nou de la Rambla 3-5. (Metro L3, halte Liceu of Drassanes) Geopend: dinsdag t/m zondag, 10.00-20-00 uur. Voor meer info: www.palauguell.cat

10-11-11

Met de billen bloot: Trump, Hillary en Carles Puigdemont

Menjar be I cagar fort / I no tingues por la mort. 
Eet goed en kak veel, dan zul je de dood niet vrezen. 

Deze oude Catalaanse volkswijsheid drijft het misschien wat op de spits, maar dan nog: kakken is in Catalonië serious business.  Dat bleek nog eens in 2005, toen het gemeentebestuur van Barcelona een - het zoveelste -   fatsoenlijkheidsoffensief lanceerde. Goed voorbeeld doet goed volgen, dachten de brave bestuurders.

Mogelijk.  Alleen, de dames en heren kozen het totaal verkeerde voorbeeld:  de caganer (zeg maar ´kakker´) verdween uit de officiële kerststal van Barcelona. De stad was te klein.  Onder de noodkreet ´Salvem el caganer!´ leidden de lokale media een reddingscampagne. Met succes. Het jaar erop bakte de brave borst weer gezellig een drol op zijn vertrouwde plaats in de gemeentelijke kerststal.



Dief  in de nacht
Wanneer hij daar  - en in tienduizenden andere Catalaanse kerststallen – zijn intrede deed
is overigens tamelijk duister. Zijn beste vrienden, verenigd in de club Amics de Caganer, menen dat hun kameraad sinds eind 17de, begin 18de eeuw deel uitmaakt van de Catalaanse kerstsferen, maar zekerheid daarover bestaat niet. 
Samen te kakken gezet: Donald Trump en Hillary Clinton.

Evenmin over het waarom van zijn kakkineuze bezigheden. Sommigen beweren dat de kakker een vruchtbaarheidssymbool is, die met zijn actie de aarde nieuwe voeding schenkt. Voor anderen is hij de ultieme uitdrukking van gelijkheid (heel belangrijk in Catalonië, waar het woord tots, ´allen´, in bijna elke zin terugkomt): iedereen is gelijk, want iedereen kakt. 


Volgens sommigen is de kakker een vruchtbaarheidssymbool, die de aarde nieuwe voeding schenkt

En dat zijn nog maar een paar van de verklaringen van het waarom van deze blote-billenman. De mooiste, vind ik: de caganer verwijst naar de Bijbelse voorspelling dat  Christus zal terugkeren op aarde als een ´dief in de nacht.´ Je kunt dus maar beter ´bereid´ zijn, want Hij kan elk moment terugkeren, óók wanneer je juist je een grote boodschap doet.


SpongeBob
Wat wel zeker is: de caganer is met zijn tijd meegedaan. Traditioneel had hij één verschijning, die  van een poepend boertje, met steevast op diens kop  een Catalaanse baret, de barretina (waarover een andere keer meer). 



Carles Puigdemont
Maar dat is verleden tijd. De oer-caganer heeft tegenwoordig gezelschap van letterlijk honderden mede-poepers. Populair, uiteraard, zijn de VIP´s van lokale en internationale snit. De onvermijdelijke Barça-spelers, maar ook politici, popsterren en al dan niet echte tv-figuren als SpongeBob. Zelfs de paus himself  heeft zijn eigen strontversie. 
Onder de nieuwe kakkers dit jaar – en geheide verkoophits:  Hillary Clinton en Donald Trump en de huidige Catalaanse president, Carles Puigdemont. Nog even en je bent geen echte beroemdheid wanneer je níet te kakken wordt gezet.  




Dé plek om in Barcelona caganers te zien en te kopen is de traditionele kerstmarkt bij  de kathedraal. Deze Fira de  Santa Llúcia vindt in 2017 plaats van 24 november t/m 23 december. Kijk op  http://www.firadesantallucia.cat

08-11-11

Met dank aan Català FC

Joan Gamper, oprichter en eerste sterspeler van FC Barcelona

Joan Gamper (Winterthur, 1877) richtte Football Club Barcelona op, dat weet elke Catalaan. Dat Joan staat voor Hans. En Hans was een Zwitser. Weet ook elke Catalaan. Maar daarover praten ze liever niet. En dat Barça´s blau i grana ´toevallig´ ook de kleuren zijn FC Bazel, één van Hans´ clubs voordat  hij in 1898 in Barcelona neerstreek? Ach, wat is FC Bazel vergeleken met Barça? Barça is hét hedendaagse symbool van Catalonië. Dat blau-grana shirt is van ons.

Toch komt het juist door het niet-Catalaan zijn van Gamper dat FC Barcelona bestaat. Aanvankelijk speelde Gamper zijn wekelijkse potje voetbal met andere leden van de protestantse gemeenschap in de wijk waar hij woonde, La Bonanova. Toen werd, op 21 oktober 1899,  de eerste officiële voetbalclub van de stad opgericht, de FC Català. Gamper en een aantal vrienden stonden gelijk op de stoep. Voor niks. Català FC wilde de lokale sport promoten en kon daarbij geen niet-Catalanen gebruiken. Twee maanden later wijzigde de club haar beleid, maar toen was het al te laat: een maand daarvoor, op 29 november, had Hans Gamper de Football Club Barcelona opgericht.


Beat that, Leo Messi!
Gezocht: voetballiefhebbers. Advertentie van Kans (!) Kamper in het tijdschrift
  Els Sports. Resultaat:  de oprichting van FC Barcelona, op 29 november 1899
Met Català FC liep het uiteindelijk slecht af. De club eindigde twee keer als derde in de Catalaanse competitie, voor het laatst in het seizoen 1906-1907. Daarna ging het slechts bergafwaarts. In  1917 was de FC al afgezakt naar  de Catalaanse derde divisie. Uiteindelijk werd Català FC  eind jaren twintig opgeheven.
Nog tragischer was het einde van Joan Gamper. Geteisterd door persoonlijke en financiële problemen pleegde de man op 30 juli 1930 zelfmoord.  De Zwitser was gedurende vijf perioden voorzitter geweest van de club die hij had opgericht.

En niet te vergeten: haar eerste sterspeler. Gamper speelde 51 wedstrijden voor Barcelona. Daarin scoorde hij 120 keer. Een gemiddelde van 2,35 goals per wedstrijd.

Beat that, Leo Messi!   




07-11-11

Catalanen liever rijk dan onafhankelijk

Spanje kiest op 20 november een nieuwe centrale regering. Maar willen de Catalanen de Spaanse supervisor eigenlijk nog wel?  De eigen Catalaanse regering, de Generalitat, peilt elke vier maanden de stemming. De laatste keer was dat eind oktober. Toen zei een minderheid  (45,4%) van de Catalanen vóór te stemmen bij een eventueel bindend referendum over de onafhankelijkheid- tot nu toe een utopie. Het aantal nee-stemmers was 24,7 % en 23 % zou zich bij een referendum onthouden van stemming.
Opvallend zijn de uitlopende motieven. Bij de voorstemmers ontbreken verheven idealen. Zij denken ´groen´. Een onafhankelijk Catalonië is eenvoudigweg economisch beter af, menen zij. Tegenstemmers en onthouders hebben wél nobele redenen: ze willen de eenheid van Spanje bewaren.

Denk Groen!  Bouwondernemer en oud-Barça-voorzitter Núñez wordt in
het satirische programma Crackòvia wekelijks afgeschilderd als een enorme geldwolf.
Hemelse muziek
Dat betekent natuurlijk niet dat het Catalaanse zakengevoel zich beperkt tot voorstanders van de onafhankelijkheid. Niet voor niets luidt hét grote verwijt richting Madrid al jaren: wij verdienen het geld, jullie innen onze belasting en geven het vervolgens aan de rest van Spanje.
Jaloers kijken de Catalanen dan ook naar een ander welvarend deel van Spanje, Baskenland. Als enige Spaanse deelstaat kent Baskenland een afwijkend belastingsysteem. Daar zijn het de provincies die de belastingen innen. De centrale Baskische regering stuurt vervolgens een percentage van het geld naar de Spaanse staat. De afspraken hierover zijn vastgelegd in wat enigszins frivool ´El concierto económico´ heet.


Dat klinkt als hemelse muziek in de oren van de Catalanen. Gevraagd naar of zij ook zoiets willen, zegt meer dan 75 % ´ja´.

Mariano Rajoy heeft nu nog tapas op z´n bord...
Op naar Moncloa
Mariano Rajoy en zijn conservatieve Partido Popular gaan op 20 november de verkiezingen winnen – de polls wijzen zelfs op een ruime absolute meerderheid. Na twee mislukte pogingen betrekt de immer behoedzame Rajoy dan eindelijk Moncloa, de officiële ambtswoning van de Spaanse premier in Madrid.
De man is niet te benijden. Een land met bijna 22 % werkloosheid legt grote problemen op je bord. Het Catalaanse verlangen naar onafhankelijkheid hoort daar niet bij, voorlopig. De Catalaanse roep om een eerlijke verdeling van de belastingcenten wél. Een commissie van de Generalitat heeft zich de afgelopen tijd over het thema gebogen. De stemming over haar voorstellen in het Catalaanse parlement is uitgesteld tot na 20 november, maar daarna is het: op naar Moncloa!

04-11-11

Sagrada Família weer volledig zichtbaar

Alleen officiële toeristenbussen van de stad mogen binnenkort nog stoppen bij de Sagrada Família.
Ze vormen soms een ergernisje tijdens onze fietstours: de toeristenbussen – tot wel 60 per uur – die parkeren bij de Sagrada Família. De meeste zijn van het type ´doe Spanje in vijf dagen´. De menselijke inhoud wordt gedropt op de calle Marina, voor de Geboortegevel van de Sagrada en vervolgens weer opgepikt bij de Passiegevel, aan de calle Sardenya.

Vooral die laatste actie heeft vaak nogal wat voeten in de aarde. Men komt te laat; kan z´n bus niet vinden – niet zo gek overigens, met dat aantal -, of de beurs of tas is gerold.

Van die dingen. En al die tijd ontnemen de giganten de eenvoudige fietstoerist het zicht. Het vraagt dus soms enig kunst- en vliegwerk om te kunnen genieten van de door Josep Maria Subirachs vervaardigde sculpturen die het Bijbelse lijdensverhaal verbeelden.

Blijde boodschap
De blijde boodschap: aan dit gedoe komt snel een einde. Vanaf Pasen volgend jaar mogen de toeristenbussen niet meer stoppen bij de Sagrada. Op (ruime) loopafstand komen nieuwe parkeerplekken. Goed nieuws ook voor de omwonenden van Gaudí´s tempel. Al jaren klagen zij steen en been over de bussenterreur.
Het verbod geldt overigens niet voor de officiële toeristenbussen van de stad, de Bus Turístic en BCN City Tours. Maar met die paar bussen, daar valt heel wel mee te leven. 
Het leukste blijft natuurlijk een Sagrada-stop met Orange Monkey Tours. En dan worden ook nog eens de trottoirs bij de Sagrada verbreed, van 5 naar 7,25 meter. Voor nog meer kijkgemak.


Ook comfortabel: koop entreekaartjes voor de Sagrada Familia op het internet en voorkom wachttijden!  www.sagradafamilia.cat, klik rechtsboven op ´compra les tickets on line´.